Ik zat in een restaurant in Parijs toen ik het telefoontje kreeg. Mama klonk overstuur en als eerste flitste mijn vader door mijn hoofd. Ze zei dat ze het moeilijkste nieuws moest vertellen dat ze zich voor kon stellen. Mijn neef M. zijn oudste zoon was overleden. In eerste instantie kon ik het niet bevatten. Ik gebaarde naar mijn tafelgenoten dat het niet om papa ging. Later heb ik een rustig plekje op straat gezocht en haar nogmaals gebeld. Stukje bij beetje kwam het verhaal. Ik was er ondersteboven van. Sinds de Botsingh hadden we geen contact meer en voor het eerst in mijn leven voel ik wrok voor mensen. Niet heel erg, maar het hele traject heeft mij zo'n pijn gedaan dat ik ook niet vrij van wrok ben. Desondanks heb ik ze nooit iets slechts toegewenst. Ik dacht altijd dat de levenslessen die zij over zichzelf afriepen zwaar genoeg zouden zijn. En dan nu dit afgrijselijke nieuws. Hun zoontje van acht dood. Het was geen ongeluk, maar waarschijnlijk iets met zijn hart. Hij zou met zijn vader naar de koninginnenmarkt gaan in U. maar moest ineens heel nodig poepen. Zijn vader besloot even terug te gaan naar huis. Onderweg kreeg hij het steeds benauwder en moest ook nog overgeven. Thuis aangekomen rolden zijn ogen weg en is hij in de gang buiten bewustzijn geraakt. Men heeft nog drie kwartier gereanimeerd tot hij weer een lichte pols had. Toen is hij naar het ziekenhuis vervoert, maar later bleek er geen hersenactiviteit meer te zijn. Uiteindelijk is besloten de knop uit te zetten. Er zijn drie andere kinderen geholpen met zijn organen. Op een rare manier troost dat. We lopen even later ontdaan door Parijs. Het regent opeens en het schijnt mij dat Parijs met mij meehuilt. Bij een kerkje besluiten we een kaarsje op te steken. Alle ruzie en wrok lijkt zo ver weg bij zulk leed. Ik voel enkel compassie voor hen.
Dit blijkt niet wederzijds te zijn. Wij krijgen geen kaart. Mijn ouders ook niet en tevens wordt hen via vier kanalen verzocht om niet te komen op de begrafenis. Zoals mijn moeder rustig opmerkte: "Ik begreep de boodschap ook al de eerste keer." Zelfs mijn inwonende tante krijgt geen kaart. Klaarblijkelijk heeft dit verdriet hen niet milder gemaakt. Of misschien is hen erger leed aangedaan dan ons. Ik had gedacht dat ze uiteindelijk zakelijk alles hadden wat ze altijd gewild hadden; de macht. Misschien bevalt het niet zo goed. Mijn hart weent voor hen. Hun levenspad lijkt enkel zwaarder te worden.
Ik blijf weg, maar bid wel voor hen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten