vrijdag 13 juni 2008

Op reis

Mijn lief gaat op reis. Alleen, om de eenzaamheid te zoeken. Om zijn leven te overdenken en om beslissingen te nemen. Ons leven is momenteel wat stuurloos. We weten niet welke kant we op gaan. Hij is niet gelukkig bij zijn huidige werkgever en ik ben niet gelukkig thuis. Daarom zoeken we naar iets nieuws. Samen hebben we een lijstje van dromen gemaakt. Kleine dromen, zoals een puppy, en grote dromen zoals emigreren naar La Douce France. We praten veel en zoeken dus een nieuwe weg. Tot vorige week. Toen kwam hij thuis met het plan om alleen op reis te gaan. Ik zei hem dat als dat hem gelukkig maakt, hij dat moet doen. Ik zei hem niet dat het mij niet gelukkig maakt, dat ik het niet begrijp en dat het me doet twijfelen aan ons. Ik kan hem niet vasthouden als hij weg wil en ik weet werkelijk niet wat goed voor hem is. Dus geef ik hem ruimte en gaat hij op reis.
Afgelopen dagen voelde ik mijn hart langzaam verzwaren en ik realiseerde me dat ik het met hem moest bespreken. Vanavond in bad spraken we het. "Maar je weet toch dat ik zielsveel van je hou?" "Het zit niet in jou." "Ik ben juist heel blij met jou!" Zijn woorden klonken steeds indringender. Ik weet dat hij van me houdt. Ik weet dat dit zijn queeste is. Maar ik heb zo hard mijn best gedaan er altijd voor hem te zijn als hij me nodig had en toen hij vertelde dat hij op zichzelf teruggeworpen wilde worden brak er iets in me. Het was nooit in mij opgekomen dat hij zoiets nodig zou hebben en het ligt buiten mijn vermogen. Net als destijds bij de Botsingh, heb ik wederom het beste van mezelf gegeven en wederom is dat niet wat men wil, nodig heeft. En dat doet pijn. Bij de Botsingh omdat ik wist dat er enkel slechtere opties in het verschiet lagen; wegen vol verwijten en pijn. Nu in mijn relatie omdat ik niet meer weet wat er van me verwacht wordt en hoe het nu vorm moet krijgen.
Het bad werd natter door mijn tranen en mijn lief zag opeens de andere zijde van zijn keuze. Geƫmotioneerd en vurig betoogde hij nogmaals zijn liefde voor mij. Hij is ook onzeker en bang. We knuffelen elkaar en mijn hart voelt lichter. Ik ben blij dat hij gaat en ik ben blij dat ik mij uit heb gesproken. Ik hou zoveel van hem dat ik de sterren voor hem uit de hemel zou willen plukken, maar sommige draken moet men zelf verslaan.