Grote integraties. Ik kijk naar het bord en zie de zes grote integraties.
man-vrouw
volwassene-kind
intelligentie-instinct
lichaam-geestelijk
aards-buitenaards
Ik weet meteen dat mijn grootste punt zit bij mijn lichaam. Soms kan ik moeilijk in mijn lijf zijn en dan vooral moeilijk in mijn buik. Samen met A. gaan we oefenen. Mijn issue is aandacht in mijn buik. Misschien wel bewustzijn in mijn buik. Terwijl ik dat uitspreek voel ik een steek van verdriet. Ik realiseer me dat normale mensen juist hun basis in hun buik hebben.
A. vraagt me om in mijn eigen ruimte het leven binnen te laten komen waar ik het meeste in mijn buik aanwezig was. Langzaam komt er een buikdanseres. Ze is gracieus, vol liefde en vooral is ze geliefd.
Daarna vraagt A. om het leven binnen te laten komen dat het minst in zijn lijf zat. Er komt een gemartelde man binnen. Meer dood dan levend, onmenselijk behandeld. Ik voel dat hier verband zit met een daderleven dat ik nog door moet werken, maar dat parkeren we.
Vervolgens laat ze me deze levens beiden tegelijkertijd voelen. Het is raar. Ik ga veel makkelijker het pijnlijke leven in omdat dit trauma zo aan de oppervlakte ligt. Maar het gevoel van de buikdanseres maakt mijn ervaring ruimer. Ik ben niet die gemartelde man. Ik ga hier nog wel aan werken, maar er zitten veel meer ervaringen in me. Ik voel dat ik beter door kan ademen. Ik heb minder buikpijn. Bovenal wordt ik blijer. Vol energie en geluk ga ik die middag naar huis. Ik heb er nieuw huiswerk bij (de gemartelde man) maar ik heb ook de danseres gevonden.
zondag 13 december 2015
woensdag 20 mei 2015
Kanjer David
Ik leerde hem kennen via de Streethockey. Hij zat bij J. in het team en zijn moeder stelde voor om het halen en brengen af te wisselen. Zo haalde zij na de training ze op en ik bracht ze meestal weg.
Zijn moeder, L., was een leuk mens. Rechtdoorzee en ze had iets stralends. Toen kreeg D. Pfeiffer, dachten ze. Toen de Pfeiffer maar niet over ging bleek het Non-Hodgkin te zijn.
Een lange strijd begon. En hij was dapper, zo dapper. L. hield een blog bij en zo volgde ik het wel en wee van deze kleine dappere familie. Vorige zomer leek het heel goed te gaan en mijn aandacht verslapte. Na een aantal maanden keek ik weer eens en toen bleek er een terugslag te zijn.
Ik weet niet waarom ik tussendoor niet gelezen had. Misschien omdat ik zo graag wilde geloven dat het weer goed ging. In gedachten zag ik hem alweer streethockeyen en met meisjes flirten.
Afgelopen maandag hebben L. en zijn kleine broertje hem moet moeten laten gaan. D. is niet meer. Ongelofelijk hoe bitter het leven kan zijn. Maar tegelijkertijd zijn ze allemaal ook zo dapper geweest, daar put een mens moed uit. Lieve David, rust zacht.
Zijn moeder, L., was een leuk mens. Rechtdoorzee en ze had iets stralends. Toen kreeg D. Pfeiffer, dachten ze. Toen de Pfeiffer maar niet over ging bleek het Non-Hodgkin te zijn.
Een lange strijd begon. En hij was dapper, zo dapper. L. hield een blog bij en zo volgde ik het wel en wee van deze kleine dappere familie. Vorige zomer leek het heel goed te gaan en mijn aandacht verslapte. Na een aantal maanden keek ik weer eens en toen bleek er een terugslag te zijn.
Ik weet niet waarom ik tussendoor niet gelezen had. Misschien omdat ik zo graag wilde geloven dat het weer goed ging. In gedachten zag ik hem alweer streethockeyen en met meisjes flirten.
Afgelopen maandag hebben L. en zijn kleine broertje hem moet moeten laten gaan. D. is niet meer. Ongelofelijk hoe bitter het leven kan zijn. Maar tegelijkertijd zijn ze allemaal ook zo dapper geweest, daar put een mens moed uit. Lieve David, rust zacht.
zondag 7 september 2014
Op zichzelf
Het was de dag na onze vakantie. We waren nog geen 24 uur thuis. Ik had zelfs nog niet ontbeten.
De vorige avond vond ik haar al vreemd doen. Ze was een beetje schichtig. Ze at zelfs niet mee, terwijl we haar lievelingseten hadden, frietjes.
Ik denk achteraf dat ze een beetje zenuwachtig was. En toen vroeg ze 's ochtends of we even konden praten. Toen we goed en wel zaten zei ze plompverloren dat ze besloten had dat ze weer op zichzelf wilde gaan wonen. Wij waren sprakeloos. "Natuurlijk. Als dat is wat goed voor je voelt." Ze reageerde opgelucht. Ze had gevreesd dat we het slecht op zouden vatten. Terwijl het nieuws langzaam tot me door drong begonnen de tranen over mijn gezicht te stromen. Ze besloot ons maar even rustig met zijn tweeën te laten.
Na haar mededeling ben ik door een soort rouwproces gegaan. Ongeloof. Verdriet. Boosheid. En uiteindelijk ook een soort berusting. Wat er vooral in hakte was het onverwachte van haar besluit. Pas twee maanden terug hadden we het er over gehad en had ze aan gegeven dat ze nog een aantal jaar zag zitten met ons hier.
De vorige avond vond ik haar al vreemd doen. Ze was een beetje schichtig. Ze at zelfs niet mee, terwijl we haar lievelingseten hadden, frietjes.
Ik denk achteraf dat ze een beetje zenuwachtig was. En toen vroeg ze 's ochtends of we even konden praten. Toen we goed en wel zaten zei ze plompverloren dat ze besloten had dat ze weer op zichzelf wilde gaan wonen. Wij waren sprakeloos. "Natuurlijk. Als dat is wat goed voor je voelt." Ze reageerde opgelucht. Ze had gevreesd dat we het slecht op zouden vatten. Terwijl het nieuws langzaam tot me door drong begonnen de tranen over mijn gezicht te stromen. Ze besloot ons maar even rustig met zijn tweeën te laten.
Na haar mededeling ben ik door een soort rouwproces gegaan. Ongeloof. Verdriet. Boosheid. En uiteindelijk ook een soort berusting. Wat er vooral in hakte was het onverwachte van haar besluit. Pas twee maanden terug hadden we het er over gehad en had ze aan gegeven dat ze nog een aantal jaar zag zitten met ons hier.
maandag 22 juli 2013
Te lang geleden
Het is te lang geleden. Ik heb maanden niet geschreven. Het leek of ik een beetje uitgedoofd was.
Maar de laatste weken is het weer gaan kriebelen. Er vormen zich weer verhalen in mijn hoofd. Ondanks dat ik het druk heb. Dus ik ga weer schrijven. Rustig aan.
Maar de laatste weken is het weer gaan kriebelen. Er vormen zich weer verhalen in mijn hoofd. Ondanks dat ik het druk heb. Dus ik ga weer schrijven. Rustig aan.
maandag 12 november 2012
Loop je even mee?
We stonden deze zomer op een prachtige camping in Seelisberg, Zwitserland. Ingeklemd tussen twee bergen, was er naast een heerlijk meertje een oase van rust gecreëerd Iedere dag wandelen in de bergen. Iedere middag zwemmen in het wonderschone water. En bijna iedere dag rösti eten in ons favoriete berghutje.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.
No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.
Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.
Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.
Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.
No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.
Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.
Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.
Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.
Take your pain
Met D. zing ik uit volle borst. Ik zing heel enthousiast en zij heel mooi. En als ik met haar zing, dan lijkt het of mijn gezang ook mooier klinkt. Op zulke momenten vloeit er geluk door mijn aderen.
"I'll get it, if you need it. I'll search if you don't see it. You're thirsty, I'll be rain. You get hurt, I'll take your pain."
En als we dat deze zomer zongen, dan wilde ik dat ik haar pijn kon dragen. Haar pijn van doodmoe zijn. Te moe om de helling naar de auto op te lopen. Te moe om de mooiste wandelingen mee te doen. Maar dat kan niet.
In de loop van die week, knapte ze steeds meer op. De helling naar de auto werd haalbaar en zelfs liep ze een keer van onze favoriete berghut de glibberige weg helemaal naar de camping.
Ik ben dankbaar voor iedere vooruitgang. En voor iedere keer dat we zo heerlijk samen zingen.
"I'll get it, if you need it. I'll search if you don't see it. You're thirsty, I'll be rain. You get hurt, I'll take your pain."
En als we dat deze zomer zongen, dan wilde ik dat ik haar pijn kon dragen. Haar pijn van doodmoe zijn. Te moe om de helling naar de auto op te lopen. Te moe om de mooiste wandelingen mee te doen. Maar dat kan niet.
In de loop van die week, knapte ze steeds meer op. De helling naar de auto werd haalbaar en zelfs liep ze een keer van onze favoriete berghut de glibberige weg helemaal naar de camping.
Ik ben dankbaar voor iedere vooruitgang. En voor iedere keer dat we zo heerlijk samen zingen.
maandag 25 juni 2012
Boksles en tranen
Eerst kregen we instructie over onze verdediging. Over de positie van onze voeten en armen. Over stoten uit delen (argumenten plaatsen) en incasseren. Het verschil tussen vechtsport (competitie) en vechtkunst (in contact komen).
Ik doe te veel mijn best. Alle aanwijzingen proberend precies op te volgen.
S. geeft aan dat ik erg fel ben. Dat hij daar geïntimideerd door wordt. Tevens zegt hij dat ik veel beweeg en daardoor energie verspil.
Ik ben het volgende rondje afwachtender. Dan zegt S. dat hij het gevoel heeft dat ik niet alles geef. Dat ik me in hou. Teleurstelling bespringt me. Ik zeg dat het lijkt of wat ik ook doe, dat het niet goed is. Hij reageert stekelig en opeens lopen de tranen over mijn gezicht. S. schrikt. Dit was niet zijn bedoeling en dat weet ik natuurlijk ook wel. Maar ik kan het niet helpen. Ik laat zelfs de vluchtige gedachte dat ik dacht dat ik dit wel gehad had maar varen en huil geluidloos verder.
Na de pauze gaat het iets beter. Ik probeer de vage grens tussen alles geven zonder competitief te worden te bewandelen. De een vindt me wel competatief. De volgende vindt me te vast op mijn plek staan. (Ik probeer geen energie te verspillen met rondjes draaien om mijn tegenstander, tot frustratie van D. die me vraagt of ik nooit een stapje terug doe.) Maar ergens in deze wirwar van kritiek, fouten en tranen vind ik kracht in mezelf. Ik centreer en heb lol in de vechtkunst. Dagen later voel ik nog de kracht in mijn lijf en het geluk door mijn aderen vloeien.
Ik doe te veel mijn best. Alle aanwijzingen proberend precies op te volgen.
S. geeft aan dat ik erg fel ben. Dat hij daar geïntimideerd door wordt. Tevens zegt hij dat ik veel beweeg en daardoor energie verspil.
Ik ben het volgende rondje afwachtender. Dan zegt S. dat hij het gevoel heeft dat ik niet alles geef. Dat ik me in hou. Teleurstelling bespringt me. Ik zeg dat het lijkt of wat ik ook doe, dat het niet goed is. Hij reageert stekelig en opeens lopen de tranen over mijn gezicht. S. schrikt. Dit was niet zijn bedoeling en dat weet ik natuurlijk ook wel. Maar ik kan het niet helpen. Ik laat zelfs de vluchtige gedachte dat ik dacht dat ik dit wel gehad had maar varen en huil geluidloos verder.
Na de pauze gaat het iets beter. Ik probeer de vage grens tussen alles geven zonder competitief te worden te bewandelen. De een vindt me wel competatief. De volgende vindt me te vast op mijn plek staan. (Ik probeer geen energie te verspillen met rondjes draaien om mijn tegenstander, tot frustratie van D. die me vraagt of ik nooit een stapje terug doe.) Maar ergens in deze wirwar van kritiek, fouten en tranen vind ik kracht in mezelf. Ik centreer en heb lol in de vechtkunst. Dagen later voel ik nog de kracht in mijn lijf en het geluk door mijn aderen vloeien.
Abonneren op:
Posts (Atom)