Vorige week gingen we op vakantie. We waren er aan toe. Ons leven is de laatste jaren te hectisch. Iemand zei tegen me: "Zie je niet op tegen die reis? Het is meer dan 1000 km!"
Ik verbaasde me. Ik vind de reis juist zó leuk. De ochtend voor vertrek ben ik al om 4 uur wakker. In mijn hoofd zing ik voor mezelf: "Ik mag op vakantie. Ik mag op vakantie!" Ik blijf nog een uur in bed liggen, omdat Mickel nog slaapt. Ik gun hem zijn rust. (Tot 5 uur dus.) Dan hou ik het niet meer en zing ik in zijn oor: "Wij mogen op vakantie!" We pakken de laatste dingen in, ontbijten en dan mogen we op pad. Ik heb vlinders in mijn buik. Een pot heerlijke thee bij de hand. Appeltjes voor later op de ochtend. Lekkere hapjes achter Mickel zijn stoel. (Hij heeft gisteravond nog goddelijke gehaktballetjes gemaakt.) Ik heb een prachtig voorleesboek bij me. Meeslepend en pakkend. Bij vlagen superspannend en soms juist ontroerend. We genieten samen. Ik vindt reizen met Mickel heerlijk. Hij rijdt en ik lees voor. Soms pauzeren we even om naar leuke muziek te luisteren of om de weersverwachtingen te checken. (Nog steeds 12 graden en regen. Eigenlijk de hele komende week...) We genieten des te meer van de reis.
De terugweg zou anders worden. Mama had heen met R. mee gereden en ging terug bij ons in de auto. Mickel en ik hadden er het samen over dat het zo jammer was dat we niet meer konden voorlezen. Joja gaf ons echter raad: "Mam, deel 2 heb je vorig jaar met mij ook voor gelezen. Toen heb je me even bijgepraat over deel 1. Kan best!" En toen bleek dat we mama ook al een deel van het tweede deel hadden voorgelezen op een vorige reis. Ze vond het super. En zo hadden we ook op de terugweg puur voorleesgeluk. De km's vlogen voorbij en het was bijna jammer om aan te komen in ons overnachtingshotelletje.