woensdag 10 december 2008

Tijden veranderen

Het was de verjaardag van mijn nichtje M. Ik had niets gehoord van haar. Ik wist niet of ze het niet vierde of dat ik niet uitgenodigd was. Ik belde haar om haar te feliciteren, maar kreeg haar voicemail.
Tijden veranderen. Toen we tieners waren, was ze mijn hartsvriendin. We konden niet zonder elkaar. Tot haar vaders wanhoop presteerden we het als ik een heel weekend bij haar gelogeerd had om als ik thuis kwam gelijk weer aan de telefoon te hangen. Vertwijfeld riep hij dan uit dat we toch ooit uitgepraat moesten zijn. Wat konden we elkaar nou nog te vertellen hebben? Maar we waren toen nooit uitgepraat. We praatten over jongens, kleding, uit gaan, jongens, eten, vakantie, jongens, muziek, make-up, gedichten en over jongens. Ook over de essentie van het leven, over de hemel en het wel of niet bestaan ervan, over de dood, maar vooral ook veel over jongens. Flirten was onze tweede natuur. Zij was een ware vamp met haar prachtige lange blonde haar en ik, ja ik denk ik op mijn eigen manier ook. Maar dat was toen en tijden veranderen. Nu weet ik niet eens of ze haar verjaardag viert.
Die avond was ik bij mijn vader. Hij feliciteerde me met de verjaardag van M. Weet je, zei hij, weet je dat ik vorig jaar uren heb gedaan over het sms-je om haar te feliciteren. Dat was het eerste sms-je dat ik stuurde na de beenmergtransplantatie, na mijn dip. Hij glunderde en onwillekeurig lach ik met hem mee. Ja tijden veranderen en soms doet het pijn, maar soms is het ook heel mooi.

zondag 30 november 2008

Stil staan

Ik zag K. in de stad. K. is onze stagiaire ICT. Toen ik hem leerde kennen, zat hij net in de ramadan. Hij hielp mij, als nieuwe medewerker bij de BAM, om mijn instellingen op mijn computer naar wens te krijgen. De juiste printer toevoegen uit een gigantische lijst van printers en zulk soort kleine ICT puzzels. Het duurde wat langer en als waardering voor zijn moeite, bood ik aan om koffie voor hem te halen. Fout. Het was ramadan. Hij reageerde heel vriendelijk, met het geduld van een vastende moslim aan een onwetende Nederlander.
In de stad zag ik hem in een hele andere setting. Hij stond met wat vrienden op straat te praten. Opeens was hij niet de leerling ICT-er, maar een stoere jongen. Ik groette hem en vroeg hem of hij misschien al klaar was met zijn stage. Ik had hem al een week niet gezien op het werk. Hij aarzelde even. Toen zei hij dat hij vrij genomen had wegens familieomstandigheden. Even leek het dat hij het hierbij zou laten, maar opeens keek hij me recht in de ogen en zei dat zijn broertje was overleden. Ik was geschokt. Ik condoleerde hem oprecht. Hij zei dat het gebeurd was bij de brand. Het krantenartikel kwam mij gelijk voor de geest. Ik had het niet uitgelezen, omdat ik het zo verschrikkelijk vond. Jongetje van vier overlijd door brand. Ik had niet kunnen denken dat dit zo dichtbij zou komen. Mijn woorden schoten te kort. Ik kwam niet verder dan dat ik het heel erg voor hem vond. Zijn ogen waren vochtig en de mijne ook. We keken elkaar nog steeds aan en het scheen me dat ik recht zijn ziel ik kon kijken. Ik drukte mijn hand op zijn schouder en wenste hem nogmaals sterkte. Hij knikte en ik liep door. Achter me werd het gesprek weer hervat met zijn vrienden. En ik? Ik was een beetje van de kaart. Later kwam ik thuis met verkeerde boodschappen. Maar toch vond ik het heel bijzonder dat hij het aan me vertelt had. Zomaar op straat, leek de tijd even stil te staan.

woensdag 12 november 2008

Zwarte draden

Ik zat naast haar in het klasje. We mediteerden. We mediteren eigenlijk bijna constant in het klasje. Weer zo'n voorbeeld van 'met je spot naar bed gaan.'
Zij had nog zo om mij gelachen, toen ik de eerste les, na drie meditaties voorzichtig vroeg of we ook nog wat anders gingen doen. Niet dus. Weken later vroeg ze me glimlachend hoe ik het nou vond. Het gaat. Ik heb nog steeds wat weerstand op meditaties en mis interactie, beweging en misschien nog meer. Maar tijdens de meditaties ontmoet ik mezelf en dat is ook onverwacht mooi.
Ze zat dus naast me deze keer. Tijdens de geleide meditatie werd ik afgeleid door iets in haar energieveld. Het leek net of er zwarte draden door haar benen liepen. Het leek het meeste op de zwarte laag die ik altijd om papa's voeten waarneem als hij extreem veel zenuwpijn heeft. Bij hem zijn het bijwerkingen van de chemo. Bij haar wist ik het niet en niet in staat mijn nieuwsgierigheid te bedwingen, nam ik een kijkje.
Eerst koppelde ik het zwart los van haar systeem en plaatste het buiten haar. Ik vroeg deze energie zijn eigen vorm aan te nemen en terug te gaan naar de tijd waar hij 'de draad' was kwijtgeraakt. Ik kreeg beelden door van een man die lijdde in een sneeuwlandschap. Ik voelde gemene pijn in mijn wangen, alsof die bevroren waren. De figuur was afgebeuld en zijn onderbenen waren nauwelijks herkenbaar. Later zou hij hier sterven in de sneeuw.
Eerst vroeg ik het figuur om contact te maken met zijn verminkte energielichaam. Het fysieke lichaam is al lang vergaan, maar op energetisch niveau wordt de pijn in stand gehouden. Zodra hij contact maakte, heelde het energetische lichaam, maar er bleef verwarring. Toen gingen we op zoek naar de les van dit leven. Degene die hem dit aangedaan had kwam er bij en er werd wat energie uitgewisseld. Degene die het aangericht had betuigde spijt en deze energie transformeerden we in een grote zwarte ketel tot een gelei-achtige substantie. Als ik in gedachten deze gelei op haar benen smeerde leken de zwarte draden te verminderen. Echter na tien minuten zag ik de zwarte draden terugkeren en ik wist dat het nog niet opgelost was.
In de pauze deelde ik mijn beelden met haar en ze was me intens dankbaar. Ze had al twee weken onnoemelijke pijn aan haar been (distrofie). Gelukkig had ze niet meer veel last van haar aangezichtspijnen die haar eerder hadden geplaagd.
Thuis liet het voorval me niet los. Ik zocht de figuur nogmaals op. Hij had geduldig gewacht. Hij zei dat hij zichzelf wel even bezig kon houden en dat ik alle tijd kon nemen. Opeens realiseerde ik me wat hij deed: Hij hakte kinderarmpjes in kleine hompjes. Ik was met afschuw vervuld, maar het figuur leek zich van geen kwaad bewust. Ik volgde het lijntje van deze onverschilligheid en kwam er achter dat het incident in de sneeuw een wraakactie was geweest. Dit figuur had zonder enige spijtgevoel of mededogen afgrijselijke dingen gedaan. Op energetisch niveau zocht ik naar aanknopingspunten en twee dagen later voelde ik opeens een klik. Het figuur had contact gekregen met een hoger bewustzijn en zag in wat hij aangericht had. Nu kwam er pas echt een energie-uitwisseling op gang. Spijt, wroeging, vergeving vormden samen een helende draaikolk. Het figuur voelde dat hij nog verder moest om dingen goed te maken, maar ik voelde hem al vervagen, zoals zielen doen die hier hun zaken afgehandeld hebben.
De hele week was ik verschrikkelijk nieuwsgierig hoe het haar vergaan was. Maar angst dat het helemaal niets geholpen zou hebben, weerhield me ervan om te bellen. En ik voelde dat ze misschien wel de rust nodig zou hebben. Er was voor deze week een pijnlijke ingreep gepland.
Toen ik de week erop aan kwam bij het instituut, stapte ze net uit de auto. We ontmoette elkaar voor de deur en ze keek me aan en zei direct: "Je hebt heel veel aan me gedacht hè." Ik beaamde dat schoorvoetend en ze sloeg haar armen om heen. Ze had zelfs een cadeautje voor me bij zich. Mijn lievelingskoekjes. Speciaal voor mij. Ik geloof dat geen koekje me ooit lekkerder smaakte.

woensdag 15 oktober 2008

Sjorske

Al de eerste dag op mijn nieuwe werk viel hij op. Nou is hij ook niet over het hoofd te zien. Groot van postuur en bijzonder duidelijk aanwezig. Hij kan zijn ietwat volumieuze buik beetpakken en dan grijnzend zeggen: "Steeds meer om van te houden!" Gevat roep ik terug dat hij daar maar een ander voor moet zoeken.
Hij had de kamer naast mij en door de open-deur cultuur kon ik al zijn telefoongesprekken letterlijk volgen. Een beetje luidruchtig, maar een hart van goud. Iedere dag kwam hij even een praatje maken. Flauwe grapjes over mijn theepot ("O, ben jij zo'n theemuts?") Gespeeld verontwaardigd dat hij geen koffie voor mij mee kon nemen. En tussen de vele grapjes door geïnteresseerd en hartelijk.
Na een paar weken is hij verhuisd naar de eerste kamer in de gang. Dat is voor ons overige gangbewoners aanmerkelijk rustiger.
Vlak daarna mocht ik twee ochtenden bij zijn afdeling komen werken. Zijn leidinggevende P. stelt mijn prioriteiten, maar ik werk het liefste met S. Hij heeft in die eerste weken al mijn hart een beetje gestolen en in de praktijk heeft hij ook nog eens engelengeduld. Hij werkt hard. Ik dacht eerst dat hij een grapje maakte toen hij vertelde dat hij wel weken van 100 uur maakt. In de loop der weken heb ik zijn moeheid en zijn drive om door te gaan gezien. Hij herinnert me aan mijn geliefde magazijnmanager en gek genoeg ook aan mijn vader, ookal heb ik die nooit in zijn jonge-honden-tijd gekend.
Ik heb me gerealiseerd dat ik moeite heb om weer verbinding aan te gaan met een nieuwe werkkring. Vandaar ook mijn voorkeur om via het uitzendbureau te werken; dat is niet zo vast. Maar door mensen als Sjorske krijg ik weer vertrouwen. Ik werk graag met hem en voel me al boven verwachting opgenomen in de hectische wereld van de bewegwijzeringsborden-bende. (De afdeling is nogal jong en enthousiast.)
Deze week is Sjorske met vakantie. Ik mis hem. Het is akelig stil in de gang, maar met mijn verjaardag is hij weer terug.

donderdag 9 oktober 2008

Werk

Sinds september werk ik weer. Niets groots en niet veel. Ik betrap mezelf er zelfs regelmatig op dat ik uit sta te leggen dat ik eerst P&O manager was, maar nu meer tijd thuis wil zijn. Mezelf een soort van verdedig of toch op zijn minst tekst en uitleg geef waarom ik zogenaamd onder mijn niveau functioneer. Ookal weet ik heel goed dat vroeger voorbij is en dat dit is wat ik nu doe. Dit trof me het meeste toen me op de receptie van Wijn en Stael recht op de man af gevraagd werd wat ik deed. Tegenwoordig ben ik secretaresse.
Het werkt helend. Eindelijk weer nieuwe collega's om het gat van mijn oude Spliet-collega's op te vullen. Een nieuwe systeembeheerder en een nieuwe Huug. Het lijkt ook veel makkelijker. Geen dubbele agenda's. Geen behoedzaamheid of juist slijmerigheid omdat ik de dochter van de baas ben. Ik ben ik en ik heb bijzonder veel plezier in mijn werk.
Sommige dingen zijn helemaal niet veranderd: Ik ben nog steeds leergierig. Ik wil alles graag snappen en goed doen. Ik denk nog steeds graag in het grote geheel. Ik denk vaak een stapje vooruit en kom eindelijk weer een beetje tot mijn recht.
Ik begon voor drie ochtenden en binnen drie weken werd ik al voor nog twee ochtenden gevraagd. Eigenlijk door twee afdelingen, maar de P&O dame nam de beslissing waar de nood het hoogste was. Deze week hoorde ik in de wandelgangen van een andere afdeling, dat ze ook al op mij geaasd hadden, maar achter het net gevist hadden.
Het doet me goed. Ik sta iedere dag met plezier op. C. zei al in de eerste week dat ze me in maanden niet zo vrolijk had gezien. Ik heb mijn zelfbeeld een beetje bijgesteld. Ik zit niet in een flitsende carrière zoals mijn mede Callers. Wellicht zullen er mensen zijn die denken dat ik bij Spliet eigenlijk mijn plek niet verdiende. In mijn donkerste nacht bedacht ik dat ik misschien nooit verder kom dan dit secretaresse-baantje; Maar zelfs toen wist ik dat dit toch echt is wat ik nu wil en nodig heb.
En ergens is er iets heel eigenwijs in me dat zeker weet dat ik er wel kom. Waar de bedoeling ook is dat ik kom, ik kom er wel.
Voorlopig voert mijn pad me naar mijn werk. Mijn droombaan; dichtbij, niet teveel uren, uitdaging en voldoening en vooral veel plezier.

zaterdag 6 september 2008

Investeringsvoorstel

Het begon allemaal veelbelovend. Ik kwam via het CALL netwerk in contact met iemand die cradle to cradle babykleding wilde produceren en daar een kleine investeerder voor zocht. We hadden een leuk gesprek en ik kreeg het businessplan en een investeringvoorstel. Deze waren geheel in het Engels en ik moest me er even toe zetten om dit goed door te nemen. Ondertussen voelde ik steeds meer voor het idee. Ik heb mijn biologisch katoen droom en dit zou hier een mooie stap in zijn. Ik zou een kijkje in de keuken kunnen nemen, nieuwe contacten kunnen leggen...
Ik had J.U. en J.M. gevraagd om me in deze kwestie te adviseren. De week ervoor had ik de stukken doorgeworsteld en was pijnlijk met mijn eigen kennislacune geconfronteerd voor wat betreft businessplannen en cijfermatige onderbouwing. Gelukkig hadden J.U. en J.M. dit in overvloed voor mij in de aanbieding.
We hadden af gesproken in een rustig restaurant en vonden de benodigde privacy in de alkoof. J.U. ging rustig en bedachtzaam van start. Hij prees de ideologische insteek. J.M. werd al snel wat kritischer toen er grafiekjes met cijfers uit 2003 opdoken. Dat ik de cijfermatige onderbouwing niet snapte bleek minder met mij te maken te hebben dan ik dacht. De helft ontbrak.
Die middag kreeg ik een bijzonder leerzaam lesje in hoe een businessplan niet hoort te zijn. J.U. is altijd heel mild in zijn oordeel. Hij examineert jaarlijks de businessplannen van de Nijenrode-studenten en hij zei subtiel dat hij daar erg aan moest denken. J.M. was duidelijker: "Broddelwerk" "Schandalig dat hij een investeerder denkt te kunnen af schepen met een investeringsplan dat al verlopen is." (het plan was in maart gedateerd en had in het derde kwartaal moeten opstarten) "Als hij aan mijn bureau had gestaan had ik gezegd.."
"Try harder" vulde ik aan. Ze glimlachte even.
J.U. legde uit hoe financieringen meestel in elkaar steken. Over eigen geld, (de ondernemers waren niet voornemens er zelf geld in te steken behoudens de geringe kosten die tot nu toe gemaakt waren.) over bankleningen, over achtergestelde leningen en over het aantrekken van aandeelhouders ter financiering.
Het meest duidelijk vond ik uiteindelijk J.M. Ze wees me erop dat er in het businessplan gesproken werd over een dubbel zo grote investering na twee jaar.
"Is daar al een investeerder voor?" Ze keek me streng aan. "Als jij er met je geld in zit, komen ze als ze niemand kunnen vinden natuurlijk bij jou aan. Laat je de boel dan klappen of steek je je nog verder in de strop?" Het dubbeltje viel.
Ik zei bedachtzaam dat het me beter leek als ik mijn vervolgafspraak maar af zei. Aan de overzijde van de tafel slaakten ze een zucht van opluchting. Opeens waren ze helemaal niet meer zo zakelijk, maar vooral mijn persoonlijke vrienden. J.U. had zich erge zorgen gemaakt dat ik enorm teleurgesteld zou zijn. J.M. had zo gehoopt dat mijn eerste investeringavontuur beter zou zijn. Maar ik was helemaal niet teleurgesteld. Ik heb deze middag waarschijnlijk meer geleerd dan ik in een jaar op school zou kunnen leren en ik heb me gerealiseerd hoe goed deze mensen het met me voor hebben. Ik reken af en ga op vleugeltjes naar huis. Ieder heeft zijn engelen en zij waren vandaag de mijne.

Het systeem

Eigenlijk had Mickel een afspraak, maar hij was onverwacht verhindert. Ik zei gelijk dat ik me wel op offerde. Hij lachte.
H. heeft veel gedaan voor mijn vader en in dat traject heb ik hem veel beter leren kennen. Hij is soms wat ongepolijst, maar ik heb zijn pad gezien en sindsdien deert dat me niet meer.
Hij vroeg me of ik weer ging werken en ik vertelde hem dat ik deze week begonnen was. Hij was geïnteresseerd. Soms krijg ik er geen speld tussen bij hem, maar nu luisterde hij. Ik vertelde over mijn 12-urige werkweek en dat me dat tijd geeft om erbij te studeren. Toen vertelde ik over mijn cursus PDB. Hij fronste. Hij vond het niets. Daarna vertelde ik over mijn cursus Mens & Intuïtie. Dat kon er mee door. Later vroeg ik me af, waarom ik eerst boekhouden had genoemd. Soms lijkt het of ik dat presentabeler vind en soms lijkt het of ik wat gene heb voor mijn energetisch vlak.
H. kwam er nu goed in en begon een monoloog. Hij kan me het gevoel geven dat ik gelijkwaardig ben op energetisch gebied, alhoewel ik weet dat ik niet aan zijn gave kan tippen. Ik had voor de zomer ook al een keer de indruk gekregen dat hij me wel wat zou willen leren. Dit was weer zo'n moment.
"Ton," zei hij "het gaat allemaal om het systeem. Als je je sterker ontwikkelt hebt, kun je niet zomaar denken: 'klootzak, rij je maar te barsten!' Als ik dat doe, gebeurt het zo maar, want dat stop ik dan in het systeem. Dus ik moet me inhouden. Ook anderen stoppen in het systeem. Daarom is het zo belangrijk dat mensen niet negatief denken over je vader, want dat moet hij dan allemaal verhapstukken. En als hij het voor zijn kiezen krijg, krijg ik het ook. Dus als ik iemand hoor zeggen dat hij slecht loopt, dan zeg ik dat het fantastisch is dat hij überhaupt loopt. Dan zie je mensen veranderen. Ze realiseren zich dat niet. En dan denken ze 'inderdaad' en stoppen ze iets positiefs in het systeem en dat komt dan weer bij je pa."
Hij vertelde nog meer, nog veel meer. Over hoe hij zich verbonden had met Th. En terwijl hij vertelde zag ik ineens haarscherp hoe hij dat gedaan had. Hij was zo verbonden dat hij de pijn voelde, de goede dagen en de slechte. Hij voelde hem destijds vallen in de badkamer, in de bijkeuken en op het grind. Zelfs nu nog wist hij het als hij te ambitieus een duin probeerde te beklimmen. Hij keek me aan en zei dat als hij de pijn uit zijn eigen lijf kon krijgen, die ouwe ook geen pijn had. Ik zag hem nachten in bed zweten en o zo vaak buiten bed tobben om dit te realiseren.
Ik weet nog goed dat hij mij regelmatig waarschuwde dat ik op mezelf moest passen. Dat ik het lot van mijn vader niet kon overnemen. Nu zag ik dat hij mij daar voor waarschuwde, maar het zelf deed.
Ik heb ooit een blik in zijn verleden mogen schouwen en toen voelde ik waarom hij dit leven zo leeft als hij leeft.
"Ton, ik weet zeker dat jij in deze ziekte van je pa meer geleerd hebt, dan je op een cursus kunt leren."
Misschien heeft hij gelijk.