De laatste trouwerij dit voorjaar, had alles in zich om de mooiste te worden. De bruid was beeldschoon, de locatie betoverend en ik zou er goede vrienden van Young Call treffen.
Niets was echter minder waar. Toen ik binnen kwam viel de energie me zwaar. De locatie was een voormalige kerk. De inrichting was trendy, met respect voor de ouderdom, maar in mijn gevoel klopte er iets niet. Boven het prachtig gepoetste gedeelte hing in de hoge gewelfen stofslierten. De muziek was me te hard en de gasten te oppervlakkig.
Mijn lief heeft me met verbazing gade geslagen. Binnen een kwartier was mijn opgetogen stemming geabsorbeerd door het feestgewoel, weer een kwartier later had ik moeite om fatsoenlijk te blijven kijken en na nog een kwartier wilde ik enkel nog maar naar huis. Buiten vroeg hij me of ik iets verkeerds op had, of er iets gebeurd was of hij iets voor me kon doen. Maar ik wilde enkel weg daar.
In mijn gevoel groeiden de stofslieren uit tot grijpende armen, waar men vrolijk onderdoor danste, zich niet bewust van wat er zich vlak boven hen afspeelde. De muziek werd steeds grotesker en de gasten leken wel etalagepoppen.
Ik weet niet wat me bezield heeft. De bruid is een heel mooi mens, die me dierbaar is, maar ik hield het er niet vol.
Ik hoop dat het bruidspaar meer hebben genoten op hun feest dan ik dat heb. Ze straalden, dus daar heb ik al het vertrouwen in. En vooral hoop ik dat ze in de rest van hun leven geluk vinden. En onderwijl overdenk ik mijn rare ervaring.
P.S. Mijn lief verzekert me dat het een prachtig feest was. De muziek helemaal niet zo hard stond en de kerk brandschoon was. ☺En er was geen paspop aanwezig.
woensdag 28 oktober 2009
donderdag 8 oktober 2009
Trouwerij III
Toen ik M. leerde kennen had ze al snel een relatie met W. Ze waren min of meer gelukkig. Op een dag bleek hij minder trouw dan gedacht en toen werden de haarscheurtjes in hun relatie kloven. Haarscheurtjes over dat hij haar in de praktijk weinig respect gaf. Haarscheurtjes over dat hij haar het liefste zag als verlengstuk van zichzelf en zijn carrière. En de druppel was zijn ontrouw.
M. kwam gebroken uit deze relatie. Haar vertrouwen ernstig geschaad. Zo ernstig dat mijn schoonvader vreesde dat ze na 'die waardeloze kerel' geen enkele man meer in haar hart zou laten. Mijn schoonvader had een zwak voor haar. Altijd al gehad. Ze was een pittig meisje, leuk om te zien en een lief karakter. Hij zei weleens gekscherend dat als hij in het oosten zou wonen, waar men een heel harem kon hebben... Of als hij vijftig jaar jonger was...
M. fleurde een beetje op van deze woorden, maar over het algemeen was ze triest. In deze trieste tijd kwamen wij nader tot elkaar. Ze kwam ieder weekend. We aten vaak samen, dronken duizend kopjes thee. We liepen met de hond, we luierde op ons dakterras. We lachten en huilden, soms zelfs tegelijkertijd.
Deze tijd is me zeer dierbaar en terwijl ik dagelijks voor haar bad dat ze weer geluk zou vinden, was het geluk bitterzoet toen het kwam.
Haar geluk kwam op een motor, in de vorm van een attente, iets verlegen collega. Al jaren vrijgezel en tot over zijn oren verlieft op M. Samen vormden ze ultiem geluk. De blik in haar ogen was nooit eerder zo zacht geweest als wanneer ze naar hem keek. En soms bekroop mij het gevoel dat hij al zijn hele leven juist op haar had gewacht. Het was mooi om ze samen te zien, maar tevens was er het besef dat onze tijd als voorheen voorbij was.
Nu is M. trouw. Heel trouw aan haar vrienden en ookal emigreerde ze naar de andere zijde van het land, ze blijft investeren in onze mooie vriendschap. Er is minder tijd, maar meer geluk en dat maakt alles goed. Geluk in haar leven en geluk in haar ogen.
Op een mooie dag in mei gaven deze twee bijzondere mensen elkaar het ja-woord. Bijzonder was ook de vriendenkring van hem die haar, maar tijdens de vrijgezellendag en de trouwerij ook ons, vol warmte in hun midden opnam.
Bij een idyllische watermolen met een fantastische band werd het huwelijk bezegeld met een spetterend feest.
Als ik nu aan ze denk zie ik ze staan. Armen om elkaar heen, iets naar elkaar gebogen, staan ze voor een groot bouwbord met een lang gedicht van haar collega's, 'haar jongens'. Ze lachen om de grappen, maar er ontsnapt ook een traantje van ontroering en zo staan ze op mijn netvlies gegrift.
M. kwam gebroken uit deze relatie. Haar vertrouwen ernstig geschaad. Zo ernstig dat mijn schoonvader vreesde dat ze na 'die waardeloze kerel' geen enkele man meer in haar hart zou laten. Mijn schoonvader had een zwak voor haar. Altijd al gehad. Ze was een pittig meisje, leuk om te zien en een lief karakter. Hij zei weleens gekscherend dat als hij in het oosten zou wonen, waar men een heel harem kon hebben... Of als hij vijftig jaar jonger was...
M. fleurde een beetje op van deze woorden, maar over het algemeen was ze triest. In deze trieste tijd kwamen wij nader tot elkaar. Ze kwam ieder weekend. We aten vaak samen, dronken duizend kopjes thee. We liepen met de hond, we luierde op ons dakterras. We lachten en huilden, soms zelfs tegelijkertijd.
Deze tijd is me zeer dierbaar en terwijl ik dagelijks voor haar bad dat ze weer geluk zou vinden, was het geluk bitterzoet toen het kwam.
Haar geluk kwam op een motor, in de vorm van een attente, iets verlegen collega. Al jaren vrijgezel en tot over zijn oren verlieft op M. Samen vormden ze ultiem geluk. De blik in haar ogen was nooit eerder zo zacht geweest als wanneer ze naar hem keek. En soms bekroop mij het gevoel dat hij al zijn hele leven juist op haar had gewacht. Het was mooi om ze samen te zien, maar tevens was er het besef dat onze tijd als voorheen voorbij was.
Nu is M. trouw. Heel trouw aan haar vrienden en ookal emigreerde ze naar de andere zijde van het land, ze blijft investeren in onze mooie vriendschap. Er is minder tijd, maar meer geluk en dat maakt alles goed. Geluk in haar leven en geluk in haar ogen.
Op een mooie dag in mei gaven deze twee bijzondere mensen elkaar het ja-woord. Bijzonder was ook de vriendenkring van hem die haar, maar tijdens de vrijgezellendag en de trouwerij ook ons, vol warmte in hun midden opnam.
Bij een idyllische watermolen met een fantastische band werd het huwelijk bezegeld met een spetterend feest.
Als ik nu aan ze denk zie ik ze staan. Armen om elkaar heen, iets naar elkaar gebogen, staan ze voor een groot bouwbord met een lang gedicht van haar collega's, 'haar jongens'. Ze lachen om de grappen, maar er ontsnapt ook een traantje van ontroering en zo staan ze op mijn netvlies gegrift.
Abonneren op:
Posts (Atom)