maandag 19 mei 2008

Mijn moeder

Mijn moeder is heel bijzonder. Misschien zal iedereen dit van zijn moeder denken, maar mijn moeder is echt heel bijzonder. Ze is een charismatische vrouw met vele talenten. Ze weet mensen te raken in hun hart en zet daarmee processen in gang, waarbij mensen soms enkel aan het nadenken worden gezet, soms doorbraken in denken en doen onstaan en soms zelfs hun hele leven verandert. Ze heeft hier ook haar roeping in gevonden en hier haar vak van gemaakt. Maar ze doet het ook heel vaak ongemerkt, door haar oprechte interesse en misschien wel door haar oogopslag. Ze kan namelijk kijken naar je, alsof ze veel meer ziet dan enkel je buitenzijde. En ze kan spreken, als weet ze veel meer dan wat ze ziet. Een bijzonder mens.
Voor mij is ze vooral bijzonder omdat ze mijn moeder is. Ze houdt van me als niemand anders. Vandaag heeft ze me uit een dipje geholpen. De een heeft een najaarsdip, de ander een voorjaarsdip en ik had een yoghurtdipje.
*** Nou krijg ik gelijk visioenen van heerlijke chips met een yoghurtdipsaus. Je weet wel, met wat knoflook en bieslook. Maar zo'n dip was het helaas niet. In mijn overmoedigheid dacht ik dat ik best wat aankon en heb ik dit weekend yoghurt gegeten. Niet braaf een klein beetje, maar gelijk een heel bakje. (Met aardbeienjam; het was verrukkelijk!) De volgende dag zelfs nog een portie in een heerlijke, huisgemaakte yoghurtdrank. (Met banaan en peer; zo mogelijk nog lekkerder.) Tot slot, ik schaam me voor mijn eigen onbezonnenheid, heb ik zelfs nog een half bekertje toe genomen. Je raadt het misschien al, dit is me niet goed bekomen. Het duurde even voor ik het doorhad. Eerst was ik enorm koud. Later volgde de buikpijn en diaree. Maar vooral had mijn humeur er onder te lijden. En met mijn humeur, natuurlijk mijn huisgenoten. Ik heb me zo beroerd gevoeld, ontevreden, slecht op mijn plek. En daarmee ging ik aan alles twijfelen. Vooral aan mezelf en dit resulteerde in een dip, mijn yoghurtdip.***
Mijn moeder. Eerst hebben we Qi Gong gedaan en onderwijl zag ik al haar bezorgde blik. Maar dan geeft ze me de ruimte. Toen ik een glimlach in mijn hoofd moest toveren, stroomden er bij mij enkel tranen. Toen we moesten mediteren, (de Jesus-meditatie, daar hou ik helemaal niet van) stelde zij eerst maar een kopje thee voor. Ik mocht gewoon even opstandig zijn en ze luisterde. Ze luisterde intens en dat luchtte me zo op. Ze heeft geen pasklare oplossingen die mijn eigen zoeken belemmeren. Ze is er gewoon en samen genieten we van een kopje thee op een koud terras. Zo'n moment maakt me gelukkig. Dat ik ook in mijn dalen en dwalen bij haar mezelf kan zijn. Ze pakt mijn hand vast en samen huilen we geluidsloos. Ze verhaalt over hoe trots ze is op me en door mijn sombere bui heen zie ik een glimp van wat zij in me ziet.
Ik zeg haar nog dat ik soms denk dat zij andere dingen in me ziet dan dat ik zelf ervaar en dan glimlacht ze. En ik voel dat ze deze dip al veel langer heeft zien aankomen, omdat ze me zo goed kent. Misschien was deze er ook zonder yoghurt uitgekomen, maar dan met iets minder buikpijn en iets minder tranen.
Uiteindelijk zitten we thuis nog even aan de keukentafel en ik realiseer me hoe bijzonder ze is, mijn moeder. Met een duizendmaal lichter gemoed dan vanochtend vertrek ik weer en ik neem me voor om vandaag mijn weblog aan haar te wijden. Bedankt mam.

donderdag 15 mei 2008

Young Call

Eind april had ik mijn laatste tweedaagse van Young Call. Het waren confronterende dagen. Ik heb moeite om mijn plek te vinden. Zowel in het dagelijks leven als in deze lieve groep. Soms voel ik me honderd jaar ouder en soms voel ik me een gansje. Dit heeft natuurlijk vooral te maken met mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen. Het begon met Open Space. In Open Space staan er ca. twaalf coaches tot onze beschikking en kun je gedurende drie uur werken aan wat er op dat moment bij jou leeft, met de coach van jouw keuze. Misschien kwam het omdat we deze keer de tweedaagse startte met Open Space (vorige keren sloten we juist hier mee af), maar het lukte niet zo bij mij.
Twee van mijn coaches waren weliswaar vol liefde en aandacht voor me, maar zochten continu naar wat ze me nou konden geven. Misschien was ik niet duidelijk in mijn vraagstelling. Ondanks fijne gesprekken, lag er een schaduw van zoeken en het niet gevonden hebben over de ontmoetingen.
De derde coach ging zo op in een passant, dat ik bijna het vertrek stilletjes verlaten had. Het was duidelijk dat degene die even een kwartiertje mee zou doen zoveel passie bij haar losmaakte dat ik vergeten was. Later, meer dan een week later, realiseerde ik me pas hoe dat me gekwetst had. Het gaf me het gevoel dat ik te veel was, ongewenst misschien zelfs. Dit raakt me heel diep en ik weet dat ik hier iets mee wil en moet doen. Ook in andere sessies gedurende de tweedaagse werd ik geconfronteerd met mijn zelfvertrouwen en het thema gewenst zijn. Ik heb ontdekt dat als ik niet zeker weet dat ik gewenst ben, ik mezelf niet geef. En als ik eerlijk ben is dat al heel lang zo. Flarden van vroeger doemen in mijn geest op; van hoe ik omging met de pijn van mijn jeugdreuma tot hoe de Botsingh een bres in mijn zelfvertrouwen geslagen heeft. Ik begrijp het wel, waarom ik momenteel onzeker ben, maar zo wil ik het niet. Ik werk hier met alle macht aan, maar ik ben er nog lang niet. Ik hoorde op Young Call iemand zeggen: "Ik heb helemaal niet het gevoel dat het af is. Ik ben helemaal niet klaar!" Ik reageerde toen lachend, dat het niet te verwachten was dat ze helemaal klaar zou zijn met haar ontwikkeling. Nu begrijp ik haar beter. Deze tweedaagse heeft niet gebracht wat ik verwacht had. Ik had verwacht dat het de mooie reis een beetje zou afronden, maar het lijkt of er in deze laatste sessie juist meer opgerakeld is.
Ik had ook hele mooie ervaringen. Els Kikke liet ons op geheel eigen wijze rebirthen. Het contact met mijn kind-zijn heeft me getroost. Ik heb altijd het gevoel dat mijn kind-zijn dicht onder het oppervlakte ligt, zo voor het grijpen. Maar bij deze sessie werd ik overspoelt door de intense verwondering van kleine kinderen. Het zonlicht leek bijna tastbaar en stofjes dansend in het licht biologeerde me. Ik voelde de drang om contact te maken, mee te doen. Ik weet dat dit een levensthema van me is, maar het was heel mooi om te voelen hoe dit in kindbewustzijn al verankert is.
Mijn ontmoeting met R. was bijzonder. We hadden al eerder gesproken en ik had naar zijn energie gekeken. Ik vond het eng om dit met hem te delen, bang voor afwijzing. Het is immers een beetje buitengewoon. We hadden een intens samenzijn en bleken elkaar te herkennen. Stukje bij beetje vonden we wat aanknopingspunten hiervan gedurende deze dagen.
Het is bizar. De groep is me dierbaar geworden, maar eigenlijk kennen we elkaar helemaal niet goed. Vooral basale kennis ontbreekt en daardoor worden hele intieme momenten afgewisseld met oppervlakkige gesprekjes.
Al met al zijn het speciale dagen voor me geweest. Niet de rustige, helende afronding van onze Young Call reis welke ik verwacht had. Toch heb ik genoeg moed in mijn hart om met alle confrontaties die ik ben tegengekomen aan de gang te gaan. En ik koester de vriendschappen die ik gevonden heb.

En laat ik niet mijn reisgenoot vergeten op de heen- en terugreis. Hij heeft zich in mijn nieuwe bolide aan mijn rijkunsten gewaagd. Misschien is hij wel degene met wie ik het meest gedeeld heb. Zowel van alles wat we beleefd hebben tijdens Young Call, als ook verhalen van de rest van zijn leven. We hebben intens gepraat en ik heb ervaren dat het mooiste wat je kan delen, soms juist je verdriet is.

vrijdag 2 mei 2008

Acht jaren jong

Ik zat in een restaurant in Parijs toen ik het telefoontje kreeg. Mama klonk overstuur en als eerste flitste mijn vader door mijn hoofd. Ze zei dat ze het moeilijkste nieuws moest vertellen dat ze zich voor kon stellen. Mijn neef M. zijn oudste zoon was overleden. In eerste instantie kon ik het niet bevatten. Ik gebaarde naar mijn tafelgenoten dat het niet om papa ging. Later heb ik een rustig plekje op straat gezocht en haar nogmaals gebeld. Stukje bij beetje kwam het verhaal. Ik was er ondersteboven van. Sinds de Botsingh hadden we geen contact meer en voor het eerst in mijn leven voel ik wrok voor mensen. Niet heel erg, maar het hele traject heeft mij zo'n pijn gedaan dat ik ook niet vrij van wrok ben. Desondanks heb ik ze nooit iets slechts toegewenst. Ik dacht altijd dat de levenslessen die zij over zichzelf afriepen zwaar genoeg zouden zijn. En dan nu dit afgrijselijke nieuws. Hun zoontje van acht dood. Het was geen ongeluk, maar waarschijnlijk iets met zijn hart. Hij zou met zijn vader naar de koninginnenmarkt gaan in U. maar moest ineens heel nodig poepen. Zijn vader besloot even terug te gaan naar huis. Onderweg kreeg hij het steeds benauwder en moest ook nog overgeven. Thuis aangekomen rolden zijn ogen weg en is hij in de gang buiten bewustzijn geraakt. Men heeft nog drie kwartier gereanimeerd tot hij weer een lichte pols had. Toen is hij naar het ziekenhuis vervoert, maar later bleek er geen hersenactiviteit meer te zijn. Uiteindelijk is besloten de knop uit te zetten. Er zijn drie andere kinderen geholpen met zijn organen. Op een rare manier troost dat. We lopen even later ontdaan door Parijs. Het regent opeens en het schijnt mij dat Parijs met mij meehuilt. Bij een kerkje besluiten we een kaarsje op te steken. Alle ruzie en wrok lijkt zo ver weg bij zulk leed. Ik voel enkel compassie voor hen.

Dit blijkt niet wederzijds te zijn. Wij krijgen geen kaart. Mijn ouders ook niet en tevens wordt hen via vier kanalen verzocht om niet te komen op de begrafenis. Zoals mijn moeder rustig opmerkte: "Ik begreep de boodschap ook al de eerste keer." Zelfs mijn inwonende tante krijgt geen kaart. Klaarblijkelijk heeft dit verdriet hen niet milder gemaakt. Of misschien is hen erger leed aangedaan dan ons. Ik had gedacht dat ze uiteindelijk zakelijk alles hadden wat ze altijd gewild hadden; de macht. Misschien bevalt het niet zo goed. Mijn hart weent voor hen. Hun levenspad lijkt enkel zwaarder te worden.

Ik blijf weg, maar bid wel voor hen.

zondag 27 april 2008

Etentje in de avondzon

Tijdens de escalatie in ons familiebedrijf, door ons gekscherend de Botsingh genoemd, zijn we in contact gekomen met onze advocaat W. Blijkbaar had ik een vooroordeel over advocaten, want ik had een saaie man verwacht. Saai als de wetboeken waar advocaten mee leven en heel rationeel, omdat je die wetboeken anders niet doorkomt. Ik had het mis. W. is een aantrekkelijke man met een charmante manier van doen. Buitengewoon intelligent, maar niet buitengewoon rationeel. Er was altijd tijd voor een praatje en hij was begaan, oprecht begaan met ons. Eerst dacht ik dat dit misschien een klantvriendelijke houding was, je betaald zo'n man per slot van rekening, maar in de loop van de maanden realiseerde ik me dat het meer was.
Alle sores van de Botsingh is tot een ontknopingh gekomen. Ooit was het idee geboren om als papa van de chemo herstelt was W. uit te nodigen voor een etentje. Destijds leken zulke plannen bijna een bezwering. Onuitgesproken was er altijd de angst dat papa de beenmergtransplantatie niet door zou komen. Plannen maken voor erna gaf het hele traject positiviteit. Alsof we zo bij konden dragen aan een goede afloop.
Gisteravond was het zover. W. kwam met zijn drie kinderen. Toen ze op het grindpad liepen, hield de oudste jongen van bijna achttien W.'s hand stevig vast. De honden kwamen een kijkje nemen en de jongen werd panisch bang. De volwassen rust van zijn twee jongere zussen was tekenend. De honden werden opgesloten in T.'s kantoor, maar de eerste minuten bleef de jongen angstig. Hij wilde mij geen hand geven en liep al snel door het huis. W. vertelde dat zijn zoon M. heette en autistisch is. M. begon een eigen ontdekkingstocht door het huis, zonder de beperking van sociale omgangsregels of fatsoensnormen. Hij keek in alle pannen, vond een chipszak en maakte deze gelijk soldaat. Hij voelde aan voorwerpen, telde bladzijden en liep vooral veel rondjes. Met zijn zussen ging ik op zoek naar mijn meiden en onderwijl liet ik ze de benedenverdieping zien. We maakten opmerkelijk makkelijk contact en voor ik het wist waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld in de bibliotheek. M. raakte na een tijdje steeds meer op zijn gemak. Na een uurtje wilde hij met mij zelfs wel een rondje in de tuin lopen. Hij pakte mijn hand stevig vast en zette er flink de pas in. In sneltreinvaart snelde we langs de bloeiende borders en de vele beelden van mijn moeder, maar de genegenheid die hij ten toon spreidde raakte me. Tijdens het eten zat hij rustig aan tafel en verslond enorme porties friet. Hij rekende soepel uit hoeveel nachtjes het nog duurde voor mijn moeder jarig zou zijn. (251 nachtjes) Zijn zussen vonden speelkameraden in mijn meiden. Maar tussen de spelletjes door zaten ze aan tafel en praatten we. Het zijn fijne meiden met een brede interesse. Ik plaagde W. met de sla op zijn kin. ("Ik zou de sla niet op mijn kin smeren, maar in mijn mond stoppen.") Met de beginnende buik die hij niet heeft, maar wel vreest. En zijn dochters moesten met mij erom lachen. Ik bekende ook mijn domme vooroordelen over advocaten en daar moest hij weer om lachen en hij begreep dat ik hem niet saai en rationeel vond. Hij kenmerkt zich zelfs in zijn hartskracht. Tijdens het natafelen waren de meiden aan het spelen in de avondzon en M. liep zijn eigen rondjes door het huis. We zagen hem langere tijd aan de tafel in de bibliotheek zitten, op mijn moeders favoriete plek, bladerend in een mooi fotoboek. Opeens kwam hij even naar mij toe, streelde mijn wang en liep weer verder. Hij deed me denken aan zijn vader, als hij een terloops complimentje geeft.
W. verdeelde zijn aandacht. Tussen zijn zoon, die absoluut extra aandacht verlangt, zijn gastvrouw, waar hij bijzonder op gesteld is, mij en de rest van de aanwezigen. Soms zag ik dat dat moeilijk was. De tijd was misschien ook te kort. Hij had wel uren in de bibliotheek willen bladeren in de boeken, uren willen praten en lachen, uren in de zon op de court willen zitten en uren met Jeannette in het coachingskamertje willen vertoeven.
Bij het afscheid zei hij dat we elkaar absoluut weer zouden zien. Mijn hart zou dit heel graag willen, maar mijn hoofd weet niet wanneer en hoe.
Het was een buitengewone avond. M. heeft mijn hart gestolen. Ik zou soms wel met hem mee willen opgaan in de verwondering voor alles wat zijn pad kruist. De dochters van W. waren goed gezelschap en het was heel fijn om W. weer te zien.
Ik was wellicht wat nieuwsgierig en nogal direct, maar dat kende hij al van mij op zakelijk vlak. Mijn lief zei 's avonds dat mijn gebrek aan tact gecompenseerd werd door mijn zuivere bedoeling. W. heeft mijn vragen doorstaan en het zou inderdaad fijn zijn om elkaar weer te zien.

dinsdag 22 april 2008

Tangosalon

Ik zag ze op een tangosalon, een oefensalon. Wij waren daar om te oefenen en weet dat wij die oefening hard nodig hadden. De sensuele passen wilde niet uit onze benen vloeien en struikelingen werden gevolgd door ons gelach. Toen ik even uitrustte aan de kant zag ik ze ineens.
Het was een ouder echtpaar die als een verstilt tableau tussen de stuntelende koppels danste. Gracieus en langzaam streek haar been over de zijne. Hij had zijn arm net wat verder op haar rug, waardoor hij haar bovenlijf teder naar zich toe hield. Zij vlijde haar wang net niet tegen zijn wang. De passie zinderde. Geïntrigeerd keek ik naar hen en voelde een verlangen in mij oprijzen.
Als ik zeventig ben, hoop ik met net zoveel passie te kunnen dansen. Lenig van lijf en vervuld van liefde voor elkaar.
Soms ontmoet je voorbeelden in je leven en ik heb er die avond een gevonden.

donderdag 10 april 2008

Haar

Ik zag haar in het ziekenhuis en haar haar was weer terug.
We hadden elkaar ontmoet tijdens een van de vele bezoeken aan de dagbehandeling oncologie in het ziekenhuis. Mijn vader verloor toen geleidelijk steeds meer haar en zij had bijna helemaal geen haar meer. Ze vertelde dat ze al eerder zo'n traject had gelopen en toen ook al haar haar was verloren. Na de behandeling was haar haar teruggekomen. Veel voller dan voorheen en met krul. "Bijna twee jaar had ik krullen en toen was mijn eigen slappe haar weer terug." Ze vertelde dit zo amusant dat we allemaal moesten lachen.
Het is vreemd, maar het gedeelde leed op zo'n chemo-afdeling geeft een saamhorigheid. Mensen die hier niet doorheen gaan voelen vooral medelijden, afgewisseld met met gepaste kreten van medeleven. Daar kun je als patiënt eigenlijk weinig mee. Natuurlijk is het afgrijselijk, maar daar wil je niet de hele dag over praten. Mede patiënten weten waar je doorheen gaat, ook zonder woorden en dan ontstaat er ruimte om te lachen. Grapjes over chemo, bijwerkingen en gewoon rare anekdotes om de zinnen te verzetten. Soms ook juist stilte, als overduidelijk is dat het een zwaar moment is.
Ik zag haar weer en was verheugd door haar nieuwe haar. Mijn vader zijn haar was inmiddels ook terug, maar hij had geen krul gekregen. Toen ik haar begroette met een vrolijke groet over haar haar keek ze me aan met een vol gezicht. Zo'n volheid die je enkel door prednison krijgt. Ze was vermoeid en vertelde dat ze nu iedere week chemo kreeg. Iedere week een halve dosis, omdat ze de tweewekelijkse dosis niet kon verdragen. Vorige keer was me ook al opgevallen dat ze iedere keer heftig op de chemo reageerde en toen was de invoertijd verlengd om de bijwerkingen te verminderen. Daardoor zat ze uren en uren op de dagbehandeling en ik vroeg me af of ze nu weer zo lang moest zitten. Ik vroeg haar hoe lang ze nu moest en ze keek me met matte ogen aan. Zo lang als het is, want voor mij is het eind in zicht. Ze hebben mij opgegeven.
Er viel even een stilte en iedereen schrok. Ze leek zelf ook te schrikken van haar directheid en begon al snel over zaken die wel goed gingen. Weinig bijwerkingen en zo. "Maar het blijft rot." Vulde ik haar aan. Ze glimlachte naar me. "Ja, het blijft rot."
Er was een verwijdering ontstaan. Mijn vader was patiënt en zij was terminaal. Even leek dit onoverbrugbaar, maar met haar glimlach hadden we weer contact.

woensdag 2 april 2008

Informal Event Young Call

We hadden een 'informal event' met Young Call. Dat wil zeggen dat we buiten het geplande programma zelf hadden afgesproken om lekker uit eten te gaan en om vooral bij te praten. Het is telkens heerlijk om elkaar weer te zien. Tussendoor zijn de meesten opgeslokt door drukke bezigheden en is het moeizaam contact onderhouden, maar als we elkaar zien dan valt elke barrière weg. Soms vraag ik me af, in die wat eenzame tussenperiodes, of het contact stand zal houden als eenmaal het programma afgelopen is. Iedereen wordt zo opgeslokt door zijn werk en velen staan privé pas aan het begin van de hectiek van het prille ouderschap. Maar toen we elkaar deze keer zagen, merkte ik op dat er een verwantschap aan het groeien is. Ik sprak een, naar eigen zeggen, nuchtere jongen, die bij Young Call zaken heeft ervaren die hem absoluut vreemd waren. Zo vreemd dat al snel duidelijk werd dat hij dit amper met het thuisfront kan delen, omdat die deze kant helemaal niet kennen van hem. Zelf leek hij ook wat verbaasd, toen hij opmerkte dat hij desondanks zich er toch heel fijn bij voelde. "Bij dat lopen door het bos en dat voelen en zo."
Toen ik bij I. zat kreeg ik hoop dat onze groep werkelijk contact zou kunnen houden. I. is een getalenteerde, jong vrouw. Rap van woord, erg nuchter en weet zichzelf met een heerlijke dosis zelfspot neer te zetten. Iemand die zich niet snel helemaal geeft. Haar zangsessie had zich gekenmerkt door een kwetsbaarheid in haar toon die ik daarvoor nog niet gehoord had. Ook deze avond wist ze me te verrassen. Ze sprak hartstochtelijk over het programma en vooral dat ze behoefte had aan méér. Ze benadrukte hoe fijn het was om elkaar tussentijds te zien. Toen ik vertelde over CALL 3, die jaarlijks zelf een tweedaagse organiseren, werd ze helemaal enthousiast. Ze beredeneerde dat, aangevuld met zulke informal events dat wel haalbaar moest zijn. Ze sprak mijn verlangen uit en ineens zag ik hoe belangrijk deze groep als klankbord was voor deze mensen. Hier krijgen ze feedback die niet in hun eigen wereld bestaat en dat gaf me hoop. Hoop op continuïteit.

Later zat ik naast R. Voor mij wordt R. gekenmerkt door een beetje cynische humor, met een licht zoeken in zijn wezen en een ongekende leergierigheid. Of misschien moet ik wel zeggen dat hij bijzonder open staat. Maar dan wel met een cynische commentaar, op humorvolle wijze gebracht. O ja, en hij verzekert me in ieder gesprek dat hij eigenlijk heel serieus is. Misschien kijk ik dan wat ongelovig, want dat herhaalt hij dan nogmaals op serieuze toon. In het begin verdacht ik hem ervan dat hij me in de maling nam, maar ondertussen weet ik dat niet meer zeker. Ik ken hem niet bijzonder serieus. Wel integer, grappig en soms pijnlijk scherp. Hij is ook altijd oprecht geïnteresseerd. Hij vroeg me hoe het ging en ik vertelde. Ik vertelde over mijn (her)ontdekking van mijn ongeschiktheid voor het huismusschap. Hij reageerde nogal kort. Ik schijn al vanaf de eerste kennismaking gezegd te hebben dat ik iets wil doen en hij vond dat ik dat gewoon maar moest doen. Het klonk simpel zoals hij het zei. Het voelt helemaal niet simpel. Ik realiseerde me dat dit mijn draak is, die ik moet bevechten. Dit uitzoeken wat ik wil, hoe ik het wil en hoe ik dit ga vorm geven. Tevens realiseerde ik me dat dit absoluut niet zijn draak is. Voor hem lijkt het simpel, is het misschien zelfs simpel. Later zag ik een stukje van zijn draak. Hij is gevoelig voor energie. Hij vertelde me over dromen en beelden die hij recent had gehad en ik voelde heftige energie erin. Vervuiling, misbruik en projectie: en hij neemt het waar. Hij vroeg me honderduit over energiemanagement. Hoe kun je leren om jezelf op te schonen, hoe kun je energieker worden, hoe kun je dit en dat leren... Ik ben geen meester in deze zaken en ik kan enkel mijn ervaring met hem delen. En hij herinnert zich nog niet alles wat hij al weet. Maar ik heb het gevoel dat deze herinneringen wel boven aan het komen zijn en ik vind het fijn om daar getuige van te mogen zijn. Hij is een bijzonder mens. Op een moment vertelde ik hem over mijn onzekerheid. Hij zei niets, maar kriebelde even over mijn bovenarm. Het was even stil tussen ons. Mijn hart accepteerde zijn troost. Toen keek hij op en zei met een verontschuldigend lachje: "Ik ben niet zo goed in aanrakingen." Ik zag door zijn hoofd flitsen dat hij me misschien wel even had moeten knuffelen of zo. Ik lachte en zei dat het genoeg was.

Ik sprak ook met vele anderen en helaas ook met enkelen niet. Maar toch, bij het afscheid, was het al heerlijk om ze enkel even te omhelzen.
Ik was de avond begonnen met zwangere N. en ik sloot de avond af met haar. Toen ik haar knuffelde op het station, bedacht ik me weer hoe dierbaar ze me geworden zijn, mijn medereisgenoten.