donderdag 4 februari 2010

Verdriet

Dit najaar vertelde hij mij vol trots over de tour die hij in Amerika zou rijden. Op een Harley voor een goed doel. Familie reed mee en het zou een hele happening worden. Indian summer. Pas later realiseerde ik me dat die button van dat vrolijke meisje op zijn bureau dat goede doel was.
Zelf kinderloos was zij een soort petekind. Een prachtig meisje. Ze had leukemie.
Het is altijd al moeilijk om een beenmergmatch te vinden, maar voor gekleurde mensen schijnt de kans om een goede match te vinden nog kleiner te zijn. Er werd van alles georganiseerd en vooral ook allerlei geld ingezameld om dit mogelijk te maken. Ze vonden een bijna-match. Het beste wat er was en daar probeerden ze het mee.
In eerste instantie leek het niet aan te slaan. R. zag er bedrukt uit. Zijn vrouw vloog naar New York om het meisje bij te staan.
Twee weken later leek hij wel op vleugels te gaan. Het ging goed met haar! De behandeling sloeg toch aan en de kanker was bijna niet meer terug te vinden.
Weer later waren er toch complicaties. Het lijfje ontwikkelde afweerreacties tegen het vreemde merg.
Dag na dag zag ik zijn wanhoop groeien.
Soms leefde hij op, zoals toen ze op bezoek mocht bij Barack Obama.
Het uitje viel bijna in het water, omdat ze een paar dagen weg zakte in coma.
Maar ze is een vechter, verklaarde hij trots, en met wat vertraging kon ze toch naar het witte huis.
Vol trots liet hij de prachtige foto zien. Een klein, dapper en o, zo ziek meisje dat vol adoratie naar Barack op kijkt. En hij draagt haar roze handtasje met de broodnodige zuurstof.
Daarna ging het steeds meer bergafwaards. Ik kon het horen in zijn stem dat hij de moed op had gegeven. Ze was op een punt gekomen, dat vechten te laat is en dat je haar enkel rust wil gunnen. Haar directe omgeving zag dat misschien nog niet, maar R. al wel.
Haar heengaan kwam toch als een schok.
Vandaag zag ik hem en toen ik in zijn ogen keek, voelde ik zijn verdriet. Peilloos verdriet, gepaard met wanhoop en machteloosheid.
Ik kon enkel een hand op zijn schouder leggen en mijn medeleven betuigen. En dat schoot natuurlijk veel te kort. Ik had hem willen knuffelen. Ik had hem uit willen laten huilen. Ik had met hem willen huilen. En dat probeerde ik in die ene handdruk te leggen. Hij keek naar me op en onze ogen werden vochtig.
Wat een verdriet.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten