Het is te lang geleden. Ik heb maanden niet geschreven. Het leek of ik een beetje uitgedoofd was.
Maar de laatste weken is het weer gaan kriebelen. Er vormen zich weer verhalen in mijn hoofd. Ondanks dat ik het druk heb. Dus ik ga weer schrijven. Rustig aan.
maandag 22 juli 2013
maandag 12 november 2012
Loop je even mee?
We stonden deze zomer op een prachtige camping in Seelisberg, Zwitserland. Ingeklemd tussen twee bergen, was er naast een heerlijk meertje een oase van rust gecreëerd Iedere dag wandelen in de bergen. Iedere middag zwemmen in het wonderschone water. En bijna iedere dag rösti eten in ons favoriete berghutje.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.
No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.
Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.
Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.
Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.
No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.
Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.
Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.
Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.
Take your pain
Met D. zing ik uit volle borst. Ik zing heel enthousiast en zij heel mooi. En als ik met haar zing, dan lijkt het of mijn gezang ook mooier klinkt. Op zulke momenten vloeit er geluk door mijn aderen.
"I'll get it, if you need it. I'll search if you don't see it. You're thirsty, I'll be rain. You get hurt, I'll take your pain."
En als we dat deze zomer zongen, dan wilde ik dat ik haar pijn kon dragen. Haar pijn van doodmoe zijn. Te moe om de helling naar de auto op te lopen. Te moe om de mooiste wandelingen mee te doen. Maar dat kan niet.
In de loop van die week, knapte ze steeds meer op. De helling naar de auto werd haalbaar en zelfs liep ze een keer van onze favoriete berghut de glibberige weg helemaal naar de camping.
Ik ben dankbaar voor iedere vooruitgang. En voor iedere keer dat we zo heerlijk samen zingen.
"I'll get it, if you need it. I'll search if you don't see it. You're thirsty, I'll be rain. You get hurt, I'll take your pain."
En als we dat deze zomer zongen, dan wilde ik dat ik haar pijn kon dragen. Haar pijn van doodmoe zijn. Te moe om de helling naar de auto op te lopen. Te moe om de mooiste wandelingen mee te doen. Maar dat kan niet.
In de loop van die week, knapte ze steeds meer op. De helling naar de auto werd haalbaar en zelfs liep ze een keer van onze favoriete berghut de glibberige weg helemaal naar de camping.
Ik ben dankbaar voor iedere vooruitgang. En voor iedere keer dat we zo heerlijk samen zingen.
maandag 25 juni 2012
Boksles en tranen
Eerst kregen we instructie over onze verdediging. Over de positie van onze voeten en armen. Over stoten uit delen (argumenten plaatsen) en incasseren. Het verschil tussen vechtsport (competitie) en vechtkunst (in contact komen).
Ik doe te veel mijn best. Alle aanwijzingen proberend precies op te volgen.
S. geeft aan dat ik erg fel ben. Dat hij daar geïntimideerd door wordt. Tevens zegt hij dat ik veel beweeg en daardoor energie verspil.
Ik ben het volgende rondje afwachtender. Dan zegt S. dat hij het gevoel heeft dat ik niet alles geef. Dat ik me in hou. Teleurstelling bespringt me. Ik zeg dat het lijkt of wat ik ook doe, dat het niet goed is. Hij reageert stekelig en opeens lopen de tranen over mijn gezicht. S. schrikt. Dit was niet zijn bedoeling en dat weet ik natuurlijk ook wel. Maar ik kan het niet helpen. Ik laat zelfs de vluchtige gedachte dat ik dacht dat ik dit wel gehad had maar varen en huil geluidloos verder.
Na de pauze gaat het iets beter. Ik probeer de vage grens tussen alles geven zonder competitief te worden te bewandelen. De een vindt me wel competatief. De volgende vindt me te vast op mijn plek staan. (Ik probeer geen energie te verspillen met rondjes draaien om mijn tegenstander, tot frustratie van D. die me vraagt of ik nooit een stapje terug doe.) Maar ergens in deze wirwar van kritiek, fouten en tranen vind ik kracht in mezelf. Ik centreer en heb lol in de vechtkunst. Dagen later voel ik nog de kracht in mijn lijf en het geluk door mijn aderen vloeien.
Ik doe te veel mijn best. Alle aanwijzingen proberend precies op te volgen.
S. geeft aan dat ik erg fel ben. Dat hij daar geïntimideerd door wordt. Tevens zegt hij dat ik veel beweeg en daardoor energie verspil.
Ik ben het volgende rondje afwachtender. Dan zegt S. dat hij het gevoel heeft dat ik niet alles geef. Dat ik me in hou. Teleurstelling bespringt me. Ik zeg dat het lijkt of wat ik ook doe, dat het niet goed is. Hij reageert stekelig en opeens lopen de tranen over mijn gezicht. S. schrikt. Dit was niet zijn bedoeling en dat weet ik natuurlijk ook wel. Maar ik kan het niet helpen. Ik laat zelfs de vluchtige gedachte dat ik dacht dat ik dit wel gehad had maar varen en huil geluidloos verder.
Na de pauze gaat het iets beter. Ik probeer de vage grens tussen alles geven zonder competitief te worden te bewandelen. De een vindt me wel competatief. De volgende vindt me te vast op mijn plek staan. (Ik probeer geen energie te verspillen met rondjes draaien om mijn tegenstander, tot frustratie van D. die me vraagt of ik nooit een stapje terug doe.) Maar ergens in deze wirwar van kritiek, fouten en tranen vind ik kracht in mezelf. Ik centreer en heb lol in de vechtkunst. Dagen later voel ik nog de kracht in mijn lijf en het geluk door mijn aderen vloeien.
Reunie
Zodra we met elkaar in de kring ziten, voelt het weer vertrouwd. Alsof er amper tijd is verstreken.
We beginnen met een meditatie bij een knus haardvuur. Op een geel kaartje schrijf ik op wat ik wil loslaten.
Ik een flits schiet de afgelopen week voorbij. Inzichten die me stil hadden gemaakt. Begrip over wat er met me gebeurt, maar helaas nog geen oplossingen. Jim die vertelt over energie-uitwisseling. Over hoe ik me bewust aan het worden ben dat sommige emoties die ik voel, helemaal niet van mij zijn. Hoe uitgeput ik kan zijn van die emoties. Ik besluit dat los te willen laten. Ik schijf het op en vervolgens verbrand ik het in het vuur. Tegelijkertijd stel ik me voor dat ik via het oplaaiende vuur mijn eigen energie terug krijg. Het voelt een stuk lichter en mijn voeten beginnen weer te tintelen alsof ze er opeens weer zijn.
Vervolgens schrijven we op een oranje kaartje wat we willen. In mij komen duidelijke dromen boven. Misschien niet realistisch, maar mijn hart springt op. Tijdens de sharing ben in terughoudend met deze dromen delen. Sommige dingen zijn nog te pril. Wel vertel ik over de afgelopen twee maanden. Hoe ik te hard gewerkt heb en veranderde in een menselijke fontein. Over dat ik opeens veel meer waarneem en hoe lastig dit is. Mijn lief die me zegt dat ik hier iets mee moet en het diepe weten hoe gelijk hij hierin heeft.
Tijdens de verhalen van de anderen wordt ik geraakt. Wat hou ik veel van deze mensen en wat is het wonderlijk mooi om gedurende de afgelopen jaren deelgenoot te zijn van hun ontwikkeling.
Tevens valt me op dat ik ook hier weer dingen op pik. Nicole die vertelt over haar zere nek en rug en de spanning die in mijn ruggengraat kruipt. Ik weet nog niet goed wat ik hiermee moet.
Het kaartje met mijn dromen koester ik de rest van de dag.
We beginnen met een meditatie bij een knus haardvuur. Op een geel kaartje schrijf ik op wat ik wil loslaten.
Ik een flits schiet de afgelopen week voorbij. Inzichten die me stil hadden gemaakt. Begrip over wat er met me gebeurt, maar helaas nog geen oplossingen. Jim die vertelt over energie-uitwisseling. Over hoe ik me bewust aan het worden ben dat sommige emoties die ik voel, helemaal niet van mij zijn. Hoe uitgeput ik kan zijn van die emoties. Ik besluit dat los te willen laten. Ik schijf het op en vervolgens verbrand ik het in het vuur. Tegelijkertijd stel ik me voor dat ik via het oplaaiende vuur mijn eigen energie terug krijg. Het voelt een stuk lichter en mijn voeten beginnen weer te tintelen alsof ze er opeens weer zijn.
Vervolgens schrijven we op een oranje kaartje wat we willen. In mij komen duidelijke dromen boven. Misschien niet realistisch, maar mijn hart springt op. Tijdens de sharing ben in terughoudend met deze dromen delen. Sommige dingen zijn nog te pril. Wel vertel ik over de afgelopen twee maanden. Hoe ik te hard gewerkt heb en veranderde in een menselijke fontein. Over dat ik opeens veel meer waarneem en hoe lastig dit is. Mijn lief die me zegt dat ik hier iets mee moet en het diepe weten hoe gelijk hij hierin heeft.
Tijdens de verhalen van de anderen wordt ik geraakt. Wat hou ik veel van deze mensen en wat is het wonderlijk mooi om gedurende de afgelopen jaren deelgenoot te zijn van hun ontwikkeling.
Tevens valt me op dat ik ook hier weer dingen op pik. Nicole die vertelt over haar zere nek en rug en de spanning die in mijn ruggengraat kruipt. Ik weet nog niet goed wat ik hiermee moet.
Het kaartje met mijn dromen koester ik de rest van de dag.
vrijdag 20 april 2012
Wachtkamer van geluk
Je moet altijd lang wachten bij hem. Heel lang.
Minimaal een uur, gemiddeld twee uur en ik heb er ook al eens bijna drie uur gezeten.
Ik bereid me er maar op voor. Gewapend met een mooi boek en wat lekkers ga ik naar hem toe.
Het valt me op dat iedereen anders reageert op die wachttijd. De nieuwelingen zijn gehaast. Ze kijken op hun horloge en zien hun planning in duigen vallen. Een telefoontje naar het werk: "Nee, ik red die afspraak niet." of "Nee, vandaag kom ik niet meer naar Den Haag." Een telefoontje naar thuis: "Zou je nog wat langer op de kinderen kunnen passen?" De meesten zijn berustend.
Er komen veel verschillende mensen met heel verschillende achtergronden. Ze hebben een gemeenschappelijke deler: ze zijn in meer of mindere mate ziek. Tijdens dat wachten ontmoet je elkaar. Het begint met een lachje van herkenning. "Je moet altijd wachten he." en soms kom je dan in gesprek. Een vluchtige blik in ontwrichte levens. Vaak vertelt degene die de zieke begeleid makkelijker dan de patiënt zelf. Een bezorgde vader: "En toen kom mijn zoon niets meer. Het bleek in de cashewnoten te zitten." Een sterke zoon: "Ze gaat sinds ze hier is niet meer achteruit gelukkig. Maar ze kan niet meer autorijden en daarom rij ik haar."
Soms kom je niet in gesprek, maar de stilte kan ook helend zijn.
Ik zit er altijd uren, maar ik vind het niet erg. Het lijkt of die wachtkamer gevuld is met geluk. Het is een moment van bezinning en ik ontmoet er bijzondere mensen.
Minimaal een uur, gemiddeld twee uur en ik heb er ook al eens bijna drie uur gezeten.
Ik bereid me er maar op voor. Gewapend met een mooi boek en wat lekkers ga ik naar hem toe.
Het valt me op dat iedereen anders reageert op die wachttijd. De nieuwelingen zijn gehaast. Ze kijken op hun horloge en zien hun planning in duigen vallen. Een telefoontje naar het werk: "Nee, ik red die afspraak niet." of "Nee, vandaag kom ik niet meer naar Den Haag." Een telefoontje naar thuis: "Zou je nog wat langer op de kinderen kunnen passen?" De meesten zijn berustend.
Er komen veel verschillende mensen met heel verschillende achtergronden. Ze hebben een gemeenschappelijke deler: ze zijn in meer of mindere mate ziek. Tijdens dat wachten ontmoet je elkaar. Het begint met een lachje van herkenning. "Je moet altijd wachten he." en soms kom je dan in gesprek. Een vluchtige blik in ontwrichte levens. Vaak vertelt degene die de zieke begeleid makkelijker dan de patiënt zelf. Een bezorgde vader: "En toen kom mijn zoon niets meer. Het bleek in de cashewnoten te zitten." Een sterke zoon: "Ze gaat sinds ze hier is niet meer achteruit gelukkig. Maar ze kan niet meer autorijden en daarom rij ik haar."
Soms kom je niet in gesprek, maar de stilte kan ook helend zijn.
Ik zit er altijd uren, maar ik vind het niet erg. Het lijkt of die wachtkamer gevuld is met geluk. Het is een moment van bezinning en ik ontmoet er bijzondere mensen.
donderdag 19 april 2012
De rek is er een beetje uit
"Burn-out is zo'n groot woord. Ik zou je ook niet overspannen willen noemen, maar de rek is er een beetje uit. Het is in ieder geval meer dan een luchtweginfectie." Ze keek me indringend aan. Ik huilde. Alweer. "Neem je rust. Ik zie je graag volgende week terug." Ik knikte.Ze praatte nog veel meer. Ze bood van alles aan, maar het wilde niet beklijven in mijn vermoeide hersenen.
"Je aura is ijl." Op het moment dat hij het zei, voelde ik dat dit inderdaad zo was. Ik was zo opgeslokt geweest door mijn misere dat ik dit detail niet gemerkt had. Nadat hij het benoemd had en ik mijn aandacht naar mijn energieveld bracht, voelde ik deze al steviger worden. Alhoewel dit waarschijnlijk ook zo makkelijk ging omdat hij me hielp. Bij aanvang van ons gesprek had ik gezegd dat ik er ergens van baalde dat ik zo in de puree moest belanden voordat ik weer bij hem kwam. Op een of andere manier had ik er eerder de tijd niet voor genomen. Er zijn een hoop zaken waar ik de tijd niet voor genomen heb en in dit moment van herbezinning vraag ik me af of dit de juiste keuzes zijn.
Ik huil veel. Ik ben snel uit evenwicht. Gekscherend hoor ik me tegen mijn lieve collega Z. zeggen dat ik huil om ieder vliegje dat voorbij komt.
N. vroeg me of ik me realiseerde hoeveel van wat ik voelde van mij was en wat van anderen. Ik moest terugdenken aan het gesprek met W. en C. waarbij ik zo had moeten huilen. Later zei ik tegen mijn lief dat ik het gevoel had dat ik de tranen van C. gehuild had.
Opeens vertelde ik over die vervelende sessie bij Pal. Als kennismaking met het systemisch werken stelden we in een visualisatie allerlei personen in gedachten op. Het werden er steeds meer en uiteindelijk kon ik dit bijna niet aan. Ik verwachtte dat meer mensen een soortgelijke ervaring had, maar niemand had hier last van en ik voelde me zo alleen en afgewezen. Dat gevoel van het niet aankunnen, was net als in mijn werk, waar ik niet meer alle ballen in de lucht kan houden. En ook hier voel ik me afgewezen. Daarnaast ook nog niet gezien en niet gewaardeerd. Maar ik voelde een duidelijke parallel. Niet dat ik het snapte, maar wel iets om nog eens naar te kijken.
N. zei dat ik niet het hele veld hoefde te dragen en ik realiseerde me dat ik dat ook helemaal niet kan.
"Je aura is ijl." Op het moment dat hij het zei, voelde ik dat dit inderdaad zo was. Ik was zo opgeslokt geweest door mijn misere dat ik dit detail niet gemerkt had. Nadat hij het benoemd had en ik mijn aandacht naar mijn energieveld bracht, voelde ik deze al steviger worden. Alhoewel dit waarschijnlijk ook zo makkelijk ging omdat hij me hielp. Bij aanvang van ons gesprek had ik gezegd dat ik er ergens van baalde dat ik zo in de puree moest belanden voordat ik weer bij hem kwam. Op een of andere manier had ik er eerder de tijd niet voor genomen. Er zijn een hoop zaken waar ik de tijd niet voor genomen heb en in dit moment van herbezinning vraag ik me af of dit de juiste keuzes zijn.
Ik huil veel. Ik ben snel uit evenwicht. Gekscherend hoor ik me tegen mijn lieve collega Z. zeggen dat ik huil om ieder vliegje dat voorbij komt.
N. vroeg me of ik me realiseerde hoeveel van wat ik voelde van mij was en wat van anderen. Ik moest terugdenken aan het gesprek met W. en C. waarbij ik zo had moeten huilen. Later zei ik tegen mijn lief dat ik het gevoel had dat ik de tranen van C. gehuild had.
Opeens vertelde ik over die vervelende sessie bij Pal. Als kennismaking met het systemisch werken stelden we in een visualisatie allerlei personen in gedachten op. Het werden er steeds meer en uiteindelijk kon ik dit bijna niet aan. Ik verwachtte dat meer mensen een soortgelijke ervaring had, maar niemand had hier last van en ik voelde me zo alleen en afgewezen. Dat gevoel van het niet aankunnen, was net als in mijn werk, waar ik niet meer alle ballen in de lucht kan houden. En ook hier voel ik me afgewezen. Daarnaast ook nog niet gezien en niet gewaardeerd. Maar ik voelde een duidelijke parallel. Niet dat ik het snapte, maar wel iets om nog eens naar te kijken.
N. zei dat ik niet het hele veld hoefde te dragen en ik realiseerde me dat ik dat ook helemaal niet kan.
Abonneren op:
Posts (Atom)