zondag 19 april 2009

Een niet dapper stukje, omdat ik soms ook zo ben.

Mijn leven is moeizaam de afgelopen maanden. En ik heb me er op betrapt dat ik als ik echt moe ben, ik niet schrijf. Als ik dan wel schrijf, schrijf ik iets positiefs. Toen ik dit patroon langzaam op mijn weblog ontwaarde heb ik hier een aantal dagen over na lopen denken.
Waarom doe ik dit? Waarom voer ik een vrolijk toneelspel op? Probeer ik er zelf zo de moed in te houden? Wil ik niet zielig lijken? Ik ben er niet uit. Wel weet ik dat ik weer een 'dapper' stukje over hoe de zon gaat schijnen na regen, dat ik er sterker uit kom, dat ik weer op de goede weg zit etc. niet trek.
Ik weet dat ik na moedeloosheid er altijd weer uit kom. Dat ik dan werkelijk dat dappere gevoel ook in me heb. Maar verschillende dappere stukjes naast elkaar geven een geforceerd, bijna komisch beeld.
Hoe ben ik dan buiten mijn dappere buien? (Op de momenten dat ik meestal niet schrijf.)
Ik ben soms zo moe dat ik enkel voor me kijk, in de hoop dat ik dan de dag door kom. Ik doe de dingen een voor een. Het liefste werk ik een lijstje af, zodat ik niet eens hoef na te denken tussen de klussen door.
Boodschappen doen (met boodschappenlijstje)
Strijk
Koken
Huiswerk overhoren
Het gekke is dat ik op mijn werk het beste lijk te functioneren. De amateur-psycholoog in mij vraagt zich gelijk af wat dit betekend. Vind ik mezelf als werknemer belangrijker en geef ik hier meer energie aan of zijn er andere omstandigheden op het werk waardoor ik me gewoon beter voel.
Ik mopper ook veel. Alles is me eigenlijk teveel en de dingen die dan ook nog eens mis gaan zijn helemaal te veel.
Ik kom aan veel dingen niet toe. De strijk neemt enorme proporties aan. Mijn beddegoed ligt gerust twee maal zo lang op bed. De keukenkastjes vervuilen, zonder dat ik er de puf voor heb om ze onder handen te nemen. Mijn bureau bezwijkt bijna onder stapels 'als ik even puf heb zoek ik dit uit'-spullen.
En als ik zo'n slechte periode heb dan lijk ik wel in een cocon te kruipen. Ik doe het hoogst noodzakelijke of in ieder geval alles wat ik kan. (In deze tijden kan de definitie van wat noodzakelijk is extreem opgerekt worden heb ik ontdekt.) En telkens als ik weer 'ontwaak' dan realiseer ik me hoe lang ik mijn vrienden niet gezien heb. Of als ik ze toch zag, kregen we geen contact. Mijn blik op oneindig worstel ik me door mijn zware periodes heen. En ik schrijf hier niet graag over. Het maakt me triest.

zondag 29 maart 2009

Toneelkriebels

Het oudertoneel zit er weer aan te komen. Althans, dat dacht ik. Hoewel ik zo moe ben geweest dat ik eigenlijk besloten had dit jaar voorbij te laten gaan, kriebelde het toch in me. En toen de brainstorm avond precies op de avond viel dat ik vrij had van calculatie- en boekhoudles was de keus snel gemaakt. Mijn teleurstelling was dan ook groot toen bleek dat onze regiseur het niet ging redden. Het oudertoneel leek daardoor dit jaar een stille dood te sterven, voordat de eerste stap op de planken maar was gezet.
En ondanks al mijn bedenkingen, moeheid en deze tegenslag ging het nog harder in mij kriebelen. En uit die toneelkriebels onstond een plannetje. Ik pleegde een telefoontje en nog een en opeens lijkt het toch te lukken.
Mijn moeder haar vorige toneelgroep begint deze week aan hun welverdiende zomerstop. Het is een boerengemeenschap, dan is het begrip zomerstop iets ruimer gezien het vele boerderijwerk gedurende de zaai-, plant- en oogsttijd. Die zomerstop betreft dan ook enkel hun toneelactiviteiten, want de boerderijactiviteiten vangen dan juist aan.
Ze had ook wel zin in een nieuwe groep. Vooral gezien het vrije karakter. (Er is nog geen dialoog, eigenlijk nog geen stuk en om nog eerlijker te zijn is er zelfs nog geen idee...)
Nu hebben we deze week een nieuwe brainstormafspraak met een nieuwe regiseur. Gelukkig waren er meer die heel teleurgesteld waren, dus het lijkt dat het oudertoneel op de Regenboog leeft, herleeft, opleeft of hoe je dat dan ook zou willen omschrijven. En ondertussen kriebelt het steeds meer in me. Ik heb plannen voor een stuk en voor het decor en vooral heb ik er heel veel zin in.

donderdag 12 maart 2009

Weer voorwaards!

Na mijn glutenadvontuur ben ik langzaam weg gegleden. Weg gegleden in een moeras van moeiheid. Met mijn blik op oneindig hield ik me vast aan de wetenschap dat ook dit voorbij gaat. Het is net als met barensweeën, het lijkt minder pijn te doen als je je op het einde focust.
Ondertussen kwam ons twaalfeneenhalfjarig huwelijk steeds dichterbij en onze cruisereis waarmee we dit wilde vieren. Vele malen leek het in het water te vallen, maar steeds kwam het toch net weer goed. Eerst Theo die na kerst in het ziekenhuis belandde met een absurd hoge suiker. Toen de stress of hij wel opgeknapt zou zijn. Mijn schoonmoeder die een rugwervel scheurde. Het vliegveld dat staakte, vertragingen op de heenweg... Maar we haalden het met het complete reisgezelschap. Ik heb me misschien nooit rijker gevoeld dan op dat moment. Met het gezelschap van mijn dromen op het achterdek onder de tropische zon. En onder de sterrenhemel. En bij zonsopgang. Op dat magische achterdek vertoefden we vaak, buitengewoon vaak. We lachten en huilden. Ieder met zijn eigen redenen. Mijn vader omdat hij er nog bij was. Mijn schoonvader omdat hij er weer was na al die jaren. Mijn moeder omdat ze er niet alleen was. Mijn tante omdat ze er toch was. Mijn schoonzus en zwager omdat ze er ook waren. De kinderen omdat ze er zo graag waren. En Mike en ik omdat we er met elkaar en hen waren. Allemaal gelukkig en dankbaar.
Ergens tijdens die reis is de ommekeer gekomen. De jetleg leek weg te spoelen. De lucht leek helderder. Terug heb ik verbazingwekkend genoeg amper last van de jetleg gehad en nu ga ik weer voorwaards. Gelukkig.

donderdag 22 januari 2009

Vernieuwd receptuur


Het begon met een zware verkoudheid die ik maar niet leek te kunnen overwinnen. Daarna bleek een trage moeheid bezit van me te hebben genomen. Ik dacht nog dat het de drukte voor de kerstvakantie was. Voor het eerst heb ik de kolder voor de kerst meegemaakt in de aannemerij. Men werkt dan alsof er geen leven meer is na het kerstreces; alles moet ervoor gedaan zijn. Misschien speelde ook mee dat men lijkt te vergeten op mijn werk dat ik echt geen 24 uur kan opvangen in mijn schamele 8 uurtjes. Tijdens de kerstvakantie daagde langzaam het besef dat deze moeheid niet normaal was. Ik pakte mijn agenda er bij en ging rekenen. Tot eind november was alles prima en toen opeens ging het niet meer. Ik zou toch geen... Nee, dat kan niet. Ik let altijd zo goed op. Maar de symptomen liegen niet. Ik heb er nog een week mentaal tegenaan gevochten, maar moest toen onder ogen zien dat het werkelijk zeer waarschijnlijk is dat ik gluten heb binnengekregen. Vooral omdat het Doortje net zo vergaat.

Er was een voordeel. Omdat ik het pas na vier weken onder ogen wilde zien, had ik theoretisch nog maar twee weken ellende te gaan.

Die laatste week spande de kroon. Papa belandde in het ziekenhuis met een suiker van 48. Oude tijden van zorg en heen-en-weer rennen herleefden. En ook die intieme momenten, zoals je ze vooral hebt als je samen in de sores zit.

De laatste zondagmiddag van mijn vakantie was het ineens over. "Mick" zei ik "Het lijkt of de zon weer schijnt.''

Later ontdekte Doortje dat het receptuur van onze vertrouwde rookworst was 'verbeterd'. Dat was de boosdoener geweest.

woensdag 10 december 2008

Tijden veranderen

Het was de verjaardag van mijn nichtje M. Ik had niets gehoord van haar. Ik wist niet of ze het niet vierde of dat ik niet uitgenodigd was. Ik belde haar om haar te feliciteren, maar kreeg haar voicemail.
Tijden veranderen. Toen we tieners waren, was ze mijn hartsvriendin. We konden niet zonder elkaar. Tot haar vaders wanhoop presteerden we het als ik een heel weekend bij haar gelogeerd had om als ik thuis kwam gelijk weer aan de telefoon te hangen. Vertwijfeld riep hij dan uit dat we toch ooit uitgepraat moesten zijn. Wat konden we elkaar nou nog te vertellen hebben? Maar we waren toen nooit uitgepraat. We praatten over jongens, kleding, uit gaan, jongens, eten, vakantie, jongens, muziek, make-up, gedichten en over jongens. Ook over de essentie van het leven, over de hemel en het wel of niet bestaan ervan, over de dood, maar vooral ook veel over jongens. Flirten was onze tweede natuur. Zij was een ware vamp met haar prachtige lange blonde haar en ik, ja ik denk ik op mijn eigen manier ook. Maar dat was toen en tijden veranderen. Nu weet ik niet eens of ze haar verjaardag viert.
Die avond was ik bij mijn vader. Hij feliciteerde me met de verjaardag van M. Weet je, zei hij, weet je dat ik vorig jaar uren heb gedaan over het sms-je om haar te feliciteren. Dat was het eerste sms-je dat ik stuurde na de beenmergtransplantatie, na mijn dip. Hij glunderde en onwillekeurig lach ik met hem mee. Ja tijden veranderen en soms doet het pijn, maar soms is het ook heel mooi.

zondag 30 november 2008

Stil staan

Ik zag K. in de stad. K. is onze stagiaire ICT. Toen ik hem leerde kennen, zat hij net in de ramadan. Hij hielp mij, als nieuwe medewerker bij de BAM, om mijn instellingen op mijn computer naar wens te krijgen. De juiste printer toevoegen uit een gigantische lijst van printers en zulk soort kleine ICT puzzels. Het duurde wat langer en als waardering voor zijn moeite, bood ik aan om koffie voor hem te halen. Fout. Het was ramadan. Hij reageerde heel vriendelijk, met het geduld van een vastende moslim aan een onwetende Nederlander.
In de stad zag ik hem in een hele andere setting. Hij stond met wat vrienden op straat te praten. Opeens was hij niet de leerling ICT-er, maar een stoere jongen. Ik groette hem en vroeg hem of hij misschien al klaar was met zijn stage. Ik had hem al een week niet gezien op het werk. Hij aarzelde even. Toen zei hij dat hij vrij genomen had wegens familieomstandigheden. Even leek het dat hij het hierbij zou laten, maar opeens keek hij me recht in de ogen en zei dat zijn broertje was overleden. Ik was geschokt. Ik condoleerde hem oprecht. Hij zei dat het gebeurd was bij de brand. Het krantenartikel kwam mij gelijk voor de geest. Ik had het niet uitgelezen, omdat ik het zo verschrikkelijk vond. Jongetje van vier overlijd door brand. Ik had niet kunnen denken dat dit zo dichtbij zou komen. Mijn woorden schoten te kort. Ik kwam niet verder dan dat ik het heel erg voor hem vond. Zijn ogen waren vochtig en de mijne ook. We keken elkaar nog steeds aan en het scheen me dat ik recht zijn ziel ik kon kijken. Ik drukte mijn hand op zijn schouder en wenste hem nogmaals sterkte. Hij knikte en ik liep door. Achter me werd het gesprek weer hervat met zijn vrienden. En ik? Ik was een beetje van de kaart. Later kwam ik thuis met verkeerde boodschappen. Maar toch vond ik het heel bijzonder dat hij het aan me vertelt had. Zomaar op straat, leek de tijd even stil te staan.

woensdag 12 november 2008

Zwarte draden

Ik zat naast haar in het klasje. We mediteerden. We mediteren eigenlijk bijna constant in het klasje. Weer zo'n voorbeeld van 'met je spot naar bed gaan.'
Zij had nog zo om mij gelachen, toen ik de eerste les, na drie meditaties voorzichtig vroeg of we ook nog wat anders gingen doen. Niet dus. Weken later vroeg ze me glimlachend hoe ik het nou vond. Het gaat. Ik heb nog steeds wat weerstand op meditaties en mis interactie, beweging en misschien nog meer. Maar tijdens de meditaties ontmoet ik mezelf en dat is ook onverwacht mooi.
Ze zat dus naast me deze keer. Tijdens de geleide meditatie werd ik afgeleid door iets in haar energieveld. Het leek net of er zwarte draden door haar benen liepen. Het leek het meeste op de zwarte laag die ik altijd om papa's voeten waarneem als hij extreem veel zenuwpijn heeft. Bij hem zijn het bijwerkingen van de chemo. Bij haar wist ik het niet en niet in staat mijn nieuwsgierigheid te bedwingen, nam ik een kijkje.
Eerst koppelde ik het zwart los van haar systeem en plaatste het buiten haar. Ik vroeg deze energie zijn eigen vorm aan te nemen en terug te gaan naar de tijd waar hij 'de draad' was kwijtgeraakt. Ik kreeg beelden door van een man die lijdde in een sneeuwlandschap. Ik voelde gemene pijn in mijn wangen, alsof die bevroren waren. De figuur was afgebeuld en zijn onderbenen waren nauwelijks herkenbaar. Later zou hij hier sterven in de sneeuw.
Eerst vroeg ik het figuur om contact te maken met zijn verminkte energielichaam. Het fysieke lichaam is al lang vergaan, maar op energetisch niveau wordt de pijn in stand gehouden. Zodra hij contact maakte, heelde het energetische lichaam, maar er bleef verwarring. Toen gingen we op zoek naar de les van dit leven. Degene die hem dit aangedaan had kwam er bij en er werd wat energie uitgewisseld. Degene die het aangericht had betuigde spijt en deze energie transformeerden we in een grote zwarte ketel tot een gelei-achtige substantie. Als ik in gedachten deze gelei op haar benen smeerde leken de zwarte draden te verminderen. Echter na tien minuten zag ik de zwarte draden terugkeren en ik wist dat het nog niet opgelost was.
In de pauze deelde ik mijn beelden met haar en ze was me intens dankbaar. Ze had al twee weken onnoemelijke pijn aan haar been (distrofie). Gelukkig had ze niet meer veel last van haar aangezichtspijnen die haar eerder hadden geplaagd.
Thuis liet het voorval me niet los. Ik zocht de figuur nogmaals op. Hij had geduldig gewacht. Hij zei dat hij zichzelf wel even bezig kon houden en dat ik alle tijd kon nemen. Opeens realiseerde ik me wat hij deed: Hij hakte kinderarmpjes in kleine hompjes. Ik was met afschuw vervuld, maar het figuur leek zich van geen kwaad bewust. Ik volgde het lijntje van deze onverschilligheid en kwam er achter dat het incident in de sneeuw een wraakactie was geweest. Dit figuur had zonder enige spijtgevoel of mededogen afgrijselijke dingen gedaan. Op energetisch niveau zocht ik naar aanknopingspunten en twee dagen later voelde ik opeens een klik. Het figuur had contact gekregen met een hoger bewustzijn en zag in wat hij aangericht had. Nu kwam er pas echt een energie-uitwisseling op gang. Spijt, wroeging, vergeving vormden samen een helende draaikolk. Het figuur voelde dat hij nog verder moest om dingen goed te maken, maar ik voelde hem al vervagen, zoals zielen doen die hier hun zaken afgehandeld hebben.
De hele week was ik verschrikkelijk nieuwsgierig hoe het haar vergaan was. Maar angst dat het helemaal niets geholpen zou hebben, weerhield me ervan om te bellen. En ik voelde dat ze misschien wel de rust nodig zou hebben. Er was voor deze week een pijnlijke ingreep gepland.
Toen ik de week erop aan kwam bij het instituut, stapte ze net uit de auto. We ontmoette elkaar voor de deur en ze keek me aan en zei direct: "Je hebt heel veel aan me gedacht hè." Ik beaamde dat schoorvoetend en ze sloeg haar armen om heen. Ze had zelfs een cadeautje voor me bij zich. Mijn lievelingskoekjes. Speciaal voor mij. Ik geloof dat geen koekje me ooit lekkerder smaakte.