Op 7 november stond ik al tien minuten te wachten tot onze hamburger gaar zou zijn. Deze werd speciaal voor ons gebakken. Het duurde lang. Langer dan hij gezegd had en langer dan ik had gedacht. Opeens viel mijn oog op het werkblad waar de kok zijn spatel op legde. Daar lagen broodkruimels. Ik stond in dubio. Zou ik zeggen dat ik deze hamburger niet mocht en hem laten proberen een nieuw exemplaar glutenvrij te maken? Zou dat wel kunnen, hier met deze kok? Was het eigenlijk wel zo erg? Wat zijn nou een paar kruimeltjes?
Ik nam een besluit. Ik dacht "Living on the edge!" Wat kan een kruimeltje nou voor kwaad.
Twee dagen later sloeg de vermoeidheid toe. De zwaartekracht leek sterker en iedere trap hoger dan de dag ervoor. De angst sloeg me om het hart. Een week later sprak ik mijn bange vermoedens uit tegen M. Weer een week later zat ik bij mijn homeopatisch therapeut en zij bevestigde wat ik al wist. Ik had gluten binnen gekregen. Darmvlies weer een heel stuk achteruit, darmflora weer maanden achterop. Ik lachte wrang. Ik dacht "living on the edge" maar ik kukelde er over.
Kruimeltjes zijn voor de vogeltjes niet voor Tonja.
maandag 30 november 2009
zaterdag 28 november 2009
Hans
Vandaag hebben we Hans begraven.
De mis werd gekleurd door zijn kinderen en vrouw die hun herinneringen met ons deelden. En zo werd een beeld geschetst van een opmerkelijk man. Hij was er altijd. Hij was wijs. Hij zorgde met immense tederheid voor de zijnen. Hij had geworsteld in zijn leven en zijn gezin met hem. Hij was een levensgenieter die iedere dag bijzonder wist te maken. Ik leerde kanten van zijn leven kennen die ik niet eerder had gezien. Ze huilden en ik huilde mee.
Hij heeft een vrouw en vijf kinderen achter gelaten. En ze waren er nog niet aan toe om afscheid te nemen. Zij had al tweemaal op de rand van de dood gebalanceerd en begon haar speech met heel eerlijk te vertellen dat ze nooit had kunnen denken dat zij hier zou spreken. Wij ook niet. Allen hadden gedacht dat zij eerder gehaald zou worden. Maar ze vertelde naast haar verdriet ook over hun liefde. "Ik ben veertig jaar verliefd geweest op hem. Als ik hem zag dan sprong mijn hart op. En hij was veertig jaar verliefd op mij. Dat is een geschenk dat weinigen krijgen."
Het was een regenachtige dag, maar toen ging de zon schijnen. Hij drong door tot de diepe kern van de kerk en verlichtte de dag.
Vaarwel Hans. Het ga je goed.
De mis werd gekleurd door zijn kinderen en vrouw die hun herinneringen met ons deelden. En zo werd een beeld geschetst van een opmerkelijk man. Hij was er altijd. Hij was wijs. Hij zorgde met immense tederheid voor de zijnen. Hij had geworsteld in zijn leven en zijn gezin met hem. Hij was een levensgenieter die iedere dag bijzonder wist te maken. Ik leerde kanten van zijn leven kennen die ik niet eerder had gezien. Ze huilden en ik huilde mee.
Hij heeft een vrouw en vijf kinderen achter gelaten. En ze waren er nog niet aan toe om afscheid te nemen. Zij had al tweemaal op de rand van de dood gebalanceerd en begon haar speech met heel eerlijk te vertellen dat ze nooit had kunnen denken dat zij hier zou spreken. Wij ook niet. Allen hadden gedacht dat zij eerder gehaald zou worden. Maar ze vertelde naast haar verdriet ook over hun liefde. "Ik ben veertig jaar verliefd geweest op hem. Als ik hem zag dan sprong mijn hart op. En hij was veertig jaar verliefd op mij. Dat is een geschenk dat weinigen krijgen."
Het was een regenachtige dag, maar toen ging de zon schijnen. Hij drong door tot de diepe kern van de kerk en verlichtte de dag.
Vaarwel Hans. Het ga je goed.
maandag 16 november 2009
De theoloog, de filosoof en de heks
Al toen ik net op deze afdeling zat, voelde ik dat het goed was.
Het was alsof een engel op mijn schouder in mijn oor fluisterde dat het goed was dat ik C. werkelijk zou ontmoeten. Want ontmoeten doe je elkaar in zo'n samenwerking. Je mooie zijden en je schaduwzijden komen aan bod.
C. is een opmerkelijk man. Er is een goed theoloog en een historicus aan hem verloren gegaan en nu heeft hij een commerciele inkoopfunctie. Maar op geheel eigen wijze weet hij de theologie en zijn geschiedenispassie te verweven in deze functie. Dit resulteert in een heel bijzondere inkoper, maar vooral in een bijzonder mens. Hij komt uit een streng gelovig milieu en nog steeds heeft zijn geloof een prominente plek in zijn bestaan. Wat hem onderscheidt is zijn open houding. Hij is oprecht nieuwsgierig en geeft ruimte, ook aan kritische meningen. En hij kan lachen als geen ander. Zo relativeert hij en ontspant hij en ik met hem.
Onze afdeling herbergt ook een filosoof. I. heeft een beschouwende levenshouding en weet zijn scherpe blik met een vleugje cynisme neer te zetten. Maar zijn cynisme is niet ondermijnend, eerder opbouwend. Hij weet productief zijn mening te verwerken en daardoor is hij een fijn mens om mee samen te werken. Alhoewel het even geduurd heeft voor ik dit zag. Ik zag eerst zijn eeuwig gematigde mening: "Het was niet slecht" betekende dat het prima was. Nu is dat anders. Misschien zijn we ook veranderd in onze samenwerking, want ik zie steeds meer een hele warme kant van hem. Hij geeft regelmatig oprechte complimenten. Hij ziet het altijd als eerste als ik niet helemaal lekker in mijn vel zit. Het is fijn vertoeven met hem.
En ik, wat is mijn rol in dit drieluik? Ik schud ze soms wakker. Ik confronteer ze met wat ze vorige week zeiden. Ik houd ze bij de les, door staccato te vergaderen. Ik lach met ze en langzamerhand weet ik zonder professionaliteit in te leveren, menselijker te worden. Ik krijg de ruimte om de afdeling te professionaliseren en meer mezelf te zijn. Want ze zijn oprecht geinteresseert in dit heksje. Schoorvoetend vind ik mijn weg en samen lachen we iedere dag.
Het was alsof een engel op mijn schouder in mijn oor fluisterde dat het goed was dat ik C. werkelijk zou ontmoeten. Want ontmoeten doe je elkaar in zo'n samenwerking. Je mooie zijden en je schaduwzijden komen aan bod.
C. is een opmerkelijk man. Er is een goed theoloog en een historicus aan hem verloren gegaan en nu heeft hij een commerciele inkoopfunctie. Maar op geheel eigen wijze weet hij de theologie en zijn geschiedenispassie te verweven in deze functie. Dit resulteert in een heel bijzondere inkoper, maar vooral in een bijzonder mens. Hij komt uit een streng gelovig milieu en nog steeds heeft zijn geloof een prominente plek in zijn bestaan. Wat hem onderscheidt is zijn open houding. Hij is oprecht nieuwsgierig en geeft ruimte, ook aan kritische meningen. En hij kan lachen als geen ander. Zo relativeert hij en ontspant hij en ik met hem.
Onze afdeling herbergt ook een filosoof. I. heeft een beschouwende levenshouding en weet zijn scherpe blik met een vleugje cynisme neer te zetten. Maar zijn cynisme is niet ondermijnend, eerder opbouwend. Hij weet productief zijn mening te verwerken en daardoor is hij een fijn mens om mee samen te werken. Alhoewel het even geduurd heeft voor ik dit zag. Ik zag eerst zijn eeuwig gematigde mening: "Het was niet slecht" betekende dat het prima was. Nu is dat anders. Misschien zijn we ook veranderd in onze samenwerking, want ik zie steeds meer een hele warme kant van hem. Hij geeft regelmatig oprechte complimenten. Hij ziet het altijd als eerste als ik niet helemaal lekker in mijn vel zit. Het is fijn vertoeven met hem.
En ik, wat is mijn rol in dit drieluik? Ik schud ze soms wakker. Ik confronteer ze met wat ze vorige week zeiden. Ik houd ze bij de les, door staccato te vergaderen. Ik lach met ze en langzamerhand weet ik zonder professionaliteit in te leveren, menselijker te worden. Ik krijg de ruimte om de afdeling te professionaliseren en meer mezelf te zijn. Want ze zijn oprecht geinteresseert in dit heksje. Schoorvoetend vind ik mijn weg en samen lachen we iedere dag.
woensdag 4 november 2009
Gouden stem
Ik nam deel aan een zang workshop. Nu is mijn stem niet zo toonvast en helaas ook niet altijd zuiver. Terwijl ik ploeterde om me mijn partij eigen te maken, verveelde hij zich. We kregen oogcontact en moesten lachen. Hij had een andere partij en had de pech dat die als laatste uitleg kreeg. Om de tijd te door te komen, kwam hij bij ons, sopranen staan. Hij had een uitzonderlijk bereik voor zo'n groot lichaam. Hij kon met gemak de vrouwelijke sopranen bijhouden.
Later vertelde hij me dat hij niet ijdel was op zijn uiterlijk, schoolprestaties of wat dan ook, behalve zijn stem. Hij zong in het kerkkoor. Ik moest grinniken bij het idee. Hij straalde ondeugd uit. Een ondeugend jongetje in een volwassen lichaam. Met zijn zestien jaren leek zijn lichaam soms veel te groot voor hem.
Toen de sopranen weer moesten zingen, ging hij achter me staan en zong de partij met me mee. Ik had enorme steun aan zijn goede stem en nu leek ik zelf ook heel acceptabel mee te kunnen zingen. Terwijl ik genoot van deze triomf, voelde ik zijn aanwezigheid als warmte achter me. Zijn stem leek wel vloeibaar goud. Hij omringde me, nam me op en even waande ik me in de hemel.
Toen ik later aan deze bijzondere ervaring terug dacht, kon ik het absoluut niet rijmen met deze jonge jongen. Het had gevoeld alsof ik een oude vriend had terug gevonden.
Gedurende de week zochten we elkaar regelmatig op. Soms even een praatje tijdens de lunch, soms een nachtelijke wandeling, soms een liedje bij het kampvuur. We lachten veel. Hij bleek de gave van contact te hebben. Hij kon contact leggen met een kleuter van drie en met een oud besje. Soms was hij druk, bijna wild. Bij vlagen zag ik steeds meer van hem. Het klikte tussen ons. Ik weet niet of hij dezelfde herkenning had, maar ik herkende hem. Oude levensdraden voelde ik zich verweven met het hier en nu. Ik vond het heerlijk om hem aan te raken en zo sloten we de meeste nachten af met een knuffel onder de sterrenhemel. Door hem aan te raken kon ik voor mezelf een brug slaan tussen de oude draden en het nu.
Het toeval wilde dat ik de eerste dag een workshop met zijn vader had gelopen en daarvoor al een gesprekje in de aanmeldingskeet met zijn zus. Al die ontmoetingen waren buitengewoon en zo leerde ik een buitengewone familie kennen. En hij de mijne.
De laatste avond zaten we bij het kampvuur. Er werden Beatles-liedjes gespeeld en hij zat met mijn dochter D. tegen zijn knieen. Ik zag genegenheid tussen hen heen en weer gaan op de grens van broederlijke gevoelens. Mijn kleine D. wordt groot en in haar nog jonge lijf zag ik de belofte van de mooie vrouw die er aan zit te komen en hij, hij zag het ook. Ongesproken deelden we dit besef in een blik.
Nog steeds als ik aan hem denk, kan ik de gouden gloed van zijn stem voelen. Het was een bijzondere ontmoeting met een bijzonder mens.
Later vertelde hij me dat hij niet ijdel was op zijn uiterlijk, schoolprestaties of wat dan ook, behalve zijn stem. Hij zong in het kerkkoor. Ik moest grinniken bij het idee. Hij straalde ondeugd uit. Een ondeugend jongetje in een volwassen lichaam. Met zijn zestien jaren leek zijn lichaam soms veel te groot voor hem.
Toen de sopranen weer moesten zingen, ging hij achter me staan en zong de partij met me mee. Ik had enorme steun aan zijn goede stem en nu leek ik zelf ook heel acceptabel mee te kunnen zingen. Terwijl ik genoot van deze triomf, voelde ik zijn aanwezigheid als warmte achter me. Zijn stem leek wel vloeibaar goud. Hij omringde me, nam me op en even waande ik me in de hemel.
Toen ik later aan deze bijzondere ervaring terug dacht, kon ik het absoluut niet rijmen met deze jonge jongen. Het had gevoeld alsof ik een oude vriend had terug gevonden.
Gedurende de week zochten we elkaar regelmatig op. Soms even een praatje tijdens de lunch, soms een nachtelijke wandeling, soms een liedje bij het kampvuur. We lachten veel. Hij bleek de gave van contact te hebben. Hij kon contact leggen met een kleuter van drie en met een oud besje. Soms was hij druk, bijna wild. Bij vlagen zag ik steeds meer van hem. Het klikte tussen ons. Ik weet niet of hij dezelfde herkenning had, maar ik herkende hem. Oude levensdraden voelde ik zich verweven met het hier en nu. Ik vond het heerlijk om hem aan te raken en zo sloten we de meeste nachten af met een knuffel onder de sterrenhemel. Door hem aan te raken kon ik voor mezelf een brug slaan tussen de oude draden en het nu.
Het toeval wilde dat ik de eerste dag een workshop met zijn vader had gelopen en daarvoor al een gesprekje in de aanmeldingskeet met zijn zus. Al die ontmoetingen waren buitengewoon en zo leerde ik een buitengewone familie kennen. En hij de mijne.
De laatste avond zaten we bij het kampvuur. Er werden Beatles-liedjes gespeeld en hij zat met mijn dochter D. tegen zijn knieen. Ik zag genegenheid tussen hen heen en weer gaan op de grens van broederlijke gevoelens. Mijn kleine D. wordt groot en in haar nog jonge lijf zag ik de belofte van de mooie vrouw die er aan zit te komen en hij, hij zag het ook. Ongesproken deelden we dit besef in een blik.
Nog steeds als ik aan hem denk, kan ik de gouden gloed van zijn stem voelen. Het was een bijzondere ontmoeting met een bijzonder mens.
Abonneren op:
Posts (Atom)