maandag 12 november 2012

Loop je even mee?

We stonden deze zomer op een prachtige camping in Seelisberg, Zwitserland. Ingeklemd tussen twee bergen, was er naast een heerlijk meertje een oase van rust gecreëerd  Iedere dag wandelen in de bergen. Iedere middag zwemmen in het wonderschone water. En bijna iedere dag rösti eten in ons favoriete berghutje.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en  zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.

No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.

Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.

Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.

Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten