maandag 12 april 2010

Wat kan ik goed?

Hij vroeg me opeens: "Wat kan je dan wel goed? Ik heb je al drie keer horen zeggen dat je iets niet kan." Ik had me dat eigenlijk geeneens gerealiseerd. Maar dat was inderdaad zo. Tijdens onze rondwandeling door de tuin en het huis waren een aantal zaken ter sprake gekomen waar ik gekscherend van had gezegd dat ik die (nog) niet kon. (Huishouden, beelden maken, ...)
Zijn vraag overviel me. Ik wist even niets te zeggen. Wat kan ik nou eigenlijk goed. Ik ben niet zo trots op mijn prestaties. Ik vind mezelf vooral een fijn mens, maar ik voel geen pronkerigheid voor mijn werk of andere talenten. Terwijl ik tegelijkertijd ook vind dat ik getalenteerd ben. Dat flapte ik er dus ook uit. Dat ik veel talenten heb. Hij keek me nieuwsgierig aan, maar ik liet het daarbij. Toch echoode de vraag na. Wat kan ik goed? Weer stof tot nadenken.

zondag 11 april 2010

Bedankdineetje

Twee en een half jaar hadden ze mijn vader verzorgd. Iedere chemo stonden ze voor hem klaar. Professioneel en hartelijk. Als je zo dicht naast de dood wandelt, dan beleef je het leven anders. En als geen ander weten zij dat. Je ziet het in hun ogen en dat begrip maakt je rustig. De verpleging van de dagbehandeling waren voor mijn vader en ook voor mij en mijn moeder een soort engelen.
Mijn vader is er doorheen gekomen. Aan het begin van het traject had ik dat niet durven geloven, maar hij bleek bijzonder veerkrachtig en vasthoudend. De chemo's sloegen aan en Y. pompte hem vol energie om het te doorstaan.
Afgelopen donderdag hadden we om de verpleging van de dagbehandeling te bedanken ze uitgenodigd voor het eten. Mama en ik hadden gekookt. Simpel, maar lekker. De tafel was mooi gedekt en het huis was vervuld van zijn gebruikelijke gastvrijheid. Ze kwamen in groepjes binnendruppelen. Het was echt een uitje voor ze. Ze genoten van de mooie omgeving en de gezellige ambiance. Op deze afdeling werken ze parttime. Daardoor zien ze elkaar eigenlijk niet zoveel en men genoot van deze kans om bij te praten. Tot slot kwam ook de specialist. G. is een bijzonder man en we zijn bijzonder dankbaar dat hij op ons pad is gekomen. Natuurlijk is het niet aan hem of een behandeling aan slaat, maar soms is het moeilijk dat te scheiden. Maar ook onafhankelijk daarvan, is G. een fijn mens. Ook professioneel en hartelijk, (Ik val in herhaling) maar hij weet daarnaast zonder onnodige paniek de ernst van de situatie duidelijk te maken. Hij sluit zijn hart niet af als hij slecht nieuws moet vertellen. Hij is er. Voor onze duizenden vragen, uitgesproken en niet uitgesproken. Als je zulk nieuws krijgt, dan wankelt je wereld en ik geloof dat we geen betere ondersteuning hadden kunnen hebben dan we van deze lieve groep mensen gekregen hebben.
Als bedankje hielden we dus dit diner en terwijl ik over de tafel keek en hen zag genieten was ik dankbaar. Dankbaar dat we hen een mooie avond konden bezorgen, voor de goede zorgen die ze aan papa hadden gegeven.

zaterdag 20 maart 2010

Tante

Op een ochtend keek ze me indringend aan. "Waarom schrijf je nooit over mij?" De pijn van jaren niet gezien worden lag tussen de woorden. Maar ik reageerde niet op de pijn. Ik vind dat ieder mens recht heeft op zijn eigen pijn, maar ook dat ieder medemens het recht heeft dit te laten liggen. Hoeveel ik ook van haar hou, ik kan haar pijn van die jaren niet weg nemen. Ik luisterde naar haar en verbaasde me. Had ik echt nooit over haar geschreven? De stukjes van de afgelopen twee jaar al weer schoten door mijn hoofd en ik realiseerde me dat ze gelijk had. Alhoewel ze natuurlijk wel in de inleiding staat, omdat ze deelgenoot is van mijn huiselijke kring.
Waarom ben ik nooit eerder op een stukje over haar gekomen? Niet omdat ik haar weinig zie. We zien elkaar iedere dag. Iedere door-de-weekse dag beginnen we samen met een kopje thee, de krant en een pannenkoekje. Alhoewel dit een stuk relaxter klinkt dan het is. Tijdens mijn drukste deel van de dag, terwijl ik pannenkoeken bak, de afwasmachine uit ruim, thee zet, fruit snij, pannen af was, mijn meiden overhoor of opheu zit zij bij me aan tafel. De rust zelve deelt ze in mijn hectiek. Sommige dagen lacht ze met N. onze hulp om mijn chaotische begin van de dag. Sommige dagen zit ze tot over haar oren in de topo of wordt ze gestrikt voor een potje poker.
Daarnaast zorgt zij vaak in de middag voor een kopje thee. Even een kort praatje. Altijd een luisterend oor indien nodig of ze trekt zich juist terug als ik het druk heb.
En dan zijn er natuurlijk onze avondmaaltijden. Regelmatig schuift ze aan. Ze is een zeer dankbare gast aan tafel. Ze vindt alles lekker en geniet duidelijk van mijn glutenvrije, biologische cuisine. Behalve bloemkool. Bloemkool kan ze niet luchten of zien. Nu wil het geval dat bloemkool juist het lievelingsgerecht is van mijn jongste dochter. En zo laveer ik tussen Tante die nooit bloemkool wil en mijn jongste die het het liefste drie keer in de week eet. (We hebben een compromis gevonden, dat we bloemkoolsoep gewoon koninginnensoep noemen en daar hoor ik nog geen klachten over.)
Nou is het leuke aan bloemkool dat je haar er heerlijk mee kunt plagen. Vooral Mickel geniet van het plagen van Tante. Maar eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat als jongste, met twee oudere broers, ze zich goed weert. Soms denk ik zelfs dat zij beter tegen het plagen kan dan hij, als ze terug plaagt.
Terwijl ik ons gezamlijk leven overdenk komt er steeds meer boven. We delen ons leven en ik geniet hier oprecht van. Het is een heerlijk mens. Weer rijst de vraag waarom ik niet eerder over haar schreef. We zien elkaar veel en delen ons leven. Daarnaast is ze ook een heel bijzonder mens. In haar spirituele praktijk weet zo op unieke wijze mensen te bereiken. In de praktijk is ze een heel licht mens, een baken. En het mooie is dat ze in haar dagelijks leven dit aflegt en gewoon haar eigen karma leeft. Met mooie en donkere zijden die haar heel menselijk maken.
Tot slot is het ook heel bijzonder dat ik met haar een cursus mag geven. Zij heeft een enorme kennis in huis en ik ondersteun haar met dans. Als we zo'n workshop samen voorbereiden, dan gebeurt er heel veel. Te veel om hier in de laatste regels te beschrijven. Ik geloof nu ik eenmaal aan het schrijven ben over mijn tante, dat ik bijna niet meer kan stoppen...

dinsdag 9 maart 2010

Kijkje in de ziel

W. kwam binnen met de bravoure van een corpsstudent. Hij droeg een prachtig pak en zijn dubbele windsorknoop was perfect gestrikt. Hij vlijdde zijn collegasjaal op de bespreektafel en verklaarde dat hij uit Den Haag kwam. "Om wat probleempjes glad te strijken."
Ik neem aan dat hij goed is in zijn werk, contractmanagement, want hij wordt alom gewaardeerd, maar ik vind de buitenkant die hij zo zorgvuldig profileerde niet zo interessant.
Daarna kwam een andere collega binnen. Hij feliciteerde W. met het vaderschap. En toen gebeurde het. W. zijn perfecte imagoschil vertoonde een scheurtje. Hij keek verrast over de attentheid. En toen de vragen kwamen over of alles voorspoedig was verlopen, viel deze zelfs even weg.
De bevalling was te vroeg. Zijn vrouw had zwangerschapsvergiftiging. Ik zag zijn blik naar binnen keren. De zorg en de angst, als je dierbaarsten lijden. De trots over zijn zoon. Weer zorg over de complicaties. Zijn vrouw zou voorlopig nog niet de oude zijn. Nee gelukkig bleek de kleine geen hersenvliesontsteking te hebben.
De metamorfose was enorm. Maar ik zag hem er ook mee worstelen. Het is moeilijk om kwestbaar te zijn en na een tijdje schakelde hij bewust weer over op het werk. Een beetje geforceerd, maar misschien doet die vlotte buitenkant wel altijd geforceerd aan als je net een kijkje in zijn ziel hebt gekregen.

zondag 7 maart 2010

Geschenk van de week

Ze legde een feestelijk doosje voor me neer. "Voor jou" zei mijn vader. We zaten om de hoek van de lange tafel. Mijn vader aan het hoofd, mijn moeder tegen over me. Ze keken vol verwachting toe hoe ik het uit pakte. Mijn dochters moesten lachen om mijn gretigheid. Het bleek een pakje met veel laagjes te zijn. Na het mooie cadeaupapier, kwam een mooi doosje. In het doosje zat een vloeipapiertje. Onder het vloeipapiertje zat een zijden flapje... Uiteindelijk kwam ik bij de inhoud. Een mooi hangertje met een zwarte parel aan een zilveren spangetje.
Het cadeau trof me in mijn hart en toen ik op keek zag ik het genoegen op de gezichten van mijn vader en moeder. Ik stamelde: "Maar pap, krijg ik dat zomaar? Wil je niet wachten tot mijn verjaardag of zo?"
Hij barstte los. Het bleek dat ze dit hangertje al maanden geleden hadden gezien bij de juwelier. Het was het geschenk van de week, verkrijgbaar met een wit of een zwart pareltje. Ze vonden het echt iets voor mij, maar mama zei dat een zwart pareltje het beste zou zijn. Dat was helaas niet voorradig, maar kon besteld worden. Maanden gingen voorbij en eindelijk was het binnen gekomen. Mijn vader bastte dat hij absoluut niet nog langer wilde wachten met het geven. Ik lachte. Ik keek in zijn ogen en realiseerde me dat dit een verandering was door zijn ontmoeting met Koning Kanker. Hij wil niet meer wachten op de juiste gelegenheid. Hij leeft iedere dag en met volle teugen.

zaterdag 6 maart 2010

Cement

Ze zei me destijds dat ik het cement in de groep was. Maar toen we als los zand uit elkaar vielen, trok ik mijn conclusies. Ik had het niet gered en was waardeloos cement.
Vrijdag voelde ik ineens weer dat ik cement was. Ik luister en ik praat. Ik zie en ik verbind. Het is niet groots, maar het voelt fijn. Het besef dat ik wel cement in een groep ben, overspoelt me. Dingen zijn gegaan zoals ze gegaan zijn en het is niet allemaal mijn schuld. Misschien lag het niet enkel aan mijn kwaliteit als cement, maar was er ook niet genoeg water voor handen. Zonder vocht kan cement niet binden.
En weer ruim ik een stukje verdriet op.

donderdag 4 maart 2010

Passie

Het gaat goed met me. Eindelijk. Soms kan ik het zelf niet geloven. Iedere dag is een feestje en ik kan iedere dag meer dan ik dacht.
Ik geniet met volle teugen. Juist ik weet de vergankelijkheid hiervan.
Alles lijkt makkelijker te gaan. De meiden en ik lachen veel. Ik heb bijna oneindig geduld. Ik dans met ze in de keuken tijdens het pannenkoeken bakken. We zingen en spelen piano. Ik heb iedere avond lekkere ideeën voor het eten, omdat ik gewoon niet meer te moe ben.
Jojanneke gaat ook als een trein. Ze kan niet stil zitten. Het liefste skate ze door huis terwijl ze dribbelt met haar favoriete bal. Natuurlijk met haar Billabong vestje aan en haar muts op.
Door loopt iets achter op ons. Misschien speelt de groeispurt die haar (wederom) teistert haar parten of de bijholte ontsteking van vorige week.
Ook op mijn werk gaat het goed. Ik heb energie voor tien en stort me met enthousiasme op mijn werk.
Vandaag toen ik naar huis reed bedacht ik me opeens dat de laatste keer dat ik met zoveel passie werkte in de laatste periode bij S&W was. De verschillen troffen me. Toen wilde ik het ook zo graag goed doen, maar realiseerde ik me niet dat men het niet met mij wilde. Ik zette goed werk neer, maar bleek aan een dood paard te trekken, zoals M. het zo mooi uit kan drukken.
Nu heb ik een enthousiaste groep collega's. Er is een positieve flow en ik ben zo dankbaar dat ik hier deel van uit mag maken.
Ik heb altijd vertrouwen dat ik de juiste dingen tegen kom in mijn leven, maar toch werd ik even heel stil.

Het is al weer bijna drie jaar geleden. M. zat op deze dag al vier dagen thuis en ik hield het nog vier dagen vol. Wat is er veel gebeurd.

's Avonds had ik het er met M. over. Hij bleek hier ook mee bezig te zijn. Enkel voelde hij vooral verdriet. Verdriet en onmacht over hoe het gelopen was. Ik wil hem heel graag de ruimte geven om dit een plek te geven, maar soms vraag ik me af wanneer hij nou eindelijk rust vind. Ik wil zo graag dat hij gelukkig is, maar aan dit verdriet kan ik niets doen behalve hem ruimte geven. Ik ben vervuld van dankbaarheid en hij van pijn en dat doet me verdriet.