En op een dag wilde hij niet meer. Ik had het niet zien aankomen, alhoewel ik dat wel had moeten zien. Het was niet meer doable voor hem.
Ik huilde. Ik huilde om het verlies van een vriend. In zeer korte tijd was hij me zeer dierbaar geworden. Ik huilde om het verlies van een werkplek. Ik hou niet van veranderingen en ik had geen idee hoe het nu verder moest. Ik huilde omdat ik afgewezen werd. Weer. Oude pijn vermengde zich met nieuwe. Mama zei troostend dat dit toch anders was. Toen wilden ze me niet en nu mocht hij me te graag. Ondanks mijn erbarmelijke staat hielp dit idee toch een beetje.
Ik dacht dat ik het wel kon. Overschakelen naar een professionele houding en meer afstand. En ik geloof dat ik het ook wel kan, maar ik had niet verwacht dat het zoveel pijn zou doen.
Mijn naasten zijn bijzonder lief. De eerste dagen gingen in een waas voorbij. Ik zat uren achter de piano en mijn lief liet me. Hij kookte voor me en knuffelde me 's avonds in slaap. J. was ook lief. Hij zorgde dat ik op een andere plek kon zitten en verzekerde me dat hij altijd plek voor me had. Ik mocht bij I. op de kamer. Met de bespreektafel tussen ons in geklemd, werkte ik me door de eerste week heen. Hij vroeg niets en daarvoor was ik hem zeer dankbaar. Papa en mama belden iedere dag. Tante hield me in het oog en is er altijd als ik wil praten.
Mijn lief vroeg iedere dag hoe het ging. "Iedere dag een beetje beter."
Ik voel hem nog. Zijn wanhoop, zijn verdriet en zijn pijn. Ik voel me machteloos omdat ik dit wel voel, maar de laatste ter wereld ben die hem kan helpen. Soms vraag ik me af waarom dingen gaan zoals ze gaan, waarom ik ben zoals ik ben.
Maandag belde C. "Je gaat toch niet alleen nog maar professioneel doen hè? Als jij je warme kant gaat wegstoppen achter professionaliteit, dat is een verlies..." Hier viel hij even stil. " Het klinkt misschien dramatisch, maar ik denk dat het een verlies is voor de mensheid."
We moesten lachen om zijn woordkeus, maar zijn woorden glipten mijn hart binnen. Ik realiseerde me dat ik dat zelf ook niet wil. Misschien kan ik het zelfs niet meer.
Mijn lief en ik zaten twee dagen later 's avonds in bad. Ik weet dat ik hem tot wanhoop drijf met mijn verdriet. Hij heeft het gevoel dat hij niets voor me kan doen en ik weet hem niet duidelijk genoeg te laten voelen hoeveel hij voor me doet. Hij is mijn anker, mijn houvast in deze woelige tijd. Hij keek me aan en stapte over zijn eigen machteloosheid heen. "Het raakt je diep hè." Ik knikte. Dat hij dit snapt troost me enorm. "Maar het gaat iedere dag een beetje beter." zeg ik.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten