vrijdag 30 mei 2008

Onzekerheid

Gisteravond was de laatste voorstelling van het oudertoneel. Ik was Haas. Bij het oefenen had ik moeite om in het karakter van Haas te komen. Ik wist eigenlijk ook niet hoe een haas precies was. Ik bleek meer van konijnen te weten.
Tevens vond ik het moeilijk om mijn plek in de groep te vinden. Veel ouders kennen elkaar al jaren en dit was mijn eerste keer bij het oudertoneel en pas mijn tweede jaar hier op deze school.
De eerste sessie liep niet vlekkeloos. Het werd mij zwaar te moede, maar ik dacht bij mezelf; "Ik probeer het nog één avond en anders stop ik gewoon." De volgende avond verliep goed. Ik begon er lol in te krijgen en langzamerhand groeide er een band. Een band met mijn medespelers, een band met het stuk en zeker ook een band met mijn personage. Toch bleef er wat onzekerheid hangen. Zo'n zweem van onzekerheid lijkt tegenwoordig mijn dagen te kleuren. Ook bij Young Call bezwaart dit me soms.
Gisteravond was dus de laatste voorstelling. Het spel was verrukkelijk om te doen en in euforische sfeer ruimden we alle rotzooi op. Nadien borrelden we na en keken we de opname van de voorstelling. Tot mijn verbazing was ik goed. Beter dan ik gedacht had. Ik genoot van mijn eigen hazesprongen en gekke capriolen. En de zaken die fout waren gegaan, bleken vaak juist het meest grappig. Nadien namen we afscheid. We hadden intensief samengewerkt en met voorstelling komt dat vrij abrupt tot een eind. Misschien speelde de drank een rol en was men wat losser dan anders, maar opeens zag ik dat ik mijn plek gevonden had in deze groep. Ik was één van hen en we hadden het goed.
Toen ik afscheid nam van Egel, keek ik hem in de ogen. Wij hadden juist de strubbelingen gehad. Ik voelde iets teders toen hij zei: "Ik vond het ook echt héél leuk met jou." Tevreden ging ik naar huis. Het leek wel of mijn buik gevuld was met geluk.

woensdag 28 mei 2008

Boswandeling

Hij belde om tien over een. Of ik al onderweg was? Ik schrok. Hoewel ik de avond ervoor nog intens aan hem had moeten denken en me erg verheugde op onze boswandeling, had ik onze afspraak vergeten. Vol schaamte bekeek ik mijn agenda en mail. Ik had hem niet in mijn agenda gezet...
Gelukkig wilde hij wel even wachten en binnen een half uur was ik alsnog ter plaatse. Na deze wat gehaaste start had ik moeite om te landen. Ik werd geplaagd door een opkomende zware verkoudheid, maar zelfs daar doorheen kon ik de frisse boslucht ruiken. Langzaamerhand betoverde het landschap me. We liepen langs een lang hek en opeens stonden we voor een vennetje. We volgden onnavolgbare paden en vonden uiteindelijk een prachtige heide. Het geheel deed bijna surrealistisch aan. Ik had geparkeerd naast een flat en opeens leek ik wel in een andere wereld. Ons gesprek droeg wellicht ook bij aan dat gevoel. We spraken terwijl we wandelde. Over ons verleden, over kleine pijntjes en groot gemis. Over de bizarre paden die we soms volgen. Maar ook over psychologische theoriën. Mijn wandelgenoot vertelde dat als een kind afgewezen wordt, het onbewust de boodschap krijgt dat het niet goed is zoals het is. Eigenwijs als ik ben, was ik het niet met de theorie eens. En zelfs het argument dat het uit meerdere richtingen bevestigd was, kon mij niet overtuigen. Zijn liefdevolle houding zorgde ervoor dat we niet botste, maar luisterden. En ik leerde dat ik misschien niet zo in elkaar zit als iedereen. Ik vertelde over mijn jeugdreuma en terwijl ik vertelde, realiseerde ik me hoe dit mij getekent heeft. Toen ik vier was kreeg ik jeugdreuma. Ik heb toen heel veel pijn gehad. Hoewel mijn moeder er altijd voor me was en me zo goed mogelijk heeft bijgestaan, kon ze nooit de pijn wegnemen. Zo leerde ik dat een moeder niet almachtig is en ook dat pijn en liefde naast elkaar bestaan. De meeste kinderen ervaren rond hun twaalfde de desillusie dat hun ouders niet perfect zijn. Het lijkt dan of ze soort van hun troon vallen. We spraken verder. De belevingswereld van een kind krijgt vaak weinig ruimte en dat kan beschadigingen opleveren. Ik beargumenteerde dat na de beleving het fijn is als men tot vergeving kan komen. Niet om emoties weg te rationaliseren, maar omdat vergeving dingen afsluit en ruimte maakt voor nieuwe ervaringen. Zittend op een bruggetje, uitkijkend over de hei vonden we elkaar daar.
Hij vroeg me ook wat ik nog nodig had. Meerdere malen zelfs, soms terloops en soms dringend. Ik stokte op deze vraag. Ik weet het niet. Maar toen ik thuis kwam wist ik wel dat ik weer zelfvertrouwen heb gevonden. Na de laatste Call sessie was ik dat een beetje kwijt en ergens in dat prachtige bos, in die prachtige gesprekken vond ik weer wie ik ben.

maandag 19 mei 2008

Mijn moeder

Mijn moeder is heel bijzonder. Misschien zal iedereen dit van zijn moeder denken, maar mijn moeder is echt heel bijzonder. Ze is een charismatische vrouw met vele talenten. Ze weet mensen te raken in hun hart en zet daarmee processen in gang, waarbij mensen soms enkel aan het nadenken worden gezet, soms doorbraken in denken en doen onstaan en soms zelfs hun hele leven verandert. Ze heeft hier ook haar roeping in gevonden en hier haar vak van gemaakt. Maar ze doet het ook heel vaak ongemerkt, door haar oprechte interesse en misschien wel door haar oogopslag. Ze kan namelijk kijken naar je, alsof ze veel meer ziet dan enkel je buitenzijde. En ze kan spreken, als weet ze veel meer dan wat ze ziet. Een bijzonder mens.
Voor mij is ze vooral bijzonder omdat ze mijn moeder is. Ze houdt van me als niemand anders. Vandaag heeft ze me uit een dipje geholpen. De een heeft een najaarsdip, de ander een voorjaarsdip en ik had een yoghurtdipje.
*** Nou krijg ik gelijk visioenen van heerlijke chips met een yoghurtdipsaus. Je weet wel, met wat knoflook en bieslook. Maar zo'n dip was het helaas niet. In mijn overmoedigheid dacht ik dat ik best wat aankon en heb ik dit weekend yoghurt gegeten. Niet braaf een klein beetje, maar gelijk een heel bakje. (Met aardbeienjam; het was verrukkelijk!) De volgende dag zelfs nog een portie in een heerlijke, huisgemaakte yoghurtdrank. (Met banaan en peer; zo mogelijk nog lekkerder.) Tot slot, ik schaam me voor mijn eigen onbezonnenheid, heb ik zelfs nog een half bekertje toe genomen. Je raadt het misschien al, dit is me niet goed bekomen. Het duurde even voor ik het doorhad. Eerst was ik enorm koud. Later volgde de buikpijn en diaree. Maar vooral had mijn humeur er onder te lijden. En met mijn humeur, natuurlijk mijn huisgenoten. Ik heb me zo beroerd gevoeld, ontevreden, slecht op mijn plek. En daarmee ging ik aan alles twijfelen. Vooral aan mezelf en dit resulteerde in een dip, mijn yoghurtdip.***
Mijn moeder. Eerst hebben we Qi Gong gedaan en onderwijl zag ik al haar bezorgde blik. Maar dan geeft ze me de ruimte. Toen ik een glimlach in mijn hoofd moest toveren, stroomden er bij mij enkel tranen. Toen we moesten mediteren, (de Jesus-meditatie, daar hou ik helemaal niet van) stelde zij eerst maar een kopje thee voor. Ik mocht gewoon even opstandig zijn en ze luisterde. Ze luisterde intens en dat luchtte me zo op. Ze heeft geen pasklare oplossingen die mijn eigen zoeken belemmeren. Ze is er gewoon en samen genieten we van een kopje thee op een koud terras. Zo'n moment maakt me gelukkig. Dat ik ook in mijn dalen en dwalen bij haar mezelf kan zijn. Ze pakt mijn hand vast en samen huilen we geluidsloos. Ze verhaalt over hoe trots ze is op me en door mijn sombere bui heen zie ik een glimp van wat zij in me ziet.
Ik zeg haar nog dat ik soms denk dat zij andere dingen in me ziet dan dat ik zelf ervaar en dan glimlacht ze. En ik voel dat ze deze dip al veel langer heeft zien aankomen, omdat ze me zo goed kent. Misschien was deze er ook zonder yoghurt uitgekomen, maar dan met iets minder buikpijn en iets minder tranen.
Uiteindelijk zitten we thuis nog even aan de keukentafel en ik realiseer me hoe bijzonder ze is, mijn moeder. Met een duizendmaal lichter gemoed dan vanochtend vertrek ik weer en ik neem me voor om vandaag mijn weblog aan haar te wijden. Bedankt mam.

donderdag 15 mei 2008

Young Call

Eind april had ik mijn laatste tweedaagse van Young Call. Het waren confronterende dagen. Ik heb moeite om mijn plek te vinden. Zowel in het dagelijks leven als in deze lieve groep. Soms voel ik me honderd jaar ouder en soms voel ik me een gansje. Dit heeft natuurlijk vooral te maken met mijn eigenwaarde en zelfvertrouwen. Het begon met Open Space. In Open Space staan er ca. twaalf coaches tot onze beschikking en kun je gedurende drie uur werken aan wat er op dat moment bij jou leeft, met de coach van jouw keuze. Misschien kwam het omdat we deze keer de tweedaagse startte met Open Space (vorige keren sloten we juist hier mee af), maar het lukte niet zo bij mij.
Twee van mijn coaches waren weliswaar vol liefde en aandacht voor me, maar zochten continu naar wat ze me nou konden geven. Misschien was ik niet duidelijk in mijn vraagstelling. Ondanks fijne gesprekken, lag er een schaduw van zoeken en het niet gevonden hebben over de ontmoetingen.
De derde coach ging zo op in een passant, dat ik bijna het vertrek stilletjes verlaten had. Het was duidelijk dat degene die even een kwartiertje mee zou doen zoveel passie bij haar losmaakte dat ik vergeten was. Later, meer dan een week later, realiseerde ik me pas hoe dat me gekwetst had. Het gaf me het gevoel dat ik te veel was, ongewenst misschien zelfs. Dit raakt me heel diep en ik weet dat ik hier iets mee wil en moet doen. Ook in andere sessies gedurende de tweedaagse werd ik geconfronteerd met mijn zelfvertrouwen en het thema gewenst zijn. Ik heb ontdekt dat als ik niet zeker weet dat ik gewenst ben, ik mezelf niet geef. En als ik eerlijk ben is dat al heel lang zo. Flarden van vroeger doemen in mijn geest op; van hoe ik omging met de pijn van mijn jeugdreuma tot hoe de Botsingh een bres in mijn zelfvertrouwen geslagen heeft. Ik begrijp het wel, waarom ik momenteel onzeker ben, maar zo wil ik het niet. Ik werk hier met alle macht aan, maar ik ben er nog lang niet. Ik hoorde op Young Call iemand zeggen: "Ik heb helemaal niet het gevoel dat het af is. Ik ben helemaal niet klaar!" Ik reageerde toen lachend, dat het niet te verwachten was dat ze helemaal klaar zou zijn met haar ontwikkeling. Nu begrijp ik haar beter. Deze tweedaagse heeft niet gebracht wat ik verwacht had. Ik had verwacht dat het de mooie reis een beetje zou afronden, maar het lijkt of er in deze laatste sessie juist meer opgerakeld is.
Ik had ook hele mooie ervaringen. Els Kikke liet ons op geheel eigen wijze rebirthen. Het contact met mijn kind-zijn heeft me getroost. Ik heb altijd het gevoel dat mijn kind-zijn dicht onder het oppervlakte ligt, zo voor het grijpen. Maar bij deze sessie werd ik overspoelt door de intense verwondering van kleine kinderen. Het zonlicht leek bijna tastbaar en stofjes dansend in het licht biologeerde me. Ik voelde de drang om contact te maken, mee te doen. Ik weet dat dit een levensthema van me is, maar het was heel mooi om te voelen hoe dit in kindbewustzijn al verankert is.
Mijn ontmoeting met R. was bijzonder. We hadden al eerder gesproken en ik had naar zijn energie gekeken. Ik vond het eng om dit met hem te delen, bang voor afwijzing. Het is immers een beetje buitengewoon. We hadden een intens samenzijn en bleken elkaar te herkennen. Stukje bij beetje vonden we wat aanknopingspunten hiervan gedurende deze dagen.
Het is bizar. De groep is me dierbaar geworden, maar eigenlijk kennen we elkaar helemaal niet goed. Vooral basale kennis ontbreekt en daardoor worden hele intieme momenten afgewisseld met oppervlakkige gesprekjes.
Al met al zijn het speciale dagen voor me geweest. Niet de rustige, helende afronding van onze Young Call reis welke ik verwacht had. Toch heb ik genoeg moed in mijn hart om met alle confrontaties die ik ben tegengekomen aan de gang te gaan. En ik koester de vriendschappen die ik gevonden heb.

En laat ik niet mijn reisgenoot vergeten op de heen- en terugreis. Hij heeft zich in mijn nieuwe bolide aan mijn rijkunsten gewaagd. Misschien is hij wel degene met wie ik het meest gedeeld heb. Zowel van alles wat we beleefd hebben tijdens Young Call, als ook verhalen van de rest van zijn leven. We hebben intens gepraat en ik heb ervaren dat het mooiste wat je kan delen, soms juist je verdriet is.

vrijdag 2 mei 2008

Acht jaren jong

Ik zat in een restaurant in Parijs toen ik het telefoontje kreeg. Mama klonk overstuur en als eerste flitste mijn vader door mijn hoofd. Ze zei dat ze het moeilijkste nieuws moest vertellen dat ze zich voor kon stellen. Mijn neef M. zijn oudste zoon was overleden. In eerste instantie kon ik het niet bevatten. Ik gebaarde naar mijn tafelgenoten dat het niet om papa ging. Later heb ik een rustig plekje op straat gezocht en haar nogmaals gebeld. Stukje bij beetje kwam het verhaal. Ik was er ondersteboven van. Sinds de Botsingh hadden we geen contact meer en voor het eerst in mijn leven voel ik wrok voor mensen. Niet heel erg, maar het hele traject heeft mij zo'n pijn gedaan dat ik ook niet vrij van wrok ben. Desondanks heb ik ze nooit iets slechts toegewenst. Ik dacht altijd dat de levenslessen die zij over zichzelf afriepen zwaar genoeg zouden zijn. En dan nu dit afgrijselijke nieuws. Hun zoontje van acht dood. Het was geen ongeluk, maar waarschijnlijk iets met zijn hart. Hij zou met zijn vader naar de koninginnenmarkt gaan in U. maar moest ineens heel nodig poepen. Zijn vader besloot even terug te gaan naar huis. Onderweg kreeg hij het steeds benauwder en moest ook nog overgeven. Thuis aangekomen rolden zijn ogen weg en is hij in de gang buiten bewustzijn geraakt. Men heeft nog drie kwartier gereanimeerd tot hij weer een lichte pols had. Toen is hij naar het ziekenhuis vervoert, maar later bleek er geen hersenactiviteit meer te zijn. Uiteindelijk is besloten de knop uit te zetten. Er zijn drie andere kinderen geholpen met zijn organen. Op een rare manier troost dat. We lopen even later ontdaan door Parijs. Het regent opeens en het schijnt mij dat Parijs met mij meehuilt. Bij een kerkje besluiten we een kaarsje op te steken. Alle ruzie en wrok lijkt zo ver weg bij zulk leed. Ik voel enkel compassie voor hen.

Dit blijkt niet wederzijds te zijn. Wij krijgen geen kaart. Mijn ouders ook niet en tevens wordt hen via vier kanalen verzocht om niet te komen op de begrafenis. Zoals mijn moeder rustig opmerkte: "Ik begreep de boodschap ook al de eerste keer." Zelfs mijn inwonende tante krijgt geen kaart. Klaarblijkelijk heeft dit verdriet hen niet milder gemaakt. Of misschien is hen erger leed aangedaan dan ons. Ik had gedacht dat ze uiteindelijk zakelijk alles hadden wat ze altijd gewild hadden; de macht. Misschien bevalt het niet zo goed. Mijn hart weent voor hen. Hun levenspad lijkt enkel zwaarder te worden.

Ik blijf weg, maar bid wel voor hen.

zondag 27 april 2008

Etentje in de avondzon

Tijdens de escalatie in ons familiebedrijf, door ons gekscherend de Botsingh genoemd, zijn we in contact gekomen met onze advocaat W. Blijkbaar had ik een vooroordeel over advocaten, want ik had een saaie man verwacht. Saai als de wetboeken waar advocaten mee leven en heel rationeel, omdat je die wetboeken anders niet doorkomt. Ik had het mis. W. is een aantrekkelijke man met een charmante manier van doen. Buitengewoon intelligent, maar niet buitengewoon rationeel. Er was altijd tijd voor een praatje en hij was begaan, oprecht begaan met ons. Eerst dacht ik dat dit misschien een klantvriendelijke houding was, je betaald zo'n man per slot van rekening, maar in de loop van de maanden realiseerde ik me dat het meer was.
Alle sores van de Botsingh is tot een ontknopingh gekomen. Ooit was het idee geboren om als papa van de chemo herstelt was W. uit te nodigen voor een etentje. Destijds leken zulke plannen bijna een bezwering. Onuitgesproken was er altijd de angst dat papa de beenmergtransplantatie niet door zou komen. Plannen maken voor erna gaf het hele traject positiviteit. Alsof we zo bij konden dragen aan een goede afloop.
Gisteravond was het zover. W. kwam met zijn drie kinderen. Toen ze op het grindpad liepen, hield de oudste jongen van bijna achttien W.'s hand stevig vast. De honden kwamen een kijkje nemen en de jongen werd panisch bang. De volwassen rust van zijn twee jongere zussen was tekenend. De honden werden opgesloten in T.'s kantoor, maar de eerste minuten bleef de jongen angstig. Hij wilde mij geen hand geven en liep al snel door het huis. W. vertelde dat zijn zoon M. heette en autistisch is. M. begon een eigen ontdekkingstocht door het huis, zonder de beperking van sociale omgangsregels of fatsoensnormen. Hij keek in alle pannen, vond een chipszak en maakte deze gelijk soldaat. Hij voelde aan voorwerpen, telde bladzijden en liep vooral veel rondjes. Met zijn zussen ging ik op zoek naar mijn meiden en onderwijl liet ik ze de benedenverdieping zien. We maakten opmerkelijk makkelijk contact en voor ik het wist waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld in de bibliotheek. M. raakte na een tijdje steeds meer op zijn gemak. Na een uurtje wilde hij met mij zelfs wel een rondje in de tuin lopen. Hij pakte mijn hand stevig vast en zette er flink de pas in. In sneltreinvaart snelde we langs de bloeiende borders en de vele beelden van mijn moeder, maar de genegenheid die hij ten toon spreidde raakte me. Tijdens het eten zat hij rustig aan tafel en verslond enorme porties friet. Hij rekende soepel uit hoeveel nachtjes het nog duurde voor mijn moeder jarig zou zijn. (251 nachtjes) Zijn zussen vonden speelkameraden in mijn meiden. Maar tussen de spelletjes door zaten ze aan tafel en praatten we. Het zijn fijne meiden met een brede interesse. Ik plaagde W. met de sla op zijn kin. ("Ik zou de sla niet op mijn kin smeren, maar in mijn mond stoppen.") Met de beginnende buik die hij niet heeft, maar wel vreest. En zijn dochters moesten met mij erom lachen. Ik bekende ook mijn domme vooroordelen over advocaten en daar moest hij weer om lachen en hij begreep dat ik hem niet saai en rationeel vond. Hij kenmerkt zich zelfs in zijn hartskracht. Tijdens het natafelen waren de meiden aan het spelen in de avondzon en M. liep zijn eigen rondjes door het huis. We zagen hem langere tijd aan de tafel in de bibliotheek zitten, op mijn moeders favoriete plek, bladerend in een mooi fotoboek. Opeens kwam hij even naar mij toe, streelde mijn wang en liep weer verder. Hij deed me denken aan zijn vader, als hij een terloops complimentje geeft.
W. verdeelde zijn aandacht. Tussen zijn zoon, die absoluut extra aandacht verlangt, zijn gastvrouw, waar hij bijzonder op gesteld is, mij en de rest van de aanwezigen. Soms zag ik dat dat moeilijk was. De tijd was misschien ook te kort. Hij had wel uren in de bibliotheek willen bladeren in de boeken, uren willen praten en lachen, uren in de zon op de court willen zitten en uren met Jeannette in het coachingskamertje willen vertoeven.
Bij het afscheid zei hij dat we elkaar absoluut weer zouden zien. Mijn hart zou dit heel graag willen, maar mijn hoofd weet niet wanneer en hoe.
Het was een buitengewone avond. M. heeft mijn hart gestolen. Ik zou soms wel met hem mee willen opgaan in de verwondering voor alles wat zijn pad kruist. De dochters van W. waren goed gezelschap en het was heel fijn om W. weer te zien.
Ik was wellicht wat nieuwsgierig en nogal direct, maar dat kende hij al van mij op zakelijk vlak. Mijn lief zei 's avonds dat mijn gebrek aan tact gecompenseerd werd door mijn zuivere bedoeling. W. heeft mijn vragen doorstaan en het zou inderdaad fijn zijn om elkaar weer te zien.

dinsdag 22 april 2008

Tangosalon

Ik zag ze op een tangosalon, een oefensalon. Wij waren daar om te oefenen en weet dat wij die oefening hard nodig hadden. De sensuele passen wilde niet uit onze benen vloeien en struikelingen werden gevolgd door ons gelach. Toen ik even uitrustte aan de kant zag ik ze ineens.
Het was een ouder echtpaar die als een verstilt tableau tussen de stuntelende koppels danste. Gracieus en langzaam streek haar been over de zijne. Hij had zijn arm net wat verder op haar rug, waardoor hij haar bovenlijf teder naar zich toe hield. Zij vlijde haar wang net niet tegen zijn wang. De passie zinderde. Geïntrigeerd keek ik naar hen en voelde een verlangen in mij oprijzen.
Als ik zeventig ben, hoop ik met net zoveel passie te kunnen dansen. Lenig van lijf en vervuld van liefde voor elkaar.
Soms ontmoet je voorbeelden in je leven en ik heb er die avond een gevonden.