zondag 27 april 2008

Etentje in de avondzon

Tijdens de escalatie in ons familiebedrijf, door ons gekscherend de Botsingh genoemd, zijn we in contact gekomen met onze advocaat W. Blijkbaar had ik een vooroordeel over advocaten, want ik had een saaie man verwacht. Saai als de wetboeken waar advocaten mee leven en heel rationeel, omdat je die wetboeken anders niet doorkomt. Ik had het mis. W. is een aantrekkelijke man met een charmante manier van doen. Buitengewoon intelligent, maar niet buitengewoon rationeel. Er was altijd tijd voor een praatje en hij was begaan, oprecht begaan met ons. Eerst dacht ik dat dit misschien een klantvriendelijke houding was, je betaald zo'n man per slot van rekening, maar in de loop van de maanden realiseerde ik me dat het meer was.
Alle sores van de Botsingh is tot een ontknopingh gekomen. Ooit was het idee geboren om als papa van de chemo herstelt was W. uit te nodigen voor een etentje. Destijds leken zulke plannen bijna een bezwering. Onuitgesproken was er altijd de angst dat papa de beenmergtransplantatie niet door zou komen. Plannen maken voor erna gaf het hele traject positiviteit. Alsof we zo bij konden dragen aan een goede afloop.
Gisteravond was het zover. W. kwam met zijn drie kinderen. Toen ze op het grindpad liepen, hield de oudste jongen van bijna achttien W.'s hand stevig vast. De honden kwamen een kijkje nemen en de jongen werd panisch bang. De volwassen rust van zijn twee jongere zussen was tekenend. De honden werden opgesloten in T.'s kantoor, maar de eerste minuten bleef de jongen angstig. Hij wilde mij geen hand geven en liep al snel door het huis. W. vertelde dat zijn zoon M. heette en autistisch is. M. begon een eigen ontdekkingstocht door het huis, zonder de beperking van sociale omgangsregels of fatsoensnormen. Hij keek in alle pannen, vond een chipszak en maakte deze gelijk soldaat. Hij voelde aan voorwerpen, telde bladzijden en liep vooral veel rondjes. Met zijn zussen ging ik op zoek naar mijn meiden en onderwijl liet ik ze de benedenverdieping zien. We maakten opmerkelijk makkelijk contact en voor ik het wist waren we in een geanimeerd gesprek verwikkeld in de bibliotheek. M. raakte na een tijdje steeds meer op zijn gemak. Na een uurtje wilde hij met mij zelfs wel een rondje in de tuin lopen. Hij pakte mijn hand stevig vast en zette er flink de pas in. In sneltreinvaart snelde we langs de bloeiende borders en de vele beelden van mijn moeder, maar de genegenheid die hij ten toon spreidde raakte me. Tijdens het eten zat hij rustig aan tafel en verslond enorme porties friet. Hij rekende soepel uit hoeveel nachtjes het nog duurde voor mijn moeder jarig zou zijn. (251 nachtjes) Zijn zussen vonden speelkameraden in mijn meiden. Maar tussen de spelletjes door zaten ze aan tafel en praatten we. Het zijn fijne meiden met een brede interesse. Ik plaagde W. met de sla op zijn kin. ("Ik zou de sla niet op mijn kin smeren, maar in mijn mond stoppen.") Met de beginnende buik die hij niet heeft, maar wel vreest. En zijn dochters moesten met mij erom lachen. Ik bekende ook mijn domme vooroordelen over advocaten en daar moest hij weer om lachen en hij begreep dat ik hem niet saai en rationeel vond. Hij kenmerkt zich zelfs in zijn hartskracht. Tijdens het natafelen waren de meiden aan het spelen in de avondzon en M. liep zijn eigen rondjes door het huis. We zagen hem langere tijd aan de tafel in de bibliotheek zitten, op mijn moeders favoriete plek, bladerend in een mooi fotoboek. Opeens kwam hij even naar mij toe, streelde mijn wang en liep weer verder. Hij deed me denken aan zijn vader, als hij een terloops complimentje geeft.
W. verdeelde zijn aandacht. Tussen zijn zoon, die absoluut extra aandacht verlangt, zijn gastvrouw, waar hij bijzonder op gesteld is, mij en de rest van de aanwezigen. Soms zag ik dat dat moeilijk was. De tijd was misschien ook te kort. Hij had wel uren in de bibliotheek willen bladeren in de boeken, uren willen praten en lachen, uren in de zon op de court willen zitten en uren met Jeannette in het coachingskamertje willen vertoeven.
Bij het afscheid zei hij dat we elkaar absoluut weer zouden zien. Mijn hart zou dit heel graag willen, maar mijn hoofd weet niet wanneer en hoe.
Het was een buitengewone avond. M. heeft mijn hart gestolen. Ik zou soms wel met hem mee willen opgaan in de verwondering voor alles wat zijn pad kruist. De dochters van W. waren goed gezelschap en het was heel fijn om W. weer te zien.
Ik was wellicht wat nieuwsgierig en nogal direct, maar dat kende hij al van mij op zakelijk vlak. Mijn lief zei 's avonds dat mijn gebrek aan tact gecompenseerd werd door mijn zuivere bedoeling. W. heeft mijn vragen doorstaan en het zou inderdaad fijn zijn om elkaar weer te zien.

dinsdag 22 april 2008

Tangosalon

Ik zag ze op een tangosalon, een oefensalon. Wij waren daar om te oefenen en weet dat wij die oefening hard nodig hadden. De sensuele passen wilde niet uit onze benen vloeien en struikelingen werden gevolgd door ons gelach. Toen ik even uitrustte aan de kant zag ik ze ineens.
Het was een ouder echtpaar die als een verstilt tableau tussen de stuntelende koppels danste. Gracieus en langzaam streek haar been over de zijne. Hij had zijn arm net wat verder op haar rug, waardoor hij haar bovenlijf teder naar zich toe hield. Zij vlijde haar wang net niet tegen zijn wang. De passie zinderde. Geïntrigeerd keek ik naar hen en voelde een verlangen in mij oprijzen.
Als ik zeventig ben, hoop ik met net zoveel passie te kunnen dansen. Lenig van lijf en vervuld van liefde voor elkaar.
Soms ontmoet je voorbeelden in je leven en ik heb er die avond een gevonden.

donderdag 10 april 2008

Haar

Ik zag haar in het ziekenhuis en haar haar was weer terug.
We hadden elkaar ontmoet tijdens een van de vele bezoeken aan de dagbehandeling oncologie in het ziekenhuis. Mijn vader verloor toen geleidelijk steeds meer haar en zij had bijna helemaal geen haar meer. Ze vertelde dat ze al eerder zo'n traject had gelopen en toen ook al haar haar was verloren. Na de behandeling was haar haar teruggekomen. Veel voller dan voorheen en met krul. "Bijna twee jaar had ik krullen en toen was mijn eigen slappe haar weer terug." Ze vertelde dit zo amusant dat we allemaal moesten lachen.
Het is vreemd, maar het gedeelde leed op zo'n chemo-afdeling geeft een saamhorigheid. Mensen die hier niet doorheen gaan voelen vooral medelijden, afgewisseld met met gepaste kreten van medeleven. Daar kun je als patiënt eigenlijk weinig mee. Natuurlijk is het afgrijselijk, maar daar wil je niet de hele dag over praten. Mede patiënten weten waar je doorheen gaat, ook zonder woorden en dan ontstaat er ruimte om te lachen. Grapjes over chemo, bijwerkingen en gewoon rare anekdotes om de zinnen te verzetten. Soms ook juist stilte, als overduidelijk is dat het een zwaar moment is.
Ik zag haar weer en was verheugd door haar nieuwe haar. Mijn vader zijn haar was inmiddels ook terug, maar hij had geen krul gekregen. Toen ik haar begroette met een vrolijke groet over haar haar keek ze me aan met een vol gezicht. Zo'n volheid die je enkel door prednison krijgt. Ze was vermoeid en vertelde dat ze nu iedere week chemo kreeg. Iedere week een halve dosis, omdat ze de tweewekelijkse dosis niet kon verdragen. Vorige keer was me ook al opgevallen dat ze iedere keer heftig op de chemo reageerde en toen was de invoertijd verlengd om de bijwerkingen te verminderen. Daardoor zat ze uren en uren op de dagbehandeling en ik vroeg me af of ze nu weer zo lang moest zitten. Ik vroeg haar hoe lang ze nu moest en ze keek me met matte ogen aan. Zo lang als het is, want voor mij is het eind in zicht. Ze hebben mij opgegeven.
Er viel even een stilte en iedereen schrok. Ze leek zelf ook te schrikken van haar directheid en begon al snel over zaken die wel goed gingen. Weinig bijwerkingen en zo. "Maar het blijft rot." Vulde ik haar aan. Ze glimlachte naar me. "Ja, het blijft rot."
Er was een verwijdering ontstaan. Mijn vader was patiënt en zij was terminaal. Even leek dit onoverbrugbaar, maar met haar glimlach hadden we weer contact.

woensdag 2 april 2008

Informal Event Young Call

We hadden een 'informal event' met Young Call. Dat wil zeggen dat we buiten het geplande programma zelf hadden afgesproken om lekker uit eten te gaan en om vooral bij te praten. Het is telkens heerlijk om elkaar weer te zien. Tussendoor zijn de meesten opgeslokt door drukke bezigheden en is het moeizaam contact onderhouden, maar als we elkaar zien dan valt elke barrière weg. Soms vraag ik me af, in die wat eenzame tussenperiodes, of het contact stand zal houden als eenmaal het programma afgelopen is. Iedereen wordt zo opgeslokt door zijn werk en velen staan privé pas aan het begin van de hectiek van het prille ouderschap. Maar toen we elkaar deze keer zagen, merkte ik op dat er een verwantschap aan het groeien is. Ik sprak een, naar eigen zeggen, nuchtere jongen, die bij Young Call zaken heeft ervaren die hem absoluut vreemd waren. Zo vreemd dat al snel duidelijk werd dat hij dit amper met het thuisfront kan delen, omdat die deze kant helemaal niet kennen van hem. Zelf leek hij ook wat verbaasd, toen hij opmerkte dat hij desondanks zich er toch heel fijn bij voelde. "Bij dat lopen door het bos en dat voelen en zo."
Toen ik bij I. zat kreeg ik hoop dat onze groep werkelijk contact zou kunnen houden. I. is een getalenteerde, jong vrouw. Rap van woord, erg nuchter en weet zichzelf met een heerlijke dosis zelfspot neer te zetten. Iemand die zich niet snel helemaal geeft. Haar zangsessie had zich gekenmerkt door een kwetsbaarheid in haar toon die ik daarvoor nog niet gehoord had. Ook deze avond wist ze me te verrassen. Ze sprak hartstochtelijk over het programma en vooral dat ze behoefte had aan méér. Ze benadrukte hoe fijn het was om elkaar tussentijds te zien. Toen ik vertelde over CALL 3, die jaarlijks zelf een tweedaagse organiseren, werd ze helemaal enthousiast. Ze beredeneerde dat, aangevuld met zulke informal events dat wel haalbaar moest zijn. Ze sprak mijn verlangen uit en ineens zag ik hoe belangrijk deze groep als klankbord was voor deze mensen. Hier krijgen ze feedback die niet in hun eigen wereld bestaat en dat gaf me hoop. Hoop op continuïteit.

Later zat ik naast R. Voor mij wordt R. gekenmerkt door een beetje cynische humor, met een licht zoeken in zijn wezen en een ongekende leergierigheid. Of misschien moet ik wel zeggen dat hij bijzonder open staat. Maar dan wel met een cynische commentaar, op humorvolle wijze gebracht. O ja, en hij verzekert me in ieder gesprek dat hij eigenlijk heel serieus is. Misschien kijk ik dan wat ongelovig, want dat herhaalt hij dan nogmaals op serieuze toon. In het begin verdacht ik hem ervan dat hij me in de maling nam, maar ondertussen weet ik dat niet meer zeker. Ik ken hem niet bijzonder serieus. Wel integer, grappig en soms pijnlijk scherp. Hij is ook altijd oprecht geïnteresseerd. Hij vroeg me hoe het ging en ik vertelde. Ik vertelde over mijn (her)ontdekking van mijn ongeschiktheid voor het huismusschap. Hij reageerde nogal kort. Ik schijn al vanaf de eerste kennismaking gezegd te hebben dat ik iets wil doen en hij vond dat ik dat gewoon maar moest doen. Het klonk simpel zoals hij het zei. Het voelt helemaal niet simpel. Ik realiseerde me dat dit mijn draak is, die ik moet bevechten. Dit uitzoeken wat ik wil, hoe ik het wil en hoe ik dit ga vorm geven. Tevens realiseerde ik me dat dit absoluut niet zijn draak is. Voor hem lijkt het simpel, is het misschien zelfs simpel. Later zag ik een stukje van zijn draak. Hij is gevoelig voor energie. Hij vertelde me over dromen en beelden die hij recent had gehad en ik voelde heftige energie erin. Vervuiling, misbruik en projectie: en hij neemt het waar. Hij vroeg me honderduit over energiemanagement. Hoe kun je leren om jezelf op te schonen, hoe kun je energieker worden, hoe kun je dit en dat leren... Ik ben geen meester in deze zaken en ik kan enkel mijn ervaring met hem delen. En hij herinnert zich nog niet alles wat hij al weet. Maar ik heb het gevoel dat deze herinneringen wel boven aan het komen zijn en ik vind het fijn om daar getuige van te mogen zijn. Hij is een bijzonder mens. Op een moment vertelde ik hem over mijn onzekerheid. Hij zei niets, maar kriebelde even over mijn bovenarm. Het was even stil tussen ons. Mijn hart accepteerde zijn troost. Toen keek hij op en zei met een verontschuldigend lachje: "Ik ben niet zo goed in aanrakingen." Ik zag door zijn hoofd flitsen dat hij me misschien wel even had moeten knuffelen of zo. Ik lachte en zei dat het genoeg was.

Ik sprak ook met vele anderen en helaas ook met enkelen niet. Maar toch, bij het afscheid, was het al heerlijk om ze enkel even te omhelzen.
Ik was de avond begonnen met zwangere N. en ik sloot de avond af met haar. Toen ik haar knuffelde op het station, bedacht ik me weer hoe dierbaar ze me geworden zijn, mijn medereisgenoten.

woensdag 26 maart 2008

Huismus

De afgelopen weken waren moeizaam voor mij. Met de nadruk op de eerste lettergreep MOE. Ik heb zulke periodes wel vaker, maar opeens besprong deze week een beklemmend gevoel me. Ik ben het zo zat om altijd maar moe te zijn. De dagen glijden als los zand door mijn vingers en door mijn inproductiviteit lijkt mijn eigenwaarde mee te glippen.
Ik heb nu het ergste weer gehad. Achteraf blijkt het een combinatie te zijn van een ontsteking, reactie op reguliere medicijnen en reactie op homeopathische medicijnen. En ik heb een ontdekking gedaan. Of misschien zou ik herontdekking moeten zeggen, want er staat me iets van bij dat ik dit tien jaar geleden ook al vastgesteld had: Ik word niet gelukkig van het huismusschap.
Het benauwt me. De strijk neemt gigantische proporties aan en in mijn fantasie transformeert deze in een Loch Ness achtig monster. Ik denk dat mijn wijze moeder dit monster van Badd Bosch zou bestempelen als mijn Judge. De Judge oordeelt over mij en, je raad het al, niet in mijn voordeel. Ik ben te lui, te sloom, te moe en vooral niet productief. Nou moet je hierbij bedenken dat ik helemaal geen hekel aan strijken heb. Ik hou er zelfs wel van, ook al groeit de stapel strijk altijd sneller dan ik hem weg kan werken. Op een Tante Tannie achtige manier voel ik me altijd rustig worden terwijl ik strijk. Het grote voordeel van strijken is dat je er niet al je aandacht voor nodig hebt. Je kunt gemakkelijk een DVDtje erbij kijken, topografie overhoren of heerlijk zingen met je kinderen. Telefoneren hoorde tot voor kort ook tot de opties, maar sinds ik mijn schouder ontstoken heb behoort dit niet meer tot de mogelijkheden. Ik had de akelige gewoonte om met mijn schouder de telefoon tegen mijn oor te klemmen, zodat ik mijn handen vrij had. Ik weet niet zeker of dit de oorzaak is geweest, maar het doet nog steeds een beetje zeer als ik deze beweging doe, terwijl ik er verder helemaal geen last meer van heb. Enfin ik heb dus geen hekel aan strijken. Wel aan de zolder opruimen, tuinieren in de regen, ramen wassen. De monsters die uit deze eeuwig wachtende klusjes opdoemen nemen helemaal enorme proporties aan.
Al toen ik net moeder was had ik me gerealiseerd dat ik graag iets buiten het huishouden doe. Ik zei gekscherend: "Ik ben een leukere moeder als ik af en toe geen moeder ben." En ik was dit even vergeten. Ook hoor ik mezelf in gedachten ongeveer drie jaar geleden zeggen: "Als ik de lotto zou winnen? Dan zou ik gewoon blijven werken. Ik vind mijn werk leuk, heel erg leuk. Ik doe het niet voor het geld."
Dat was natuurlijk voor De Botsingh. Voor mijn plezier in het werk me ontzegd werd. Voor mijn werk onmogelijk voor me was. En daarna kampte ik met desillusie en daarna met de ziekte van papa. Nu gaat het beter met hem. Beter dan ik had durven dromen. Papa en mama rooien het prima samen en ik ben niet meer zo nodig. Dat geeft me tijd voor mezelf, maar maakt me ook een beetje overbodig. Nou weet ik dat als ze dit lezen, ze denken dat ik helemaal niet overbodig ben. Ze zien me graag komen en ik ben iedere dag welkom. Maar dan zou ik een soort gezelschapsdame worden of een ongeschoolde pillendoosvuller. Een heel dankbare taak, maar niet mijn levensroeping. Alhoewel ik bij niemand liever het pillenmysterie doe. Zittend aan hun keukentafel met alle pillen tussen ons uitgestald, vinden we een saamhorigheid die ongekend is. Wie had gedacht dat je in grote zorg geluk zou vinden in het vullen van een pillendoos? Heerlijk voor af en toe, maar dus niet genoeg voor mij.
Ik moet mijn eigen draai zien te vinden. Met mijn huidige energieniveau twijfel ik enorm of ik ooit mijn bedrijf in de biologische katoen op kan zetten. Maar wat wil ik dan? Ik weet het niet, maar ik voel me al lichter nu ik me herinnerd heb dat ik niet geschikt ben voor het huismusschap.
Cockie vroeg me vanmorgen, toen ik mijn kleur verloren had in mijn wanhoop: "Maar je weet toch dat we allemaal hier in huis heel erg blij met je zijn?"
Ik luisterde. Misschien niet duidelijk genoeg want ze herhaalde het nogmaals. "Je ziet toch dat je voor ons allemaal heel belangrijk bent?" En haar boodschap kwam binnen en legde het monster van Badd Bosch met zachte hand het zwijgen op. Ook al is de strijkstapel zo hoog dat de meisjes er verstoppertje in spelen, ook al lijkt het door mijn ramen mistig bij zonneschijn, ook al is de zolder zo'n zooi dat het arbotechnisch onverantwoord wordt deze te betreden, ik breng toch iets belangrijks in dit huis. Ik ben belangrijk voor dit huis.
Vandaag ging het beter. De strijk is geslonken, de vieste ramen gewassen in een ommezwaai. Mijn klusjes lijken weer uitdagingen en de zon schijnt weer in mijn hart. En ik hou mijn ogen open voor mogelijkheden buitenshuis, want ik ben geen huismus.

donderdag 20 maart 2008

Eigenwaarde

Ik heb ontdekt dat ik mezelf minder waard vind nu ik niet werk. Mijn zelfvertrouwen heeft er onder te lijden. Toen ik me dit realiseerde stond ik verbaasd van mezelf.
Ik doe een hoop. Veel meer dan ik ooit had kunnen doen toen ik nog werkte. Wat nog veel belangrijker is dat mijn meisjes gelukkiger zijn. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik ze tekort deed, maar moet constateren dat ze opbloeien nu ik iedere middag thuis ben. Net dat beetje meer aandacht, maakt ze gelukkiger. Maar als ik vroeger niet toe kwam aan de strijk, dan vond ik dat heel logisch. Als ik nu niet toekom aan de strijk, dan heb ik daar een zwaar oordeel over. Ik doe immers helemaal niets en dan laat ik het huishouden ook nog versloffen!
Ook in andere situaties merk ik dat ik minder zelfvertrouwen aan de dag leg. Terwijl ik niet meer of minder ben geworden, ongeacht mijn werk of bezigheid. Daarom probeer ik wat genuanceerder om te gaan met mijn zelfbeeld. Niet al mijn activiteiten kleineren onder het mom dat het niets belangrijks is. Rustig mezelf observeren zonder gelijk een oordeel te vellen. En vooral: schouderklopjes. Een schouderklopje is een fantastisch iets. Het kost niets en levert heel veel op. Als ik iets goed doe, sta ik daar even bij stil en geef mezelf in gedachten een schouderklopje. (Niet letterlijk, want mijn schouder is nog niet helemaal herstelt.) En ik probeer te genieten van alles wat ik doe. Ik heb genoeg ellende gehad vorig jaar; dit jaar wil ik graag genieten van de betere tijden.
Nog steeds betrap ik mezelf er soms op dat ik vind dat ik niet genoeg doe of dat het niet belangrijk is. Maar dat kenmerkt de mens misschien wel: Je leert het met vallen en opstaan.
Ook ik.

maandag 17 maart 2008

Ontstoken schouder

Ik heb een ontstoken schouder en daardoor ben ik nogal onthand.
Het begon met een zeurend pijntje, waar ik dapper of dom mee doorliep. Totdat ik 's nachts wakker werd bij iedere draai en ik ontdekte dat ik erg draaierig ben 's nachts. Die volgende dag werd het van kwaad tot erger en 's avonds deed zelfs niets doen enorm zeer. Ik belandde bij een osteopaat. Hij vroeg me om mijn bovenlijf te ontkleden. Helaas was dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ik wist me met moeite uit mijn spencer te werken en aangekomen bij mijn tshirt bood hij meelevend zijn hulp aan. (Bij uitgekleed worden door een aantrekkelijke, vreemde man had ik me toch iets heel anders voorgesteld.) Een pijnlijk minuutje later, zowel voor mijn ego omdat ik zo onelegant vast was komen in mijn tshirt en enorm zweette door de pijn alswel de pijn in mijn schouder die deze ontkleding teweeg gebracht had, keek hij naar mijn schouder. Hij had weinig tijd nodig om te constateren dat ik dezelfde dag nog voor ontstekingsremmers moest zorgen en dat het niet best was. Momenteel ben ik ietwat gedrogeerd, neem driedagelijks ijspakkingen en bid dat de kwaal snel overgaat. Gelukkig kan ik nog wel goed typen. Strijken echter niet, maar dat heeft ook zijn voordelen.