I. keek me fronsend aan. "Gaat het wel een beetje?" De metingen logen er niet om. Ze adviseerde om mijn dosering Str7 te vervijfvoudigen. Ik vond het best, als het huilen maar zou stoppen. En het werkte.
Met de vijfdubbele dosis was mijn wereld weer mooi. Ik reageer altijd vrij heftig op medicatie, vooral homeopatische medicijnen lijkt wel.
Na een paar dagen viel me op dat het bijzonder rustig in mijn hoofd was. Ik voelde niets meer, enkel nog watten. Weer een paar dagen later begon ik mijn sensitiviteit te missen. Ik geniet altijd van het contact met anderen en nu voelde ik zo veel minder.
Ik besloot de superdosering weer af te bouwen. Maar de watten bleven hangen.
Ik probeerde me voor te stellen hoe mijn leven zou zijn als het zo zou blijven en ik realiseerde me dat het waarnemen van energie een onlosmakelijk deel van mijzelf geworden is. Het was tijdens mijn recente dipje misschien iets te veel, maar zonder was ik mezelf niet.
Vanmiddag voelde ik weer. Ik zat op een verjaardag en B. vertelde. Ze vertelt altijd langzaam, soms tergend langzaam en haar verhaal lijkt soms nergens heen te gaan. Later had ik het er met mijn lief over en opeens zag ik dat haar energie vervuild was. Dat was hetgene dat me getriggerd had. De vervuiling in haar energie lijkt op allerlei manieren aandacht op te slurpen. Ondanks het negatieve gevoel werd ik zeer blij van het feit dat ik dit weer waarneem. De watten verdwijnen en ik word weer mezelf.
zondag 30 mei 2010
zaterdag 29 mei 2010
Haperingen
Tijdens het pinksterweekend heb ik gedanst. De zon scheen volop en bij gebrek aan een danstent gebruikten we een grasveld. De docente had een onderzoek gedaan naar bewegen met minimale inspanning. Ze leerde ons een frase waar dit in verwerkt was en ik verbaasde me over het gemak waarmee ik op stond en neer ging.
Toen we de frase bijna beheersten, vroeg ze ons juist te zoeken naar onze haperingen. De frase was soepel en vloeiend, maar op de punten waar je hapert wordt het juist interessant.
We dansten voor elkaar en vergrootten onze haperingen. Afgewisseld met de vloeiende frase leek dit wel onze ziel bloot te leggen. Of misschien kwam het gewoon door Anne Beth, de docente, die door de dans in onze kern wist te kijken.
Er was een deelneemster die bij voorbaat meldde dat ze wat last had van duizeligheid. Daarna danste ze. Het was een mooie vrouw en ik vond haar duizeling als ik deze al zag, absoluut niet storend.. Anne Beth keek hier echter veel scherper naar. "Het lijkt alsof je je bij voorbaat verexcuseerd."
Dit was een rake opmerking. Ze lachte melancholiek en zei "Ik ben één groot excuus." Even leek de stemming heel zwaar te worden, maar Anne Beth vroeg haar of ze dit luchtig zou kunnen brengen. Met een beetje humor. De vrouw knikte langzaam en opende later haar dans met de zin "Het spijt me dat ik niet functioneer." Haar dans weersprak dat en de kleine haperingen die er waren werden een komische noot.
Er was ook een jonge vrouw. Ze had twee jaar dansacademie gedaan en dat was haar aan te zien. Ze bewoog mooi en gracieus. Ik zei lachend tegen haar dat zij bewegingen kon maken, die voor ons gewone stervelingen niet waren weg gelegd. Maar zelf liep ze tegen het feit op dat ze door haar dansopleiding in automatisme verviel. Toen ze ons haar frase liet zien, vielen wij allemaal stil van bewondering. Anne Beth echter zei met een milde spot dat ze precies zag wat ze bedoeld had met 'haar maniertjes'. Vervolgens danste ze nogmaals, nadat ze geopend had met de zin: "En nu ga ik jullie al mijn maniertjes laten zien!" Dat werkte bevrijdend. Ze liet haar veilige standaardpassen varen en danste mooier en vrijer dan ik haar de hele dag had gezien.
Ik verbaasde me over hoe direct Anne Beth tot de deelnemers wist door te dringen en hoe ze met soms maar een enkele zin, hen hun eigen patronen wist te laten ontstijgen.
"Als ik naar je kijk terwijl je danst, zie ik genot." zei ze me. "En wat is het nou, dat dat genieten soms doet haperen? Wat is het in je leven, dat je soms niet laat genieten? Dat je weerhoudt van de volledige overgave die ik nu wel zie?"
Ik werd even stil. "Soms ben ik te serieus." zei ik. "En dan vergeet ik te genieten."
Ze glimlachte en we besloten die zin te gebruiken.
Ik stond stil. Mijn blik naar de grond en mijn armen langs mijn lichaam. Toen kwam mijn hoofd langzaam omhoog en keek ik mijn publiek aan. "Soms ben ik te serieus" zei ik en daarna schoot mijn arm omhoog alsof ik naar het zonlicht reikte. Opeens zakte mijn benen in een soepele draai onder me vandaan en begon mijn frase. Soepele ronde bewegingen, wentelingen en buitelingen totdat ik weer stond en haperde in een draai. Zodra ik danste was het publiek er niet meer geweest, maar nu zag ik ze. Ik stopte even met dansen voor ik de draad weer oppakte. "Soms ben ik te serieus."
Toen we de frase bijna beheersten, vroeg ze ons juist te zoeken naar onze haperingen. De frase was soepel en vloeiend, maar op de punten waar je hapert wordt het juist interessant.
We dansten voor elkaar en vergrootten onze haperingen. Afgewisseld met de vloeiende frase leek dit wel onze ziel bloot te leggen. Of misschien kwam het gewoon door Anne Beth, de docente, die door de dans in onze kern wist te kijken.
Er was een deelneemster die bij voorbaat meldde dat ze wat last had van duizeligheid. Daarna danste ze. Het was een mooie vrouw en ik vond haar duizeling als ik deze al zag, absoluut niet storend.. Anne Beth keek hier echter veel scherper naar. "Het lijkt alsof je je bij voorbaat verexcuseerd."
Dit was een rake opmerking. Ze lachte melancholiek en zei "Ik ben één groot excuus." Even leek de stemming heel zwaar te worden, maar Anne Beth vroeg haar of ze dit luchtig zou kunnen brengen. Met een beetje humor. De vrouw knikte langzaam en opende later haar dans met de zin "Het spijt me dat ik niet functioneer." Haar dans weersprak dat en de kleine haperingen die er waren werden een komische noot.
Er was ook een jonge vrouw. Ze had twee jaar dansacademie gedaan en dat was haar aan te zien. Ze bewoog mooi en gracieus. Ik zei lachend tegen haar dat zij bewegingen kon maken, die voor ons gewone stervelingen niet waren weg gelegd. Maar zelf liep ze tegen het feit op dat ze door haar dansopleiding in automatisme verviel. Toen ze ons haar frase liet zien, vielen wij allemaal stil van bewondering. Anne Beth echter zei met een milde spot dat ze precies zag wat ze bedoeld had met 'haar maniertjes'. Vervolgens danste ze nogmaals, nadat ze geopend had met de zin: "En nu ga ik jullie al mijn maniertjes laten zien!" Dat werkte bevrijdend. Ze liet haar veilige standaardpassen varen en danste mooier en vrijer dan ik haar de hele dag had gezien.
Ik verbaasde me over hoe direct Anne Beth tot de deelnemers wist door te dringen en hoe ze met soms maar een enkele zin, hen hun eigen patronen wist te laten ontstijgen.
"Als ik naar je kijk terwijl je danst, zie ik genot." zei ze me. "En wat is het nou, dat dat genieten soms doet haperen? Wat is het in je leven, dat je soms niet laat genieten? Dat je weerhoudt van de volledige overgave die ik nu wel zie?"
Ik werd even stil. "Soms ben ik te serieus." zei ik. "En dan vergeet ik te genieten."
Ze glimlachte en we besloten die zin te gebruiken.
Ik stond stil. Mijn blik naar de grond en mijn armen langs mijn lichaam. Toen kwam mijn hoofd langzaam omhoog en keek ik mijn publiek aan. "Soms ben ik te serieus" zei ik en daarna schoot mijn arm omhoog alsof ik naar het zonlicht reikte. Opeens zakte mijn benen in een soepele draai onder me vandaan en begon mijn frase. Soepele ronde bewegingen, wentelingen en buitelingen totdat ik weer stond en haperde in een draai. Zodra ik danste was het publiek er niet meer geweest, maar nu zag ik ze. Ik stopte even met dansen voor ik de draad weer oppakte. "Soms ben ik te serieus."
vrijdag 21 mei 2010
Iedere dag een beetje beter
En op een dag wilde hij niet meer. Ik had het niet zien aankomen, alhoewel ik dat wel had moeten zien. Het was niet meer doable voor hem.
Ik huilde. Ik huilde om het verlies van een vriend. In zeer korte tijd was hij me zeer dierbaar geworden. Ik huilde om het verlies van een werkplek. Ik hou niet van veranderingen en ik had geen idee hoe het nu verder moest. Ik huilde omdat ik afgewezen werd. Weer. Oude pijn vermengde zich met nieuwe. Mama zei troostend dat dit toch anders was. Toen wilden ze me niet en nu mocht hij me te graag. Ondanks mijn erbarmelijke staat hielp dit idee toch een beetje.
Ik dacht dat ik het wel kon. Overschakelen naar een professionele houding en meer afstand. En ik geloof dat ik het ook wel kan, maar ik had niet verwacht dat het zoveel pijn zou doen.
Mijn naasten zijn bijzonder lief. De eerste dagen gingen in een waas voorbij. Ik zat uren achter de piano en mijn lief liet me. Hij kookte voor me en knuffelde me 's avonds in slaap. J. was ook lief. Hij zorgde dat ik op een andere plek kon zitten en verzekerde me dat hij altijd plek voor me had. Ik mocht bij I. op de kamer. Met de bespreektafel tussen ons in geklemd, werkte ik me door de eerste week heen. Hij vroeg niets en daarvoor was ik hem zeer dankbaar. Papa en mama belden iedere dag. Tante hield me in het oog en is er altijd als ik wil praten.
Mijn lief vroeg iedere dag hoe het ging. "Iedere dag een beetje beter."
Ik voel hem nog. Zijn wanhoop, zijn verdriet en zijn pijn. Ik voel me machteloos omdat ik dit wel voel, maar de laatste ter wereld ben die hem kan helpen. Soms vraag ik me af waarom dingen gaan zoals ze gaan, waarom ik ben zoals ik ben.
Maandag belde C. "Je gaat toch niet alleen nog maar professioneel doen hè? Als jij je warme kant gaat wegstoppen achter professionaliteit, dat is een verlies..." Hier viel hij even stil. " Het klinkt misschien dramatisch, maar ik denk dat het een verlies is voor de mensheid."
We moesten lachen om zijn woordkeus, maar zijn woorden glipten mijn hart binnen. Ik realiseerde me dat ik dat zelf ook niet wil. Misschien kan ik het zelfs niet meer.
Mijn lief en ik zaten twee dagen later 's avonds in bad. Ik weet dat ik hem tot wanhoop drijf met mijn verdriet. Hij heeft het gevoel dat hij niets voor me kan doen en ik weet hem niet duidelijk genoeg te laten voelen hoeveel hij voor me doet. Hij is mijn anker, mijn houvast in deze woelige tijd. Hij keek me aan en stapte over zijn eigen machteloosheid heen. "Het raakt je diep hè." Ik knikte. Dat hij dit snapt troost me enorm. "Maar het gaat iedere dag een beetje beter." zeg ik.
Ik huilde. Ik huilde om het verlies van een vriend. In zeer korte tijd was hij me zeer dierbaar geworden. Ik huilde om het verlies van een werkplek. Ik hou niet van veranderingen en ik had geen idee hoe het nu verder moest. Ik huilde omdat ik afgewezen werd. Weer. Oude pijn vermengde zich met nieuwe. Mama zei troostend dat dit toch anders was. Toen wilden ze me niet en nu mocht hij me te graag. Ondanks mijn erbarmelijke staat hielp dit idee toch een beetje.
Ik dacht dat ik het wel kon. Overschakelen naar een professionele houding en meer afstand. En ik geloof dat ik het ook wel kan, maar ik had niet verwacht dat het zoveel pijn zou doen.
Mijn naasten zijn bijzonder lief. De eerste dagen gingen in een waas voorbij. Ik zat uren achter de piano en mijn lief liet me. Hij kookte voor me en knuffelde me 's avonds in slaap. J. was ook lief. Hij zorgde dat ik op een andere plek kon zitten en verzekerde me dat hij altijd plek voor me had. Ik mocht bij I. op de kamer. Met de bespreektafel tussen ons in geklemd, werkte ik me door de eerste week heen. Hij vroeg niets en daarvoor was ik hem zeer dankbaar. Papa en mama belden iedere dag. Tante hield me in het oog en is er altijd als ik wil praten.
Mijn lief vroeg iedere dag hoe het ging. "Iedere dag een beetje beter."
Ik voel hem nog. Zijn wanhoop, zijn verdriet en zijn pijn. Ik voel me machteloos omdat ik dit wel voel, maar de laatste ter wereld ben die hem kan helpen. Soms vraag ik me af waarom dingen gaan zoals ze gaan, waarom ik ben zoals ik ben.
Maandag belde C. "Je gaat toch niet alleen nog maar professioneel doen hè? Als jij je warme kant gaat wegstoppen achter professionaliteit, dat is een verlies..." Hier viel hij even stil. " Het klinkt misschien dramatisch, maar ik denk dat het een verlies is voor de mensheid."
We moesten lachen om zijn woordkeus, maar zijn woorden glipten mijn hart binnen. Ik realiseerde me dat ik dat zelf ook niet wil. Misschien kan ik het zelfs niet meer.
Mijn lief en ik zaten twee dagen later 's avonds in bad. Ik weet dat ik hem tot wanhoop drijf met mijn verdriet. Hij heeft het gevoel dat hij niets voor me kan doen en ik weet hem niet duidelijk genoeg te laten voelen hoeveel hij voor me doet. Hij is mijn anker, mijn houvast in deze woelige tijd. Hij keek me aan en stapte over zijn eigen machteloosheid heen. "Het raakt je diep hè." Ik knikte. Dat hij dit snapt troost me enorm. "Maar het gaat iedere dag een beetje beter." zeg ik.
vrijdag 7 mei 2010
Schrijfhexenkring
We hadden weer zo'n bijzondere middag in het Schrijfatelier. Op de zolderverdieping, waar de inspiratie altijd rond zweeft. Op die zolderverdieping, waar ik al zo veel bijzondere middagen heb gehad. Het is altijd een avontuur om er te komen. Eerst ga ik naar Bunnik. Daar zie ik even papa en soms vinden we tijd voor een kopje thee. Dan gaan mama en ik op pad. De reis duurt bijna een uur en dan praten we bij. Mama heeft altijd parkeerplek en om beurten vullen we de parkeermeter. Dan hoeven we enkel de steile trap nog te bedwingen. Mama wil graag in haar eigen tempo lopen en ik wil graag achter haar lopen. In haar rustige tempo klimmen we omhoog en bovenaan de trap staat J. te wachten. Altijd een gulle lach en de koffie en thee staat klaar. Deze keer zitten we in de achterkamer. De voorkamer is gevuld met zon, maar ook de achterkamer heeft iets speciaals. De dunne gordijnen filteren het licht en soms lijkt het me dat de buitenwereld mijlenver weg is van hier.
We spreken samen. J. vraagt mama hoe het gaat. En ik ben er getuige van dat ze oprecht deelt hoe het gaat. De mooie, maar ook de moeilijke momenten in haar huidige leven. Koning K. die overwonnen is, maar wel zijn sporen heeft nagelaten. Haar leven als gepensioneerde en haar leven als ZZP-er. De botsingen tussen deze werelden en de ruimte die hierbij overblijft voor haarzelf. Voor haarzelf en de kunst. Het is roerend hoe ze dit met ons deelt. Het is roerend dat ze het met ons deelt. Hoe vaak gaat men niet terloops aan zo'n vraag voorbij.
Ze vertelt ook over haar toneelstukken. Het stuk dat gespeeld is, het stuk dat nu gerepeteerd wordt en de nieuwe ideeën. Ze leest ook voor uit haar gedichten die ze schreef tijdens een intensieve training. J. en ik zijn stil. We genieten.
Later lees ik voor. Ik heb mijn blogs uitgeprint bij me, maar ze kiezen voor een ander verhaal. Het is een samenraapsel van flarden, van lijntjes energie die ik gevolgd ben. J. krijgt de kriebels als ik voorlees. Ze is zo gevoelig dat ze de trillingen voelt als we tijd en ruimte doorkruizen. Ze is er soms bang van, maar ze wordt er ook door geïntrigeerd. Deze vrouwen geven me het mooiste compliment dat ik kan krijgen. Ik voel hun ontroering en hun oprechte interesse.
Aan het einde van onze schrijfcoachsessie geeft J. aan dat ze ons graag wil blijven zien. Maar het voelt haar niet goed aan om dit als deze sessies door te zetten. Mama wil protesteren, maar ik kijk naar J. Ik kijk naar haar en zeg dat ik het heel mooi zou vinden om elkaar gelijkwaardig te ontmoeten, maar dat zij dan ook op tafel moet komen. Haar gezicht licht op.
We besluiten om ieder kwartaal samen te komen. Samen te praten over wat ons bezig houdt en voor te lezen wat we hebben geschreven. Het zijn bijzondere vrouwen. Ik voel een eenheid als we aan tafel zitten. We verdelen ons altijd over de tafeltjes, zodat er in gedachten een kring ontstaat. Ik voel die kring altijd. Een bepaalde verbondenheid. J. laat het woord heksen vallen. We lachen, maar niemand spreekt het tegen. En zo ontstaat onze hexenschrijfkring.
We spreken samen. J. vraagt mama hoe het gaat. En ik ben er getuige van dat ze oprecht deelt hoe het gaat. De mooie, maar ook de moeilijke momenten in haar huidige leven. Koning K. die overwonnen is, maar wel zijn sporen heeft nagelaten. Haar leven als gepensioneerde en haar leven als ZZP-er. De botsingen tussen deze werelden en de ruimte die hierbij overblijft voor haarzelf. Voor haarzelf en de kunst. Het is roerend hoe ze dit met ons deelt. Het is roerend dat ze het met ons deelt. Hoe vaak gaat men niet terloops aan zo'n vraag voorbij.
Ze vertelt ook over haar toneelstukken. Het stuk dat gespeeld is, het stuk dat nu gerepeteerd wordt en de nieuwe ideeën. Ze leest ook voor uit haar gedichten die ze schreef tijdens een intensieve training. J. en ik zijn stil. We genieten.
Later lees ik voor. Ik heb mijn blogs uitgeprint bij me, maar ze kiezen voor een ander verhaal. Het is een samenraapsel van flarden, van lijntjes energie die ik gevolgd ben. J. krijgt de kriebels als ik voorlees. Ze is zo gevoelig dat ze de trillingen voelt als we tijd en ruimte doorkruizen. Ze is er soms bang van, maar ze wordt er ook door geïntrigeerd. Deze vrouwen geven me het mooiste compliment dat ik kan krijgen. Ik voel hun ontroering en hun oprechte interesse.
Aan het einde van onze schrijfcoachsessie geeft J. aan dat ze ons graag wil blijven zien. Maar het voelt haar niet goed aan om dit als deze sessies door te zetten. Mama wil protesteren, maar ik kijk naar J. Ik kijk naar haar en zeg dat ik het heel mooi zou vinden om elkaar gelijkwaardig te ontmoeten, maar dat zij dan ook op tafel moet komen. Haar gezicht licht op.
We besluiten om ieder kwartaal samen te komen. Samen te praten over wat ons bezig houdt en voor te lezen wat we hebben geschreven. Het zijn bijzondere vrouwen. Ik voel een eenheid als we aan tafel zitten. We verdelen ons altijd over de tafeltjes, zodat er in gedachten een kring ontstaat. Ik voel die kring altijd. Een bepaalde verbondenheid. J. laat het woord heksen vallen. We lachen, maar niemand spreekt het tegen. En zo ontstaat onze hexenschrijfkring.
Abonneren op:
Posts (Atom)