zondag 30 november 2008

Stil staan

Ik zag K. in de stad. K. is onze stagiaire ICT. Toen ik hem leerde kennen, zat hij net in de ramadan. Hij hielp mij, als nieuwe medewerker bij de BAM, om mijn instellingen op mijn computer naar wens te krijgen. De juiste printer toevoegen uit een gigantische lijst van printers en zulk soort kleine ICT puzzels. Het duurde wat langer en als waardering voor zijn moeite, bood ik aan om koffie voor hem te halen. Fout. Het was ramadan. Hij reageerde heel vriendelijk, met het geduld van een vastende moslim aan een onwetende Nederlander.
In de stad zag ik hem in een hele andere setting. Hij stond met wat vrienden op straat te praten. Opeens was hij niet de leerling ICT-er, maar een stoere jongen. Ik groette hem en vroeg hem of hij misschien al klaar was met zijn stage. Ik had hem al een week niet gezien op het werk. Hij aarzelde even. Toen zei hij dat hij vrij genomen had wegens familieomstandigheden. Even leek het dat hij het hierbij zou laten, maar opeens keek hij me recht in de ogen en zei dat zijn broertje was overleden. Ik was geschokt. Ik condoleerde hem oprecht. Hij zei dat het gebeurd was bij de brand. Het krantenartikel kwam mij gelijk voor de geest. Ik had het niet uitgelezen, omdat ik het zo verschrikkelijk vond. Jongetje van vier overlijd door brand. Ik had niet kunnen denken dat dit zo dichtbij zou komen. Mijn woorden schoten te kort. Ik kwam niet verder dan dat ik het heel erg voor hem vond. Zijn ogen waren vochtig en de mijne ook. We keken elkaar nog steeds aan en het scheen me dat ik recht zijn ziel ik kon kijken. Ik drukte mijn hand op zijn schouder en wenste hem nogmaals sterkte. Hij knikte en ik liep door. Achter me werd het gesprek weer hervat met zijn vrienden. En ik? Ik was een beetje van de kaart. Later kwam ik thuis met verkeerde boodschappen. Maar toch vond ik het heel bijzonder dat hij het aan me vertelt had. Zomaar op straat, leek de tijd even stil te staan.

woensdag 12 november 2008

Zwarte draden

Ik zat naast haar in het klasje. We mediteerden. We mediteren eigenlijk bijna constant in het klasje. Weer zo'n voorbeeld van 'met je spot naar bed gaan.'
Zij had nog zo om mij gelachen, toen ik de eerste les, na drie meditaties voorzichtig vroeg of we ook nog wat anders gingen doen. Niet dus. Weken later vroeg ze me glimlachend hoe ik het nou vond. Het gaat. Ik heb nog steeds wat weerstand op meditaties en mis interactie, beweging en misschien nog meer. Maar tijdens de meditaties ontmoet ik mezelf en dat is ook onverwacht mooi.
Ze zat dus naast me deze keer. Tijdens de geleide meditatie werd ik afgeleid door iets in haar energieveld. Het leek net of er zwarte draden door haar benen liepen. Het leek het meeste op de zwarte laag die ik altijd om papa's voeten waarneem als hij extreem veel zenuwpijn heeft. Bij hem zijn het bijwerkingen van de chemo. Bij haar wist ik het niet en niet in staat mijn nieuwsgierigheid te bedwingen, nam ik een kijkje.
Eerst koppelde ik het zwart los van haar systeem en plaatste het buiten haar. Ik vroeg deze energie zijn eigen vorm aan te nemen en terug te gaan naar de tijd waar hij 'de draad' was kwijtgeraakt. Ik kreeg beelden door van een man die lijdde in een sneeuwlandschap. Ik voelde gemene pijn in mijn wangen, alsof die bevroren waren. De figuur was afgebeuld en zijn onderbenen waren nauwelijks herkenbaar. Later zou hij hier sterven in de sneeuw.
Eerst vroeg ik het figuur om contact te maken met zijn verminkte energielichaam. Het fysieke lichaam is al lang vergaan, maar op energetisch niveau wordt de pijn in stand gehouden. Zodra hij contact maakte, heelde het energetische lichaam, maar er bleef verwarring. Toen gingen we op zoek naar de les van dit leven. Degene die hem dit aangedaan had kwam er bij en er werd wat energie uitgewisseld. Degene die het aangericht had betuigde spijt en deze energie transformeerden we in een grote zwarte ketel tot een gelei-achtige substantie. Als ik in gedachten deze gelei op haar benen smeerde leken de zwarte draden te verminderen. Echter na tien minuten zag ik de zwarte draden terugkeren en ik wist dat het nog niet opgelost was.
In de pauze deelde ik mijn beelden met haar en ze was me intens dankbaar. Ze had al twee weken onnoemelijke pijn aan haar been (distrofie). Gelukkig had ze niet meer veel last van haar aangezichtspijnen die haar eerder hadden geplaagd.
Thuis liet het voorval me niet los. Ik zocht de figuur nogmaals op. Hij had geduldig gewacht. Hij zei dat hij zichzelf wel even bezig kon houden en dat ik alle tijd kon nemen. Opeens realiseerde ik me wat hij deed: Hij hakte kinderarmpjes in kleine hompjes. Ik was met afschuw vervuld, maar het figuur leek zich van geen kwaad bewust. Ik volgde het lijntje van deze onverschilligheid en kwam er achter dat het incident in de sneeuw een wraakactie was geweest. Dit figuur had zonder enige spijtgevoel of mededogen afgrijselijke dingen gedaan. Op energetisch niveau zocht ik naar aanknopingspunten en twee dagen later voelde ik opeens een klik. Het figuur had contact gekregen met een hoger bewustzijn en zag in wat hij aangericht had. Nu kwam er pas echt een energie-uitwisseling op gang. Spijt, wroeging, vergeving vormden samen een helende draaikolk. Het figuur voelde dat hij nog verder moest om dingen goed te maken, maar ik voelde hem al vervagen, zoals zielen doen die hier hun zaken afgehandeld hebben.
De hele week was ik verschrikkelijk nieuwsgierig hoe het haar vergaan was. Maar angst dat het helemaal niets geholpen zou hebben, weerhield me ervan om te bellen. En ik voelde dat ze misschien wel de rust nodig zou hebben. Er was voor deze week een pijnlijke ingreep gepland.
Toen ik de week erop aan kwam bij het instituut, stapte ze net uit de auto. We ontmoette elkaar voor de deur en ze keek me aan en zei direct: "Je hebt heel veel aan me gedacht hè." Ik beaamde dat schoorvoetend en ze sloeg haar armen om heen. Ze had zelfs een cadeautje voor me bij zich. Mijn lievelingskoekjes. Speciaal voor mij. Ik geloof dat geen koekje me ooit lekkerder smaakte.