De afgelopen weken waren moeizaam voor mij. Met de nadruk op de eerste lettergreep MOE. Ik heb zulke periodes wel vaker, maar opeens besprong deze week een beklemmend gevoel me. Ik ben het zo zat om altijd maar moe te zijn. De dagen glijden als los zand door mijn vingers en door mijn inproductiviteit lijkt mijn eigenwaarde mee te glippen.
Ik heb nu het ergste weer gehad. Achteraf blijkt het een combinatie te zijn van een ontsteking, reactie op reguliere medicijnen en reactie op homeopathische medicijnen. En ik heb een ontdekking gedaan. Of misschien zou ik herontdekking moeten zeggen, want er staat me iets van bij dat ik dit tien jaar geleden ook al vastgesteld had: Ik word niet gelukkig van het huismusschap.
Het benauwt me. De strijk neemt gigantische proporties aan en in mijn fantasie transformeert deze in een Loch Ness achtig monster. Ik denk dat mijn wijze moeder dit monster van Badd Bosch zou bestempelen als mijn Judge. De Judge oordeelt over mij en, je raad het al, niet in mijn voordeel. Ik ben te lui, te sloom, te moe en vooral niet productief. Nou moet je hierbij bedenken dat ik helemaal geen hekel aan strijken heb. Ik hou er zelfs wel van, ook al groeit de stapel strijk altijd sneller dan ik hem weg kan werken. Op een Tante Tannie achtige manier voel ik me altijd rustig worden terwijl ik strijk. Het grote voordeel van strijken is dat je er niet al je aandacht voor nodig hebt. Je kunt gemakkelijk een DVDtje erbij kijken, topografie overhoren of heerlijk zingen met je kinderen. Telefoneren hoorde tot voor kort ook tot de opties, maar sinds ik mijn schouder ontstoken heb behoort dit niet meer tot de mogelijkheden. Ik had de akelige gewoonte om met mijn schouder de telefoon tegen mijn oor te klemmen, zodat ik mijn handen vrij had. Ik weet niet zeker of dit de oorzaak is geweest, maar het doet nog steeds een beetje zeer als ik deze beweging doe, terwijl ik er verder helemaal geen last meer van heb. Enfin ik heb dus geen hekel aan strijken. Wel aan de zolder opruimen, tuinieren in de regen, ramen wassen. De monsters die uit deze eeuwig wachtende klusjes opdoemen nemen helemaal enorme proporties aan.
Al toen ik net moeder was had ik me gerealiseerd dat ik graag iets buiten het huishouden doe. Ik zei gekscherend: "Ik ben een leukere moeder als ik af en toe geen moeder ben." En ik was dit even vergeten. Ook hoor ik mezelf in gedachten ongeveer drie jaar geleden zeggen: "Als ik de lotto zou winnen? Dan zou ik gewoon blijven werken. Ik vind mijn werk leuk, heel erg leuk. Ik doe het niet voor het geld."
Dat was natuurlijk voor De Botsingh. Voor mijn plezier in het werk me ontzegd werd. Voor mijn werk onmogelijk voor me was. En daarna kampte ik met desillusie en daarna met de ziekte van papa. Nu gaat het beter met hem. Beter dan ik had durven dromen. Papa en mama rooien het prima samen en ik ben niet meer zo nodig. Dat geeft me tijd voor mezelf, maar maakt me ook een beetje overbodig. Nou weet ik dat als ze dit lezen, ze denken dat ik helemaal niet overbodig ben. Ze zien me graag komen en ik ben iedere dag welkom. Maar dan zou ik een soort gezelschapsdame worden of een ongeschoolde pillendoosvuller. Een heel dankbare taak, maar niet mijn levensroeping. Alhoewel ik bij niemand liever het pillenmysterie doe. Zittend aan hun keukentafel met alle pillen tussen ons uitgestald, vinden we een saamhorigheid die ongekend is. Wie had gedacht dat je in grote zorg geluk zou vinden in het vullen van een pillendoos? Heerlijk voor af en toe, maar dus niet genoeg voor mij.
Ik moet mijn eigen draai zien te vinden. Met mijn huidige energieniveau twijfel ik enorm of ik ooit mijn bedrijf in de biologische katoen op kan zetten. Maar wat wil ik dan? Ik weet het niet, maar ik voel me al lichter nu ik me herinnerd heb dat ik niet geschikt ben voor het huismusschap.
Cockie vroeg me vanmorgen, toen ik mijn kleur verloren had in mijn wanhoop: "Maar je weet toch dat we allemaal hier in huis heel erg blij met je zijn?"
Ik luisterde. Misschien niet duidelijk genoeg want ze herhaalde het nogmaals. "Je ziet toch dat je voor ons allemaal heel belangrijk bent?" En haar boodschap kwam binnen en legde het monster van Badd Bosch met zachte hand het zwijgen op. Ook al is de strijkstapel zo hoog dat de meisjes er verstoppertje in spelen, ook al lijkt het door mijn ramen mistig bij zonneschijn, ook al is de zolder zo'n zooi dat het arbotechnisch onverantwoord wordt deze te betreden, ik breng toch iets belangrijks in dit huis. Ik ben belangrijk voor dit huis.
Vandaag ging het beter. De strijk is geslonken, de vieste ramen gewassen in een ommezwaai. Mijn klusjes lijken weer uitdagingen en de zon schijnt weer in mijn hart. En ik hou mijn ogen open voor mogelijkheden buitenshuis, want ik ben geen huismus.
woensdag 26 maart 2008
donderdag 20 maart 2008
Eigenwaarde
Ik heb ontdekt dat ik mezelf minder waard vind nu ik niet werk. Mijn zelfvertrouwen heeft er onder te lijden. Toen ik me dit realiseerde stond ik verbaasd van mezelf.
Ik doe een hoop. Veel meer dan ik ooit had kunnen doen toen ik nog werkte. Wat nog veel belangrijker is dat mijn meisjes gelukkiger zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ze tekort deed, maar moet constateren dat ze opbloeien nu ik iedere middag thuis ben. Net dat beetje meer aandacht, maakt ze gelukkiger. Maar als ik vroeger niet toe kwam aan de strijk, dan vond ik dat heel logisch. Als ik nu niet toekom aan de strijk, dan heb ik daar een zwaar oordeel over. Ik doe immers helemaal niets en dan laat ik het huishouden ook nog versloffen!
Ook in andere situaties merk ik dat ik minder zelfvertrouwen aan de dag leg. Terwijl ik niet meer of minder ben geworden, ongeacht mijn werk of bezigheid. Daarom probeer ik wat genuanceerder om te gaan met mijn zelfbeeld. Niet al mijn activiteiten kleineren onder het mom dat het niets belangrijks is. Rustig mezelf observeren zonder gelijk een oordeel te vellen. En vooral: schouderklopjes. Een schouderklopje is een fantastisch iets. Het kost niets en levert heel veel op. Als ik iets goed doe, sta ik daar even bij stil en geef mezelf in gedachten een schouderklopje. (Niet letterlijk, want mijn schouder is nog niet helemaal herstelt.) En ik probeer te genieten van alles wat ik doe. Ik heb genoeg ellende gehad vorig jaar; dit jaar wil ik graag genieten van de betere tijden.
Nog steeds betrap ik mezelf er soms op dat ik vind dat ik niet genoeg doe of dat het niet belangrijk is. Maar dat kenmerkt de mens misschien wel: Je leert het met vallen en opstaan.
Ook ik.
Ik doe een hoop. Veel meer dan ik ooit had kunnen doen toen ik nog werkte. Wat nog veel belangrijker is dat mijn meisjes gelukkiger zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ze tekort deed, maar moet constateren dat ze opbloeien nu ik iedere middag thuis ben. Net dat beetje meer aandacht, maakt ze gelukkiger. Maar als ik vroeger niet toe kwam aan de strijk, dan vond ik dat heel logisch. Als ik nu niet toekom aan de strijk, dan heb ik daar een zwaar oordeel over. Ik doe immers helemaal niets en dan laat ik het huishouden ook nog versloffen!
Ook in andere situaties merk ik dat ik minder zelfvertrouwen aan de dag leg. Terwijl ik niet meer of minder ben geworden, ongeacht mijn werk of bezigheid. Daarom probeer ik wat genuanceerder om te gaan met mijn zelfbeeld. Niet al mijn activiteiten kleineren onder het mom dat het niets belangrijks is. Rustig mezelf observeren zonder gelijk een oordeel te vellen. En vooral: schouderklopjes. Een schouderklopje is een fantastisch iets. Het kost niets en levert heel veel op. Als ik iets goed doe, sta ik daar even bij stil en geef mezelf in gedachten een schouderklopje. (Niet letterlijk, want mijn schouder is nog niet helemaal herstelt.) En ik probeer te genieten van alles wat ik doe. Ik heb genoeg ellende gehad vorig jaar; dit jaar wil ik graag genieten van de betere tijden.
Nog steeds betrap ik mezelf er soms op dat ik vind dat ik niet genoeg doe of dat het niet belangrijk is. Maar dat kenmerkt de mens misschien wel: Je leert het met vallen en opstaan.
Ook ik.
maandag 17 maart 2008
Ontstoken schouder
Ik heb een ontstoken schouder en daardoor ben ik nogal onthand.
Het begon met een zeurend pijntje, waar ik dapper of dom mee doorliep. Totdat ik 's nachts wakker werd bij iedere draai en ik ontdekte dat ik erg draaierig ben 's nachts. Die volgende dag werd het van kwaad tot erger en 's avonds deed zelfs niets doen enorm zeer. Ik belandde bij een osteopaat. Hij vroeg me om mijn bovenlijf te ontkleden. Helaas was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik wist me met moeite uit mijn spencer te werken en aangekomen bij mijn tshirt bood hij meelevend zijn hulp aan. (Bij uitgekleed worden door een aantrekkelijke, vreemde man had ik me toch iets heel anders voorgesteld.) Een pijnlijk minuutje later, zowel voor mijn ego omdat ik zo onelegant vast was komen in mijn tshirt en enorm zweette door de pijn alswel de pijn in mijn schouder die deze ontkleding teweeg gebracht had, keek hij naar mijn schouder. Hij had weinig tijd nodig om te constateren dat ik dezelfde dag nog voor ontstekingsremmers moest zorgen en dat het niet best was. Momenteel ben ik ietwat gedrogeerd, neem driedagelijks ijspakkingen en bid dat de kwaal snel overgaat. Gelukkig kan ik nog wel goed typen. Strijken echter niet, maar dat heeft ook zijn voordelen.
Het begon met een zeurend pijntje, waar ik dapper of dom mee doorliep. Totdat ik 's nachts wakker werd bij iedere draai en ik ontdekte dat ik erg draaierig ben 's nachts. Die volgende dag werd het van kwaad tot erger en 's avonds deed zelfs niets doen enorm zeer. Ik belandde bij een osteopaat. Hij vroeg me om mijn bovenlijf te ontkleden. Helaas was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik wist me met moeite uit mijn spencer te werken en aangekomen bij mijn tshirt bood hij meelevend zijn hulp aan. (Bij uitgekleed worden door een aantrekkelijke, vreemde man had ik me toch iets heel anders voorgesteld.) Een pijnlijk minuutje later, zowel voor mijn ego omdat ik zo onelegant vast was komen in mijn tshirt en enorm zweette door de pijn alswel de pijn in mijn schouder die deze ontkleding teweeg gebracht had, keek hij naar mijn schouder. Hij had weinig tijd nodig om te constateren dat ik dezelfde dag nog voor ontstekingsremmers moest zorgen en dat het niet best was. Momenteel ben ik ietwat gedrogeerd, neem driedagelijks ijspakkingen en bid dat de kwaal snel overgaat. Gelukkig kan ik nog wel goed typen. Strijken echter niet, maar dat heeft ook zijn voordelen.
donderdag 6 maart 2008
Oud en Jong
Ik geloof er in dat leeftijd eigenlijk niet belangrijk is. In mijn leven heb ik een vriendin gehad die mijn oma had kunnen zijn en ik maak vrienden die mijn kinderen hadden kunnen zijn. Vroeger dacht ik hier heel anders over. In mijn schooltijd was leeftijd een nauwkeurige afbakening van wel of niet geschiktheid. Ik speelde enkel met jongere kinderen buiten school. Op school waren we keurig in leeftijden verdeeld door onze klassen. Later kuste ik nooit met jongens die ouder waren, want die waren voor mijn zus. Op de HTS veranderde dat patroon, omdat de leeftijden zo divers waren in onze klas. Later toen ik ziek werd, vervaagden leeftijdsgrenzen geheel. Ik moest leren leven met mijn energetische beperking, zoals bijvoorbeeld mijn moeders leeftijdgenoten moesten leren omgaan met de overgang. Toen ik vocht om mijn beetje energie juist te besteden, vocht Tantan tegen de kanker. We vonden raakvlakken en vriendschap.
Als kind voelde ik me vaak oneindig oud. Ik wist dat grote mensen dit niet snapten op een paar bijzondere exemplaren na. Ik vraag me af of ik me later als bejaarde nog jong zal voelen. Ik denk het wel want dat zit in me.
Cockie geeft een workshop 'creatieve energie' en ik doe daarbij het dansgedeelte. Vorige week ontmoette ik tijdens de workshop een vitale vrouw van net zestig. Met enige rancune zei ze me dat iedereen altijd zei dat het niet uithaalde als je oud werd, maar dat het wèl uithaalde. Dat het verschrikkelijk was om slapper, stijver en krakkemikkig te worden. Ik realiseerde me later pas dat ze mij jong vond. Jaloersmakend jong, terwijl ik haar absoluut niet oud vond. Ik hoop zelfs later zelf ook zo stralend te blijven. (Ze had stralende ogen die iedere leeftijd overstijgen)
In mijn groep van Young Call ben ik één van de oudste. Hier werd ik voor het eerst sinds jaren weer echt met leeftijd geconfronteerd. Buiten het feit dat ik negen jaar ouder ben dan de jongste, zit ik ook vooral in een heel andere levensfase. Zij zijn fris uit de collegebanken en ik sta op de drempel van puberende dochters. Zij zijn van voor en achter gepamperd, zoals Hanneke dat zo mooi weet te omschrijven en ik kom net uit een desastreuze crisis in ons familiebedrijf. Andere ervaringen en werelden van verschil. Toch heben we onze overeenkomsten. Allemaal op zoek en allemaal hebben we de potentie om het verschil te maken. Ik vind er heerlijke vriendschappen en ontdek er steeds weer nieuwe dingen over mezelf. Bijvoorbeeld dat ik oud en jong ben. Gelukkig wel en ik hoop het nog heel lang te blijven.
Als kind voelde ik me vaak oneindig oud. Ik wist dat grote mensen dit niet snapten op een paar bijzondere exemplaren na. Ik vraag me af of ik me later als bejaarde nog jong zal voelen. Ik denk het wel want dat zit in me.
Cockie geeft een workshop 'creatieve energie' en ik doe daarbij het dansgedeelte. Vorige week ontmoette ik tijdens de workshop een vitale vrouw van net zestig. Met enige rancune zei ze me dat iedereen altijd zei dat het niet uithaalde als je oud werd, maar dat het wèl uithaalde. Dat het verschrikkelijk was om slapper, stijver en krakkemikkig te worden. Ik realiseerde me later pas dat ze mij jong vond. Jaloersmakend jong, terwijl ik haar absoluut niet oud vond. Ik hoop zelfs later zelf ook zo stralend te blijven. (Ze had stralende ogen die iedere leeftijd overstijgen)
In mijn groep van Young Call ben ik één van de oudste. Hier werd ik voor het eerst sinds jaren weer echt met leeftijd geconfronteerd. Buiten het feit dat ik negen jaar ouder ben dan de jongste, zit ik ook vooral in een heel andere levensfase. Zij zijn fris uit de collegebanken en ik sta op de drempel van puberende dochters. Zij zijn van voor en achter gepamperd, zoals Hanneke dat zo mooi weet te omschrijven en ik kom net uit een desastreuze crisis in ons familiebedrijf. Andere ervaringen en werelden van verschil. Toch heben we onze overeenkomsten. Allemaal op zoek en allemaal hebben we de potentie om het verschil te maken. Ik vind er heerlijke vriendschappen en ontdek er steeds weer nieuwe dingen over mezelf. Bijvoorbeeld dat ik oud en jong ben. Gelukkig wel en ik hoop het nog heel lang te blijven.
woensdag 5 maart 2008
Zangvogeltje
Gisteravond ben ik naar een verdiepingssessie van Young Call geweest. Het thema was zang en stemgebruik. De vorig verdiepingssessie (dans) was een volkomen deceptie voor mij en ik ging er met lood in de schoenen naar toe. De gastdocent was een frêle vrouwtje met een enorme stem. Zij werd bijgestaan door een vriendelijke dame op de piano. Ze stond op de rand van een grote rode cirkel in de vloerbedekking. De piano er net buiten, zij er net in.
Daar voltrokken zich gisteravond wonderen. Verlegen jongens werden groter, voller, mannelijker en vooral mooier. Players gaven opeens blijk van ongekende kracht. Jonge vrouwen met een ijzeren zelfbeheersing braken op één toon. En tussen de tranen zag ik een glimp van hun ware kern die zoveel mooier was dan die beheerste buitenkant me had doen vermoeden.
Er was een rustige vrouw die opeens prachtig bleek te kunnen zingen. We hebben ook gedanst, want bij zingen moet het ook stromen werd ons geleerd. Stijve benen werden in gedachten aan elastiekjes verbonden en vonden langzaam ritme en de bijbehorende stemmen wonnen kracht. Er waren dapperen die zich overgaven en zongen terwijl ze geduwd, gepord en geschud werden. En allemaal op onze eigen manier en in onze eigen tijd vonden we kracht. In tien minuten hoorde je ieder zijn klank eigener worden en sterker. Ik moest soms huilen en soms lachen, want het was zo mooi.
Ik kan zo onzeker zijn. Mickel zei me dat dat mijn erfenis was van "de Botsingh". Ik kan onzeker zijn over mijn plek, of ik er wel bij hoor, wel gewenst ben. Waarschijnlijk is dat ook waarom ik zo verdrietig ben geworden van de danssessie. Daar is geappeleerd aan die angst. Niet zozeer om wat er gezegd is, maar omdat ik het niet begreep en me toen zo alleen ging voelen.
En toen mocht ik zingen. Ik vond het moeilijk. Ik kon de tekst niet onthouden en ben absoluut niet melodievast. Daarnaast heb ik een weinig subtiele overgang van mijn spreekstem naar mijn kopstem. In het liedje zat natuurlijk net zo'n overgang. (te hoog voor mijn spreekstem, te laag voor mijn kopstem)
Op mijn tekstangst speelde ze direct in, door de tekst weg te schoppen en op de lala-oe-a toer te gaan. Ze hoorde mijn kopstem en besloot meteen dat ze die meer wilde horen. Ze liet me zingen (een octaaf hoger) en zingen en zingen. Hard, zacht. Dansend. Sprookjesachtig. Verlokkend. En ik zong. Ik voelde spiertjes in mijn wang trillen. Ik voelde me opengaan. Al tijden droom ik ervan om één keer heel mooi te kunnen zingen voor publiek en in die tien minuten werd mijn droom waar.
Naderhand hebben we gelachen. Men had dingen in me gezien die ze niet eerder hadden gezien. Het bizarre was dat ieder iets anders opnoemde. Mijn zachte kant, het sprookjesachtige, het krachtige, de verleidster. En ik was ze allemaal.
Daar voltrokken zich gisteravond wonderen. Verlegen jongens werden groter, voller, mannelijker en vooral mooier. Players gaven opeens blijk van ongekende kracht. Jonge vrouwen met een ijzeren zelfbeheersing braken op één toon. En tussen de tranen zag ik een glimp van hun ware kern die zoveel mooier was dan die beheerste buitenkant me had doen vermoeden.
Er was een rustige vrouw die opeens prachtig bleek te kunnen zingen. We hebben ook gedanst, want bij zingen moet het ook stromen werd ons geleerd. Stijve benen werden in gedachten aan elastiekjes verbonden en vonden langzaam ritme en de bijbehorende stemmen wonnen kracht. Er waren dapperen die zich overgaven en zongen terwijl ze geduwd, gepord en geschud werden. En allemaal op onze eigen manier en in onze eigen tijd vonden we kracht. In tien minuten hoorde je ieder zijn klank eigener worden en sterker. Ik moest soms huilen en soms lachen, want het was zo mooi.
Ik kan zo onzeker zijn. Mickel zei me dat dat mijn erfenis was van "de Botsingh". Ik kan onzeker zijn over mijn plek, of ik er wel bij hoor, wel gewenst ben. Waarschijnlijk is dat ook waarom ik zo verdrietig ben geworden van de danssessie. Daar is geappeleerd aan die angst. Niet zozeer om wat er gezegd is, maar omdat ik het niet begreep en me toen zo alleen ging voelen.
En toen mocht ik zingen. Ik vond het moeilijk. Ik kon de tekst niet onthouden en ben absoluut niet melodievast. Daarnaast heb ik een weinig subtiele overgang van mijn spreekstem naar mijn kopstem. In het liedje zat natuurlijk net zo'n overgang. (te hoog voor mijn spreekstem, te laag voor mijn kopstem)
Op mijn tekstangst speelde ze direct in, door de tekst weg te schoppen en op de lala-oe-a toer te gaan. Ze hoorde mijn kopstem en besloot meteen dat ze die meer wilde horen. Ze liet me zingen (een octaaf hoger) en zingen en zingen. Hard, zacht. Dansend. Sprookjesachtig. Verlokkend. En ik zong. Ik voelde spiertjes in mijn wang trillen. Ik voelde me opengaan. Al tijden droom ik ervan om één keer heel mooi te kunnen zingen voor publiek en in die tien minuten werd mijn droom waar.
Naderhand hebben we gelachen. Men had dingen in me gezien die ze niet eerder hadden gezien. Het bizarre was dat ieder iets anders opnoemde. Mijn zachte kant, het sprookjesachtige, het krachtige, de verleidster. En ik was ze allemaal.
Abonneren op:
Posts (Atom)