dinsdag 20 juni 2017

Een Engel is terug naar de hemel gegaan

Ik ontmoette haar in het najaar van 2016. Ze was niet meer zo goed ter been, maar wist nog prima waar ze het over had. Ze vertelde dat zij één van de eerste was. In de oorlog had zij op het herenhuis in Maarssen gepast. Pas na de oorlog kon ze intreden en al snel verhuisden ze naar Werkhoven. En nu was ze één van de laatste, vertelde ze trots. Terecht trots. Ze was een bron van kennis en tegelijkertijd sprankelde ze alsof ze helemaal geen 104 jaar oud was. Een integere, scherpe geest in een lichaam dat aan het eind was.
Ze woonde samen met zuster G. bij de paters in Eindhoven. Maar de paters moesten verhuizen en zij was te hulpbehoevend om mee te gaan met hen. Een moeilijke tijd brak aan. Ze kon niet aarden in haar nieuwe verzorgingstehuis en miste de paters enorm. Ze voelde zich in de steek gelaten. Niemand mocht een schilderijtje of een lamp ophangen, want ze bleef hier echt niet!
Na enkele weken kwam eindelijk pater P. langs en toen werd ze rustiger. De schilderijtjes mochten aan de muur en ze vond weer haar gebruikelijke rust een beetje terug. Toen viel ze en brak haar heup. Hier kreeg ze een longontsteking over heen en dat was te veel.
Haar laatste wens was om vanuit Gods Werkhof begraven te worden. We hadden die dag een bijna vol huis, maar het lukte om alles te combineren. Er was een klein afscheid in de voorkamer. Zuster G. schuifelde uit haar rolstoel naar de kist en keek tevreden naar haar. "Je ligt er mooi bij. Mooi kleurtje heb je en je haar zit ook goed." Een andere zuster en een voormalig zuster stonden aan haar andere zijde. Samen keken ze in haar kist en dat moment had ik wel vast willen leggen. De rust, de liefde die zij samen uit straalden. Opeens leek het of alles goed was. Later zijn er prachtige speeches gehouden en tranen vergoten, maar dit stille moment was het mooiste voor mij. Hier werd zuster M.C. te ruste gelegd.
Rust zacht. Een engel is terug naar de hemel gegaan.

zondag 13 december 2015

Buikdanseres

Grote integraties. Ik kijk naar het bord en zie de zes grote integraties.
man-vrouw
volwassene-kind
intelligentie-instinct
lichaam-geestelijk
aards-buitenaards

Ik weet meteen dat mijn grootste punt zit bij mijn lichaam. Soms kan ik moeilijk in mijn lijf zijn en dan vooral moeilijk in mijn buik. Samen met A. gaan we oefenen. Mijn issue is aandacht in mijn buik. Misschien wel bewustzijn in mijn buik. Terwijl ik dat uitspreek voel ik een steek van verdriet. Ik realiseer me dat normale mensen juist hun basis in hun buik hebben.
A. vraagt me om in mijn eigen ruimte het leven binnen te laten komen waar ik het meeste in mijn buik aanwezig was. Langzaam komt er een buikdanseres. Ze is gracieus, vol liefde en vooral is ze geliefd.
Daarna vraagt A. om het leven binnen te laten komen dat het minst in zijn lijf zat. Er komt een gemartelde man binnen. Meer dood dan levend, onmenselijk behandeld. Ik voel dat hier verband zit met een daderleven dat ik nog door moet werken, maar dat parkeren we.
Vervolgens laat ze me deze levens beiden tegelijkertijd voelen. Het is raar. Ik ga veel makkelijker het pijnlijke leven in omdat dit trauma zo aan de oppervlakte ligt. Maar het gevoel van de buikdanseres maakt mijn ervaring ruimer. Ik ben niet die gemartelde man. Ik ga hier nog wel aan werken, maar er zitten veel meer ervaringen in me. Ik voel dat ik beter door kan ademen. Ik heb minder buikpijn. Bovenal wordt ik blijer. Vol energie en geluk ga ik die middag naar huis. Ik heb er nieuw huiswerk bij (de gemartelde man) maar ik heb ook de danseres gevonden.

woensdag 20 mei 2015

Kanjer David

Ik leerde hem kennen via de Streethockey. Hij zat bij J. in het team en zijn moeder stelde voor om het halen en brengen af te wisselen. Zo haalde zij na de training ze op en ik bracht ze meestal weg.
Zijn moeder, L., was een leuk mens. Rechtdoorzee en ze had iets stralends. Toen kreeg D. Pfeiffer, dachten ze. Toen de Pfeiffer maar niet over ging bleek het Non-Hodgkin te zijn.
Een lange strijd begon. En hij was dapper, zo dapper. L. hield een blog bij en zo volgde ik het wel en wee van deze kleine dappere familie. Vorige zomer leek het heel goed te gaan en mijn aandacht verslapte. Na een aantal maanden keek ik weer eens en toen bleek er een terugslag te zijn.
Ik weet niet waarom ik tussendoor niet gelezen had. Misschien omdat ik zo graag wilde geloven dat het weer goed ging. In gedachten zag ik hem alweer streethockeyen en met meisjes flirten.
Afgelopen maandag hebben L. en zijn kleine broertje hem moet moeten laten gaan. D. is niet meer. Ongelofelijk hoe bitter het leven kan zijn. Maar tegelijkertijd zijn ze allemaal ook zo dapper geweest, daar put een mens moed uit. Lieve David, rust zacht.

zondag 7 september 2014

Op zichzelf

Het was de dag na onze vakantie. We waren nog geen 24 uur thuis. Ik had zelfs nog niet ontbeten.
De vorige avond vond ik haar al vreemd doen. Ze was een beetje schichtig. Ze at zelfs niet mee, terwijl we haar lievelingseten hadden, frietjes.
Ik denk achteraf dat ze een beetje zenuwachtig was. En toen vroeg ze 's ochtends of we even konden praten. Toen we goed en wel zaten zei ze plompverloren dat ze besloten had dat ze weer op zichzelf wilde gaan wonen. Wij waren sprakeloos. "Natuurlijk. Als dat is wat goed voor je voelt." Ze reageerde opgelucht. Ze had gevreesd dat we het slecht op zouden vatten. Terwijl het nieuws langzaam tot me door drong begonnen de tranen over mijn gezicht te stromen. Ze besloot ons maar even rustig met zijn tweeën te laten.
Na haar mededeling ben ik door een soort rouwproces gegaan. Ongeloof. Verdriet. Boosheid. En uiteindelijk ook een soort berusting. Wat er vooral in hakte was het onverwachte van haar besluit. Pas twee maanden terug hadden we het er over gehad en had ze aan gegeven dat ze nog een aantal jaar zag zitten met ons hier.

maandag 22 juli 2013

Te lang geleden

Het is te lang geleden. Ik heb maanden niet geschreven. Het leek of ik een beetje uitgedoofd was.
Maar de laatste weken is het weer gaan kriebelen. Er vormen zich weer verhalen in mijn hoofd. Ondanks dat ik het druk heb. Dus ik ga weer schrijven. Rustig aan.

maandag 12 november 2012

Loop je even mee?

We stonden deze zomer op een prachtige camping in Seelisberg, Zwitserland. Ingeklemd tussen twee bergen, was er naast een heerlijk meertje een oase van rust gecreëerd  Iedere dag wandelen in de bergen. Iedere middag zwemmen in het wonderschone water. En bijna iedere dag rösti eten in ons favoriete berghutje.
En 's avonds mochten we gewoon naast de tent een kampvuurtje bouwen. Dat leverde veel nieuwe 'kampvuur' recepten op. Gepofte aardappels. Maïskolven uit het vuur. Zalm in aluminiumfolie met prei in de as gestoofd. Of kip in aluminiumfolie. Of banaantjes met toblerone voor Joja. (of zonder toblerone voor Door en mij.)
Daarna bleven we nog na soezen bij het vuur. Totdat Door opstond om haar tanden te gaan poetsen en naar bed te gaan. Ze pakte haar toilettas en vroeg aan mij: "Mam, loop je even mee?"
We slenterden in het schemer naar de toiletgebouw. En terwijl zij haar haren kamde, haar tanden poetste en  zich klaar maakte voor de nacht, zongen we:
Pack up your trubbles
in your old kid bag
and bury them beneath the sea.

No mercy for the soldier,
No mercy for the king.
No mercy for the soldier.
No mercy for the king.
No mercy for the soldier,
no mercy for no king.
No mercy for the king.

Where did al the people go?
They got scared when the lights went low.
I'll get you throught it nice and slow.
As the world is falling apart.
...
I'll get it, if you need it.
I'll search if you don't see it.
You're thirsty, I'll be rain.
You get hurt, I'll take your pain.

Er verzamelde zich soms mensen bij het gebouwtje. De akoestiek was er grandioos en samen met Door haar fabuleuze stem werd het een mini-concertje. Het mooiste was als er een vreemde stem in viel om mee te zingen.

Samen liepen we dan terug naar de tent. Ondertussen was het donker geworden.
Bij de tent ging Door lekker haar mandje in en Mickel op pad naar het toiletgebouw.
"Loop je even mee?" vroeg hij. En ik liep mee. Hand in hand genoten we van de nachtelijke geluiden. De kampvuurtjes her en der en de lichtjes. We praatte over de dag. Over onze zorgen en over de mooie dingen.
Bijna terug bij de tent komt Joja aangelopen. "Ah, mam. Loop je ook nog even met mij mee?" Ik geef Mickel nog een kus en loop nogmaals naar het toiletgebouw. De nacht is nu langzamerhand aardedonker. Joja en ik proberen op ons geheugen de plek van die modderplas te vinden. Of eigenlijk beter gezegd om die juist te ontlopen. De heenweg gaat goed, maar terug zijn we verblind door het licht in het toiletgebouw en vallen we half van een heuveltje en belanden precies in de modder. We lachen.
Joja had de afgelopen dagen een beetje de blues omdat ze haar vrienden zo miste. Zo in de nacht, als we samen wandelen lijkt ze haar gemak weer terug gevonden te hebben. We lachen en ik geniet.
Als we bij de tent komen, dan warmen we ons nog even op aan de laatste resten van het vuur. Dan kruip ik bij Mickel de tent in.
Vlak voor ik in slaap val, realiseer ik me dat ik zo wel mijn hele leven wil.
Stukjes mee mogen lopen met de mensen die me dierbaar zijn.

Take your pain

Met D. zing ik uit volle borst. Ik zing heel enthousiast en zij heel mooi. En als ik met haar zing, dan lijkt het of mijn gezang ook mooier klinkt. Op zulke momenten vloeit er geluk door mijn aderen.

"I'll get it, if you need it. I'll search if you don't see it. You're thirsty, I'll be rain. You get hurt, I'll take your pain."
En als we dat deze zomer zongen, dan wilde ik dat ik haar pijn kon dragen. Haar pijn van doodmoe zijn. Te moe om de helling naar de auto op te lopen. Te moe om de mooiste wandelingen mee te doen. Maar dat kan  niet.
In de loop van die week, knapte ze steeds meer op. De helling naar de auto werd haalbaar en zelfs liep ze een keer van onze favoriete berghut de glibberige weg helemaal naar de camping.
Ik ben dankbaar voor iedere vooruitgang. En voor iedere keer dat we zo heerlijk samen zingen.