zondag 26 december 2010

Glutenvrije kerststol

Meestal ben ik vrij dapper met mijn dieet, maar afgelopen week viel het me zwaar.
Ik wordt al weken geplaagd door onverdringbare behoefte naar kaas, ookal weet ik dat dit me ziek maakt. Ik baal enorm dat ik niet goed tegen soya kan momenteel.
Bij het kerstbuffet van VTN ben ik gewoon weg gegaan.
Eerste kerstdag heb ik een glutenvrije kerststol gebakken en deze lukte buiten verwachting goed.
Als ik dan zo'n prachtig brood in de oven zie oprijzen wordt ik weer helemaal gelukkig.
Soms vind ik het moeilijk, maar het geluksmoment als iets echt heel goed lukt. Er heel mooi uit ziet en ook nog lekker smaakt is enorm. Ik geloof niet dat gewone mensen zo blij kunnen worden van een kerststol.

woensdag 15 december 2010

Für Elise

Mijn zus kan mooi piano spelen. Als kind dacht ik zelfs dat er eigenlijk niemand mooier kon spelen dan zij. Als ze achter de piano zat weerklonk dat door het hele huis. Het vulde het huis met muziek en het geluk straalde van mijn moeder af als ze het hoorde. Dat maakte op mij indruk. Het allermooiste vond ik für Elise.
Nu zo'n dertig jaar later heeft mijn Jopie pianoles. Ergens heeft ze de bladmuziek van für Elise opgeduikeld en ze verklaard stellig dat het best mee valt. "Dat kan jij ook, hoor mam." Ik werp schuchter een blik op de noten, maar schrik van de complexiteit. Met engelengeduld neemt ze me mee. Ze schrijft de letters er bij en gaat met me oefenen. Ik de rechterhand en dan doet zij de linker. Zo leert zij het van haar muziekleraar. Eerst de melodielijn en dan later pas de bijnoten.
Langzaamaan krijg ik de melodie in mijn vingers. Iedere avond zitten we samen een kwartiertje. Gisteren stelde ze voor om eens te wisselen. Ik de linkerhand en zij de rechter. "En als je ze alletwee goed los geoefend hebt, kun je het samen proberen." zegt ze optimistisch.
Als ik speel klinkt het nog onzeker. Soms een toets verkeerd en het tempo iets te traag. Maar het is onmiskenbaar für Elise en ik ben zo trots dat ik dit kan. (Dankzij mijn dochter met engelengeduld)

maandag 13 december 2010

huilen in haar slaap

Dorelijn kwam een nachtje bij mij in het grote bed liggen.
Ik was laat, omdat ik een afspraak had die avond, maar toen ik thuis kwam vond ik haar diep in slaap. Gelukkig kroop ik naast haar onder de dekens. Het is heerlijk om niet een leeg bed thuis te vinden.
Die nacht werd ik wakker omdat ze huilde. Bezorgd streelde ik over haar haar. Ik probeerde haar te troosten. Ze werd wakker en vroeg wat er was. "Je huilde." zei ik.
De volgende ochtend werd het verhaal hilarisch verteld. " En dan droomt ze dat ik huil en dan, dan maakt ze mij wakker!"
"Nee," zei ik "je huilde mij wakker en toen heb ik jou getroost." We lachen met zijn allen.

woensdag 8 december 2010

De moeite waard

Wat maakt het leven nou de moeite waard.
Deze vraag kwam vandaag meerdere malen voorbij.
Wat maakt het dat ik een blije, bevredigende dag heb en wat ontbreekt er als ik miserabel ben?
Ik weet het niet precies, maar het heeft in ieder geval met waardering te maken.
En voor mij persoonlijk ook met muziek in mijn hart.
Met contact maken, verbintenissen.
Ik ben er verder nog niet uit, maar ik blijf kijken en leren.

Mijn engelen

Ik had het zwaar deze week. Ik heb het zwaar.
En dan opeens verschijnen er engeltjes in mijn leven.
Mijn lief, op zulke grote afstand en in zijn hart zo dichtbij. Een telefoontje van M. Iets in haar toon geeft me het gevoel dat ze me begrijpt. Een telefoontje van C. Ook zijn luisterend oor doet me goed.
Mijn moeder die de tijd voor me neemt, ondanks haar snotterende toestand. Mijn zwager die soms gewoon een arm om me heen slaat en rotgeintjes maakt, maar waarvan ik voel dat hij van me houdt. Mijn schoonzus, die met haar rustige blik altijd zoveel ziet.
Mijn lieve tante, die even mijn rug masseert als ik het het hardste nodig heb.
Mijn meisjes, die met me lachen en me ook rust gunnen op zijn tijd.
Prutske die met me mee loopt, hoe ver ik ook wil in de kou.
Pluisje, die bij me komt knuffelen en me troost zoals enkel katten dat kunnen. (Lastig, in de weg zittend, aandacht eisend; maar o, zo lief.)
Ook geeft het leven me hele eenzame momenten. Maar iets in me zegt me dat dit ook goed is. Voor de eenzaamheid in wanhoop kan omslaan komt er steeds weer een engeltje voorbij.

donderdag 25 november 2010

Het verschil

Ik maak graag het verschil.
Maar dat kan niet altijd.
Het maakt me moedeloos als ik mensen waar ik veel om geef niet op kan fleuren.
Ookal weet ik dat ik iedereen zijn eigen pad moet gunnen.

maandag 22 november 2010

Curieus

Soms krijg ik de indruk dat ik raar ben. Of laat ik zeggen curieus, dat klinkt wat vriendelijker.
Als ik bijvoorbeeld vertel over het voorstukje van Narnia. Hoe het water uit het schilderij gulpt nadat Lucy zei dat het schip wel wat Narniaans had. Het water stroomt steeds harder en harder en al snel staan ze in de kamer tot hun enkels in het water. Het blijft maar stromen totdat ze kopje onder gaan. Dan zie je ze in het groene water en door het oppervlak heen schijnt de zon. Als ze boven komen zwemmen ze in de zee naast het Narniaanse schip van het schilderij. Ze worden aan boord gehesen en zo begint hun nieuwe avontuur.
Hier geniet ik van. Enkel van dit voorfilmpje al.
Ik merk aan Z. dat hij ook gegrepen is. Maar tegelijkertijd vind hij het apart dat ik zo er over kan vertellen. Ik zie hem zich af vragen of als hij het zelf gezien zou hebben, of hij dan ook zo gegrepen zou zijn en al snel concluderen dat dit niet het geval zou zijn.
Of als ik vertel over LotR. Waarom ik het leuk vind. T. zegt dan dat hij het misschien nog eens moet proberen. Schijnbaar als ik het vertel, enthousiasmeert dat.
Ik voel me ook curieus als ik terug krijg hoe vreemd mensen mijn vriendschappen vinden. Meestal wordt ik heel blij van mijn vrienden, maar als anderen het raar vinden dan kijk ik met andere ogen er naar. Misschien ben ik ook raar, maar voor mij is het gewoon. En ik kan zo verdrietig worden als mensen me niet snappen. (Terwijl ik nooit de illusie koester dat iedereen me ooit zal snappen.)

zondag 21 november 2010

Zuurkool-ketchup kwestie

We aten variantjes met restantjes. Dan ontstaan soms wat eigenaardige combinaties.
Zo hadden we ragout met geroosterd glutenvrij stokbrood. Maar er was ook nog venkel. En Jojanneke had heerlijke zalmsalade gemaakt.
Tante genoot met volle teugen. Venkel is haar lievelingsgroente. Ze besloot een beetje zalmsalade bij de venkel te voegen. Helaas lukte dat niet vlekkeloos en een klodder zalmsalade belandde op haar ragout.
Jojanneke volgde deze actie met afgrijzen. En zoals enkel pubers dat kunnen trok ze eerst een enorm vies gezicht om zich later te berusten. Met een schouderophalen doet ze de zaak af met: "Ach, het is net als met die zuurkool-ketchup kwestie."

maandag 25 oktober 2010

Irritant blij

Vandaag was ik irritant blij.

Vorige week probeerde Mickel me nog op te beuren. Hij zei dat het misschien deze keer mee zou vallen. Hoewel ik me laafde aan zijn woorden, wist ik dat we dit allebei niet echt durften te hopen. Tot mijn verbazing is tot nu toe de grote terugslag uit gebleven. Zaterdag was ik wat moeier en voelde mijn ledematen weer aan als lood, maar tot mijn verbazing ging het 's avonds weer ok. Ik weet niet hoe dit kan. Vorig jaar waren drie kruimels al genoeg voor drie miserabele maanden. Maar ik geniet. Ik geniet met volle teugen van iedere dag die goed gaat. Ik loop vrolijk door de gangen en ben irritant blij. Zo irritant dat T. me vanmiddag zijn kantoor uit gebonjourd heeft. 'Sommige mensen hebben het druk en moeten werken!'
Ik voelde gelijk wroeging. Ik wil mijn blijdschap graag delen, maar inderdaad komt dit de productiviteit niet ten goede. Zijn uitval tempert mijn blijdschap en dat bevordert zijn rust.
Een uurtje later loop ik alweer te stralen. De zon schijnt. Ik ga lekker naar huis om anderen te pesten met mijn goede humeur.

zondag 24 oktober 2010

Verjaardagscadeaus

Ik zou met T. mee rijden op mijn verjaardag. Er was projectteamoverleg in Rotterdam. Ik vind het altijd heerlijk om mee te rijden. Ik ben geen fantastische chauffeur. Laatst ben ik per ongeluk via Brabant gereden omdat ik de afslag gemist had. Toen mij eindelijk wat begon te dagen was ik al zo ver dat ik beter door kon rijden. Maar naast mijn geringe rijkunsten en mijn erbarmelijke richtingsgevoel is het ook al een feestje om naast hem te zitten. We houden beiden van muziek en ik geniet altijd van zijn gezelschap.
De dag voor mijn verjaardag belde hij af. Hij had andere verplichtingen. Ik kon horen dat hij zich hier rot over voelde en om hem een hart onder de riem te steken zei ik hem dat het niet het leukste verjaardagscadeau was dat ik me voor kon stellen, maar dat er ergere dingen waren.
Toen wist ik nog niet hoe profetisch deze woorden zouden zijn.
Die middag at ik een vijgje van de markt. Ik dacht dat er wat fructose gekristalliseerd was aan de buitenzijde, maar opeens realiseerde ik me dat dit witte poeder niet zoet smaakte...
Ik belde naar de marktman en na mijn vraag wat dat witte spul op de vijgen was werd het even heel stil. Stotterend zei hij 'tarwebloem'. Ik sloot even mijn ogen en wist niet hoe ik het gesprek zo snel mogelijk moest beëindigen. Hij putte zich uit in excuses en ik accepteerde deze beleefd.

Het is een rare gewaarwording als er iets in je maag zit waarvan je weet dat je ziek gaat worden. Ik heb geprobeerd het uit te spugen. Maar ik heb ontdekt dat ik geen aanleg voor boulimia heb. Uit ervaring weet ik dat ik na twee dagen de eerste vermoeidheid verschijnselen krijg. Dan volgen er zes weken van buikpijn en steeds meer moeheid. Dan is het dieptepunt voorbij en gaat het langzaamaan weer beter. Na drie maanden voel ik me weer redelijk.

's Avonds vertelde ik Mike cynisch over mijn profetische woorden. En toen kreeg ik het mooiste verjaardagscadeau; Ik realiseerde me teneergeslagen dat ik zoveel maanden per jaar moe en ellendig ben en vroeg me hardop af wat hij toch met me aan moest. Hij knuffelde me en zei dat hij zo graag met mij leeft, dat ook als het de helft van de tijd minder gaat, ik dat dubbel en dwars waard ben.

zondag 17 oktober 2010

schuren

Bij de laatste ronde sharing gaf ze aan dat ze weerstand had dat iedereen zo positief was. Iedereen had fantastische gesprekken gehad, alles ging in harmonie, iedereen was blij. Dat voelde niet echt voor haar. Bij coaching kom je ook pijnlijke onderwerpen tegen. Letterlijk zei ze: Het mag wel meer schuren voor mij.
Ik was ontsteld. Direct hierna ben ik op haar afgestapt om mijn verbijstering uit te spreken over het verschil in beleving. Ik had een bijzonder moeilijke, confronterende dag gehad. Ik had vier keer moeten huilen. Ik was tweemaal uit de sessie gegaan omdat het even niet meer ging. Ik had eenmaal de plenaire sessie onderbroken omdat ik gewoon niet meer op mijn benen kon staan. Hoeveel schurender wil je het hebben?
Ze was blij met de feed-back. Inderdaad had ze wel gezien dat ik het wat moeilijk had.

woensdag 29 september 2010

Geen toegevoegde waarde

Hij zei het rustig. Alsof het al lang duidelijk was en enkel nogmaals gezegd werd. Hij had geen toegevoegde waarde ervaren van Inkoop op zijn project.
De vloer leek onder mijn voeten weg geslagen te worden. Als eerste dacht ik: Dit kan niet waar zijn. Maar voorzichtig doorvragen gaf steeds hetzelfde antwoord. Toen het een beetje tot mij door begon te dringen, vroeg ik me af wat ik hier nog deed.
Het gesprek begon langs me heen te gaan, omdat ik het niet meer kon bevatten. Beiden verzekerden me dat ik me dit niet persoonlijk aan moest trekken. Dat dit niet over mij ging. Ik keek naar ze en vroeg me af hoe ik dat zou moeten doen.
Ik zei dat ik uitgepraat was en verliet het vertrek. Toen kwamen de tranen.

Twee zaken drongen zich aan me op. Als eerste was het niet goed dat ik hierdoor overvallen was. Wat was er misgegaan in de communicatie, dat ik dit niet aan had zien komen. Ten tweede realiseerde ik me dat ik te emotioneel was. Het was niet leuk om te horen, maar ik had van mezelf verwacht dat ik meer professionaliteit in me had. Iets om wellicht later over na te denken, maar nu waren er vooral tranen.

Later heb ik het uit kunnen spreken met hem. Die middag al was hij er al voor me. Ookal snapte ik hem niet, ik voelde dat hij het niet slecht met me voor had. Hij was ontstelt door mijn verdriet. Dat weekend voelde ik zijn bezorgdheid, maar ik kon nog niet voorbij mijn verdriet komen. Die maandag was het nog niet beter, al hadden we die middag een voorzichtig telefoongesprek. Langzaamaan begon ik te begrijpen dat er een groter verband was. Dat zijn reactie te maken had met zijn onvrede met de Inkoop. Ik hoorde vage echo's dat de Inkoop nog een weg te gaan had. Dat er weerstand in de organisatie kon zijn. Toen had ik het niet voldoende begrepen, maar nu begon er wat te dagen.

dinsdag 21 september 2010

Netjes uitmaken

Mijn buurjongen was de hele middag al wat afwezig. 's Middags aan tafel boven het huiswerk kwam het hoge woord er uit. Er was een probleempje. Hij had het al uitgemaakt, maar hij had geprobeerd om het zo vriendelijk mogelijk uit te maken en nu had ze niet begrepen dat het uit was. En toen was hij de volgende dag dat andere meisje tegen gekomen. Dat hele leuke meisje. Hij bloosde bij de gedachte aan haar, zo leuk was ze. Het was niet zo netjes gegaan, al met al. Verkering met de ene nog niet helemaal uit en dan toch al verliefd op de volgende. Ik vroeg hem wat hij nu ging doen. Het netjes uitmaken. Maar wel duidelijk ditmaal.
Ik keek verbaasd. Ik ben natuurlijk al een tijdje uit het verkeringcircuit en ik had geen idee wat netjes uitmaken inhield. Hij lichtte het toe. "Nou niet per MSN, SMS of zo. Echt persoonlijk vertellen." Hij zuchtte. "Maar wel duidelijk."
Ik realiseer me hoe weinig ik van deze moderne technieken en hun toepassingen bij het beëindigen van relaties af weet. Ik vraag voor de zekerheid waar ze eigenlijk woont. Ik ken de plaats niet, maar het klinkt nogal ver en dat is het ook vertelt hij. Maar hij gaat er dus nog één keer heen, om het netjes uit te maken.

maandag 20 september 2010

Feestbeest

Een week na Joja's feestje was het volgende verjaardagsfeestje in de klas. Joja ging heen met de trein, maar ik haalde haar met Dorelijn op. Toen we op het pleintje kwamen was het een gezellige bende. Kaspar, de jarige, stond er glimmend van geluk, maar bijzonder modderig bij. Dit verbaasde mij enigszins, omdat ze waren gaan zwemmen. Maar hij wist me te vertellen dat ze na het eten even waren gaan voetballen en toen was hij zo vies geworden.
Kaspar had zowel oude vrienden uit groep acht als nieuwe vrienden van de middelbare school uitgenodigd en het was een genot om te zien hoe moeiteloos deze twee groepen samen speelden. Naast Kaspar stond een ook roodharig meisje. Ik gokte dat dit zijn zus was en dat bleek inderdaad het geval te zijn. De volgende roodharige was echter gewoon een buurjongen. Ik feliciteerde de ouders en samen stonden we even te praten. Ze hadden een leuke middag gehad, maar vonden het wel een beetje druk. Ik glimlachte en herkende het gevoel.
Binnen no time ging Dorelijn ook op in de meute. De eerste glimp die ik weer van haar opving was ze innig omarmd met Luuk. Hij had de twee mooiste meisjes in een grote omhelzing weten te vangen. Ik lachte en vroeg hem of zijn verkering soms uit was. "Nee, maar als ze me zo zou zien, was ze vast boos!" Bij het afscheid wilde hij iedereen nog even extra knuffelen. Zelfs mijn auto moest er aan geloven en na wat aanmoeding van Jojanneke (en tot schrik van mij) knuffelde hij zelfs mij door het autoraampje. Hoog tijd om weer naar huis te gaan. Lachend reden we weg.

Superfeest

Het feest van Jojanneke was een groot succes. De kinderen bleken leuk te zijn. Gezellig, genoeg praatjes om amusant te zijn, maar niet zoveel om irritant te zijn.
Alleen bij aanvang van het feestje was er een tegenvaller. Twee meiden konden de weg niet vinden. Ondanks hun plattegrond en ondanks twee telefonische uitlegrondes stonden ze nog steeds bij het station. Ik besloot naar ze toe te rijden. Luuk wilde wel mee om ze te identificeren. (Ik had om hulp gevraagd omdat ik niet zeker wist of ze hopeloos genoeg zouden kijken om ze te vinden aangezien ik ze nog nooit gezien had.) Toen we aankwamen concludeerde hij meteen dat ze best hopeloos keken, het kon eigenlijk niet missen.
Hoe hopeloos ze waren ontdekte ik al snel toen ze eerst de verkeerde kant op wilde rijden en vervolgens op de hoofdrijbaan gingen rijden in plaats van het fietspad. "En dat zit op vwo. Ongelovelijk toch."verzuchtte Luuk naast me. Ik kon mijn lachen niet inhouden.
Hij vertrouwde me toe dat hij in groep 7 tl advies had gekregen en dat hij toen had besloten om toch maar iets beter zijn beste te doen. Uiteindelijk kreeg hij in groep 8 gymnasium advies, maar daar wilde hij niet heen. "Straks wordt ik nog een stuud!" Lachend verzekerde ik hem dat hij absoluut geen aanleg had om een stuud te worden. Uiteindelijk wisten de meiden de laatste afslag te missen en reden ze nog verkeerd, maar vonden ze het na wat omzwervingen toch. En toen kon het feest beginnen.
Het werd ondanks de voorspellingen een prachtige dag. Het voetballen was soms zelfs een beetje te warm. Het was ook zo grappig om te zien, dat er geregeld mensen bij mij op de scheidsrechterbank kwamen zitten om te lachen en uit te blazen. Toen er een persoon tekort was besloot ik zelf ook even mee te doen. Kaspar wilde best met mij samen. Toen ik sprintte naar het doel viel me op dat het wat moeizaam ging. Ik keek achterom en het bleek dat Kaspar al zo'n tien meter daarvoor zijn evenwicht verloren was en over het gras achter mij aan gesleept werd. Ik voelde me schuldig maar de meiden wisten me te vertellen dat hij dat continu doet.
Het levend stratego was ook leuk, maar eten zonder bestek vergde even wat aanpassingsvermogen van sommigen. Luuk had het de hele middag over zijn nieuwe vriendinnetje. Ze waren die week op kamp geweest en daar was het aan geraakt. Alle meiden plaagde hem en ze hadden zelfs haar naam met hartjes onder zijn beker gezet. Toen ik eind van de middag aan hem vroeg of hij blij was om Kim maandag weer te zien werd hij bleek van schrik. "Mevrouw, ik vind het een beetje eng als u weet hoe mijn vriendinnetje heet." Iedereen lag in een deuk en ik wees naar zijn bekertje.
Aan het eind van de avond zwaaiden Joja, Door en ik de laatste mensen uit. Joja zuchtte tevreden. "Mam, ik vond het echt een superfeest."

Feestvoorbereidingen.

Mijn kleine meid was twaalf geworden. Net op de middelbare school in een nieuwe klas is het moeilijk om te bepalen wie er op je feestje mag komen. Voor de vrienden uit groep acht hadden we voor de zomervakantie een slaapfeestje gehouden. Ook een beetje afscheid, want onverwacht mocht ze naar het atheneum en zou ze dus niet bij al haar vriendinnen in de klas komen. Boven haar nieuwe klassenlijst zuchtte ze en pufte ze. En ik liet me natuurlijk vermurwmen. Als we het thuis zouden vieren dan konden er best dertien komen besloten we. Ergens naar toe gaan was toch al lastig, aangezien papa er niet was en opa met zijn superauto ook een reisje buitenland gepland had. Even spraken we nog over de mogelijkheid om de hele klas te vragen, maar dan wilde ik ze niet op het eten hebben. Joja dacht na. Ze overwoog alle opties en zei tenslotte dat ze het liefste de helft van de klas wilde mèt eten.
Toen begon de voorpret pas echt. Er werd een lijst gemaakt met gasten, een programma met allerlei wilde ideeën om te doen en een lijst met wat te eten en drinken.
De gastenlijst was vlot samengesteld, met nog iemand in reserve die de volgende dag snel bijgevoegd werd. Joja knutselde met haar gebruikelijke creativiteit een vrolijke uitnodiging in elkaar. (Ik denk wel eens dat mijn generatie nooit zo handig wordt in die zaken als zij.) Gelukkig kwam er een afmelding en kon die ene persoon die niet mocht ontbreken ook nog gevraagd worden.
Het programma werd ingedeeld in goed weer scenario's en slecht weer scenario's. Al pratende werden we steeds enthousiaster. We wilden voetballen met grote elastieken om de enkels van steeds twee mensen. Na een vruchteloze zoektocht op marktplaats kwam ik op het lumineuze idee om bij de fietsenmaker te vragen naar oude binnenbanden. Hij had een grote krat vol. Hoeveel wilde ik er hebben? Joja wilde ook heel graag levend stratego doen. Ze wist al hoe het moest en wist de exacte spelregels en de rangen met puntentelling van internet te toveren. Bij extreem goed weer wilde ze waterbalonnengevechten, een zeepbaan en ... Ik temperde haar ethousiasme iets met de mededeling dat ik vreesde dat het niet zo warm zou worden. (De voorspellingen waren miserabel.)
Voor het eten kwamen we op het idee om een met-je-handen-eet-diner te houden. "En mam, dan vooral dingen die heel moeilijk te eten zijn zonder bestek! Soep, aardappelpuree en saus of zo." En zo kwam huize Bos steeds meer in de feeststemming.
Ik zag wel iets op tegen de invasie van dertien tieners. Op mijn werk moest men smakelijk lachen om mijn plannen en wenste ze me veel, heel veel sterkte.
De avond voor het feestje om kwart over twaalf werd ik wakker geknuffeld door Mike.
Hij was weer thuis. Slaperig knuffelde ik hem terug en vol geluk viel ik in zijn armen in slaap. Nu zou het zeker gaan lukken.

donderdag 2 september 2010

Alleen

Mickel zit in la douce France. Een schilderklus. Hij houdt niet zo van schilderen, maar voor Frankrijk maakt hij een uitzondering. Zo ben ik even een vrouw alleen. Ik herinner me oude tijden, toen hij iedere maand weg was. Gisteren vond ik een oud dagboek. Het viel open op een dag dat Mickel ook weg was. Maar toen was hij niet voor zijn werk op reis, maar om rust te zoeken.
Ik was het bijna vergeten. Mijn verdriet en onmacht dat ik hem niet kon helpen. Toen zo intens en nu bijna of je over een ander leest.
Wat is er veel gebeurd in de tussentijd. We zijn meer in evenwicht. Met elkaar, maar zeker ook met onszelf. De Botsingh heeft zijn grootste impact verloren. We zijn weer en route en ik geniet ervan.

woensdag 21 juli 2010

Weer heimwee

Ik had vannacht gedroomd. Ik had gedroomd dat ik werkte bij VTN. Hoewel we het hier heerlijk hebben, mis ik de regelmaat van mijn werk ook. Het plezier dat we hebben en de voldoening die ik er uit haal.
Dit was de tweede nacht op rij dat ik droomde over mijn werk. Maar toen ik wakker was realiseerde ik me dat mijn heimwee rare streken met met uithaalde. In mijn droom had ik weer op de tweede verdieping gezeten en daar zit ik niet meer.
Toen moet ik weer ingeslapen zijn. Toen ik weer wakker werd had ik het stellige gevoel dat de dingen niet meer hetzelfde zouden zijn als ik terug kwam.
Het onheilspellende gevoel dat ik anders altijd al heb voor vertrek, had me nu toch ingehaald.
Ik vind het verschrikkelijk, dat gevoel dat dingen onherroepelijk zijn veranderd, terwijl ik dacht dat het enkel voor een vakantie zou zijn.
Misschien zijn het muizenissen die ik in mijn hoofd haal, maar het speelt de hele dag door mijn hoofd. Pas tegen het einde van de middag vind ik een rustig moment om er met Mickel over te praten. Dat geeft me weer wat rust. Want als dingen veranderen, veranderen ze en als het zover is zal ik er het beste van maken.

vrijdag 16 juli 2010

Energie in Coba

'Wat voelde je?' vraagt Mickel me.
Hij had het al in het tempelcomplex gevraagd, maar toen wist ik het nog niet.
Geen individuele energie. Ik weet niet of dat te lang geleden is of dat het overwoekeren van de jungle dat opgeschoond heeft. Ik had ook niet de bloeddorstigheid waargenomen die er zeker geweest moet zijn, gezien hun overtuiging dat als je strijdend ten onder ging dat je regelrecht naar de hemel mocht. Als je niet strijdend overleed moest je zes beproevingen doorstaan. Die zin roept iets in me op, maar ik kan er mijn vinger niet op leggen. Een zekere herkenning. Rationeel bedenk ik gelijk dat dit overeenstemming vertoont met wat men in sommige andere culturen ook geloofd.
Als ik het complex uit loop, bij de overgang naar het parkeerterrein, realiseer ik me dat ik tot dan toe steeds iets waargenomen heb. Net op de rand van mijn bewustzijn. Alsof er duizenden stemmen spreken. Bij het verlaten van het terrein voel ik deze energie langs mijn ziel strelen. Ik voel me helen.
Later spreek ik met Mickel over de theorie van de Celestijnse belofte dat er hele volken van trillingsgetal zijn veranderd. Ik weet het niet, maar het voelde heel mooi.

dinsdag 13 juli 2010

Heimwee

Het is ongelovelijk maar waar. Ik ben pas twee dagen weg en toch werd ik vanmorgen al overvallen door mijn eerste vlaag van heimwee. Ik was net wakker, maar probeerde nog even door te slapen. (Het was nog donker buiten) In dat schemerige moment tussen slapen en ontwaken stelde ik me voor hoe mijn vader het hier zou vinden. Hij zou genieten van het appartement. Hij zou stoer de trappen beklimmen. Ze hebben hier nogal de val op houten wenteltrappen. Ik zou iedere keer voorzichtig achter hem lopen omdat de optrede niet altijd gelijk is en ik bang zou zijn dat hij zijn voeten niet ver genoeg op zou tillen. Het gevoel in zijn voeten is niet altijd optimaal en meestal merkt hij pas dat het niet gaat als het echt niet meer gaat. Hij zou met ons naar het strand mee lopen op wilskracht. Daar zou mama een lounchebed huren en hij zou met me gaan zwemmen in zee. Het water is hier zo warm als badwater en hij zou er zo van genieten! Ik weet ook zeker dat hij zou vallen voor de mogelijkheid om all-inclusive op het strand te verblijven. Hij zou genieten van de heerlijke sinasappelsap. In mijn halfslaperige toestand leken ze zo levensecht dat ze bijna echt hier leken. Ik stelde me voor dat mama 's middags heerlijk voor mij zou koken in het appartement. Vakantie is voor mij nooit meer zorgeloos dan met haar erbij. Toen ik echt wakker werd, deed mijn hart zeer van het gemis. Mickel knuffelde me zacht in de hangmat op het dakterras. "We hebben ze gevraagd lieverd. Maar je vader zag het echt niet zitten." "Ik weet het" snif ik. Het is ook makkelijker en beter zo. "Maar ik mis ze zo."
Gelukkig is de vlaag heimwee later weer voorbij. Ik heb hier nog meer dan drie weken genieten te gaan.

zaterdag 10 juli 2010

Afscheid

Ik heb afscheid genomen de laatste dagen en opeens realiseer ik me dat ik veranderd ben.
Vroeger had een afscheid voor de vakantie een zware ondertoon. Ik kon het niet nalaten om me voor te stellen dat dit afscheid door een kleine speling van het lot definitief kon zijn.
Dat maakte me emotioneel en drukte op mijn reisplezier.
Ergens ben ik dat verloren.
Nu heb ik het gevoel dat het goed is. Ik ga met plezier op pad. Ik heb zin in de reis en neem rustig afscheid. Het raakt me wel, al dat afscheid nemen. Ik ben vooral onder de indruk van hoeveel mijn dierbaren om me geven. Tussen hun woorden door, hoor ik hun hart en dat maakt me nederig.
Ik klaag natuurlijk wel tegen mijn lief dat het lang is. Waarschijnlijk te lang voor mijn heimwee-gestel. Ik heb ook erg hard gewerkt om het bijna onmogelijke af te krijgen in deze laatste week. Dat roept ook weer veel vragen in me op. Waarom werk ik zo hard? Wat wil ik bewijzen? Voor wie doe ik dat? Ik ontdek gedragspatronen die ik ook wel bij mijn moeder waarneem en samen kunnen we lachen om onszelf. De laaste vrijdag zitten we samen achter haar administratie en stelen een uurtje werktijd. We komen in gesprek, lachen, huilen en genieten van elkaars gezelschap. Het is een heerlijk rustpunt in mijn hectische week.

dinsdag 6 juli 2010

oude Profiel start tot 7 juli 2010

Ik ben gelukkig getrouwd met de leukste man ter wereld. Ik kan hem het beste omschrijven als energiek, ondeugend en passievol.Samen hebben wij twee fantastische meiden. We leven, samen met mijn tante in een multifunctioneel huis. Onze zijde wordt gedomineerd door de leefkeuken en een grote open haard. Haar zijde bevat naast haar spirituele praktijk ook een heerlijke plek voor de gashaard.Mijn leven heeft een onverwachte wending genomen. (wederom)Toen ik 20 was ben ik jaren chronisch moe geweest. Ik heb toen veel geleerd over welke prioriteiten ik nou werkelijk het belangrijkste vind.Vorig jaar ben ik na een zeer vervelende periode gestopt met de participatie in ons familiebedrijf. Tevens heb ik veel met mijn vader en moeder opgetrokken omdat hij onverwacht in een traject van chemo's belanden.Nu is mijn leven gelukkig veel rustiger en is er ruimte voor oude dromen die al jaren lagen te wachten om te ontkiemen. Mijn grootste droom is biologische katoen. Ik onderzoek of ik hier iets mee kan gaan doen.

vrijdag 2 juli 2010

Logeetje

Het was al maanden geleden afgesproken. Haar ouders hadden een tweedaagse training en ze zochten een vertrouwd adres voor hun dochter. Ze heeft een glutenintolerantie en het is dan moeilijk om een logeeradres te vinden. Ik had gezegd dat het geen probleem was.
Toch, toen de datum naderde, vroeg ik me af hoe het zou gaan. We hadden elkaar al geruime tijd niet gezien en geruime tijd in mijn leven was een eeuwigheid in haar zevenjarig bestaan. Toen bleek ik ook nog haar niet op te kunnen halen. Ik vroeg tante, maar ze kon niet. Ik vroeg mijn vader, maar die bleek twee dagen voor de grote dag ook niet te kunnen. Mijn lief wist niet of hij tijd vrij kon maken en ik had mijn afspraak al bijna afgezegd. Toen keerde het tij. Mijn lief wist tijd te maken en Dorelijn wilde graag mee haar ophalen.
Toen ik thuis kwam zat ze al op de bank. Parmantig tussen mijn meiden in. Ze genoten van een Barbie-film. Mijn meiden bleken goud waard. Ze wisten onvermoeid met haar de dagen door te komen. Samen tekenen, samen ijstaart maken. Samen film kijken, samen spetteren in het opblaasbadje. De logeerpartij vloog voorbij en ik had er eigenlijk geen omkijken naar.
's Avonds verbaasde ik me over de kleur van haar ogen. Ik kom zelden mensen tegen met die licht-donkerbruine kleur net als ik. Ook haar navel is net als mijn navel, toen ik zou oud was; Iets bol naar buiten.
De laatste middag liepen we samen een stukje. Het was zinderend heet en de brievenbus leek ver. Ze vertelde dat bij hun thuis de brievenbus veel dichterbij was. Ik vertelde haar over haar moeder, die vroeger niet zo goed kon lopen. Over dat ze me op een dag opbelde om te vertellen dat ze naar die brievenbus was gelopen en hoe blij ze toen was. Zij vertelde over de laatste vakantie. "Toen was mama ook geblesseerd." Het laatste woord kwam er wat voorzichtig uit. "En toen ze daarna weer kon lopen was ze ook echt heel blij." Ik realiseerde me opeens hoe gelijkwaardig dit gesprek was. Later liepen we over een richeltje bij de nieuwe rotonde. Ze liep voorop en ik volgde haar. Bij de dikke lijntjes balanceerde ze even met haar armen wijd en bij randen van de ene richel naar de andere maakte ze een sprongetje. Ik volgde. Het duurde even voor ik het goed deed, maar ze corrigeerde me met geduld. "Nee, Tonja. Eerst je linkervoet vooruit en dan je armen zo!"
Die avond kwamen haar ouders haar ophalen. Ik had aangeboden om voor ze te koken. Alsof ze vorige week nog geweest waren, zo soepel pikten we de draad weer op. We aten samen en ze vertelden honderduit over hun cursus. We lachten, maakten muziek, wandelden door de tuin en kwamen in gesprek.
We spraken over hun kleine meid en hoe soepel ze in ons gezin mee liep. Von's ogen werden zacht. In haar zwangerschap had ik dit zieltje al gevoeld en contact gemaakt. Ze sprak uit dat wij toen al een bijzonder lijntje hadden en dat het haar niets verbaasde dat dit nog steeds zo was. Ze voegde er aan toe: "Zelfs jullie voedselintolerantie is hetzelfde." Die waarheid maakte me even koud.
Het is een bijzonder meisje. Energetisch bijzonder en mentaal sterk. Ze heeft een bijzonder plekje in mijn hart.

zaterdag 26 juni 2010

Laatste dagen

De afgelopen weken zijn doorspekt van laatste keren. Mijn kleine meid verlaat bijna de basisschool. De laatste avondvierdaagse is gelopen. Het laatste keer oudertoneel is gespeeld. De eindmusical komt eraan en dan rest haar nog de laatste schooldag.

Regelmatig hoor ik dat liedje in mijn hoofd. "Op de laatste schooldag van het laatste jaar..." Een zekere weemoed bevangt mij bij al deze laatste keren.

Na de laatste oudertoneelvoorstelling kreeg mama een telefoontje. Petra was nog slechter. Of ze nog even langs wilde komen. Het haalde niet uit hoe laat het was.
Ze ging naar het ziekenhuis. Petra was vier maanden geleden nog gezond en nu werd ze opgegeven. De doktoren kunnen niets meer voor haar doen. Ze wilde zo graag praten met Jeannette. Over wat geweest was en wat er kwam. Over haar dromen en over wat haar restte. Over hoe het nou verder moest met haar dierbaren, als zij er niet meer was. Wat haar laatste wensen waren. Jeannette luisterde en schreef later alles op. Zo raakt ze verweven in de laatste dagen van Petra. Mooie dagen en zware dagen.

Het verschil tussen mijn laatste dagen en Petra's laatste dagen trof me. Ik was weemoedig omdat ik het tijdperk met basisschoolkinderen afsluit. Zij sluit haar leven af. Door dat besef lost mijn weemoed op. Wat over blijft, is genieten. Ik geniet van Joja's laatste schooldag. Ik geniet van haar stralende rol in de musical. Ik verwonder me over hoe ze gegroeid is van een lispelende kleuter naar een prachtig, duidelijk en natuurlijk articulerend talent op het podium.

Ik geniet van de laatste keren. Ik geniet met volle teugen.
En ik bid dat Petra ook kan genieten van haar laatste dagen.

woensdag 16 juni 2010

Zon


Mijn lief klaagde dat hij de zon deze winter zo gemist had. Hij ging jaren lang iedere winter op reis naar de Caribbean. Die tijden zijn voorbij.
Ik dacht even na en moest toen concluderen dat ik de zon niet specifiek gemist had. Nou ben ik nooit zo'n reiziger geweest, maar dat terzijde.
Ik heb wel genoten van de eerste voorjaarszon.
Vooral op Pinksterweekend troostte de zon mij, toen mijn hart wat koud was.
En op drukke dagen kan ik 's morgens al voorgenieten bij het idee dat ik 's middags een halfuurtje steel met een mooi boek in de tuin. Dan zit ik op mijn lievelingstoel en laat de zon alle drukte uit me wegstralen.
Want ik hou wel heel erg van de zon, maar ik heb hem niet gemist.
Wellicht omdat ik zo genoten heb deze winter. Het gaat goed met me. Ik kan regelmatig meer dan ik dacht. Ik heb meer energie en geniet van mijn lijf dat eindelijk eens wel mee werkt. Ik vind mijn werk leuk en uitdagend. Ik heb bijzondere collega's. Ik heb het heerlijk met mijn meiden. Het lijkt wel of ze iedere week groter worden en vooral verbazen ze me hoe ze innerlijk ook volgroeien. Ze zijn leuk, soms opstandig en tegendraads, vol humor en een geheel eigen blik op de wereld. Ik had nooit kunnen denken dat ze zulke mooie mensen zouden worden en dat ik zo van ze zou houden. En mijn lief is er natuurlijk. Ik vind het mooi zoals hij zijn weg zoekt en vindt en ben dankbaar dat hij dat met mij doet. Sommige vrienden zou ik misschien iets vaker kunnen zien, maar als ik ze zie is het heerlijk. Mijn ouders en tante leven het leven voor, zoals het geleefd moet worden. Alles te samen geeft dit me zoveel liefde en zonneschijn in mijn hart, dat ik eigenlijk amper gemerkt hebt dat het winter was.

(Inderdaad Z., je hebt gelijk. Ik ben niet zo'n goede observator als ik zoiets evidents als de winter kan missen.)

zaterdag 12 juni 2010

A4d en verlaten vrouwen

Tijdens de avondvierdaagse kwam ik in gesprek. Ik liep dinsdag naast A. en op een moment zei ze dat ze eigenlijk niet had hoeven scheiden van J. Hun scheiding heeft voor mijn komst naar Culemborg gespeeld en ik wist er weinig van. Wel had ik me altijd verbaasd dat twee zulke leuke mensen, die zo in harmonie met elkaar hun ouderschap deelden, uit elkaar gegroeid waren. Haar opmerking intrigeerde me en ik vroeg haar waarom ze wel gescheiden waren. Ze keek me aan en leek zich opeens te realiseren dat ik het niet wist. Ze lachte, maar de lach bereikte haar ogen niet. "O, hij werd verliefd op een meisje van het werk. Veel jonger. Hopeloos verliefd."
Soms is het leven vreemd en kan ik de kronkels niet volgen. En soms lijken zaken heel helder en is het moeilijk te geloven dat er toeval bestaat.
Ik luisterde naar haar verhaal. Over de pijn, maar ook over de kracht die ze gevonden had. Over haar verworven zelfredzaamheid en haar tegenzin om deze weer op te geven, nu ze weer een nieuwe liefde gevonden had. Ik luisterde en hoorde haar. Het is een mooie, sterke vrouw. Ze houdt veel van haar kinderen en die komen overduidelijk op de eerste plaats in haar leven. Maar ze geniet ook. Van haar nieuwe vriend en van haar vrijheid. Ze heeft het verdriet een plaats gegeven en dat maakt haar een dapper mens.
Donderdag liep ik naast M. We kwamen op de middelbare school keuze van Jojanneke. Toen ik vertelde dat Dorelijn ook op Lek en Linge zit, lachte ze schamper. "Daar werkt mijn ex ook." Op mijn vragende blik zei ze me zijn lettercode, waar alle leraren mee aangeduid worden op de roosters. Ik keek verbaasd op. Dat was de mentor van Door. M. vroeg hoe hij het deed en de eerlijkheid gebood me te zeggen dat dat niet zo heel goed was. Ze genoot van dit bericht.
Hij was twee jaar geleden plotseling weg gegaan. Verliefd op een jongere collega van 36.
Ik kreeg kippenvel.
Hij bleek al enige tijd niet gelukkig te zijn geweest in hun huwelijk, maar had dat haar nooit verteld. De pijn droop van haar af. Ze was licht rancuneus naar hem. Genoot van alle berichten dat het slecht met hem ging, na de hel waar ze door zijn toedoen doorheen gegaan was.
Ze had een theorie dat mannen tussen de 40 en 50 de kolder in hun kop krijgen.
Weer luisterde en hoorde ik. We lachten samen en het is me dierbaar dat ze haar verhaal met me deelde, maar haar pijn sneed door mijn ziel en thuis kon ik er maar moeilijk van loskomen.

dinsdag 8 juni 2010

woensdag 2 juni 2010

Teleurstelling

Ik had een rotbui. Ik ben tegen mijn grenzen aangelopen. Ik kan het niet en dat haat ik. Ik baalde van de onprofessionele organisatie met zijn incapabele medewerkers. Maar ik ben het meest teleurgesteld in mijzelf, omdat ik hier zo naadloos in pas.
Ik wil niet zo zijn en dat zet me aan het denken. Over wat ik kan en wat ik wil. Over wat mij levensvreugde geeft en wat ik wil brengen in deze wereld. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik niet zo door kan.
Mijn lief zucht om mijn bui en zegt me niet zo hard te oordelen over mezelf. (Hij onthoudt zich van commentaar over de organisatie.)

zondag 30 mei 2010

Watten

I. keek me fronsend aan. "Gaat het wel een beetje?" De metingen logen er niet om. Ze adviseerde om mijn dosering Str7 te vervijfvoudigen. Ik vond het best, als het huilen maar zou stoppen. En het werkte.
Met de vijfdubbele dosis was mijn wereld weer mooi. Ik reageer altijd vrij heftig op medicatie, vooral homeopatische medicijnen lijkt wel.
Na een paar dagen viel me op dat het bijzonder rustig in mijn hoofd was. Ik voelde niets meer, enkel nog watten. Weer een paar dagen later begon ik mijn sensitiviteit te missen. Ik geniet altijd van het contact met anderen en nu voelde ik zo veel minder.
Ik besloot de superdosering weer af te bouwen. Maar de watten bleven hangen.
Ik probeerde me voor te stellen hoe mijn leven zou zijn als het zo zou blijven en ik realiseerde me dat het waarnemen van energie een onlosmakelijk deel van mijzelf geworden is. Het was tijdens mijn recente dipje misschien iets te veel, maar zonder was ik mezelf niet.
Vanmiddag voelde ik weer. Ik zat op een verjaardag en B. vertelde. Ze vertelt altijd langzaam, soms tergend langzaam en haar verhaal lijkt soms nergens heen te gaan. Later had ik het er met mijn lief over en opeens zag ik dat haar energie vervuild was. Dat was hetgene dat me getriggerd had. De vervuiling in haar energie lijkt op allerlei manieren aandacht op te slurpen. Ondanks het negatieve gevoel werd ik zeer blij van het feit dat ik dit weer waarneem. De watten verdwijnen en ik word weer mezelf.

zaterdag 29 mei 2010

Haperingen

Tijdens het pinksterweekend heb ik gedanst. De zon scheen volop en bij gebrek aan een danstent gebruikten we een grasveld. De docente had een onderzoek gedaan naar bewegen met minimale inspanning. Ze leerde ons een frase waar dit in verwerkt was en ik verbaasde me over het gemak waarmee ik op stond en neer ging.
Toen we de frase bijna beheersten, vroeg ze ons juist te zoeken naar onze haperingen. De frase was soepel en vloeiend, maar op de punten waar je hapert wordt het juist interessant.
We dansten voor elkaar en vergrootten onze haperingen. Afgewisseld met de vloeiende frase leek dit wel onze ziel bloot te leggen. Of misschien kwam het gewoon door Anne Beth, de docente, die door de dans in onze kern wist te kijken.

Er was een deelneemster die bij voorbaat meldde dat ze wat last had van duizeligheid. Daarna danste ze. Het was een mooie vrouw en ik vond haar duizeling als ik deze al zag, absoluut niet storend.. Anne Beth keek hier echter veel scherper naar. "Het lijkt alsof je je bij voorbaat verexcuseerd."
Dit was een rake opmerking. Ze lachte melancholiek en zei "Ik ben één groot excuus." Even leek de stemming heel zwaar te worden, maar Anne Beth vroeg haar of ze dit luchtig zou kunnen brengen. Met een beetje humor. De vrouw knikte langzaam en opende later haar dans met de zin "Het spijt me dat ik niet functioneer." Haar dans weersprak dat en de kleine haperingen die er waren werden een komische noot.

Er was ook een jonge vrouw. Ze had twee jaar dansacademie gedaan en dat was haar aan te zien. Ze bewoog mooi en gracieus. Ik zei lachend tegen haar dat zij bewegingen kon maken, die voor ons gewone stervelingen niet waren weg gelegd. Maar zelf liep ze tegen het feit op dat ze door haar dansopleiding in automatisme verviel. Toen ze ons haar frase liet zien, vielen wij allemaal stil van bewondering. Anne Beth echter zei met een milde spot dat ze precies zag wat ze bedoeld had met 'haar maniertjes'. Vervolgens danste ze nogmaals, nadat ze geopend had met de zin: "En nu ga ik jullie al mijn maniertjes laten zien!" Dat werkte bevrijdend. Ze liet haar veilige standaardpassen varen en danste mooier en vrijer dan ik haar de hele dag had gezien.
Ik verbaasde me over hoe direct Anne Beth tot de deelnemers wist door te dringen en hoe ze met soms maar een enkele zin, hen hun eigen patronen wist te laten ontstijgen.

"Als ik naar je kijk terwijl je danst, zie ik genot." zei ze me. "En wat is het nou, dat dat genieten soms doet haperen? Wat is het in je leven, dat je soms niet laat genieten? Dat je weerhoudt van de volledige overgave die ik nu wel zie?"
Ik werd even stil. "Soms ben ik te serieus." zei ik. "En dan vergeet ik te genieten."
Ze glimlachte en we besloten die zin te gebruiken.
Ik stond stil. Mijn blik naar de grond en mijn armen langs mijn lichaam. Toen kwam mijn hoofd langzaam omhoog en keek ik mijn publiek aan. "Soms ben ik te serieus" zei ik en daarna schoot mijn arm omhoog alsof ik naar het zonlicht reikte. Opeens zakte mijn benen in een soepele draai onder me vandaan en begon mijn frase. Soepele ronde bewegingen, wentelingen en buitelingen totdat ik weer stond en haperde in een draai. Zodra ik danste was het publiek er niet meer geweest, maar nu zag ik ze. Ik stopte even met dansen voor ik de draad weer oppakte. "Soms ben ik te serieus."

vrijdag 21 mei 2010

Iedere dag een beetje beter

En op een dag wilde hij niet meer. Ik had het niet zien aankomen, alhoewel ik dat wel had moeten zien. Het was niet meer doable voor hem.
Ik huilde. Ik huilde om het verlies van een vriend. In zeer korte tijd was hij me zeer dierbaar geworden. Ik huilde om het verlies van een werkplek. Ik hou niet van veranderingen en ik had geen idee hoe het nu verder moest. Ik huilde omdat ik afgewezen werd. Weer. Oude pijn vermengde zich met nieuwe. Mama zei troostend dat dit toch anders was. Toen wilden ze me niet en nu mocht hij me te graag. Ondanks mijn erbarmelijke staat hielp dit idee toch een beetje.
Ik dacht dat ik het wel kon. Overschakelen naar een professionele houding en meer afstand. En ik geloof dat ik het ook wel kan, maar ik had niet verwacht dat het zoveel pijn zou doen.
Mijn naasten zijn bijzonder lief. De eerste dagen gingen in een waas voorbij. Ik zat uren achter de piano en mijn lief liet me. Hij kookte voor me en knuffelde me 's avonds in slaap. J. was ook lief. Hij zorgde dat ik op een andere plek kon zitten en verzekerde me dat hij altijd plek voor me had. Ik mocht bij I. op de kamer. Met de bespreektafel tussen ons in geklemd, werkte ik me door de eerste week heen. Hij vroeg niets en daarvoor was ik hem zeer dankbaar. Papa en mama belden iedere dag. Tante hield me in het oog en is er altijd als ik wil praten.
Mijn lief vroeg iedere dag hoe het ging. "Iedere dag een beetje beter."
Ik voel hem nog. Zijn wanhoop, zijn verdriet en zijn pijn. Ik voel me machteloos omdat ik dit wel voel, maar de laatste ter wereld ben die hem kan helpen. Soms vraag ik me af waarom dingen gaan zoals ze gaan, waarom ik ben zoals ik ben.
Maandag belde C. "Je gaat toch niet alleen nog maar professioneel doen hè? Als jij je warme kant gaat wegstoppen achter professionaliteit, dat is een verlies..." Hier viel hij even stil. " Het klinkt misschien dramatisch, maar ik denk dat het een verlies is voor de mensheid."
We moesten lachen om zijn woordkeus, maar zijn woorden glipten mijn hart binnen. Ik realiseerde me dat ik dat zelf ook niet wil. Misschien kan ik het zelfs niet meer.
Mijn lief en ik zaten twee dagen later 's avonds in bad. Ik weet dat ik hem tot wanhoop drijf met mijn verdriet. Hij heeft het gevoel dat hij niets voor me kan doen en ik weet hem niet duidelijk genoeg te laten voelen hoeveel hij voor me doet. Hij is mijn anker, mijn houvast in deze woelige tijd. Hij keek me aan en stapte over zijn eigen machteloosheid heen. "Het raakt je diep hè." Ik knikte. Dat hij dit snapt troost me enorm. "Maar het gaat iedere dag een beetje beter." zeg ik.

vrijdag 7 mei 2010

Schrijfhexenkring


We hadden weer zo'n bijzondere middag in het Schrijfatelier. Op de zolderverdieping, waar de inspiratie altijd rond zweeft. Op die zolderverdieping, waar ik al zo veel bijzondere middagen heb gehad. Het is altijd een avontuur om er te komen. Eerst ga ik naar Bunnik. Daar zie ik even papa en soms vinden we tijd voor een kopje thee. Dan gaan mama en ik op pad. De reis duurt bijna een uur en dan praten we bij. Mama heeft altijd parkeerplek en om beurten vullen we de parkeermeter. Dan hoeven we enkel de steile trap nog te bedwingen. Mama wil graag in haar eigen tempo lopen en ik wil graag achter haar lopen. In haar rustige tempo klimmen we omhoog en bovenaan de trap staat J. te wachten. Altijd een gulle lach en de koffie en thee staat klaar. Deze keer zitten we in de achterkamer. De voorkamer is gevuld met zon, maar ook de achterkamer heeft iets speciaals. De dunne gordijnen filteren het licht en soms lijkt het me dat de buitenwereld mijlenver weg is van hier.
We spreken samen. J. vraagt mama hoe het gaat. En ik ben er getuige van dat ze oprecht deelt hoe het gaat. De mooie, maar ook de moeilijke momenten in haar huidige leven. Koning K. die overwonnen is, maar wel zijn sporen heeft nagelaten. Haar leven als gepensioneerde en haar leven als ZZP-er. De botsingen tussen deze werelden en de ruimte die hierbij overblijft voor haarzelf. Voor haarzelf en de kunst. Het is roerend hoe ze dit met ons deelt. Het is roerend dat ze het met ons deelt. Hoe vaak gaat men niet terloops aan zo'n vraag voorbij.
Ze vertelt ook over haar toneelstukken. Het stuk dat gespeeld is, het stuk dat nu gerepeteerd wordt en de nieuwe ideeën. Ze leest ook voor uit haar gedichten die ze schreef tijdens een intensieve training. J. en ik zijn stil. We genieten.
Later lees ik voor. Ik heb mijn blogs uitgeprint bij me, maar ze kiezen voor een ander verhaal. Het is een samenraapsel van flarden, van lijntjes energie die ik gevolgd ben. J. krijgt de kriebels als ik voorlees. Ze is zo gevoelig dat ze de trillingen voelt als we tijd en ruimte doorkruizen. Ze is er soms bang van, maar ze wordt er ook door geïntrigeerd. Deze vrouwen geven me het mooiste compliment dat ik kan krijgen. Ik voel hun ontroering en hun oprechte interesse.
Aan het einde van onze schrijfcoachsessie geeft J. aan dat ze ons graag wil blijven zien. Maar het voelt haar niet goed aan om dit als deze sessies door te zetten. Mama wil protesteren, maar ik kijk naar J. Ik kijk naar haar en zeg dat ik het heel mooi zou vinden om elkaar gelijkwaardig te ontmoeten, maar dat zij dan ook op tafel moet komen. Haar gezicht licht op.
We besluiten om ieder kwartaal samen te komen. Samen te praten over wat ons bezig houdt en voor te lezen wat we hebben geschreven. Het zijn bijzondere vrouwen. Ik voel een eenheid als we aan tafel zitten. We verdelen ons altijd over de tafeltjes, zodat er in gedachten een kring ontstaat. Ik voel die kring altijd. Een bepaalde verbondenheid. J. laat het woord heksen vallen. We lachen, maar niemand spreekt het tegen. En zo ontstaat onze hexenschrijfkring.

maandag 12 april 2010

Wat kan ik goed?

Hij vroeg me opeens: "Wat kan je dan wel goed? Ik heb je al drie keer horen zeggen dat je iets niet kan." Ik had me dat eigenlijk geeneens gerealiseerd. Maar dat was inderdaad zo. Tijdens onze rondwandeling door de tuin en het huis waren een aantal zaken ter sprake gekomen waar ik gekscherend van had gezegd dat ik die (nog) niet kon. (Huishouden, beelden maken, ...)
Zijn vraag overviel me. Ik wist even niets te zeggen. Wat kan ik nou eigenlijk goed. Ik ben niet zo trots op mijn prestaties. Ik vind mezelf vooral een fijn mens, maar ik voel geen pronkerigheid voor mijn werk of andere talenten. Terwijl ik tegelijkertijd ook vind dat ik getalenteerd ben. Dat flapte ik er dus ook uit. Dat ik veel talenten heb. Hij keek me nieuwsgierig aan, maar ik liet het daarbij. Toch echoode de vraag na. Wat kan ik goed? Weer stof tot nadenken.

zondag 11 april 2010

Bedankdineetje

Twee en een half jaar hadden ze mijn vader verzorgd. Iedere chemo stonden ze voor hem klaar. Professioneel en hartelijk. Als je zo dicht naast de dood wandelt, dan beleef je het leven anders. En als geen ander weten zij dat. Je ziet het in hun ogen en dat begrip maakt je rustig. De verpleging van de dagbehandeling waren voor mijn vader en ook voor mij en mijn moeder een soort engelen.
Mijn vader is er doorheen gekomen. Aan het begin van het traject had ik dat niet durven geloven, maar hij bleek bijzonder veerkrachtig en vasthoudend. De chemo's sloegen aan en Y. pompte hem vol energie om het te doorstaan.
Afgelopen donderdag hadden we om de verpleging van de dagbehandeling te bedanken ze uitgenodigd voor het eten. Mama en ik hadden gekookt. Simpel, maar lekker. De tafel was mooi gedekt en het huis was vervuld van zijn gebruikelijke gastvrijheid. Ze kwamen in groepjes binnendruppelen. Het was echt een uitje voor ze. Ze genoten van de mooie omgeving en de gezellige ambiance. Op deze afdeling werken ze parttime. Daardoor zien ze elkaar eigenlijk niet zoveel en men genoot van deze kans om bij te praten. Tot slot kwam ook de specialist. G. is een bijzonder man en we zijn bijzonder dankbaar dat hij op ons pad is gekomen. Natuurlijk is het niet aan hem of een behandeling aan slaat, maar soms is het moeilijk dat te scheiden. Maar ook onafhankelijk daarvan, is G. een fijn mens. Ook professioneel en hartelijk, (Ik val in herhaling) maar hij weet daarnaast zonder onnodige paniek de ernst van de situatie duidelijk te maken. Hij sluit zijn hart niet af als hij slecht nieuws moet vertellen. Hij is er. Voor onze duizenden vragen, uitgesproken en niet uitgesproken. Als je zulk nieuws krijgt, dan wankelt je wereld en ik geloof dat we geen betere ondersteuning hadden kunnen hebben dan we van deze lieve groep mensen gekregen hebben.
Als bedankje hielden we dus dit diner en terwijl ik over de tafel keek en hen zag genieten was ik dankbaar. Dankbaar dat we hen een mooie avond konden bezorgen, voor de goede zorgen die ze aan papa hadden gegeven.

zaterdag 20 maart 2010

Tante

Op een ochtend keek ze me indringend aan. "Waarom schrijf je nooit over mij?" De pijn van jaren niet gezien worden lag tussen de woorden. Maar ik reageerde niet op de pijn. Ik vind dat ieder mens recht heeft op zijn eigen pijn, maar ook dat ieder medemens het recht heeft dit te laten liggen. Hoeveel ik ook van haar hou, ik kan haar pijn van die jaren niet weg nemen. Ik luisterde naar haar en verbaasde me. Had ik echt nooit over haar geschreven? De stukjes van de afgelopen twee jaar al weer schoten door mijn hoofd en ik realiseerde me dat ze gelijk had. Alhoewel ze natuurlijk wel in de inleiding staat, omdat ze deelgenoot is van mijn huiselijke kring.
Waarom ben ik nooit eerder op een stukje over haar gekomen? Niet omdat ik haar weinig zie. We zien elkaar iedere dag. Iedere door-de-weekse dag beginnen we samen met een kopje thee, de krant en een pannenkoekje. Alhoewel dit een stuk relaxter klinkt dan het is. Tijdens mijn drukste deel van de dag, terwijl ik pannenkoeken bak, de afwasmachine uit ruim, thee zet, fruit snij, pannen af was, mijn meiden overhoor of opheu zit zij bij me aan tafel. De rust zelve deelt ze in mijn hectiek. Sommige dagen lacht ze met N. onze hulp om mijn chaotische begin van de dag. Sommige dagen zit ze tot over haar oren in de topo of wordt ze gestrikt voor een potje poker.
Daarnaast zorgt zij vaak in de middag voor een kopje thee. Even een kort praatje. Altijd een luisterend oor indien nodig of ze trekt zich juist terug als ik het druk heb.
En dan zijn er natuurlijk onze avondmaaltijden. Regelmatig schuift ze aan. Ze is een zeer dankbare gast aan tafel. Ze vindt alles lekker en geniet duidelijk van mijn glutenvrije, biologische cuisine. Behalve bloemkool. Bloemkool kan ze niet luchten of zien. Nu wil het geval dat bloemkool juist het lievelingsgerecht is van mijn jongste dochter. En zo laveer ik tussen Tante die nooit bloemkool wil en mijn jongste die het het liefste drie keer in de week eet. (We hebben een compromis gevonden, dat we bloemkoolsoep gewoon koninginnensoep noemen en daar hoor ik nog geen klachten over.)
Nou is het leuke aan bloemkool dat je haar er heerlijk mee kunt plagen. Vooral Mickel geniet van het plagen van Tante. Maar eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat als jongste, met twee oudere broers, ze zich goed weert. Soms denk ik zelfs dat zij beter tegen het plagen kan dan hij, als ze terug plaagt.
Terwijl ik ons gezamlijk leven overdenk komt er steeds meer boven. We delen ons leven en ik geniet hier oprecht van. Het is een heerlijk mens. Weer rijst de vraag waarom ik niet eerder over haar schreef. We zien elkaar veel en delen ons leven. Daarnaast is ze ook een heel bijzonder mens. In haar spirituele praktijk weet zo op unieke wijze mensen te bereiken. In de praktijk is ze een heel licht mens, een baken. En het mooie is dat ze in haar dagelijks leven dit aflegt en gewoon haar eigen karma leeft. Met mooie en donkere zijden die haar heel menselijk maken.
Tot slot is het ook heel bijzonder dat ik met haar een cursus mag geven. Zij heeft een enorme kennis in huis en ik ondersteun haar met dans. Als we zo'n workshop samen voorbereiden, dan gebeurt er heel veel. Te veel om hier in de laatste regels te beschrijven. Ik geloof nu ik eenmaal aan het schrijven ben over mijn tante, dat ik bijna niet meer kan stoppen...

dinsdag 9 maart 2010

Kijkje in de ziel

W. kwam binnen met de bravoure van een corpsstudent. Hij droeg een prachtig pak en zijn dubbele windsorknoop was perfect gestrikt. Hij vlijdde zijn collegasjaal op de bespreektafel en verklaarde dat hij uit Den Haag kwam. "Om wat probleempjes glad te strijken."
Ik neem aan dat hij goed is in zijn werk, contractmanagement, want hij wordt alom gewaardeerd, maar ik vind de buitenkant die hij zo zorgvuldig profileerde niet zo interessant.
Daarna kwam een andere collega binnen. Hij feliciteerde W. met het vaderschap. En toen gebeurde het. W. zijn perfecte imagoschil vertoonde een scheurtje. Hij keek verrast over de attentheid. En toen de vragen kwamen over of alles voorspoedig was verlopen, viel deze zelfs even weg.
De bevalling was te vroeg. Zijn vrouw had zwangerschapsvergiftiging. Ik zag zijn blik naar binnen keren. De zorg en de angst, als je dierbaarsten lijden. De trots over zijn zoon. Weer zorg over de complicaties. Zijn vrouw zou voorlopig nog niet de oude zijn. Nee gelukkig bleek de kleine geen hersenvliesontsteking te hebben.
De metamorfose was enorm. Maar ik zag hem er ook mee worstelen. Het is moeilijk om kwestbaar te zijn en na een tijdje schakelde hij bewust weer over op het werk. Een beetje geforceerd, maar misschien doet die vlotte buitenkant wel altijd geforceerd aan als je net een kijkje in zijn ziel hebt gekregen.

zondag 7 maart 2010

Geschenk van de week

Ze legde een feestelijk doosje voor me neer. "Voor jou" zei mijn vader. We zaten om de hoek van de lange tafel. Mijn vader aan het hoofd, mijn moeder tegen over me. Ze keken vol verwachting toe hoe ik het uit pakte. Mijn dochters moesten lachen om mijn gretigheid. Het bleek een pakje met veel laagjes te zijn. Na het mooie cadeaupapier, kwam een mooi doosje. In het doosje zat een vloeipapiertje. Onder het vloeipapiertje zat een zijden flapje... Uiteindelijk kwam ik bij de inhoud. Een mooi hangertje met een zwarte parel aan een zilveren spangetje.
Het cadeau trof me in mijn hart en toen ik op keek zag ik het genoegen op de gezichten van mijn vader en moeder. Ik stamelde: "Maar pap, krijg ik dat zomaar? Wil je niet wachten tot mijn verjaardag of zo?"
Hij barstte los. Het bleek dat ze dit hangertje al maanden geleden hadden gezien bij de juwelier. Het was het geschenk van de week, verkrijgbaar met een wit of een zwart pareltje. Ze vonden het echt iets voor mij, maar mama zei dat een zwart pareltje het beste zou zijn. Dat was helaas niet voorradig, maar kon besteld worden. Maanden gingen voorbij en eindelijk was het binnen gekomen. Mijn vader bastte dat hij absoluut niet nog langer wilde wachten met het geven. Ik lachte. Ik keek in zijn ogen en realiseerde me dat dit een verandering was door zijn ontmoeting met Koning Kanker. Hij wil niet meer wachten op de juiste gelegenheid. Hij leeft iedere dag en met volle teugen.

zaterdag 6 maart 2010

Cement

Ze zei me destijds dat ik het cement in de groep was. Maar toen we als los zand uit elkaar vielen, trok ik mijn conclusies. Ik had het niet gered en was waardeloos cement.
Vrijdag voelde ik ineens weer dat ik cement was. Ik luister en ik praat. Ik zie en ik verbind. Het is niet groots, maar het voelt fijn. Het besef dat ik wel cement in een groep ben, overspoelt me. Dingen zijn gegaan zoals ze gegaan zijn en het is niet allemaal mijn schuld. Misschien lag het niet enkel aan mijn kwaliteit als cement, maar was er ook niet genoeg water voor handen. Zonder vocht kan cement niet binden.
En weer ruim ik een stukje verdriet op.

donderdag 4 maart 2010

Passie

Het gaat goed met me. Eindelijk. Soms kan ik het zelf niet geloven. Iedere dag is een feestje en ik kan iedere dag meer dan ik dacht.
Ik geniet met volle teugen. Juist ik weet de vergankelijkheid hiervan.
Alles lijkt makkelijker te gaan. De meiden en ik lachen veel. Ik heb bijna oneindig geduld. Ik dans met ze in de keuken tijdens het pannenkoeken bakken. We zingen en spelen piano. Ik heb iedere avond lekkere ideeën voor het eten, omdat ik gewoon niet meer te moe ben.
Jojanneke gaat ook als een trein. Ze kan niet stil zitten. Het liefste skate ze door huis terwijl ze dribbelt met haar favoriete bal. Natuurlijk met haar Billabong vestje aan en haar muts op.
Door loopt iets achter op ons. Misschien speelt de groeispurt die haar (wederom) teistert haar parten of de bijholte ontsteking van vorige week.
Ook op mijn werk gaat het goed. Ik heb energie voor tien en stort me met enthousiasme op mijn werk.
Vandaag toen ik naar huis reed bedacht ik me opeens dat de laatste keer dat ik met zoveel passie werkte in de laatste periode bij S&W was. De verschillen troffen me. Toen wilde ik het ook zo graag goed doen, maar realiseerde ik me niet dat men het niet met mij wilde. Ik zette goed werk neer, maar bleek aan een dood paard te trekken, zoals M. het zo mooi uit kan drukken.
Nu heb ik een enthousiaste groep collega's. Er is een positieve flow en ik ben zo dankbaar dat ik hier deel van uit mag maken.
Ik heb altijd vertrouwen dat ik de juiste dingen tegen kom in mijn leven, maar toch werd ik even heel stil.

Het is al weer bijna drie jaar geleden. M. zat op deze dag al vier dagen thuis en ik hield het nog vier dagen vol. Wat is er veel gebeurd.

's Avonds had ik het er met M. over. Hij bleek hier ook mee bezig te zijn. Enkel voelde hij vooral verdriet. Verdriet en onmacht over hoe het gelopen was. Ik wil hem heel graag de ruimte geven om dit een plek te geven, maar soms vraag ik me af wanneer hij nou eindelijk rust vind. Ik wil zo graag dat hij gelukkig is, maar aan dit verdriet kan ik niets doen behalve hem ruimte geven. Ik ben vervuld van dankbaarheid en hij van pijn en dat doet me verdriet.

dinsdag 2 maart 2010

Contact

Toen ik met hem werkte had ik het gevoel dat we op een ander niveau ook contact maakten. Ik moest soms schakelen tussen wat er werkelijk gebeurde en wat hij in mij teweeg bracht. Ik wist dat dit bijzonder was. Tot op dit moment had ik altijd gedacht dat zo'n interactie was voorbehouden aan vakanties. Als je helemaal ontspannen bent en je enkele zorg is om lol te hebben. Maar dat bleek dus niet zo. Zelfs in een zakelijke omgeving kon dit ontstaan.
Na een aantal weken begon hij er over. Of misschien had ik er wel naar gevraagd. Langzaamaan spraken we voorzichtig uit dat wat we ervaarden bijzonder was. Tijdens dit gesprek gebeurde er enorm veel in me. Ik realiseerde me hoe uniek het was dat we dit uitspraken. Ik wist meteen dat dit zo'n moment zou zijn dat ik in mijn hart zou koesteren. (Ik spaar in een ladekastje in mijn hart de meest bijzondere complimenten die ik ontvang, zodat ik die later nog eens te voorschijn kan halen in moeilijke tijden...) De tijd leek stil te staan en ik kon de rest van de wereld voorbij horen razen langs de grens van mijn waarnemingsvermogen. Op momenten van heel intens contact heb ik soms dat de fysieke wereld kleiner en groter lijkt te zijn. Mijn gevoel voor materiele proporties raken uit balans. Misschien is het dat mijn ziel dan even mijn lichaam ontstijgt en ik dus alles vanuit een ander gezichtspunt waarneem.
Het was ook moeilijk. Hoe hou je zulke intense gevoelens in het gareel. Hoe ga je hier mee om. Maar ik sprak mijn vertrouwen uit dat we er wel uit zouden komen.

Ik sprak er over met mijn lief. Hij keek me aan en zei oprecht dat ik er vooral van moest genieten. Zoiets kom je niet zoveel tegen.
Op zo'n moment hou ik zo veel van hem. Hij geeft me de ruimte en vertrouwd me blindelings. Ik lachte naar hem.
Later zei ik hem dat ik heel blij ben dat hij niet jaloers is. Hij vertelde dat in zijn vorige relatie jaloezie had gespeeld. Zij was jaloers en op een of andere manier werd hij daar in meegesleept en deed hij ook jaloers. Het leek wel of dat een uiting van liefde was. Maar dat beknelde zo dat hij zich voor nam dat nooit meer te laten gebeuren. Ik opperde dat we misschien ook niet jaloers waren omdat we elkaar herkend hadden en diep in ons het besef leefde dat we bij elkaar hoorde.

woensdag 24 februari 2010

C's Angels

Typerend voor de bouw, en misschien wel typerend voor het leven, is dat in zo'n mannenwereld men moeite heeft met vrouwen. De receptioniste vertelde me eens, dat als er een vrouw over de luchtbrug loopt in de hal, de wereld kan vergaan zonder dat de aanwezige mannen het zouden merken.
Het is egostrelend hoeveel aandacht iedere vrouw krijgt. Ze zijn galant en grappig. Ze struikelen over hun eigen voeten om het met hun eigen ogen te kunnen zien.
Maar ze kijken dan ook niet verder dan wat ze zien. Vaak komt het niet eens in hun hoofd op dat de vrouw in kwestie ook nog capabel kan zijn. Als ze dan per ongeluk onontkomelijk gelijk heeft, dan verandert zij gelijk van status. Van 'lekker' naar 'bitch'.
Daarnaast is men een beetje bezitterig over een vrouw die eenmaal als de hunne wordt beschouwd. Met een grapje en een kwinkslag wordt iedereen van een andere afdeling te kennen gegeven, dat ze van hun is. Ze doen joviaal, maar het testorongehalte stijgt.
C. is hier een uitzondering op. Hij heeft scherp oog voor talenten en geeft vrouwen een kans om zich te ontplooien. Hij kan ook goed opschieten met vrouwen. In deze mannenwereld wordt hier laatdunkend over gedaan. "O, je hebt haar zeker ingehuurd omdat ze zo'n lekker kontje heeft." Furieus kan hij hierover worden. Toen ik hem over deze kwestie stoom hoorde afblazen wist ik in eerste instantie niet hoe ik me hierover moest voelen. Ik merkte op dat ik niet hoopte dat men ooit zo'n opmerking in mijn bijzijn zou maken. Later realiseerde ik me dat ik er eigenlijk niet kwaad over kan worden. Ik weet dat ze zo zijn. Ik heb erger meegemaakt. Het is mijn diepste overtuiging dat als ik maar lang genoeg in de buurt ben, uiteindelijk iedereen wel overtuigd raakt van mijn capaciteiten. Iedere man die zijn eigen vooroordeel nog moet overwinnen, geef ik de ruimte om dat te doen.
Toch heb ik even ruggespraak gehouden met mijn goede vriendin M. Al jaren werkzaam in de bouw. Ik vroeg haar wat haar ervaringen waren als vrouw in een mannenwereld. Bingo. Het was gelijk raak. Een stortvloed van woorden kwam me tegemoet. "Die mannen!" "Ze zeggen dat ze me op handen dragen, maar ondertussen." "Ik werk me uit de naad voor ze." "Je moet altijd harder werken als een ander om je te bewijzen." Emotie genoeg. Het was heerlijk om er samen over te foeteren.
Terug naar C. Ik wist direct dat ik ook onder zijn dames geschaard werd en eigenlijk heb ik daar vrede mee. Een beetje als Charlie's Angels; mooie vrouwen waar je absoluut voor uit moet kijken.

zondag 21 februari 2010

Oude vriendschap

Vroeger waren we vriendinnen. Soms beste vriendinnen, soms gewoon vriendinnetjes, zoals dat gaat met de wispelturigheid van kinderen. Vanaf de kleuterschool zaten we bij elkaar in de klas. Later zijn we elkaar uit het oog verloren. En nu hebben we elkaar dus weer terug gevonden.
Het is vreemd, dat het soms lijkt of we elkaar nooit kwijt zijn geweest. Het is heel vertrouwd. Ze weet veel van mij en mijn familie en ik ken haar familie en achtergrond. Dat is makkelijk als je je hart wilt luchten. Ookal ontdekken we soms dat we sommige dingen van vroeger heel anders ervaren hebben. Zij weet veel meer van vroeger. Details waar ik me van af vraag of ik ze ooit geweten heb en als ik dat al gedaan heb, ben ik ze dus nu duidelijk vergeten. Klasgenootjes die thuis problemen hadden of een verhaal over ouders die erg vrij waren in de liefde. Dat resulteerde in 'verkeerde' moeders uit het bed van de 'verkeerde' vader. Nu kunnen we er om lachen. Om de rariteit ervan en om mijn onnozelheid dat ik dat nooit door heb gehad. (Ik heb wel even gechecked, maar mijn ouders deden hier niet aan mee.)
Altijd als we samen zijn komt vroeger ter sprake, maar we praten vooral over nu. Ooit zei ze me eens dat mij alles was aan komen waaien. Dat was net na een bijzonder moeilijke periode van chronische moeheid, maar dat kon ze niet weten. Haar oprechte mening dat mijn leven voor de wind ging, deed me lachen. Uiteindelijk zei ik haar dat we allemaal onze eigen draken bevechten. En dat doen we ook.
Nu ze weer meer in mijn leven is, kunnen we er samen om lachen.
We spreken elkaar bijna iedere week. Over grote en kleine zaken. Haar bazen (Bert en Jan) en mijn leidinggevenden (destijds eerst een Bert en toen een Jan..)
Het lijkt of de tijd langzamer gaat als we samen zijn, terwijl hij tegelijkertijd voorbij raast. Het is altijd bijzonder. We lachen veel en delen ook onze zorgen en verdriet.
Ik ben blij dat ze weer in mijn leven is. Ze is bijzonder.

donderdag 11 februari 2010

Geur vol veiligheid

Het went, deze nieuwe samenwerking. Ik heb gemerkt dat ik toch weer een beetje onzeker was. Niet wetend hoe T. is en wat hij verwacht. En ik, die natuurlijk zo verschrikkelijk hard mijn best doe.
Hij blijkt sympathiek. Bij de eerste bespreking merkte ik al dat hij echt wat opgestoken had bij de cursus 'mensgericht leidinggeven'. Hij is een streber, maar wel met oog voor de menselijke kant. Ik vermoedde al snel dat het goed voor mijn nederigheidsgevoel zou zijn, om met hem samen te werken. Hij stelt hoge eisen. Maar ik merk dat ik dat zelf nog meer doe en dan vooral aan mezelf.
Wat een punt van reflectie: Ik doe wel erg hard mijn best. Te hard wellicht. (Waarom doe ik dat?) En ik stel hogere eisen aan mezelf dan anderen. Hoger dan anderen van mij eisen en hogere eisen dan ik van anderen eis. Wat maakt mij dit?
Ik kijk in mijn innerlijke spiegel en bezie mezelf. Leergierig, werklustig, genietend van iedere dag. Maar ook veeleisend, tikje onzeker en meer een streber dan ik me besefte. Ik lach maar naar mezelf. Want met alles vind ik mezelf toch ook leuk.
De nieuwe samenwerking brengt nieuwe reflectie teweeg. Maar ik vind mijn plek. T. is attent op een sympathieke wijze. We tasten voorzichtig onze samenwerking af. Hij vraagt mijn mening, geeft me ruimte voor eigen inbreng en hij maakt oprecht contact. Maar wat me vooral op me gemak stelt is zijn geur; Hij ruikt lekker. Geuren zijn moeilijk te omschrijven. Hij ruikt naar zomerweide en lachen. Hij ruikt veilig en beschermend. Het troost mijn beschadigd hart.
Toen het niet goed ging in ons familiebedrijf, heb ik geprobeerd om datgene te doen wat het beste was voor de bedrijfscontinuiteit. Mijn neven zagen dat anders en dachten dat ik op macht belust was. (Zoals de waard is...) Toen ik de ultieme opoffering deed, werd ik weggeduwd. Mickel keek toen naar me en huilde onvergoten tranen. Hij was boos over de wending die de situatie nam. (Er was nu echt geen hoop meer.) Maar vooral had hij verdriet omdat ik afgewezen werd en hij toen al wist dat dit een litteken in mijn ziel zou slaan. Ik dacht dat het mee viel. En het viel me ook wel mee. Maar soms, zoals nu, dan realiseer ik me dat ik toch wel een beetje beschadigd ben.
De geur van T. troost mijn beschadigd hart, net als het lachen met J. dat doet en de liefdevolle aandacht van Z. en gekke S. Het leven is soms hard, maar vandaag is het ook bijzonder mooi.

donderdag 4 februari 2010

Verdriet

Dit najaar vertelde hij mij vol trots over de tour die hij in Amerika zou rijden. Op een Harley voor een goed doel. Familie reed mee en het zou een hele happening worden. Indian summer. Pas later realiseerde ik me dat die button van dat vrolijke meisje op zijn bureau dat goede doel was.
Zelf kinderloos was zij een soort petekind. Een prachtig meisje. Ze had leukemie.
Het is altijd al moeilijk om een beenmergmatch te vinden, maar voor gekleurde mensen schijnt de kans om een goede match te vinden nog kleiner te zijn. Er werd van alles georganiseerd en vooral ook allerlei geld ingezameld om dit mogelijk te maken. Ze vonden een bijna-match. Het beste wat er was en daar probeerden ze het mee.
In eerste instantie leek het niet aan te slaan. R. zag er bedrukt uit. Zijn vrouw vloog naar New York om het meisje bij te staan.
Twee weken later leek hij wel op vleugels te gaan. Het ging goed met haar! De behandeling sloeg toch aan en de kanker was bijna niet meer terug te vinden.
Weer later waren er toch complicaties. Het lijfje ontwikkelde afweerreacties tegen het vreemde merg.
Dag na dag zag ik zijn wanhoop groeien.
Soms leefde hij op, zoals toen ze op bezoek mocht bij Barack Obama.
Het uitje viel bijna in het water, omdat ze een paar dagen weg zakte in coma.
Maar ze is een vechter, verklaarde hij trots, en met wat vertraging kon ze toch naar het witte huis.
Vol trots liet hij de prachtige foto zien. Een klein, dapper en o, zo ziek meisje dat vol adoratie naar Barack op kijkt. En hij draagt haar roze handtasje met de broodnodige zuurstof.
Daarna ging het steeds meer bergafwaards. Ik kon het horen in zijn stem dat hij de moed op had gegeven. Ze was op een punt gekomen, dat vechten te laat is en dat je haar enkel rust wil gunnen. Haar directe omgeving zag dat misschien nog niet, maar R. al wel.
Haar heengaan kwam toch als een schok.
Vandaag zag ik hem en toen ik in zijn ogen keek, voelde ik zijn verdriet. Peilloos verdriet, gepaard met wanhoop en machteloosheid.
Ik kon enkel een hand op zijn schouder leggen en mijn medeleven betuigen. En dat schoot natuurlijk veel te kort. Ik had hem willen knuffelen. Ik had hem uit willen laten huilen. Ik had met hem willen huilen. En dat probeerde ik in die ene handdruk te leggen. Hij keek naar me op en onze ogen werden vochtig.
Wat een verdriet.

woensdag 3 februari 2010

Veranderingen

Sinds afgelopen maandag heb ik een nieuwe functie. Het is een mooie kans. Ik heb er zin in. Veel nieuwe dingen te leren en absorberen. Bij deze nieuwe functie hoort een nieuwe werkplek.
Een nieuwe werkplek betekent dat je afscheid neemt van je vorige plek. En dat afscheid gaat me niet zo goed af.
Eind vorige week besprong me het gevoel dat het nooit meer zo leuk kon worden als het was. Onzin zei mijn ratio. Mijn ratio vervolgde met scherpe waarnemingen uit het verleden. Had ik dat niet ook gevreesd toen ik naar deze plek verhuisde? En niets was minder waar. Dus ik spreek die emotionele kant van me vermanend toe om ook hier weer het beste van te maken. Om open te staan voor de leuke, nieuwe en en uiteraard ook bijzondere mensen die ik hier ga ontmoeten.
Maar mijn voeten zijn eigenwijs en ik ben de afgelopen dagen al vijf keer voor de deur van mijn oude plek opgeschrokken uit mijn mijmeringen. Op de automatische piloot verkeerd gelopen. Ik lach er om. Ik ga er het beste van maken daarboven.
Maar ik mis I. en C.en neem me voor om vroeger te gaan lunchen. Misschien zie ik ze dan nog even.
Uiteindelijk verlies ik ze niet, maar maak ik juist meer vrienden.

maandag 25 januari 2010

Kerstengeltje

Het was kerstavond. We zaten aan de tafel. Het eten was nog net niet klaar, maar we genoten alvast van de prachtig gedekte dis. Mijn moeder heeft een gave voor tafelversiering en ze deelt dit met haar oudste kleindochter. Samen hadden ze er zo'n mooi tafereel van gemaakt dat ik betwijfel of waar dan ook in Nederland een restaurant was met een mooiere tafel dan de tafel die wij deelden. Ik genoot. Opeens werd mijn overpeinzing onderbroken door het heldere stemmetje van mijn nichtje J. J. is een parmantige dame van twee jaren oud. Ze legde haar kleine handje op haar moeders arm en vroeg: "Jarig?" Met de nadruk op -ig en zo'n sterke vragende intonatie dat je zou vermoeden dat ze Frans bloed in zich had. Haar moeder schudde even het hoofd. Tot ze de glimmende blik van haar dochter volgde naar de stapel cadeautjes die op ons lag te wachten. "Kadoootjes?" vervolgde kleine J. Mijn zus lachte:"Nee er is niemand jarig. Niet hier. Kinneke Jezus was wel jarig en dat vieren we." Kleine J. zei nog iets volhardender: "Kadoootjes?"
Het werd een bijzondere avond. We wisselde iedere gang af met een rondje cadeautjes. Kleine J. kreeg gedurende de avond steeds rodere blossen op haar wangen. Steeds kwam ze aangesneld: "Kadoootjes?" "Mij! Mij! Mij!" Als ik haar dan moest teleurstellen ("Nee, deze is voor je mama") liep ze zo snel als haar beentjes haar dragen konden naar de gelukkige en snelde ze zo mogelijk nog harder terug. "Kadootjes? Mij! Mij! Mij!" En als er dan een cadeau voor haar was, dan zuchtte ze diep en verkondigde nog wat luider "Mij!" Samen met haar cadeau ging ze dan naar haar mama en na het uitpakken, kwam ze er weer aan.
"Kadoootjes?"

Iedere kerst is bijzonder. Iedere kerst heeft zijn eigen verhaal. Natuurlijk was ik intens gelukkig om kerst met mijn ouders, mijn eigen gezin en met het gezin van mijn zus te vieren. Het was heerlijk om te koken met mijn zwager en geholpen door mijn meiden. Mijn zwager heeft onverwacht attente kanten van zichzelf laten zien waar ik nog steeds een beetje stil van ben. Ook mijn vaders daginvulling was bijzonder. Na twee-en-een-half jaar chemo's had hij deze dag zijn laatste chemo. Mijn moeder ging dapper met hem mee, zoals ze gedurende dit hele traject zo dapper naast hem gestaan heeft. En ze gaf ons de ruimte om te helpen. Wij mochten koken, boodschappen doen en dat is soms moeilijk los te laten voor een moeder. (Hoe ouder ik word, hoe meer ik dat begin te begrijpen.)Mooi was ook mijn dochter J. die met haar eerste maanden pianoles "Frosty the snowman" ingestudeerd had voor deze avond. Samen hadden we menige avond geoefend en er was zelfs speciaal voor deze gelegenheid een keyboard aangeschafd.
Maar de kroon op deze avond was mijn nichtje kleine J. Mijn kerstengeltje, maar dan ondeugend zoals twee-jarigen zijn.