'Wat voelde je?' vraagt Mickel me.
Hij had het al in het tempelcomplex gevraagd, maar toen wist ik het nog niet.
Geen individuele energie. Ik weet niet of dat te lang geleden is of dat het overwoekeren van de jungle dat opgeschoond heeft. Ik had ook niet de bloeddorstigheid waargenomen die er zeker geweest moet zijn, gezien hun overtuiging dat als je strijdend ten onder ging dat je regelrecht naar de hemel mocht. Als je niet strijdend overleed moest je zes beproevingen doorstaan. Die zin roept iets in me op, maar ik kan er mijn vinger niet op leggen. Een zekere herkenning. Rationeel bedenk ik gelijk dat dit overeenstemming vertoont met wat men in sommige andere culturen ook geloofd.
Als ik het complex uit loop, bij de overgang naar het parkeerterrein, realiseer ik me dat ik tot dan toe steeds iets waargenomen heb. Net op de rand van mijn bewustzijn. Alsof er duizenden stemmen spreken. Bij het verlaten van het terrein voel ik deze energie langs mijn ziel strelen. Ik voel me helen.
Later spreek ik met Mickel over de theorie van de Celestijnse belofte dat er hele volken van trillingsgetal zijn veranderd. Ik weet het niet, maar het voelde heel mooi.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten