donderdag 4 maart 2010

Passie

Het gaat goed met me. Eindelijk. Soms kan ik het zelf niet geloven. Iedere dag is een feestje en ik kan iedere dag meer dan ik dacht.
Ik geniet met volle teugen. Juist ik weet de vergankelijkheid hiervan.
Alles lijkt makkelijker te gaan. De meiden en ik lachen veel. Ik heb bijna oneindig geduld. Ik dans met ze in de keuken tijdens het pannenkoeken bakken. We zingen en spelen piano. Ik heb iedere avond lekkere ideeën voor het eten, omdat ik gewoon niet meer te moe ben.
Jojanneke gaat ook als een trein. Ze kan niet stil zitten. Het liefste skate ze door huis terwijl ze dribbelt met haar favoriete bal. Natuurlijk met haar Billabong vestje aan en haar muts op.
Door loopt iets achter op ons. Misschien speelt de groeispurt die haar (wederom) teistert haar parten of de bijholte ontsteking van vorige week.
Ook op mijn werk gaat het goed. Ik heb energie voor tien en stort me met enthousiasme op mijn werk.
Vandaag toen ik naar huis reed bedacht ik me opeens dat de laatste keer dat ik met zoveel passie werkte in de laatste periode bij S&W was. De verschillen troffen me. Toen wilde ik het ook zo graag goed doen, maar realiseerde ik me niet dat men het niet met mij wilde. Ik zette goed werk neer, maar bleek aan een dood paard te trekken, zoals M. het zo mooi uit kan drukken.
Nu heb ik een enthousiaste groep collega's. Er is een positieve flow en ik ben zo dankbaar dat ik hier deel van uit mag maken.
Ik heb altijd vertrouwen dat ik de juiste dingen tegen kom in mijn leven, maar toch werd ik even heel stil.

Het is al weer bijna drie jaar geleden. M. zat op deze dag al vier dagen thuis en ik hield het nog vier dagen vol. Wat is er veel gebeurd.

's Avonds had ik het er met M. over. Hij bleek hier ook mee bezig te zijn. Enkel voelde hij vooral verdriet. Verdriet en onmacht over hoe het gelopen was. Ik wil hem heel graag de ruimte geven om dit een plek te geven, maar soms vraag ik me af wanneer hij nou eindelijk rust vind. Ik wil zo graag dat hij gelukkig is, maar aan dit verdriet kan ik niets doen behalve hem ruimte geven. Ik ben vervuld van dankbaarheid en hij van pijn en dat doet me verdriet.

dinsdag 2 maart 2010

Contact

Toen ik met hem werkte had ik het gevoel dat we op een ander niveau ook contact maakten. Ik moest soms schakelen tussen wat er werkelijk gebeurde en wat hij in mij teweeg bracht. Ik wist dat dit bijzonder was. Tot op dit moment had ik altijd gedacht dat zo'n interactie was voorbehouden aan vakanties. Als je helemaal ontspannen bent en je enkele zorg is om lol te hebben. Maar dat bleek dus niet zo. Zelfs in een zakelijke omgeving kon dit ontstaan.
Na een aantal weken begon hij er over. Of misschien had ik er wel naar gevraagd. Langzaamaan spraken we voorzichtig uit dat wat we ervaarden bijzonder was. Tijdens dit gesprek gebeurde er enorm veel in me. Ik realiseerde me hoe uniek het was dat we dit uitspraken. Ik wist meteen dat dit zo'n moment zou zijn dat ik in mijn hart zou koesteren. (Ik spaar in een ladekastje in mijn hart de meest bijzondere complimenten die ik ontvang, zodat ik die later nog eens te voorschijn kan halen in moeilijke tijden...) De tijd leek stil te staan en ik kon de rest van de wereld voorbij horen razen langs de grens van mijn waarnemingsvermogen. Op momenten van heel intens contact heb ik soms dat de fysieke wereld kleiner en groter lijkt te zijn. Mijn gevoel voor materiele proporties raken uit balans. Misschien is het dat mijn ziel dan even mijn lichaam ontstijgt en ik dus alles vanuit een ander gezichtspunt waarneem.
Het was ook moeilijk. Hoe hou je zulke intense gevoelens in het gareel. Hoe ga je hier mee om. Maar ik sprak mijn vertrouwen uit dat we er wel uit zouden komen.

Ik sprak er over met mijn lief. Hij keek me aan en zei oprecht dat ik er vooral van moest genieten. Zoiets kom je niet zoveel tegen.
Op zo'n moment hou ik zo veel van hem. Hij geeft me de ruimte en vertrouwd me blindelings. Ik lachte naar hem.
Later zei ik hem dat ik heel blij ben dat hij niet jaloers is. Hij vertelde dat in zijn vorige relatie jaloezie had gespeeld. Zij was jaloers en op een of andere manier werd hij daar in meegesleept en deed hij ook jaloers. Het leek wel of dat een uiting van liefde was. Maar dat beknelde zo dat hij zich voor nam dat nooit meer te laten gebeuren. Ik opperde dat we misschien ook niet jaloers waren omdat we elkaar herkend hadden en diep in ons het besef leefde dat we bij elkaar hoorde.

woensdag 24 februari 2010

C's Angels

Typerend voor de bouw, en misschien wel typerend voor het leven, is dat in zo'n mannenwereld men moeite heeft met vrouwen. De receptioniste vertelde me eens, dat als er een vrouw over de luchtbrug loopt in de hal, de wereld kan vergaan zonder dat de aanwezige mannen het zouden merken.
Het is egostrelend hoeveel aandacht iedere vrouw krijgt. Ze zijn galant en grappig. Ze struikelen over hun eigen voeten om het met hun eigen ogen te kunnen zien.
Maar ze kijken dan ook niet verder dan wat ze zien. Vaak komt het niet eens in hun hoofd op dat de vrouw in kwestie ook nog capabel kan zijn. Als ze dan per ongeluk onontkomelijk gelijk heeft, dan verandert zij gelijk van status. Van 'lekker' naar 'bitch'.
Daarnaast is men een beetje bezitterig over een vrouw die eenmaal als de hunne wordt beschouwd. Met een grapje en een kwinkslag wordt iedereen van een andere afdeling te kennen gegeven, dat ze van hun is. Ze doen joviaal, maar het testorongehalte stijgt.
C. is hier een uitzondering op. Hij heeft scherp oog voor talenten en geeft vrouwen een kans om zich te ontplooien. Hij kan ook goed opschieten met vrouwen. In deze mannenwereld wordt hier laatdunkend over gedaan. "O, je hebt haar zeker ingehuurd omdat ze zo'n lekker kontje heeft." Furieus kan hij hierover worden. Toen ik hem over deze kwestie stoom hoorde afblazen wist ik in eerste instantie niet hoe ik me hierover moest voelen. Ik merkte op dat ik niet hoopte dat men ooit zo'n opmerking in mijn bijzijn zou maken. Later realiseerde ik me dat ik er eigenlijk niet kwaad over kan worden. Ik weet dat ze zo zijn. Ik heb erger meegemaakt. Het is mijn diepste overtuiging dat als ik maar lang genoeg in de buurt ben, uiteindelijk iedereen wel overtuigd raakt van mijn capaciteiten. Iedere man die zijn eigen vooroordeel nog moet overwinnen, geef ik de ruimte om dat te doen.
Toch heb ik even ruggespraak gehouden met mijn goede vriendin M. Al jaren werkzaam in de bouw. Ik vroeg haar wat haar ervaringen waren als vrouw in een mannenwereld. Bingo. Het was gelijk raak. Een stortvloed van woorden kwam me tegemoet. "Die mannen!" "Ze zeggen dat ze me op handen dragen, maar ondertussen." "Ik werk me uit de naad voor ze." "Je moet altijd harder werken als een ander om je te bewijzen." Emotie genoeg. Het was heerlijk om er samen over te foeteren.
Terug naar C. Ik wist direct dat ik ook onder zijn dames geschaard werd en eigenlijk heb ik daar vrede mee. Een beetje als Charlie's Angels; mooie vrouwen waar je absoluut voor uit moet kijken.

zondag 21 februari 2010

Oude vriendschap

Vroeger waren we vriendinnen. Soms beste vriendinnen, soms gewoon vriendinnetjes, zoals dat gaat met de wispelturigheid van kinderen. Vanaf de kleuterschool zaten we bij elkaar in de klas. Later zijn we elkaar uit het oog verloren. En nu hebben we elkaar dus weer terug gevonden.
Het is vreemd, dat het soms lijkt of we elkaar nooit kwijt zijn geweest. Het is heel vertrouwd. Ze weet veel van mij en mijn familie en ik ken haar familie en achtergrond. Dat is makkelijk als je je hart wilt luchten. Ookal ontdekken we soms dat we sommige dingen van vroeger heel anders ervaren hebben. Zij weet veel meer van vroeger. Details waar ik me van af vraag of ik ze ooit geweten heb en als ik dat al gedaan heb, ben ik ze dus nu duidelijk vergeten. Klasgenootjes die thuis problemen hadden of een verhaal over ouders die erg vrij waren in de liefde. Dat resulteerde in 'verkeerde' moeders uit het bed van de 'verkeerde' vader. Nu kunnen we er om lachen. Om de rariteit ervan en om mijn onnozelheid dat ik dat nooit door heb gehad. (Ik heb wel even gechecked, maar mijn ouders deden hier niet aan mee.)
Altijd als we samen zijn komt vroeger ter sprake, maar we praten vooral over nu. Ooit zei ze me eens dat mij alles was aan komen waaien. Dat was net na een bijzonder moeilijke periode van chronische moeheid, maar dat kon ze niet weten. Haar oprechte mening dat mijn leven voor de wind ging, deed me lachen. Uiteindelijk zei ik haar dat we allemaal onze eigen draken bevechten. En dat doen we ook.
Nu ze weer meer in mijn leven is, kunnen we er samen om lachen.
We spreken elkaar bijna iedere week. Over grote en kleine zaken. Haar bazen (Bert en Jan) en mijn leidinggevenden (destijds eerst een Bert en toen een Jan..)
Het lijkt of de tijd langzamer gaat als we samen zijn, terwijl hij tegelijkertijd voorbij raast. Het is altijd bijzonder. We lachen veel en delen ook onze zorgen en verdriet.
Ik ben blij dat ze weer in mijn leven is. Ze is bijzonder.

donderdag 11 februari 2010

Geur vol veiligheid

Het went, deze nieuwe samenwerking. Ik heb gemerkt dat ik toch weer een beetje onzeker was. Niet wetend hoe T. is en wat hij verwacht. En ik, die natuurlijk zo verschrikkelijk hard mijn best doe.
Hij blijkt sympathiek. Bij de eerste bespreking merkte ik al dat hij echt wat opgestoken had bij de cursus 'mensgericht leidinggeven'. Hij is een streber, maar wel met oog voor de menselijke kant. Ik vermoedde al snel dat het goed voor mijn nederigheidsgevoel zou zijn, om met hem samen te werken. Hij stelt hoge eisen. Maar ik merk dat ik dat zelf nog meer doe en dan vooral aan mezelf.
Wat een punt van reflectie: Ik doe wel erg hard mijn best. Te hard wellicht. (Waarom doe ik dat?) En ik stel hogere eisen aan mezelf dan anderen. Hoger dan anderen van mij eisen en hogere eisen dan ik van anderen eis. Wat maakt mij dit?
Ik kijk in mijn innerlijke spiegel en bezie mezelf. Leergierig, werklustig, genietend van iedere dag. Maar ook veeleisend, tikje onzeker en meer een streber dan ik me besefte. Ik lach maar naar mezelf. Want met alles vind ik mezelf toch ook leuk.
De nieuwe samenwerking brengt nieuwe reflectie teweeg. Maar ik vind mijn plek. T. is attent op een sympathieke wijze. We tasten voorzichtig onze samenwerking af. Hij vraagt mijn mening, geeft me ruimte voor eigen inbreng en hij maakt oprecht contact. Maar wat me vooral op me gemak stelt is zijn geur; Hij ruikt lekker. Geuren zijn moeilijk te omschrijven. Hij ruikt naar zomerweide en lachen. Hij ruikt veilig en beschermend. Het troost mijn beschadigd hart.
Toen het niet goed ging in ons familiebedrijf, heb ik geprobeerd om datgene te doen wat het beste was voor de bedrijfscontinuiteit. Mijn neven zagen dat anders en dachten dat ik op macht belust was. (Zoals de waard is...) Toen ik de ultieme opoffering deed, werd ik weggeduwd. Mickel keek toen naar me en huilde onvergoten tranen. Hij was boos over de wending die de situatie nam. (Er was nu echt geen hoop meer.) Maar vooral had hij verdriet omdat ik afgewezen werd en hij toen al wist dat dit een litteken in mijn ziel zou slaan. Ik dacht dat het mee viel. En het viel me ook wel mee. Maar soms, zoals nu, dan realiseer ik me dat ik toch wel een beetje beschadigd ben.
De geur van T. troost mijn beschadigd hart, net als het lachen met J. dat doet en de liefdevolle aandacht van Z. en gekke S. Het leven is soms hard, maar vandaag is het ook bijzonder mooi.

donderdag 4 februari 2010

Verdriet

Dit najaar vertelde hij mij vol trots over de tour die hij in Amerika zou rijden. Op een Harley voor een goed doel. Familie reed mee en het zou een hele happening worden. Indian summer. Pas later realiseerde ik me dat die button van dat vrolijke meisje op zijn bureau dat goede doel was.
Zelf kinderloos was zij een soort petekind. Een prachtig meisje. Ze had leukemie.
Het is altijd al moeilijk om een beenmergmatch te vinden, maar voor gekleurde mensen schijnt de kans om een goede match te vinden nog kleiner te zijn. Er werd van alles georganiseerd en vooral ook allerlei geld ingezameld om dit mogelijk te maken. Ze vonden een bijna-match. Het beste wat er was en daar probeerden ze het mee.
In eerste instantie leek het niet aan te slaan. R. zag er bedrukt uit. Zijn vrouw vloog naar New York om het meisje bij te staan.
Twee weken later leek hij wel op vleugels te gaan. Het ging goed met haar! De behandeling sloeg toch aan en de kanker was bijna niet meer terug te vinden.
Weer later waren er toch complicaties. Het lijfje ontwikkelde afweerreacties tegen het vreemde merg.
Dag na dag zag ik zijn wanhoop groeien.
Soms leefde hij op, zoals toen ze op bezoek mocht bij Barack Obama.
Het uitje viel bijna in het water, omdat ze een paar dagen weg zakte in coma.
Maar ze is een vechter, verklaarde hij trots, en met wat vertraging kon ze toch naar het witte huis.
Vol trots liet hij de prachtige foto zien. Een klein, dapper en o, zo ziek meisje dat vol adoratie naar Barack op kijkt. En hij draagt haar roze handtasje met de broodnodige zuurstof.
Daarna ging het steeds meer bergafwaards. Ik kon het horen in zijn stem dat hij de moed op had gegeven. Ze was op een punt gekomen, dat vechten te laat is en dat je haar enkel rust wil gunnen. Haar directe omgeving zag dat misschien nog niet, maar R. al wel.
Haar heengaan kwam toch als een schok.
Vandaag zag ik hem en toen ik in zijn ogen keek, voelde ik zijn verdriet. Peilloos verdriet, gepaard met wanhoop en machteloosheid.
Ik kon enkel een hand op zijn schouder leggen en mijn medeleven betuigen. En dat schoot natuurlijk veel te kort. Ik had hem willen knuffelen. Ik had hem uit willen laten huilen. Ik had met hem willen huilen. En dat probeerde ik in die ene handdruk te leggen. Hij keek naar me op en onze ogen werden vochtig.
Wat een verdriet.

woensdag 3 februari 2010

Veranderingen

Sinds afgelopen maandag heb ik een nieuwe functie. Het is een mooie kans. Ik heb er zin in. Veel nieuwe dingen te leren en absorberen. Bij deze nieuwe functie hoort een nieuwe werkplek.
Een nieuwe werkplek betekent dat je afscheid neemt van je vorige plek. En dat afscheid gaat me niet zo goed af.
Eind vorige week besprong me het gevoel dat het nooit meer zo leuk kon worden als het was. Onzin zei mijn ratio. Mijn ratio vervolgde met scherpe waarnemingen uit het verleden. Had ik dat niet ook gevreesd toen ik naar deze plek verhuisde? En niets was minder waar. Dus ik spreek die emotionele kant van me vermanend toe om ook hier weer het beste van te maken. Om open te staan voor de leuke, nieuwe en en uiteraard ook bijzondere mensen die ik hier ga ontmoeten.
Maar mijn voeten zijn eigenwijs en ik ben de afgelopen dagen al vijf keer voor de deur van mijn oude plek opgeschrokken uit mijn mijmeringen. Op de automatische piloot verkeerd gelopen. Ik lach er om. Ik ga er het beste van maken daarboven.
Maar ik mis I. en C.en neem me voor om vroeger te gaan lunchen. Misschien zie ik ze dan nog even.
Uiteindelijk verlies ik ze niet, maar maak ik juist meer vrienden.