woensdag 10 december 2008

Tijden veranderen

Het was de verjaardag van mijn nichtje M. Ik had niets gehoord van haar. Ik wist niet of ze het niet vierde of dat ik niet uitgenodigd was. Ik belde haar om haar te feliciteren, maar kreeg haar voicemail.
Tijden veranderen. Toen we tieners waren, was ze mijn hartsvriendin. We konden niet zonder elkaar. Tot haar vaders wanhoop presteerden we het als ik een heel weekend bij haar gelogeerd had om als ik thuis kwam gelijk weer aan de telefoon te hangen. Vertwijfeld riep hij dan uit dat we toch ooit uitgepraat moesten zijn. Wat konden we elkaar nou nog te vertellen hebben? Maar we waren toen nooit uitgepraat. We praatten over jongens, kleding, uit gaan, jongens, eten, vakantie, jongens, muziek, make-up, gedichten en over jongens. Ook over de essentie van het leven, over de hemel en het wel of niet bestaan ervan, over de dood, maar vooral ook veel over jongens. Flirten was onze tweede natuur. Zij was een ware vamp met haar prachtige lange blonde haar en ik, ja ik denk ik op mijn eigen manier ook. Maar dat was toen en tijden veranderen. Nu weet ik niet eens of ze haar verjaardag viert.
Die avond was ik bij mijn vader. Hij feliciteerde me met de verjaardag van M. Weet je, zei hij, weet je dat ik vorig jaar uren heb gedaan over het sms-je om haar te feliciteren. Dat was het eerste sms-je dat ik stuurde na de beenmergtransplantatie, na mijn dip. Hij glunderde en onwillekeurig lach ik met hem mee. Ja tijden veranderen en soms doet het pijn, maar soms is het ook heel mooi.

zondag 30 november 2008

Stil staan

Ik zag K. in de stad. K. is onze stagiaire ICT. Toen ik hem leerde kennen, zat hij net in de ramadan. Hij hielp mij, als nieuwe medewerker bij de BAM, om mijn instellingen op mijn computer naar wens te krijgen. De juiste printer toevoegen uit een gigantische lijst van printers en zulk soort kleine ICT puzzels. Het duurde wat langer en als waardering voor zijn moeite, bood ik aan om koffie voor hem te halen. Fout. Het was ramadan. Hij reageerde heel vriendelijk, met het geduld van een vastende moslim aan een onwetende Nederlander.
In de stad zag ik hem in een hele andere setting. Hij stond met wat vrienden op straat te praten. Opeens was hij niet de leerling ICT-er, maar een stoere jongen. Ik groette hem en vroeg hem of hij misschien al klaar was met zijn stage. Ik had hem al een week niet gezien op het werk. Hij aarzelde even. Toen zei hij dat hij vrij genomen had wegens familieomstandigheden. Even leek het dat hij het hierbij zou laten, maar opeens keek hij me recht in de ogen en zei dat zijn broertje was overleden. Ik was geschokt. Ik condoleerde hem oprecht. Hij zei dat het gebeurd was bij de brand. Het krantenartikel kwam mij gelijk voor de geest. Ik had het niet uitgelezen, omdat ik het zo verschrikkelijk vond. Jongetje van vier overlijd door brand. Ik had niet kunnen denken dat dit zo dichtbij zou komen. Mijn woorden schoten te kort. Ik kwam niet verder dan dat ik het heel erg voor hem vond. Zijn ogen waren vochtig en de mijne ook. We keken elkaar nog steeds aan en het scheen me dat ik recht zijn ziel ik kon kijken. Ik drukte mijn hand op zijn schouder en wenste hem nogmaals sterkte. Hij knikte en ik liep door. Achter me werd het gesprek weer hervat met zijn vrienden. En ik? Ik was een beetje van de kaart. Later kwam ik thuis met verkeerde boodschappen. Maar toch vond ik het heel bijzonder dat hij het aan me vertelt had. Zomaar op straat, leek de tijd even stil te staan.

woensdag 12 november 2008

Zwarte draden

Ik zat naast haar in het klasje. We mediteerden. We mediteren eigenlijk bijna constant in het klasje. Weer zo'n voorbeeld van 'met je spot naar bed gaan.'
Zij had nog zo om mij gelachen, toen ik de eerste les, na drie meditaties voorzichtig vroeg of we ook nog wat anders gingen doen. Niet dus. Weken later vroeg ze me glimlachend hoe ik het nou vond. Het gaat. Ik heb nog steeds wat weerstand op meditaties en mis interactie, beweging en misschien nog meer. Maar tijdens de meditaties ontmoet ik mezelf en dat is ook onverwacht mooi.
Ze zat dus naast me deze keer. Tijdens de geleide meditatie werd ik afgeleid door iets in haar energieveld. Het leek net of er zwarte draden door haar benen liepen. Het leek het meeste op de zwarte laag die ik altijd om papa's voeten waarneem als hij extreem veel zenuwpijn heeft. Bij hem zijn het bijwerkingen van de chemo. Bij haar wist ik het niet en niet in staat mijn nieuwsgierigheid te bedwingen, nam ik een kijkje.
Eerst koppelde ik het zwart los van haar systeem en plaatste het buiten haar. Ik vroeg deze energie zijn eigen vorm aan te nemen en terug te gaan naar de tijd waar hij 'de draad' was kwijtgeraakt. Ik kreeg beelden door van een man die lijdde in een sneeuwlandschap. Ik voelde gemene pijn in mijn wangen, alsof die bevroren waren. De figuur was afgebeuld en zijn onderbenen waren nauwelijks herkenbaar. Later zou hij hier sterven in de sneeuw.
Eerst vroeg ik het figuur om contact te maken met zijn verminkte energielichaam. Het fysieke lichaam is al lang vergaan, maar op energetisch niveau wordt de pijn in stand gehouden. Zodra hij contact maakte, heelde het energetische lichaam, maar er bleef verwarring. Toen gingen we op zoek naar de les van dit leven. Degene die hem dit aangedaan had kwam er bij en er werd wat energie uitgewisseld. Degene die het aangericht had betuigde spijt en deze energie transformeerden we in een grote zwarte ketel tot een gelei-achtige substantie. Als ik in gedachten deze gelei op haar benen smeerde leken de zwarte draden te verminderen. Echter na tien minuten zag ik de zwarte draden terugkeren en ik wist dat het nog niet opgelost was.
In de pauze deelde ik mijn beelden met haar en ze was me intens dankbaar. Ze had al twee weken onnoemelijke pijn aan haar been (distrofie). Gelukkig had ze niet meer veel last van haar aangezichtspijnen die haar eerder hadden geplaagd.
Thuis liet het voorval me niet los. Ik zocht de figuur nogmaals op. Hij had geduldig gewacht. Hij zei dat hij zichzelf wel even bezig kon houden en dat ik alle tijd kon nemen. Opeens realiseerde ik me wat hij deed: Hij hakte kinderarmpjes in kleine hompjes. Ik was met afschuw vervuld, maar het figuur leek zich van geen kwaad bewust. Ik volgde het lijntje van deze onverschilligheid en kwam er achter dat het incident in de sneeuw een wraakactie was geweest. Dit figuur had zonder enige spijtgevoel of mededogen afgrijselijke dingen gedaan. Op energetisch niveau zocht ik naar aanknopingspunten en twee dagen later voelde ik opeens een klik. Het figuur had contact gekregen met een hoger bewustzijn en zag in wat hij aangericht had. Nu kwam er pas echt een energie-uitwisseling op gang. Spijt, wroeging, vergeving vormden samen een helende draaikolk. Het figuur voelde dat hij nog verder moest om dingen goed te maken, maar ik voelde hem al vervagen, zoals zielen doen die hier hun zaken afgehandeld hebben.
De hele week was ik verschrikkelijk nieuwsgierig hoe het haar vergaan was. Maar angst dat het helemaal niets geholpen zou hebben, weerhield me ervan om te bellen. En ik voelde dat ze misschien wel de rust nodig zou hebben. Er was voor deze week een pijnlijke ingreep gepland.
Toen ik de week erop aan kwam bij het instituut, stapte ze net uit de auto. We ontmoette elkaar voor de deur en ze keek me aan en zei direct: "Je hebt heel veel aan me gedacht hè." Ik beaamde dat schoorvoetend en ze sloeg haar armen om heen. Ze had zelfs een cadeautje voor me bij zich. Mijn lievelingskoekjes. Speciaal voor mij. Ik geloof dat geen koekje me ooit lekkerder smaakte.

woensdag 15 oktober 2008

Sjorske

Al de eerste dag op mijn nieuwe werk viel hij op. Nou is hij ook niet over het hoofd te zien. Groot van postuur en bijzonder duidelijk aanwezig. Hij kan zijn ietwat volumieuze buik beetpakken en dan grijnzend zeggen: "Steeds meer om van te houden!" Gevat roep ik terug dat hij daar maar een ander voor moet zoeken.
Hij had de kamer naast mij en door de open-deur cultuur kon ik al zijn telefoongesprekken letterlijk volgen. Een beetje luidruchtig, maar een hart van goud. Iedere dag kwam hij even een praatje maken. Flauwe grapjes over mijn theepot ("O, ben jij zo'n theemuts?") Gespeeld verontwaardigd dat hij geen koffie voor mij mee kon nemen. En tussen de vele grapjes door geïnteresseerd en hartelijk.
Na een paar weken is hij verhuisd naar de eerste kamer in de gang. Dat is voor ons overige gangbewoners aanmerkelijk rustiger.
Vlak daarna mocht ik twee ochtenden bij zijn afdeling komen werken. Zijn leidinggevende P. stelt mijn prioriteiten, maar ik werk het liefste met S. Hij heeft in die eerste weken al mijn hart een beetje gestolen en in de praktijk heeft hij ook nog eens engelengeduld. Hij werkt hard. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte toen hij vertelde dat hij wel weken van 100 uur maakt. In de loop der weken heb ik zijn moeheid en zijn drive om door te gaan gezien. Hij herinnert me aan mijn geliefde magazijnmanager en gek genoeg ook aan mijn vader, ookal heb ik die nooit in zijn jonge-honden-tijd gekend.
Ik heb me gerealiseerd dat ik moeite heb om weer verbinding aan te gaan met een nieuwe werkkring. Vandaar ook mijn voorkeur om via het uitzendbureau te werken; dat is niet zo vast. Maar door mensen als Sjorske krijg ik weer vertrouwen. Ik werk graag met hem en voel me al boven verwachting opgenomen in de hectische wereld van de bewegwijzeringsborden-bende. (De afdeling is nogal jong en enthousiast.)
Deze week is Sjorske met vakantie. Ik mis hem. Het is akelig stil in de gang, maar met mijn verjaardag is hij weer terug.

donderdag 9 oktober 2008

Werk

Sinds september werk ik weer. Niets groots en niet veel. Ik betrap mezelf er zelfs regelmatig op dat ik uit sta te leggen dat ik eerst P&O manager was, maar nu meer tijd thuis wil zijn. Mezelf een soort van verdedig of toch op zijn minst tekst en uitleg geef waarom ik zogenaamd onder mijn niveau functioneer. Ookal weet ik heel goed dat vroeger voorbij is en dat dit is wat ik nu doe. Dit trof me het meeste toen me op de receptie van Wijn en Stael recht op de man af gevraagd werd wat ik deed. Tegenwoordig ben ik secretaresse.
Het werkt helend. Eindelijk weer nieuwe collega's om het gat van mijn oude Spliet-collega's op te vullen. Een nieuwe systeembeheerder en een nieuwe Huug. Het lijkt ook veel makkelijker. Geen dubbele agenda's. Geen behoedzaamheid of juist slijmerigheid omdat ik de dochter van de baas ben. Ik ben ik en ik heb bijzonder veel plezier in mijn werk.
Sommige dingen zijn helemaal niet veranderd: Ik ben nog steeds leergierig. Ik wil alles graag snappen en goed doen. Ik denk nog steeds graag in het grote geheel. Ik denk vaak een stapje vooruit en kom eindelijk weer een beetje tot mijn recht.
Ik begon voor drie ochtenden en binnen drie weken werd ik al voor nog twee ochtenden gevraagd. Eigenlijk door twee afdelingen, maar de P&O dame nam de beslissing waar de nood het hoogste was. Deze week hoorde ik in de wandelgangen van een andere afdeling, dat ze ook al op mij geaasd hadden, maar achter het net gevist hadden.
Het doet me goed. Ik sta iedere dag met plezier op. C. zei al in de eerste week dat ze me in maanden niet zo vrolijk had gezien. Ik heb mijn zelfbeeld een beetje bijgesteld. Ik zit niet in een flitsende carrière zoals mijn mede Callers. Wellicht zullen er mensen zijn die denken dat ik bij Spliet eigenlijk mijn plek niet verdiende. In mijn donkerste nacht bedacht ik dat ik misschien nooit verder kom dan dit secretaresse-baantje; Maar zelfs toen wist ik dat dit toch echt is wat ik nu wil en nodig heb.
En ergens is er iets heel eigenwijs in me dat zeker weet dat ik er wel kom. Waar de bedoeling ook is dat ik kom, ik kom er wel.
Voorlopig voert mijn pad me naar mijn werk. Mijn droombaan; dichtbij, niet teveel uren, uitdaging en voldoening en vooral veel plezier.

zaterdag 6 september 2008

Investeringsvoorstel

Het begon allemaal veelbelovend. Ik kwam via het CALL netwerk in contact met iemand die cradle to cradle babykleding wilde produceren en daar een kleine investeerder voor zocht. We hadden een leuk gesprek en ik kreeg het businessplan en een investeringvoorstel. Deze waren geheel in het Engels en ik moest me er even toe zetten om dit goed door te nemen. Ondertussen voelde ik steeds meer voor het idee. Ik heb mijn biologisch katoen droom en dit zou hier een mooie stap in zijn. Ik zou een kijkje in de keuken kunnen nemen, nieuwe contacten kunnen leggen...
Ik had J.U. en J.M. gevraagd om me in deze kwestie te adviseren. De week ervoor had ik de stukken doorgeworsteld en was pijnlijk met mijn eigen kennislacune geconfronteerd voor wat betreft businessplannen en cijfermatige onderbouwing. Gelukkig hadden J.U. en J.M. dit in overvloed voor mij in de aanbieding.
We hadden af gesproken in een rustig restaurant en vonden de benodigde privacy in de alkoof. J.U. ging rustig en bedachtzaam van start. Hij prees de ideologische insteek. J.M. werd al snel wat kritischer toen er grafiekjes met cijfers uit 2003 opdoken. Dat ik de cijfermatige onderbouwing niet snapte bleek minder met mij te maken te hebben dan ik dacht. De helft ontbrak.
Die middag kreeg ik een bijzonder leerzaam lesje in hoe een businessplan niet hoort te zijn. J.U. is altijd heel mild in zijn oordeel. Hij examineert jaarlijks de businessplannen van de Nijenrode-studenten en hij zei subtiel dat hij daar erg aan moest denken. J.M. was duidelijker: "Broddelwerk" "Schandalig dat hij een investeerder denkt te kunnen af schepen met een investeringsplan dat al verlopen is." (het plan was in maart gedateerd en had in het derde kwartaal moeten opstarten) "Als hij aan mijn bureau had gestaan had ik gezegd.."
"Try harder" vulde ik aan. Ze glimlachte even.
J.U. legde uit hoe financieringen meestel in elkaar steken. Over eigen geld, (de ondernemers waren niet voornemens er zelf geld in te steken behoudens de geringe kosten die tot nu toe gemaakt waren.) over bankleningen, over achtergestelde leningen en over het aantrekken van aandeelhouders ter financiering.
Het meest duidelijk vond ik uiteindelijk J.M. Ze wees me erop dat er in het businessplan gesproken werd over een dubbel zo grote investering na twee jaar.
"Is daar al een investeerder voor?" Ze keek me streng aan. "Als jij er met je geld in zit, komen ze als ze niemand kunnen vinden natuurlijk bij jou aan. Laat je de boel dan klappen of steek je je nog verder in de strop?" Het dubbeltje viel.
Ik zei bedachtzaam dat het me beter leek als ik mijn vervolgafspraak maar af zei. Aan de overzijde van de tafel slaakten ze een zucht van opluchting. Opeens waren ze helemaal niet meer zo zakelijk, maar vooral mijn persoonlijke vrienden. J.U. had zich erge zorgen gemaakt dat ik enorm teleurgesteld zou zijn. J.M. had zo gehoopt dat mijn eerste investeringavontuur beter zou zijn. Maar ik was helemaal niet teleurgesteld. Ik heb deze middag waarschijnlijk meer geleerd dan ik in een jaar op school zou kunnen leren en ik heb me gerealiseerd hoe goed deze mensen het met me voor hebben. Ik reken af en ga op vleugeltjes naar huis. Ieder heeft zijn engelen en zij waren vandaag de mijne.

Het systeem

Eigenlijk had Mickel een afspraak, maar hij was onverwacht verhindert. Ik zei gelijk dat ik me wel op offerde. Hij lachte.
H. heeft veel gedaan voor mijn vader en in dat traject heb ik hem veel beter leren kennen. Hij is soms wat ongepolijst, maar ik heb zijn pad gezien en sindsdien deert dat me niet meer.
Hij vroeg me of ik weer ging werken en ik vertelde hem dat ik deze week begonnen was. Hij was geïnteresseerd. Soms krijg ik er geen speld tussen bij hem, maar nu luisterde hij. Ik vertelde over mijn 12-urige werkweek en dat me dat tijd geeft om erbij te studeren. Toen vertelde ik over mijn cursus PDB. Hij fronste. Hij vond het niets. Daarna vertelde ik over mijn cursus Mens & Intuïtie. Dat kon er mee door. Later vroeg ik me af, waarom ik eerst boekhouden had genoemd. Soms lijkt het of ik dat presentabeler vind en soms lijkt het of ik wat gene heb voor mijn energetisch vlak.
H. kwam er nu goed in en begon een monoloog. Hij kan me het gevoel geven dat ik gelijkwaardig ben op energetisch gebied, alhoewel ik weet dat ik niet aan zijn gave kan tippen. Ik had voor de zomer ook al een keer de indruk gekregen dat hij me wel wat zou willen leren. Dit was weer zo'n moment.
"Ton," zei hij "het gaat allemaal om het systeem. Als je je sterker ontwikkelt hebt, kun je niet zomaar denken: 'klootzak, rij je maar te barsten!' Als ik dat doe, gebeurt het zo maar, want dat stop ik dan in het systeem. Dus ik moet me inhouden. Ook anderen stoppen in het systeem. Daarom is het zo belangrijk dat mensen niet negatief denken over je vader, want dat moet hij dan allemaal verhapstukken. En als hij het voor zijn kiezen krijg, krijg ik het ook. Dus als ik iemand hoor zeggen dat hij slecht loopt, dan zeg ik dat het fantastisch is dat hij überhaupt loopt. Dan zie je mensen veranderen. Ze realiseren zich dat niet. En dan denken ze 'inderdaad' en stoppen ze iets positiefs in het systeem en dat komt dan weer bij je pa."
Hij vertelde nog meer, nog veel meer. Over hoe hij zich verbonden had met Th. En terwijl hij vertelde zag ik ineens haarscherp hoe hij dat gedaan had. Hij was zo verbonden dat hij de pijn voelde, de goede dagen en de slechte. Hij voelde hem destijds vallen in de badkamer, in de bijkeuken en op het grind. Zelfs nu nog wist hij het als hij te ambitieus een duin probeerde te beklimmen. Hij keek me aan en zei dat als hij de pijn uit zijn eigen lijf kon krijgen, die ouwe ook geen pijn had. Ik zag hem nachten in bed zweten en o zo vaak buiten bed tobben om dit te realiseren.
Ik weet nog goed dat hij mij regelmatig waarschuwde dat ik op mezelf moest passen. Dat ik het lot van mijn vader niet kon overnemen. Nu zag ik dat hij mij daar voor waarschuwde, maar het zelf deed.
Ik heb ooit een blik in zijn verleden mogen schouwen en toen voelde ik waarom hij dit leven zo leeft als hij leeft.
"Ton, ik weet zeker dat jij in deze ziekte van je pa meer geleerd hebt, dan je op een cursus kunt leren."
Misschien heeft hij gelijk.

Vakantie

Ik heb een heerlijke vakantie gehad. Nu ik weer thuis ben, schieten me op de meest onverwachte momenten herinneringen te binnen. Als ik in het donker Prutske uit laat, ben ik even terug in Drenthe. Ik loop 's nachts terug naar mijn tent na een tevreden avond bij het kampvuur.
Als ik de barbeque van de buren op nr. 2 ruik, ben ik even terug in Frankrijk. Mickel draait zich naar me toe en heeft de meest lekkere 'saucisse de canard' bereid die je je maar kunt voor stellen.
Als ik naar het weer kijk in de krant, valt mijn oog op de hoogwaterstanden in Harlingen. En ik droom weg over dat mooie plaatsje, waar ik me deze zomer zo verbaasde over hoe ver mijn vader kan lopen. Samen liepen we de halve winkelstraat door en toen ook nog naar de kade waar onze boot af meerde.
Maar het meeste kan ik verlangen naar de schone lucht. Zuivere, pure lucht geeft mij het meeste vakantiegevoel.
Het was heerlijk en nu begint het gewone leven thuis weer en dat is op een andere manier ook weer heerlijk.

zaterdag 9 augustus 2008

Zat



De tweede dag van onze vakantie at ik overheerlijke paté. Zelfde adres als vorig jaar en nog net zo betoverend. Diep in Frankrijk, in de avondzon. Prachtig uitzicht en goede herinneringen van vorig jaar verbleeken bij hoe goed het dit jaar is. Gelukzalig aten wij een simpel, maar subliem maal. Mickel had nog wel even gevraagd aan me of de paté helemaal ok voor me was, maar ik wimpelde dit onbezorgd weg. Ik wist toch dat het goed was.
De volgende dag zette de wolken in mijn hoofd door. Met de minigolf raakte ik steeds de tel kwijt. Ik raakte werd steeds rustelozer en tot slot liep ik tegen een houten konijn op. Mijn been schaafde langs het hout en een gemene wond van ongeveer 30 cm was het gevolg.
Later ontdekte we dat de paté toch niet helemaal ok voor mij was. Vorig jaar durfde ik het risico van een beetje crème fraiche nog wel aan. Nu weet ik beter.
Het maakt me moedeloos dat ik steeds minder lijk te kunnen hebben.
De hele vakantie gaat in een waas voorbij. Onze vakantie waar we zo naar uit hebben gekeken, waar we zoveel dromen over hadden. Mickel knuffelt me. Hij houdt ook van me als ik een kneusje ben. Gelukkig.
Maar soms ben ik het zo zat.
Thuis lijkt het keerpunt te komen. Ik ben weer helderder. Gelukkig.

donderdag 10 juli 2008

Graffiti

Op school worden de klusjes gedaan door vrijwilligers. Er is een team van handige vaders en een aanhang van deskundige adviseurs (veelal moeders) die op mooie zomeravonden en vlijtige zaterdagen klussen. Het lerarenteam waardeert dit enorm en iedere klus wordt bejubeld en geprezen. Vorige week waren de deuren van het kleuterhok aan de beurt. Het kleuterhok herbergt, anders dan de naam misschien doet vermoeden, geen kleuters maar het buitenspeelgoed van de kleintjes. De deuren zagen er na een aantal jaar intensief gebruik afgebladderd uit en diverse butsen getuigden van enthousiaste kinderen die net niet op tijd met hun kar konden stoppen. Men begon met schuren, plamuren en tot slot kwam er een mooie bordeauxrode kleur op.
Het is gek hoe ver zo'n kleine klus doorwerkt. Ik zag op het plein een kleine kleuter die zijn moeder aanwees hoe mooi het geworden was. De leraressen glunderden en ook leek iedereen voorzichtiger te doen met de karren en fietsjes bij de deuren.
Helaas duurde dit genot erg kort. Binnen een week stonden er graffititags op. De hele school was verontwaardigd. Het bracht bij mij de vraag wie het gedaan had en wat hem gedreven had. Waarschijnlijk hangjongeren uit de buurt. Die zijn er in overvloed. Zouden ze boos zijn en in hun boosheid iets willen vernielen? Of zouden ze zich helemaal niet realiseren dat ze het noeste werk van velen teniet gedaan hadden? Zouden ze behoefte hebben iets van zichzelf te profileren? Was het een soort afzetting van hun territorium? Ik kwam op nog veel meer vragen, maar dat bracht mij natuurlijk geen antwoorden. Wat ik wel zag was de verontwaardiging van de kinderen op school. En ik hoop dat deze blijft hangen en hen extra doet nadenken als ze zelf wat ouder zijn, een beetje rondhangen, met een stift misschien en een vriend op het idee komt om hun namen op een schuurdeurtje te kalken. Dat ze dan misschien bedenken dat dat niet cool is en hun territoriumdrift, woede of verveling anders uiten. Misschien wel iets permanenter en creatiever in een rap of kunstwerk. Dat ze iets maken van hun leven. Deze school biedt er in ieder geval de basis voor.

dinsdag 8 juli 2008

Passie

Op een mooie zondagmiddag had mijn moeder vrienden van haar uitgenodigd en ons. Zulke vroege avondmalen in de zon zijn altijd bijzonder. Het huis is bijzonder, de tuin een droom en haar vrienden inspirerend.
Ze waren wat later, omdat hun zoon nog een dansvoorstelling had. J. van het schrijfatelier en A. de CALL-buddy van mijn moeder. Hun zoon M. ook. Na de Botsingh ben ik heel veel mensen tegen gekomen die M. heten. Net of het universum die naam wil ontladen en na mijn vervelende neef M. mij allerlei bijzondere mensen laat ontmoeten die ook zo heten. Deze M. is een jongen van 15. Zijn moeder had me vertelt dat hij wat verlegen is, maar dat heb ik niet gezien. Het bleek dat de dansvoorstelling zijn eindejaarsvoorstelling was. Hij zit op de vooropleiding van het Nationaal Ballet. Zoals Doortje opmerkzaam zei: "Dat is wel bijzonder voor een jongen." Hij zat tegenover me aan tafel en terwijl we frietjes en lekkere groenten deelden, vroeg ik hem over zijn dansen en hij vertelde. Wellicht dat hij wel eens vreemde reacties heeft gehad op zijn voorliefde voor ballet, maar ik hoorde vooral de passie in hem. Toen ik vroeg of hij goed was, kon hij dat in zijn bescheidenheid niet beantwoorden. Vervolgens vroeg ik hem of hij slecht was in zijn klas en toen kwam er een volmondig nee. Gecombineerd met zijn passie kwam ik hardop tot de conclusie dat hij dus redelijk goed moet zijn en toen zag ik iets glimmen in zijn ogen.
Nieuwsgierig als ik ben, vroeg ik ook naar hoe hij met ballet begonnen is. Hij wisselde een blik van verstandhouding met zijn moeder. Aarzelend werd er iets gezegd over dat hij nu het standaard verhaaltje af kon draaien. Hieruit begreep ik dat hij dit meer had moeten vertellen, misschien zelfs wel tegen verdedigen aan. Het moment werd verbroken toen hij opeens begon over Billy Eliot. Die film had een snaar in hem geraakt. Zijn moeder verhaalde van een kerstuitje toen hij vijf jaar oud was naar de Notenkraker. Hij had ademloos gekeken en jaren later bleek die indruk die hij toen had opgedaan er uit te komen in een balletles.
Zijn eerste les was een openbaring. Zijn moeder zag dat het niet zo goed ging. Als iedereen zijn linkerbeen optilde, tilde hij juist zijn rechter op. Toch zei de lerares na een kwartier beslist: "Hij heeft talent, een uitzonderlijk talent." In de loop der jaren bleek ze gelijk te hebben en aan het einde van de lagere school is hij de speciale vooropleiding ingestroomd. Een zwaar systeem. Ieder jaar vallen er leerlingen af. Sommigen hebben niet genoeg talent, sommigen niet genoeg inzet. Er vallen zelfs mensen af omdat ze hun voet niet ver genoeg kunnen buigen. En sommigen gaan dus door, zoals M. Zijn moeder was zo ontroerd door hem. Ze had vorig jaar natuurlijk ook de eindopvoering gezien, maar hij had zo enorm veel bijgeleerd. Ik zag aan haar dat ze leeg was. Haar normaal sprankelende gezelschap was een beetje uitgeblust. Haar man leek juist opgeladen. Hij was onderhoudend en gezellig. Een wetenschapper pur sang, maar met zijn hart open.
Het was een mooie ontmoeting. Toen we weg reden zag ik M. naar ons kijken. Een jongvolwassene, met de belofte van grootsheid in zich.

Hervonden

Het afgelopen weekend was een oase van vrienden. Alsof de vakantie al in ons bloed was geslopen hebben we genoten van het mooie weer, elkaars gezelschap en de nacht.
Vrijdag hadden Mick en ik eerst geslenterd door de stad. Nieuwe kleren gekocht, mijn lievelingsthee, een stapel boeken om bij weg te dromen. Gelunchd op een terras in de zon en samen intens gesproken. Over ons leven en waar we heen gaan. Over zijn trip naar de bergen en wat dat hem gebracht heeft. Op onze eigen manier maakten we contact om weer hogerop te komen. Ik was de wanhoop voorbij, maar soms sluimerde er nog een spoortje door mijn wezen. Op deze mooie dag heb ik daar weer een stuk van opgeruimd.
Vervolgens gingen we langs bij onze goede vriend C. In beslag genomen door alle rompslomp die kleine kinderen met zich mee brengen zien we hem bijna niet meer. Mickel heeft wel veelvuldig contact per telefoon met hem, maar ik helaas niet. Ik heb hem vertelt dat ik hem mis. Misschien een bijna laatste poging om iets van wat we hadden te redden. Ik weet niet hoe het verder gaat, zijn vrouw heb ik geloof ik al op gegeven. Ik vond het ook heel moeilijk om mezelf zo bloot te geven, maar toen ik het gedaan had voelde het goed. Hij zat naast me en legde zijn hand op mijn arm. In zijn blik zag ik spijt en bovenal liefde. We delen iets bijzonders en eigenlijk vinden we dat beiden het behouden waard.
Twee dagen later zagen we elkaar weer in de hectiek van een verjaardagsfeestje met evenveel kinderen onder de vier als volwassen gasten. Terwijl de ene baby langzaam op zijn buik draaide, crosste een dreumes er rakelings langs heen op een houten loopfiets.
De avond ervoor hadden we geboemeld met nieuwere vrienden. Alhoewel ik M. al ken sinds ik baby ben, zijn we elkaar tussendoor tijden uit het oog verloren. Het is een heerlijk stel samen M. en J. Ze hebben ook een zwaar jaar achter de rug, ook gehavend door de Botsingh en samen kunnen we er heerlijk over mopperen en lachen. Ik heb die avond bijster slecht pool gespeeld, alhoewel ik ook op een topavond ingemaakt zou zijn, omdat M. jeugdkampioen biljart geweest is. Vervolgens zijn we in een voormalige schuilkerk tot diep in de nacht blijven hangen. M. vind alles wat zweverig is zweverig en hij weet niet half hoe zweverig ik ben, geloof ik. Toch vonden we een consensus en voelde ik me heel gelukkig met hem naast mijn zij.
Zondag ochtend had ik afgesproken met een oude vriendin. We hebben ontbeten in de stad, uren gewinkeld, in de verkeerde tram getracht naar IJsselstein te rijden en vooral elkaar weer gevonden. Ik weet weer waarom wij vriendinnen geworden zijn. Sommige mensen zijn zo bijzonder voor je, dat is met weinig anders te vergelijken.
Tot slot heb ik de zondag afgesloten met een heerlijk etentje bij mijn vader en moeder. We vertelden over alle gekke, ontroerende en leuke momenten en zij genoten net zo als ik. Mama zei me: "Wat fijn dat je ze weer hervonden hebt. Ik had het gevoel dat je de laatste tijd een beetje mager in je vrienden zat."

woensdag 2 juli 2008

De Wanhoop voorbij

Het was moeilijk zonder Mike. Het leek wel of de zon niet meer scheen voor mij. Op de meest vreemde momenten werd ik door tranen overmand en continu doemde het dreigbeeld bij me op "Wat als er iets gebeurt?". Ik ging door op de automatische piloot. Ik at minder, sliep minder, lachte minder; ik leefde misschien gewoon wat minder. Soms kwam de vraag in me op waarom dit zo anders was als toen hij regelmatig op reis ging. Normaliter geniet ik van manloze dagen. Eten we lekkernijen die hij niet kan waarderen, kijken we films die hij stom vind en brouwen we van iedere dag een klein feestje. Alhoewel ik ook altijd dolgelukkig ben als hij weer terug komt. Ik had geen antwoorden op mijn eigen vragen. Op zaterdagnacht kwam het tot een hoogtepunt. Of misschien is het beter om over een dieptepunt te spreken. Ik miste hem enorm, maar realiseerde me ook dat ik nog veel meer mensen mis. Vrienden die het te druk hebben. Vriendinnen die altijd maar moe zijn en als ze dat niet meer zijn, blijkbaar niet meer aan mij denken. Het was moeilijk om dit onder ogen te zien.
Na deze desastreuze nacht is er iets veranderd. Ik ben de wanhoop voorbij. Ik ben rustiger en zie de zon weer. Ik lach weer oprecht, maar weet ook dat ik iets verloren heb. Soms lijkt het of er sluiers weggevallen zijn, soms voelt het alsof ik onschuld verloren ben. Ik weet het niet; de tijd zal het leren. Maar ik ga door. Ik ben op zoek. Ik zoek leuk werk, mijn eigen passie en misschien ook wat nieuwe vrienden.

vrijdag 13 juni 2008

Op reis

Mijn lief gaat op reis. Alleen, om de eenzaamheid te zoeken. Om zijn leven te overdenken en om beslissingen te nemen. Ons leven is momenteel wat stuurloos. We weten niet welke kant we op gaan. Hij is niet gelukkig bij zijn huidige werkgever en ik ben niet gelukkig thuis. Daarom zoeken we naar iets nieuws. Samen hebben we een lijstje van dromen gemaakt. Kleine dromen, zoals een puppy, en grote dromen zoals emigreren naar La Douce France. We praten veel en zoeken dus een nieuwe weg. Tot vorige week. Toen kwam hij thuis met het plan om alleen op reis te gaan. Ik zei hem dat als dat hem gelukkig maakt, hij dat moet doen. Ik zei hem niet dat het mij niet gelukkig maakt, dat ik het niet begrijp en dat het me doet twijfelen aan ons. Ik kan hem niet vasthouden als hij weg wil en ik weet werkelijk niet wat goed voor hem is. Dus geef ik hem ruimte en gaat hij op reis.
Afgelopen dagen voelde ik mijn hart langzaam verzwaren en ik realiseerde me dat ik het met hem moest bespreken. Vanavond in bad spraken we het. "Maar je weet toch dat ik zielsveel van je hou?" "Het zit niet in jou." "Ik ben juist heel blij met jou!" Zijn woorden klonken steeds indringender. Ik weet dat hij van me houdt. Ik weet dat dit zijn queeste is. Maar ik heb zo hard mijn best gedaan er altijd voor hem te zijn als hij me nodig had en toen hij vertelde dat hij op zichzelf teruggeworpen wilde worden brak er iets in me. Het was nooit in mij opgekomen dat hij zoiets nodig zou hebben en het ligt buiten mijn vermogen. Net als destijds bij de Botsingh, heb ik wederom het beste van mezelf gegeven en wederom is dat niet wat men wil, nodig heeft. En dat doet pijn. Bij de Botsingh omdat ik wist dat er enkel slechtere opties in het verschiet lagen; wegen vol verwijten en pijn. Nu in mijn relatie omdat ik niet meer weet wat er van me verwacht wordt en hoe het nu vorm moet krijgen.
Het bad werd natter door mijn tranen en mijn lief zag opeens de andere zijde van zijn keuze. Geëmotioneerd en vurig betoogde hij nogmaals zijn liefde voor mij. Hij is ook onzeker en bang. We knuffelen elkaar en mijn hart voelt lichter. Ik ben blij dat hij gaat en ik ben blij dat ik mij uit heb gesproken. Ik hou zoveel van hem dat ik de sterren voor hem uit de hemel zou willen plukken, maar sommige draken moet men zelf verslaan.

vrijdag 30 mei 2008

Onzekerheid

Gisteravond was de laatste voorstelling van het oudertoneel. Ik was Haas. Bij het oefenen had ik moeite om in het karakter van Haas te komen. Ik wist eigenlijk ook niet hoe een haas precies was. Ik bleek meer van konijnen te weten.
Tevens vond ik het moeilijk om mijn plek in de groep te vinden. Veel ouders kennen elkaar al jaren en dit was mijn eerste keer bij het oudertoneel en pas mijn tweede jaar hier op deze school.
De eerste sessie liep niet vlekkeloos. Het werd mij zwaar te moede, maar ik dacht bij mezelf; "Ik probeer het nog één avond en anders stop ik gewoon." De volgende avond verliep goed. Ik begon er lol in te krijgen en langzamerhand groeide er een band. Een band met mijn medespelers, een band met het stuk en zeker ook een band met mijn personage. Toch bleef er wat onzekerheid hangen. Zo'n zweem van onzekerheid lijkt tegenwoordig mijn dagen te kleuren. Ook bij Young Call bezwaart dit me soms.
Gisteravond was dus de laatste voorstelling. Het spel was verrukkelijk om te doen en in euforische sfeer ruimden we alle rotzooi op. Nadien borrelden we na en keken we de opname van de voorstelling. Tot mijn verbazing was ik goed. Beter dan ik gedacht had. Ik genoot van mijn eigen hazesprongen en gekke capriolen. En de zaken die fout waren gegaan, bleken vaak juist het meest grappig. Nadien namen we afscheid. We hadden intensief samengewerkt en met voorstelling komt dat vrij abrupt tot een eind. Misschien speelde de drank een rol en was men wat losser dan anders, maar opeens zag ik dat ik mijn plek gevonden had in deze groep. Ik was één van hen en we hadden het goed.
Toen ik afscheid nam van Egel, keek ik hem in de ogen. Wij hadden juist de strubbelingen gehad. Ik voelde iets teders toen hij zei: "Ik vond het ook echt héél leuk met jou." Tevreden ging ik naar huis. Het leek wel of mijn buik gevuld was met geluk.

woensdag 28 mei 2008

Boswandeling

Hij belde om tien over een. Of ik al onderweg was? Ik schrok. Hoewel ik de avond ervoor nog intens aan hem had moeten denken en me erg verheugde op onze boswandeling, had ik onze afspraak vergeten. Vol schaamte bekeek ik mijn agenda en mail. Ik had hem niet in mijn agenda gezet...
Gelukkig wilde hij wel even wachten en binnen een half uur was ik alsnog ter plaatse. Na deze wat gehaaste start had ik moeite om te landen. Ik werd geplaagd door een opkomende zware verkoudheid, maar zelfs daar doorheen kon ik de frisse boslucht ruiken. Langzaamerhand betoverde het landschap me. We liepen langs een lang hek en opeens stonden we voor een vennetje. We volgden onnavolgbare paden en vonden uiteindelijk een prachtige heide. Het geheel deed bijna surrealistisch aan. Ik had geparkeerd naast een flat en opeens leek ik wel in een andere wereld. Ons gesprek droeg wellicht ook bij aan dat gevoel. We spraken terwijl we wandelde. Over ons verleden, over kleine pijntjes en groot gemis. Over de bizarre paden die we soms volgen. Maar ook over psychologische theoriën. Mijn wandelgenoot vertelde dat als een kind afgewezen wordt, het onbewust de boodschap krijgt dat het niet goed is zoals het is. Eigenwijs als ik ben, was ik het niet met de theorie eens. En zelfs het argument dat het uit meerdere richtingen bevestigd was, kon mij niet overtuigen. Zijn liefdevolle houding zorgde ervoor dat we niet botste, maar luisterden. En ik leerde dat ik misschien niet zo in elkaar zit als iedereen. Ik vertelde over mijn jeugdreuma en terwijl ik vertelde, realiseerde ik me hoe dit mij getekent heeft. Toen ik vier was kreeg ik jeugdreuma. Ik heb toen heel veel pijn gehad. Hoewel mijn moeder er altijd voor me was en me zo goed mogelijk heeft bijgestaan, kon ze nooit de pijn wegnemen. Zo leerde ik dat een moeder niet almachtig is en ook dat pijn en liefde naast elkaar bestaan. De meeste kinderen ervaren rond hun twaalfde de desillusie dat hun ouders niet perfect zijn. Het lijkt dan of ze soort van hun troon vallen. We spraken verder. De belevingswereld van een kind krijgt vaak weinig ruimte en dat kan beschadigingen opleveren. Ik beargumenteerde dat na de beleving het fijn is als men tot vergeving kan komen. Niet om emoties weg te rationaliseren, maar omdat vergeving dingen afsluit en ruimte maakt voor nieuwe ervaringen. Zittend op een bruggetje, uitkijkend over de hei vonden we elkaar daar.
Hij vroeg me ook wat ik nog nodig had. Meerdere malen zelfs, soms terloops en soms dringend. Ik stokte op deze vraag. Ik weet het niet. Maar toen ik thuis kwam wist ik wel dat ik weer zelfvertrouwen heb gevonden. Na de laatste Call sessie was ik dat een beetje kwijt en ergens in dat prachtige bos, in die prachtige gesprekken vond ik weer wie ik ben.

maandag 19 mei 2008

Mijn moeder

Mijn moeder is heel bijzonder. Misschien zal iedereen dit van zijn moeder denken, maar mijn moeder is echt heel bijzonder. Ze is een charismatische vrouw met vele talenten. Ze weet mensen te raken in hun hart en zet daarmee processen in gang, waarbij mensen soms enkel aan het nadenken worden gezet, soms doorbraken in denken en doen onstaan en soms zelfs hun hele leven verandert. Ze heeft hier ook haar roeping in gevonden en hier haar vak van gemaakt. Maar ze doet het ook heel vaak ongemerkt, door haar oprechte interesse en misschien wel door haar oogopslag. Ze kan namelijk kijken naar je, alsof ze veel meer ziet dan enkel je buitenzijde. En ze kan spreken, als weet ze veel meer dan wat ze ziet. Een bijzonder mens.
Voor mij is ze vooral bijzonder omdat ze mijn moeder is. Ze houdt van me als niemand anders. Vandaag heeft ze me uit een dipje geholpen. De een heeft een najaarsdip, de ander een voorjaarsdip en ik had een yoghurtdipje.
*** Nou krijg ik gelijk visioenen van heerlijke chips met een yoghurtdipsaus. Je weet wel, met wat knoflook en bieslook. Maar zo'n dip was het helaas niet. In mijn overmoedigheid dacht ik dat ik best wat aankon en heb ik dit weekend yoghurt gegeten. Niet braaf een klein beetje, maar gelijk een heel bakje. (Met aardbeienjam; het was verrukkelijk!) De volgende dag zelfs nog een portie in een heerlijke, huisgemaakte yoghurtdrank. (Met banaan en peer; zo mogelijk nog lekkerder.) Tot slot, ik schaam me voor mijn eigen onbezonnenheid, heb ik zelfs nog een half bekertje toe genomen. Je raadt het misschien al, dit is me niet goed bekomen. Het duurde even voor ik het doorhad. Eerst was ik enorm koud. Later volgde de buikpijn en diaree. Maar vooral had mijn humeur er onder te lijden. En met mijn humeur, natuurlijk mijn huisgenoten. Ik heb me zo beroerd gevoeld, ontevreden, slecht op mijn plek. En daarmee ging ik aan alles twijfelen. Vooral aan mezelf en dit resulteerde in een dip, mijn yoghurtdip.***
Mijn moeder. Eerst hebben we Qi Gong gedaan en onderwijl zag ik al haar bezorgde blik. Maar dan geeft ze me de ruimte. Toen ik een glimlach in mijn hoofd moest toveren, stroomden er bij mij enkel tranen. Toen we moesten mediteren, (de Jesus-meditatie, daar hou ik helemaal niet van) stelde zij eerst maar een kopje thee voor. Ik mocht gewoon even opstandig zijn en ze luisterde. Ze luisterde intens en dat luchtte me zo op. Ze heeft geen pasklare oplossingen die mijn eigen zoeken belemmeren. Ze is er gewoon en samen genieten we van een kopje thee op een koud terras. Zo'n moment maakt me gelukkig. Dat ik ook in mijn dalen en dwalen bij haar mezelf kan zijn. Ze pakt mijn hand vast en samen huilen we geluidsloos. Ze verhaalt over hoe trots ze is op me en door mijn sombere bui heen zie ik een glimp van wat zij in me ziet.
Ik zeg haar nog dat ik soms denk dat zij andere dingen in me ziet dan dat ik zelf ervaar en dan glimlacht ze. En ik voel dat ze deze dip al veel langer heeft zien aankomen, omdat ze me zo goed kent. Misschien was deze er ook zonder yoghurt uitgekomen, maar dan met iets minder buikpijn en iets minder tranen.
Uiteindelijk zitten we thuis nog even aan de keukentafel en ik realiseer me hoe bijzonder ze is, mijn moeder. Met een duizendmaal lichter gemoed dan vanochtend vertrek ik weer en ik neem me voor om vandaag mijn weblog aan haar te wijden. Bedankt mam.

donderdag 15 mei 2008

Young Call

Eind april had ik mijn laatste tweedaagse van Young Call. Het waren confronterende dagen. Ik heb moeite om mijn plek te vinden. Zowel in het dagelijks leven als in deze lieve groep. Soms voel ik me honderd jaar ouder en soms voel ik me een gansje. Dit heeft natuurlijk vooral te maken met mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen. Het begon met Open Space. In Open Space staan er ca. twaalf coaches tot onze beschikking en kun je gedurende drie uur werken aan wat er op dat moment bij jou leeft, met de coach van jouw keuze. Misschien kwam het omdat we deze keer de tweedaagse startte met Open Space (vorige keren sloten we juist hier mee af), maar het lukte niet zo bij mij.
Twee van mijn coaches waren weliswaar vol liefde en aandacht voor me, maar zochten continu naar wat ze me nou konden geven. Misschien was ik niet duidelijk in mijn vraagstelling. Ondanks fijne gesprekken, lag er een schaduw van zoeken en het niet gevonden hebben over de ontmoetingen.
De derde coach ging zo op in een passant, dat ik bijna het vertrek stilletjes verlaten had. Het was duidelijk dat degene die even een kwartiertje mee zou doen zoveel passie bij haar losmaakte dat ik vergeten was. Later, meer dan een week later, realiseerde ik me pas hoe dat me gekwetst had. Het gaf me het gevoel dat ik te veel was, ongewenst misschien zelfs. Dit raakt me heel diep en ik weet dat ik hier iets mee wil en moet doen. Ook in andere sessies gedurende de tweedaagse werd ik geconfronteerd met mijn zelfvertrouwen en het thema gewenst zijn. Ik heb ontdekt dat als ik niet zeker weet dat ik gewenst ben, ik mezelf niet geef. En als ik eerlijk ben is dat al heel lang zo. Flarden van vroeger doemen in mijn geest op; van hoe ik omging met de pijn van mijn jeugdreuma tot hoe de Botsingh een bres in mijn zelfvertrouwen geslagen heeft. Ik begrijp het wel, waarom ik momenteel onzeker ben, maar zo wil ik het niet. Ik werk hier met alle macht aan, maar ik ben er nog lang niet. Ik hoorde op Young Call iemand zeggen: "Ik heb helemaal niet het gevoel dat het af is. Ik ben helemaal niet klaar!" Ik reageerde toen lachend, dat het niet te verwachten was dat ze helemaal klaar zou zijn met haar ontwikkeling. Nu begrijp ik haar beter. Deze tweedaagse heeft niet gebracht wat ik verwacht had. Ik had verwacht dat het de mooie reis een beetje zou afronden, maar het lijkt of er in deze laatste sessie juist meer opgerakeld is.
Ik had ook hele mooie ervaringen. Els Kikke liet ons op geheel eigen wijze rebirthen. Het contact met mijn kind-zijn heeft me getroost. Ik heb altijd het gevoel dat mijn kind-zijn dicht onder het oppervlakte ligt, zo voor het grijpen. Maar bij deze sessie werd ik overspoelt door de intense verwondering van kleine kinderen. Het zonlicht leek bijna tastbaar en stofjes dansend in het licht biologeerde me. Ik voelde de drang om contact te maken, mee te doen. Ik weet dat dit een levensthema van me is, maar het was heel mooi om te voelen hoe dit in kindbewustzijn al verankert is.
Mijn ontmoeting met R. was bijzonder. We hadden al eerder gesproken en ik had naar zijn energie gekeken. Ik vond het eng om dit met hem te delen, bang voor afwijzing. Het is immers een beetje buitengewoon. We hadden een intens samenzijn en bleken elkaar te herkennen. Stukje bij beetje vonden we wat aanknopingspunten hiervan gedurende deze dagen.
Het is bizar. De groep is me dierbaar geworden, maar eigenlijk kennen we elkaar helemaal niet goed. Vooral basale kennis ontbreekt en daardoor worden hele intieme momenten afgewisseld met oppervlakkige gesprekjes.
Al met al zijn het speciale dagen voor me geweest. Niet de rustige, helende afronding van onze Young Call reis welke ik verwacht had. Toch heb ik genoeg moed in mijn hart om met alle confrontaties die ik ben tegengekomen aan de gang te gaan. En ik koester de vriendschappen die ik gevonden heb.

En laat ik niet mijn reisgenoot vergeten op de heen- en terugreis. Hij heeft zich in mijn nieuwe bolide aan mijn rijkunsten gewaagd. Misschien is hij wel degene met wie ik het meest gedeeld heb. Zowel van alles wat we beleefd hebben tijdens Young Call, als ook verhalen van de rest van zijn leven. We hebben intens gepraat en ik heb ervaren dat het mooiste wat je kan delen, soms juist je verdriet is.

vrijdag 2 mei 2008

Acht jaren jong

Ik zat in een restaurant in Parijs toen ik het telefoontje kreeg. Mama klonk overstuur en als eerste flitste mijn vader door mijn hoofd. Ze zei dat ze het moeilijkste nieuws moest vertellen dat ze zich voor kon stellen. Mijn neef M. zijn oudste zoon was overleden. In eerste instantie kon ik het niet bevatten. Ik gebaarde naar mijn tafelgenoten dat het niet om papa ging. Later heb ik een rustig plekje op straat gezocht en haar nogmaals gebeld. Stukje bij beetje kwam het verhaal. Ik was er ondersteboven van. Sinds de Botsingh hadden we geen contact meer en voor het eerst in mijn leven voel ik wrok voor mensen. Niet heel erg, maar het hele traject heeft mij zo'n pijn gedaan dat ik ook niet vrij van wrok ben. Desondanks heb ik ze nooit iets slechts toegewenst. Ik dacht altijd dat de levenslessen die zij over zichzelf afriepen zwaar genoeg zouden zijn. En dan nu dit afgrijselijke nieuws. Hun zoontje van acht dood. Het was geen ongeluk, maar waarschijnlijk iets met zijn hart. Hij zou met zijn vader naar de koninginnenmarkt gaan in U. maar moest ineens heel nodig poepen. Zijn vader besloot even terug te gaan naar huis. Onderweg kreeg hij het steeds benauwder en moest ook nog overgeven. Thuis aangekomen rolden zijn ogen weg en is hij in de gang buiten bewustzijn geraakt. Men heeft nog drie kwartier gereanimeerd tot hij weer een lichte pols had. Toen is hij naar het ziekenhuis vervoert, maar later bleek er geen hersenactiviteit meer te zijn. Uiteindelijk is besloten de knop uit te zetten. Er zijn drie andere kinderen geholpen met zijn organen. Op een rare manier troost dat. We lopen even later ontdaan door Parijs. Het regent opeens en het schijnt mij dat Parijs met mij meehuilt. Bij een kerkje besluiten we een kaarsje op te steken. Alle ruzie en wrok lijkt zo ver weg bij zulk leed. Ik voel enkel compassie voor hen.

Dit blijkt niet wederzijds te zijn. Wij krijgen geen kaart. Mijn ouders ook niet en tevens wordt hen via vier kanalen verzocht om niet te komen op de begrafenis. Zoals mijn moeder rustig opmerkte: "Ik begreep de boodschap ook al de eerste keer." Zelfs mijn inwonende tante krijgt geen kaart. Klaarblijkelijk heeft dit verdriet hen niet milder gemaakt. Of misschien is hen erger leed aangedaan dan ons. Ik had gedacht dat ze uiteindelijk zakelijk alles hadden wat ze altijd gewild hadden; de macht. Misschien bevalt het niet zo goed. Mijn hart weent voor hen. Hun levenspad lijkt enkel zwaarder te worden.

Ik blijf weg, maar bid wel voor hen.

zondag 27 april 2008

Etentje in de avondzon

Tijdens de escalatie in ons familiebedrijf, door ons gekscherend de Botsingh genoemd, zijn we in contact gekomen met onze advocaat W. Blijkbaar had ik een vooroordeel over advocaten, want ik had een saaie man verwacht. Saai als de wetboeken waar advocaten mee leven en heel rationeel, omdat je die wetboeken anders niet doorkomt. Ik had het mis. W. is een aantrekkelijke man met een charmante manier van doen. Buitengewoon intelligent, maar niet buitengewoon rationeel. Er was altijd tijd voor een praatje en hij was begaan, oprecht begaan met ons. Eerst dacht ik dat dit misschien een klantvriendelijke houding was, je betaald zo'n man per slot van rekening, maar in de loop van de maanden realiseerde ik me dat het meer was.
Alle sores van de Botsingh is tot een ontknopingh gekomen. Ooit was het idee geboren om als papa van de chemo herstelt was W. uit te nodigen voor een etentje. Destijds leken zulke plannen bijna een bezwering. Onuitgesproken was er altijd de angst dat papa de beenmergtransplantatie niet door zou komen. Plannen maken voor erna gaf het hele traject positiviteit. Alsof we zo bij konden dragen aan een goede afloop.
Gisteravond was het zover. W. kwam met zijn drie kinderen. Toen ze op het grindpad liepen, hield de oudste jongen van bijna achttien W.'s hand stevig vast. De honden kwamen een kijkje nemen en de jongen werd panisch bang. De volwassen rust van zijn twee jongere zussen was tekenend. De honden werden opgesloten in T.'s kantoor, maar de eerste minuten bleef de jongen angstig. Hij wilde mij geen hand geven en liep al snel door het huis. W. vertelde dat zijn zoon M. heette en autistisch is. M. begon een eigen ontdekkingstocht door het huis, zonder de beperking van sociale omgangsregels of fatsoensnormen. Hij keek in alle pannen, vond een chipszak en maakte deze gelijk soldaat. Hij voelde aan voorwerpen, telde bladzijden en liep vooral veel rondjes. Met zijn zussen ging ik op zoek naar mijn meiden en onderwijl liet ik ze de benedenverdieping zien. We maakten opmerkelijk makkelijk contact en voor ik het wist waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld in de bibliotheek. M. raakte na een tijdje steeds meer op zijn gemak. Na een uurtje wilde hij met mij zelfs wel een rondje in de tuin lopen. Hij pakte mijn hand stevig vast en zette er flink de pas in. In sneltreinvaart snelde we langs de bloeiende borders en de vele beelden van mijn moeder, maar de genegenheid die hij ten toon spreidde raakte me. Tijdens het eten zat hij rustig aan tafel en verslond enorme porties friet. Hij rekende soepel uit hoeveel nachtjes het nog duurde voor mijn moeder jarig zou zijn. (251 nachtjes) Zijn zussen vonden speelkameraden in mijn meiden. Maar tussen de spelletjes door zaten ze aan tafel en praatten we. Het zijn fijne meiden met een brede interesse. Ik plaagde W. met de sla op zijn kin. ("Ik zou de sla niet op mijn kin smeren, maar in mijn mond stoppen.") Met de beginnende buik die hij niet heeft, maar wel vreest. En zijn dochters moesten met mij erom lachen. Ik bekende ook mijn domme vooroordelen over advocaten en daar moest hij weer om lachen en hij begreep dat ik hem niet saai en rationeel vond. Hij kenmerkt zich zelfs in zijn hartskracht. Tijdens het natafelen waren de meiden aan het spelen in de avondzon en M. liep zijn eigen rondjes door het huis. We zagen hem langere tijd aan de tafel in de bibliotheek zitten, op mijn moeders favoriete plek, bladerend in een mooi fotoboek. Opeens kwam hij even naar mij toe, streelde mijn wang en liep weer verder. Hij deed me denken aan zijn vader, als hij een terloops complimentje geeft.
W. verdeelde zijn aandacht. Tussen zijn zoon, die absoluut extra aandacht verlangt, zijn gastvrouw, waar hij bijzonder op gesteld is, mij en de rest van de aanwezigen. Soms zag ik dat dat moeilijk was. De tijd was misschien ook te kort. Hij had wel uren in de bibliotheek willen bladeren in de boeken, uren willen praten en lachen, uren in de zon op de court willen zitten en uren met Jeannette in het coachingskamertje willen vertoeven.
Bij het afscheid zei hij dat we elkaar absoluut weer zouden zien. Mijn hart zou dit heel graag willen, maar mijn hoofd weet niet wanneer en hoe.
Het was een buitengewone avond. M. heeft mijn hart gestolen. Ik zou soms wel met hem mee willen opgaan in de verwondering voor alles wat zijn pad kruist. De dochters van W. waren goed gezelschap en het was heel fijn om W. weer te zien.
Ik was wellicht wat nieuwsgierig en nogal direct, maar dat kende hij al van mij op zakelijk vlak. Mijn lief zei 's avonds dat mijn gebrek aan tact gecompenseerd werd door mijn zuivere bedoeling. W. heeft mijn vragen doorstaan en het zou inderdaad fijn zijn om elkaar weer te zien.

dinsdag 22 april 2008

Tangosalon

Ik zag ze op een tangosalon, een oefensalon. Wij waren daar om te oefenen en weet dat wij die oefening hard nodig hadden. De sensuele passen wilde niet uit onze benen vloeien en struikelingen werden gevolgd door ons gelach. Toen ik even uitrustte aan de kant zag ik ze ineens.
Het was een ouder echtpaar die als een verstilt tableau tussen de stuntelende koppels danste. Gracieus en langzaam streek haar been over de zijne. Hij had zijn arm net wat verder op haar rug, waardoor hij haar bovenlijf teder naar zich toe hield. Zij vlijde haar wang net niet tegen zijn wang. De passie zinderde. Geïntrigeerd keek ik naar hen en voelde een verlangen in mij oprijzen.
Als ik zeventig ben, hoop ik met net zoveel passie te kunnen dansen. Lenig van lijf en vervuld van liefde voor elkaar.
Soms ontmoet je voorbeelden in je leven en ik heb er die avond een gevonden.

donderdag 10 april 2008

Haar

Ik zag haar in het ziekenhuis en haar haar was weer terug.
We hadden elkaar ontmoet tijdens een van de vele bezoeken aan de dagbehandeling oncologie in het ziekenhuis. Mijn vader verloor toen geleidelijk steeds meer haar en zij had bijna helemaal geen haar meer. Ze vertelde dat ze al eerder zo'n traject had gelopen en toen ook al haar haar was verloren. Na de behandeling was haar haar teruggekomen. Veel voller dan voorheen en met krul. "Bijna twee jaar had ik krullen en toen was mijn eigen slappe haar weer terug." Ze vertelde dit zo amusant dat we allemaal moesten lachen.
Het is vreemd, maar het gedeelde leed op zo'n chemo-afdeling geeft een saamhorigheid. Mensen die hier niet doorheen gaan voelen vooral medelijden, afgewisseld met met gepaste kreten van medeleven. Daar kun je als patiënt eigenlijk weinig mee. Natuurlijk is het afgrijselijk, maar daar wil je niet de hele dag over praten. Mede patiënten weten waar je doorheen gaat, ook zonder woorden en dan ontstaat er ruimte om te lachen. Grapjes over chemo, bijwerkingen en gewoon rare anekdotes om de zinnen te verzetten. Soms ook juist stilte, als overduidelijk is dat het een zwaar moment is.
Ik zag haar weer en was verheugd door haar nieuwe haar. Mijn vader zijn haar was inmiddels ook terug, maar hij had geen krul gekregen. Toen ik haar begroette met een vrolijke groet over haar haar keek ze me aan met een vol gezicht. Zo'n volheid die je enkel door prednison krijgt. Ze was vermoeid en vertelde dat ze nu iedere week chemo kreeg. Iedere week een halve dosis, omdat ze de tweewekelijkse dosis niet kon verdragen. Vorige keer was me ook al opgevallen dat ze iedere keer heftig op de chemo reageerde en toen was de invoertijd verlengd om de bijwerkingen te verminderen. Daardoor zat ze uren en uren op de dagbehandeling en ik vroeg me af of ze nu weer zo lang moest zitten. Ik vroeg haar hoe lang ze nu moest en ze keek me met matte ogen aan. Zo lang als het is, want voor mij is het eind in zicht. Ze hebben mij opgegeven.
Er viel even een stilte en iedereen schrok. Ze leek zelf ook te schrikken van haar directheid en begon al snel over zaken die wel goed gingen. Weinig bijwerkingen en zo. "Maar het blijft rot." Vulde ik haar aan. Ze glimlachte naar me. "Ja, het blijft rot."
Er was een verwijdering ontstaan. Mijn vader was patiënt en zij was terminaal. Even leek dit onoverbrugbaar, maar met haar glimlach hadden we weer contact.

woensdag 2 april 2008

Informal Event Young Call

We hadden een 'informal event' met Young Call. Dat wil zeggen dat we buiten het geplande programma zelf hadden afgesproken om lekker uit eten te gaan en om vooral bij te praten. Het is telkens heerlijk om elkaar weer te zien. Tussendoor zijn de meesten opgeslokt door drukke bezigheden en is het moeizaam contact onderhouden, maar als we elkaar zien dan valt elke barrière weg. Soms vraag ik me af, in die wat eenzame tussenperiodes, of het contact stand zal houden als eenmaal het programma afgelopen is. Iedereen wordt zo opgeslokt door zijn werk en velen staan privé pas aan het begin van de hectiek van het prille ouderschap. Maar toen we elkaar deze keer zagen, merkte ik op dat er een verwantschap aan het groeien is. Ik sprak een, naar eigen zeggen, nuchtere jongen, die bij Young Call zaken heeft ervaren die hem absoluut vreemd waren. Zo vreemd dat al snel duidelijk werd dat hij dit amper met het thuisfront kan delen, omdat die deze kant helemaal niet kennen van hem. Zelf leek hij ook wat verbaasd, toen hij opmerkte dat hij desondanks zich er toch heel fijn bij voelde. "Bij dat lopen door het bos en dat voelen en zo."
Toen ik bij I. zat kreeg ik hoop dat onze groep werkelijk contact zou kunnen houden. I. is een getalenteerde, jong vrouw. Rap van woord, erg nuchter en weet zichzelf met een heerlijke dosis zelfspot neer te zetten. Iemand die zich niet snel helemaal geeft. Haar zangsessie had zich gekenmerkt door een kwetsbaarheid in haar toon die ik daarvoor nog niet gehoord had. Ook deze avond wist ze me te verrassen. Ze sprak hartstochtelijk over het programma en vooral dat ze behoefte had aan méér. Ze benadrukte hoe fijn het was om elkaar tussentijds te zien. Toen ik vertelde over CALL 3, die jaarlijks zelf een tweedaagse organiseren, werd ze helemaal enthousiast. Ze beredeneerde dat, aangevuld met zulke informal events dat wel haalbaar moest zijn. Ze sprak mijn verlangen uit en ineens zag ik hoe belangrijk deze groep als klankbord was voor deze mensen. Hier krijgen ze feedback die niet in hun eigen wereld bestaat en dat gaf me hoop. Hoop op continuïteit.

Later zat ik naast R. Voor mij wordt R. gekenmerkt door een beetje cynische humor, met een licht zoeken in zijn wezen en een ongekende leergierigheid. Of misschien moet ik wel zeggen dat hij bijzonder open staat. Maar dan wel met een cynische commentaar, op humorvolle wijze gebracht. O ja, en hij verzekert me in ieder gesprek dat hij eigenlijk heel serieus is. Misschien kijk ik dan wat ongelovig, want dat herhaalt hij dan nogmaals op serieuze toon. In het begin verdacht ik hem ervan dat hij me in de maling nam, maar ondertussen weet ik dat niet meer zeker. Ik ken hem niet bijzonder serieus. Wel integer, grappig en soms pijnlijk scherp. Hij is ook altijd oprecht geïnteresseerd. Hij vroeg me hoe het ging en ik vertelde. Ik vertelde over mijn (her)ontdekking van mijn ongeschiktheid voor het huismusschap. Hij reageerde nogal kort. Ik schijn al vanaf de eerste kennismaking gezegd te hebben dat ik iets wil doen en hij vond dat ik dat gewoon maar moest doen. Het klonk simpel zoals hij het zei. Het voelt helemaal niet simpel. Ik realiseerde me dat dit mijn draak is, die ik moet bevechten. Dit uitzoeken wat ik wil, hoe ik het wil en hoe ik dit ga vorm geven. Tevens realiseerde ik me dat dit absoluut niet zijn draak is. Voor hem lijkt het simpel, is het misschien zelfs simpel. Later zag ik een stukje van zijn draak. Hij is gevoelig voor energie. Hij vertelde me over dromen en beelden die hij recent had gehad en ik voelde heftige energie erin. Vervuiling, misbruik en projectie: en hij neemt het waar. Hij vroeg me honderduit over energiemanagement. Hoe kun je leren om jezelf op te schonen, hoe kun je energieker worden, hoe kun je dit en dat leren... Ik ben geen meester in deze zaken en ik kan enkel mijn ervaring met hem delen. En hij herinnert zich nog niet alles wat hij al weet. Maar ik heb het gevoel dat deze herinneringen wel boven aan het komen zijn en ik vind het fijn om daar getuige van te mogen zijn. Hij is een bijzonder mens. Op een moment vertelde ik hem over mijn onzekerheid. Hij zei niets, maar kriebelde even over mijn bovenarm. Het was even stil tussen ons. Mijn hart accepteerde zijn troost. Toen keek hij op en zei met een verontschuldigend lachje: "Ik ben niet zo goed in aanrakingen." Ik zag door zijn hoofd flitsen dat hij me misschien wel even had moeten knuffelen of zo. Ik lachte en zei dat het genoeg was.

Ik sprak ook met vele anderen en helaas ook met enkelen niet. Maar toch, bij het afscheid, was het al heerlijk om ze enkel even te omhelzen.
Ik was de avond begonnen met zwangere N. en ik sloot de avond af met haar. Toen ik haar knuffelde op het station, bedacht ik me weer hoe dierbaar ze me geworden zijn, mijn medereisgenoten.

woensdag 26 maart 2008

Huismus

De afgelopen weken waren moeizaam voor mij. Met de nadruk op de eerste lettergreep MOE. Ik heb zulke periodes wel vaker, maar opeens besprong deze week een beklemmend gevoel me. Ik ben het zo zat om altijd maar moe te zijn. De dagen glijden als los zand door mijn vingers en door mijn inproductiviteit lijkt mijn eigenwaarde mee te glippen.
Ik heb nu het ergste weer gehad. Achteraf blijkt het een combinatie te zijn van een ontsteking, reactie op reguliere medicijnen en reactie op homeopathische medicijnen. En ik heb een ontdekking gedaan. Of misschien zou ik herontdekking moeten zeggen, want er staat me iets van bij dat ik dit tien jaar geleden ook al vastgesteld had: Ik word niet gelukkig van het huismusschap.
Het benauwt me. De strijk neemt gigantische proporties aan en in mijn fantasie transformeert deze in een Loch Ness achtig monster. Ik denk dat mijn wijze moeder dit monster van Badd Bosch zou bestempelen als mijn Judge. De Judge oordeelt over mij en, je raad het al, niet in mijn voordeel. Ik ben te lui, te sloom, te moe en vooral niet productief. Nou moet je hierbij bedenken dat ik helemaal geen hekel aan strijken heb. Ik hou er zelfs wel van, ook al groeit de stapel strijk altijd sneller dan ik hem weg kan werken. Op een Tante Tannie achtige manier voel ik me altijd rustig worden terwijl ik strijk. Het grote voordeel van strijken is dat je er niet al je aandacht voor nodig hebt. Je kunt gemakkelijk een DVDtje erbij kijken, topografie overhoren of heerlijk zingen met je kinderen. Telefoneren hoorde tot voor kort ook tot de opties, maar sinds ik mijn schouder ontstoken heb behoort dit niet meer tot de mogelijkheden. Ik had de akelige gewoonte om met mijn schouder de telefoon tegen mijn oor te klemmen, zodat ik mijn handen vrij had. Ik weet niet zeker of dit de oorzaak is geweest, maar het doet nog steeds een beetje zeer als ik deze beweging doe, terwijl ik er verder helemaal geen last meer van heb. Enfin ik heb dus geen hekel aan strijken. Wel aan de zolder opruimen, tuinieren in de regen, ramen wassen. De monsters die uit deze eeuwig wachtende klusjes opdoemen nemen helemaal enorme proporties aan.
Al toen ik net moeder was had ik me gerealiseerd dat ik graag iets buiten het huishouden doe. Ik zei gekscherend: "Ik ben een leukere moeder als ik af en toe geen moeder ben." En ik was dit even vergeten. Ook hoor ik mezelf in gedachten ongeveer drie jaar geleden zeggen: "Als ik de lotto zou winnen? Dan zou ik gewoon blijven werken. Ik vind mijn werk leuk, heel erg leuk. Ik doe het niet voor het geld."
Dat was natuurlijk voor De Botsingh. Voor mijn plezier in het werk me ontzegd werd. Voor mijn werk onmogelijk voor me was. En daarna kampte ik met desillusie en daarna met de ziekte van papa. Nu gaat het beter met hem. Beter dan ik had durven dromen. Papa en mama rooien het prima samen en ik ben niet meer zo nodig. Dat geeft me tijd voor mezelf, maar maakt me ook een beetje overbodig. Nou weet ik dat als ze dit lezen, ze denken dat ik helemaal niet overbodig ben. Ze zien me graag komen en ik ben iedere dag welkom. Maar dan zou ik een soort gezelschapsdame worden of een ongeschoolde pillendoosvuller. Een heel dankbare taak, maar niet mijn levensroeping. Alhoewel ik bij niemand liever het pillenmysterie doe. Zittend aan hun keukentafel met alle pillen tussen ons uitgestald, vinden we een saamhorigheid die ongekend is. Wie had gedacht dat je in grote zorg geluk zou vinden in het vullen van een pillendoos? Heerlijk voor af en toe, maar dus niet genoeg voor mij.
Ik moet mijn eigen draai zien te vinden. Met mijn huidige energieniveau twijfel ik enorm of ik ooit mijn bedrijf in de biologische katoen op kan zetten. Maar wat wil ik dan? Ik weet het niet, maar ik voel me al lichter nu ik me herinnerd heb dat ik niet geschikt ben voor het huismusschap.
Cockie vroeg me vanmorgen, toen ik mijn kleur verloren had in mijn wanhoop: "Maar je weet toch dat we allemaal hier in huis heel erg blij met je zijn?"
Ik luisterde. Misschien niet duidelijk genoeg want ze herhaalde het nogmaals. "Je ziet toch dat je voor ons allemaal heel belangrijk bent?" En haar boodschap kwam binnen en legde het monster van Badd Bosch met zachte hand het zwijgen op. Ook al is de strijkstapel zo hoog dat de meisjes er verstoppertje in spelen, ook al lijkt het door mijn ramen mistig bij zonneschijn, ook al is de zolder zo'n zooi dat het arbotechnisch onverantwoord wordt deze te betreden, ik breng toch iets belangrijks in dit huis. Ik ben belangrijk voor dit huis.
Vandaag ging het beter. De strijk is geslonken, de vieste ramen gewassen in een ommezwaai. Mijn klusjes lijken weer uitdagingen en de zon schijnt weer in mijn hart. En ik hou mijn ogen open voor mogelijkheden buitenshuis, want ik ben geen huismus.

donderdag 20 maart 2008

Eigenwaarde

Ik heb ontdekt dat ik mezelf minder waard vind nu ik niet werk. Mijn zelfvertrouwen heeft er onder te lijden. Toen ik me dit realiseerde stond ik verbaasd van mezelf.
Ik doe een hoop. Veel meer dan ik ooit had kunnen doen toen ik nog werkte. Wat nog veel belangrijker is dat mijn meisjes gelukkiger zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ze tekort deed, maar moet constateren dat ze opbloeien nu ik iedere middag thuis ben. Net dat beetje meer aandacht, maakt ze gelukkiger. Maar als ik vroeger niet toe kwam aan de strijk, dan vond ik dat heel logisch. Als ik nu niet toekom aan de strijk, dan heb ik daar een zwaar oordeel over. Ik doe immers helemaal niets en dan laat ik het huishouden ook nog versloffen!
Ook in andere situaties merk ik dat ik minder zelfvertrouwen aan de dag leg. Terwijl ik niet meer of minder ben geworden, ongeacht mijn werk of bezigheid. Daarom probeer ik wat genuanceerder om te gaan met mijn zelfbeeld. Niet al mijn activiteiten kleineren onder het mom dat het niets belangrijks is. Rustig mezelf observeren zonder gelijk een oordeel te vellen. En vooral: schouderklopjes. Een schouderklopje is een fantastisch iets. Het kost niets en levert heel veel op. Als ik iets goed doe, sta ik daar even bij stil en geef mezelf in gedachten een schouderklopje. (Niet letterlijk, want mijn schouder is nog niet helemaal herstelt.) En ik probeer te genieten van alles wat ik doe. Ik heb genoeg ellende gehad vorig jaar; dit jaar wil ik graag genieten van de betere tijden.
Nog steeds betrap ik mezelf er soms op dat ik vind dat ik niet genoeg doe of dat het niet belangrijk is. Maar dat kenmerkt de mens misschien wel: Je leert het met vallen en opstaan.
Ook ik.

maandag 17 maart 2008

Ontstoken schouder

Ik heb een ontstoken schouder en daardoor ben ik nogal onthand.
Het begon met een zeurend pijntje, waar ik dapper of dom mee doorliep. Totdat ik 's nachts wakker werd bij iedere draai en ik ontdekte dat ik erg draaierig ben 's nachts. Die volgende dag werd het van kwaad tot erger en 's avonds deed zelfs niets doen enorm zeer. Ik belandde bij een osteopaat. Hij vroeg me om mijn bovenlijf te ontkleden. Helaas was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik wist me met moeite uit mijn spencer te werken en aangekomen bij mijn tshirt bood hij meelevend zijn hulp aan. (Bij uitgekleed worden door een aantrekkelijke, vreemde man had ik me toch iets heel anders voorgesteld.) Een pijnlijk minuutje later, zowel voor mijn ego omdat ik zo onelegant vast was komen in mijn tshirt en enorm zweette door de pijn alswel de pijn in mijn schouder die deze ontkleding teweeg gebracht had, keek hij naar mijn schouder. Hij had weinig tijd nodig om te constateren dat ik dezelfde dag nog voor ontstekingsremmers moest zorgen en dat het niet best was. Momenteel ben ik ietwat gedrogeerd, neem driedagelijks ijspakkingen en bid dat de kwaal snel overgaat. Gelukkig kan ik nog wel goed typen. Strijken echter niet, maar dat heeft ook zijn voordelen.

donderdag 6 maart 2008

Oud en Jong

Ik geloof er in dat leeftijd eigenlijk niet belangrijk is. In mijn leven heb ik een vriendin gehad die mijn oma had kunnen zijn en ik maak vrienden die mijn kinderen hadden kunnen zijn. Vroeger dacht ik hier heel anders over. In mijn schooltijd was leeftijd een nauwkeurige afbakening van wel of niet geschiktheid. Ik speelde enkel met jongere kinderen buiten school. Op school waren we keurig in leeftijden verdeeld door onze klassen. Later kuste ik nooit met jongens die ouder waren, want die waren voor mijn zus. Op de HTS veranderde dat patroon, omdat de leeftijden zo divers waren in onze klas. Later toen ik ziek werd, vervaagden leeftijdsgrenzen geheel. Ik moest leren leven met mijn energetische beperking, zoals bijvoorbeeld mijn moeders leeftijdgenoten moesten leren omgaan met de overgang. Toen ik vocht om mijn beetje energie juist te besteden, vocht Tantan tegen de kanker. We vonden raakvlakken en vriendschap.

Als kind voelde ik me vaak oneindig oud. Ik wist dat grote mensen dit niet snapten op een paar bijzondere exemplaren na. Ik vraag me af of ik me later als bejaarde nog jong zal voelen. Ik denk het wel want dat zit in me.

Cockie geeft een workshop 'creatieve energie' en ik doe daarbij het dansgedeelte. Vorige week ontmoette ik tijdens de workshop een vitale vrouw van net zestig. Met enige rancune zei ze me dat iedereen altijd zei dat het niet uithaalde als je oud werd, maar dat het wèl uithaalde. Dat het verschrikkelijk was om slapper, stijver en krakkemikkig te worden. Ik realiseerde me later pas dat ze mij jong vond. Jaloersmakend jong, terwijl ik haar absoluut niet oud vond. Ik hoop zelfs later zelf ook zo stralend te blijven. (Ze had stralende ogen die iedere leeftijd overstijgen)

In mijn groep van Young Call ben ik één van de oudste. Hier werd ik voor het eerst sinds jaren weer echt met leeftijd geconfronteerd. Buiten het feit dat ik negen jaar ouder ben dan de jongste, zit ik ook vooral in een heel andere levensfase. Zij zijn fris uit de collegebanken en ik sta op de drempel van puberende dochters. Zij zijn van voor en achter gepamperd, zoals Hanneke dat zo mooi weet te omschrijven en ik kom net uit een desastreuze crisis in ons familiebedrijf. Andere ervaringen en werelden van verschil. Toch heben we onze overeenkomsten. Allemaal op zoek en allemaal hebben we de potentie om het verschil te maken. Ik vind er heerlijke vriendschappen en ontdek er steeds weer nieuwe dingen over mezelf. Bijvoorbeeld dat ik oud en jong ben. Gelukkig wel en ik hoop het nog heel lang te blijven.

woensdag 5 maart 2008

Zangvogeltje

Gisteravond ben ik naar een verdiepingssessie van Young Call geweest. Het thema was zang en stemgebruik. De vorig verdiepingssessie (dans) was een volkomen deceptie voor mij en ik ging er met lood in de schoenen naar toe. De gastdocent was een frêle vrouwtje met een enorme stem. Zij werd bijgestaan door een vriendelijke dame op de piano. Ze stond op de rand van een grote rode cirkel in de vloerbedekking. De piano er net buiten, zij er net in.
Daar voltrokken zich gisteravond wonderen. Verlegen jongens werden groter, voller, mannelijker en vooral mooier. Players gaven opeens blijk van ongekende kracht. Jonge vrouwen met een ijzeren zelfbeheersing braken op één toon. En tussen de tranen zag ik een glimp van hun ware kern die zoveel mooier was dan die beheerste buitenkant me had doen vermoeden.
Er was een rustige vrouw die opeens prachtig bleek te kunnen zingen. We hebben ook gedanst, want bij zingen moet het ook stromen werd ons geleerd. Stijve benen werden in gedachten aan elastiekjes verbonden en vonden langzaam ritme en de bijbehorende stemmen wonnen kracht. Er waren dapperen die zich overgaven en zongen terwijl ze geduwd, gepord en geschud werden. En allemaal op onze eigen manier en in onze eigen tijd vonden we kracht. In tien minuten hoorde je ieder zijn klank eigener worden en sterker. Ik moest soms huilen en soms lachen, want het was zo mooi.
Ik kan zo onzeker zijn. Mickel zei me dat dat mijn erfenis was van "de Botsingh". Ik kan onzeker zijn over mijn plek, of ik er wel bij hoor, wel gewenst ben. Waarschijnlijk is dat ook waarom ik zo verdrietig ben geworden van de danssessie. Daar is geappeleerd aan die angst. Niet zozeer om wat er gezegd is, maar omdat ik het niet begreep en me toen zo alleen ging voelen.
En toen mocht ik zingen. Ik vond het moeilijk. Ik kon de tekst niet onthouden en ben absoluut niet melodievast. Daarnaast heb ik een weinig subtiele overgang van mijn spreekstem naar mijn kopstem. In het liedje zat natuurlijk net zo'n overgang. (te hoog voor mijn spreekstem, te laag voor mijn kopstem)
Op mijn tekstangst speelde ze direct in, door de tekst weg te schoppen en op de lala-oe-a toer te gaan. Ze hoorde mijn kopstem en besloot meteen dat ze die meer wilde horen. Ze liet me zingen (een octaaf hoger) en zingen en zingen. Hard, zacht. Dansend. Sprookjesachtig. Verlokkend. En ik zong. Ik voelde spiertjes in mijn wang trillen. Ik voelde me opengaan. Al tijden droom ik ervan om één keer heel mooi te kunnen zingen voor publiek en in die tien minuten werd mijn droom waar.
Naderhand hebben we gelachen. Men had dingen in me gezien die ze niet eerder hadden gezien. Het bizarre was dat ieder iets anders opnoemde. Mijn zachte kant, het sprookjesachtige, het krachtige, de verleidster. En ik was ze allemaal.

donderdag 28 februari 2008

Biologisch beddengoed

Ik ben met een onderzoek bezig op het web om uit te zoeken wat er verkrijgbaar is op het gebied van biologische katoen. Tot mijn grote verbazing is dat veel meer dan ik had kunnen dromen. Veelal kleine projecten, met een idealistische instelling en een tiental producten. Mijn hart gaat harder kloppen.

Portemonnaies van gerecycled plastic uit sloppenwijken. Zeker vijftig mensen die een bestaan hiermee weten op te bouwen. Van plasticprikker tot het naaiaterlier, allemaal kansarme mensen uit een sloppenwijk die samen een leuk product weten neer te zetten.

Katoen uit kleine biologische boerenbedrijfjes uit Zuid-Amerika. Met respect voor het milieu en voor de mensen die er werken. Van deze katoen wordt een hele leuke lijn strandkleding gemaakt. De zonnigheid straalt ervan af.

Beddengoed uit Scandinavië. Biologisch en in rustige tinten geverft. (De verf ziet er duidelijk milieuvriendelijk uit.) Vanacht had ik ineens visioenen hoe dit zou voelen. Zacht lijkt me. Ooit had mijn oma een laken van katoen met kleine bloemetjes erop. Het katoen was wat sleets, maar daardoor des te zacht. De tand des tijds heeft nog enkel een kussensloop overgelaten, welke nu de lievelingskussensloop van mijn jongste dochter is. Die sensatie van zachte katoen, geborgenheid en misschien gewoon wel oprechte liefde, zag ik in dat biologische beddengoed.

Voor mijn geestesoog komt een beeld van een kledingwinkel met een afdeling voor niet-kleding. Daar ligt het beddengoed uitgestald in een etalering van een ruwhouten witte wand met een ouderwets stalen bed en een dikke dons met dat bijzondere bedovertrek.

woensdag 27 februari 2008

Wannabe

Mijn eigen blog.
Dapper ben ik met de titel Avonturen van een organic supergirl gestart. (Of is overmoedig misschien passender?)
Maar ik ben helemaal geen supergirl en slechts ten dele organic.
Maar ik wil dit wel heel graag worden en werk hier hard aan. En als ik eerlijk ben; Is iedere vrouw niet een beetje een supergirl? Het geeft me een goed gevoel zo te denken en dat biologische is mijn droom.
Mijn avonturen op deze tocht wil ik graag met jou delen.
Dus hierbij het begin van deze wannabe organic supergirl.