Op 7 november stond ik al tien minuten te wachten tot onze hamburger gaar zou zijn. Deze werd speciaal voor ons gebakken. Het duurde lang. Langer dan hij gezegd had en langer dan ik had gedacht. Opeens viel mijn oog op het werkblad waar de kok zijn spatel op legde. Daar lagen broodkruimels. Ik stond in dubio. Zou ik zeggen dat ik deze hamburger niet mocht en hem laten proberen een nieuw exemplaar glutenvrij te maken? Zou dat wel kunnen, hier met deze kok? Was het eigenlijk wel zo erg? Wat zijn nou een paar kruimeltjes?
Ik nam een besluit. Ik dacht "Living on the edge!" Wat kan een kruimeltje nou voor kwaad.
Twee dagen later sloeg de vermoeidheid toe. De zwaartekracht leek sterker en iedere trap hoger dan de dag ervoor. De angst sloeg me om het hart. Een week later sprak ik mijn bange vermoedens uit tegen M. Weer een week later zat ik bij mijn homeopatisch therapeut en zij bevestigde wat ik al wist. Ik had gluten binnen gekregen. Darmvlies weer een heel stuk achteruit, darmflora weer maanden achterop. Ik lachte wrang. Ik dacht "living on the edge" maar ik kukelde er over.
Kruimeltjes zijn voor de vogeltjes niet voor Tonja.
maandag 30 november 2009
zaterdag 28 november 2009
Hans
Vandaag hebben we Hans begraven.
De mis werd gekleurd door zijn kinderen en vrouw die hun herinneringen met ons deelden. En zo werd een beeld geschetst van een opmerkelijk man. Hij was er altijd. Hij was wijs. Hij zorgde met immense tederheid voor de zijnen. Hij had geworsteld in zijn leven en zijn gezin met hem. Hij was een levensgenieter die iedere dag bijzonder wist te maken. Ik leerde kanten van zijn leven kennen die ik niet eerder had gezien. Ze huilden en ik huilde mee.
Hij heeft een vrouw en vijf kinderen achter gelaten. En ze waren er nog niet aan toe om afscheid te nemen. Zij had al tweemaal op de rand van de dood gebalanceerd en begon haar speech met heel eerlijk te vertellen dat ze nooit had kunnen denken dat zij hier zou spreken. Wij ook niet. Allen hadden gedacht dat zij eerder gehaald zou worden. Maar ze vertelde naast haar verdriet ook over hun liefde. "Ik ben veertig jaar verliefd geweest op hem. Als ik hem zag dan sprong mijn hart op. En hij was veertig jaar verliefd op mij. Dat is een geschenk dat weinigen krijgen."
Het was een regenachtige dag, maar toen ging de zon schijnen. Hij drong door tot de diepe kern van de kerk en verlichtte de dag.
Vaarwel Hans. Het ga je goed.
De mis werd gekleurd door zijn kinderen en vrouw die hun herinneringen met ons deelden. En zo werd een beeld geschetst van een opmerkelijk man. Hij was er altijd. Hij was wijs. Hij zorgde met immense tederheid voor de zijnen. Hij had geworsteld in zijn leven en zijn gezin met hem. Hij was een levensgenieter die iedere dag bijzonder wist te maken. Ik leerde kanten van zijn leven kennen die ik niet eerder had gezien. Ze huilden en ik huilde mee.
Hij heeft een vrouw en vijf kinderen achter gelaten. En ze waren er nog niet aan toe om afscheid te nemen. Zij had al tweemaal op de rand van de dood gebalanceerd en begon haar speech met heel eerlijk te vertellen dat ze nooit had kunnen denken dat zij hier zou spreken. Wij ook niet. Allen hadden gedacht dat zij eerder gehaald zou worden. Maar ze vertelde naast haar verdriet ook over hun liefde. "Ik ben veertig jaar verliefd geweest op hem. Als ik hem zag dan sprong mijn hart op. En hij was veertig jaar verliefd op mij. Dat is een geschenk dat weinigen krijgen."
Het was een regenachtige dag, maar toen ging de zon schijnen. Hij drong door tot de diepe kern van de kerk en verlichtte de dag.
Vaarwel Hans. Het ga je goed.
maandag 16 november 2009
De theoloog, de filosoof en de heks
Al toen ik net op deze afdeling zat, voelde ik dat het goed was.
Het was alsof een engel op mijn schouder in mijn oor fluisterde dat het goed was dat ik C. werkelijk zou ontmoeten. Want ontmoeten doe je elkaar in zo'n samenwerking. Je mooie zijden en je schaduwzijden komen aan bod.
C. is een opmerkelijk man. Er is een goed theoloog en een historicus aan hem verloren gegaan en nu heeft hij een commerciele inkoopfunctie. Maar op geheel eigen wijze weet hij de theologie en zijn geschiedenispassie te verweven in deze functie. Dit resulteert in een heel bijzondere inkoper, maar vooral in een bijzonder mens. Hij komt uit een streng gelovig milieu en nog steeds heeft zijn geloof een prominente plek in zijn bestaan. Wat hem onderscheidt is zijn open houding. Hij is oprecht nieuwsgierig en geeft ruimte, ook aan kritische meningen. En hij kan lachen als geen ander. Zo relativeert hij en ontspant hij en ik met hem.
Onze afdeling herbergt ook een filosoof. I. heeft een beschouwende levenshouding en weet zijn scherpe blik met een vleugje cynisme neer te zetten. Maar zijn cynisme is niet ondermijnend, eerder opbouwend. Hij weet productief zijn mening te verwerken en daardoor is hij een fijn mens om mee samen te werken. Alhoewel het even geduurd heeft voor ik dit zag. Ik zag eerst zijn eeuwig gematigde mening: "Het was niet slecht" betekende dat het prima was. Nu is dat anders. Misschien zijn we ook veranderd in onze samenwerking, want ik zie steeds meer een hele warme kant van hem. Hij geeft regelmatig oprechte complimenten. Hij ziet het altijd als eerste als ik niet helemaal lekker in mijn vel zit. Het is fijn vertoeven met hem.
En ik, wat is mijn rol in dit drieluik? Ik schud ze soms wakker. Ik confronteer ze met wat ze vorige week zeiden. Ik houd ze bij de les, door staccato te vergaderen. Ik lach met ze en langzamerhand weet ik zonder professionaliteit in te leveren, menselijker te worden. Ik krijg de ruimte om de afdeling te professionaliseren en meer mezelf te zijn. Want ze zijn oprecht geinteresseert in dit heksje. Schoorvoetend vind ik mijn weg en samen lachen we iedere dag.
Het was alsof een engel op mijn schouder in mijn oor fluisterde dat het goed was dat ik C. werkelijk zou ontmoeten. Want ontmoeten doe je elkaar in zo'n samenwerking. Je mooie zijden en je schaduwzijden komen aan bod.
C. is een opmerkelijk man. Er is een goed theoloog en een historicus aan hem verloren gegaan en nu heeft hij een commerciele inkoopfunctie. Maar op geheel eigen wijze weet hij de theologie en zijn geschiedenispassie te verweven in deze functie. Dit resulteert in een heel bijzondere inkoper, maar vooral in een bijzonder mens. Hij komt uit een streng gelovig milieu en nog steeds heeft zijn geloof een prominente plek in zijn bestaan. Wat hem onderscheidt is zijn open houding. Hij is oprecht nieuwsgierig en geeft ruimte, ook aan kritische meningen. En hij kan lachen als geen ander. Zo relativeert hij en ontspant hij en ik met hem.
Onze afdeling herbergt ook een filosoof. I. heeft een beschouwende levenshouding en weet zijn scherpe blik met een vleugje cynisme neer te zetten. Maar zijn cynisme is niet ondermijnend, eerder opbouwend. Hij weet productief zijn mening te verwerken en daardoor is hij een fijn mens om mee samen te werken. Alhoewel het even geduurd heeft voor ik dit zag. Ik zag eerst zijn eeuwig gematigde mening: "Het was niet slecht" betekende dat het prima was. Nu is dat anders. Misschien zijn we ook veranderd in onze samenwerking, want ik zie steeds meer een hele warme kant van hem. Hij geeft regelmatig oprechte complimenten. Hij ziet het altijd als eerste als ik niet helemaal lekker in mijn vel zit. Het is fijn vertoeven met hem.
En ik, wat is mijn rol in dit drieluik? Ik schud ze soms wakker. Ik confronteer ze met wat ze vorige week zeiden. Ik houd ze bij de les, door staccato te vergaderen. Ik lach met ze en langzamerhand weet ik zonder professionaliteit in te leveren, menselijker te worden. Ik krijg de ruimte om de afdeling te professionaliseren en meer mezelf te zijn. Want ze zijn oprecht geinteresseert in dit heksje. Schoorvoetend vind ik mijn weg en samen lachen we iedere dag.
woensdag 4 november 2009
Gouden stem
Ik nam deel aan een zang workshop. Nu is mijn stem niet zo toonvast en helaas ook niet altijd zuiver. Terwijl ik ploeterde om me mijn partij eigen te maken, verveelde hij zich. We kregen oogcontact en moesten lachen. Hij had een andere partij en had de pech dat die als laatste uitleg kreeg. Om de tijd te door te komen, kwam hij bij ons, sopranen staan. Hij had een uitzonderlijk bereik voor zo'n groot lichaam. Hij kon met gemak de vrouwelijke sopranen bijhouden.
Later vertelde hij me dat hij niet ijdel was op zijn uiterlijk, schoolprestaties of wat dan ook, behalve zijn stem. Hij zong in het kerkkoor. Ik moest grinniken bij het idee. Hij straalde ondeugd uit. Een ondeugend jongetje in een volwassen lichaam. Met zijn zestien jaren leek zijn lichaam soms veel te groot voor hem.
Toen de sopranen weer moesten zingen, ging hij achter me staan en zong de partij met me mee. Ik had enorme steun aan zijn goede stem en nu leek ik zelf ook heel acceptabel mee te kunnen zingen. Terwijl ik genoot van deze triomf, voelde ik zijn aanwezigheid als warmte achter me. Zijn stem leek wel vloeibaar goud. Hij omringde me, nam me op en even waande ik me in de hemel.
Toen ik later aan deze bijzondere ervaring terug dacht, kon ik het absoluut niet rijmen met deze jonge jongen. Het had gevoeld alsof ik een oude vriend had terug gevonden.
Gedurende de week zochten we elkaar regelmatig op. Soms even een praatje tijdens de lunch, soms een nachtelijke wandeling, soms een liedje bij het kampvuur. We lachten veel. Hij bleek de gave van contact te hebben. Hij kon contact leggen met een kleuter van drie en met een oud besje. Soms was hij druk, bijna wild. Bij vlagen zag ik steeds meer van hem. Het klikte tussen ons. Ik weet niet of hij dezelfde herkenning had, maar ik herkende hem. Oude levensdraden voelde ik zich verweven met het hier en nu. Ik vond het heerlijk om hem aan te raken en zo sloten we de meeste nachten af met een knuffel onder de sterrenhemel. Door hem aan te raken kon ik voor mezelf een brug slaan tussen de oude draden en het nu.
Het toeval wilde dat ik de eerste dag een workshop met zijn vader had gelopen en daarvoor al een gesprekje in de aanmeldingskeet met zijn zus. Al die ontmoetingen waren buitengewoon en zo leerde ik een buitengewone familie kennen. En hij de mijne.
De laatste avond zaten we bij het kampvuur. Er werden Beatles-liedjes gespeeld en hij zat met mijn dochter D. tegen zijn knieen. Ik zag genegenheid tussen hen heen en weer gaan op de grens van broederlijke gevoelens. Mijn kleine D. wordt groot en in haar nog jonge lijf zag ik de belofte van de mooie vrouw die er aan zit te komen en hij, hij zag het ook. Ongesproken deelden we dit besef in een blik.
Nog steeds als ik aan hem denk, kan ik de gouden gloed van zijn stem voelen. Het was een bijzondere ontmoeting met een bijzonder mens.
Later vertelde hij me dat hij niet ijdel was op zijn uiterlijk, schoolprestaties of wat dan ook, behalve zijn stem. Hij zong in het kerkkoor. Ik moest grinniken bij het idee. Hij straalde ondeugd uit. Een ondeugend jongetje in een volwassen lichaam. Met zijn zestien jaren leek zijn lichaam soms veel te groot voor hem.
Toen de sopranen weer moesten zingen, ging hij achter me staan en zong de partij met me mee. Ik had enorme steun aan zijn goede stem en nu leek ik zelf ook heel acceptabel mee te kunnen zingen. Terwijl ik genoot van deze triomf, voelde ik zijn aanwezigheid als warmte achter me. Zijn stem leek wel vloeibaar goud. Hij omringde me, nam me op en even waande ik me in de hemel.
Toen ik later aan deze bijzondere ervaring terug dacht, kon ik het absoluut niet rijmen met deze jonge jongen. Het had gevoeld alsof ik een oude vriend had terug gevonden.
Gedurende de week zochten we elkaar regelmatig op. Soms even een praatje tijdens de lunch, soms een nachtelijke wandeling, soms een liedje bij het kampvuur. We lachten veel. Hij bleek de gave van contact te hebben. Hij kon contact leggen met een kleuter van drie en met een oud besje. Soms was hij druk, bijna wild. Bij vlagen zag ik steeds meer van hem. Het klikte tussen ons. Ik weet niet of hij dezelfde herkenning had, maar ik herkende hem. Oude levensdraden voelde ik zich verweven met het hier en nu. Ik vond het heerlijk om hem aan te raken en zo sloten we de meeste nachten af met een knuffel onder de sterrenhemel. Door hem aan te raken kon ik voor mezelf een brug slaan tussen de oude draden en het nu.
Het toeval wilde dat ik de eerste dag een workshop met zijn vader had gelopen en daarvoor al een gesprekje in de aanmeldingskeet met zijn zus. Al die ontmoetingen waren buitengewoon en zo leerde ik een buitengewone familie kennen. En hij de mijne.
De laatste avond zaten we bij het kampvuur. Er werden Beatles-liedjes gespeeld en hij zat met mijn dochter D. tegen zijn knieen. Ik zag genegenheid tussen hen heen en weer gaan op de grens van broederlijke gevoelens. Mijn kleine D. wordt groot en in haar nog jonge lijf zag ik de belofte van de mooie vrouw die er aan zit te komen en hij, hij zag het ook. Ongesproken deelden we dit besef in een blik.
Nog steeds als ik aan hem denk, kan ik de gouden gloed van zijn stem voelen. Het was een bijzondere ontmoeting met een bijzonder mens.
woensdag 28 oktober 2009
Trouwerij IV
De laatste trouwerij dit voorjaar, had alles in zich om de mooiste te worden. De bruid was beeldschoon, de locatie betoverend en ik zou er goede vrienden van Young Call treffen.
Niets was echter minder waar. Toen ik binnen kwam viel de energie me zwaar. De locatie was een voormalige kerk. De inrichting was trendy, met respect voor de ouderdom, maar in mijn gevoel klopte er iets niet. Boven het prachtig gepoetste gedeelte hing in de hoge gewelfen stofslierten. De muziek was me te hard en de gasten te oppervlakkig.
Mijn lief heeft me met verbazing gade geslagen. Binnen een kwartier was mijn opgetogen stemming geabsorbeerd door het feestgewoel, weer een kwartier later had ik moeite om fatsoenlijk te blijven kijken en na nog een kwartier wilde ik enkel nog maar naar huis. Buiten vroeg hij me of ik iets verkeerds op had, of er iets gebeurd was of hij iets voor me kon doen. Maar ik wilde enkel weg daar.
In mijn gevoel groeiden de stofslieren uit tot grijpende armen, waar men vrolijk onderdoor danste, zich niet bewust van wat er zich vlak boven hen afspeelde. De muziek werd steeds grotesker en de gasten leken wel etalagepoppen.
Ik weet niet wat me bezield heeft. De bruid is een heel mooi mens, die me dierbaar is, maar ik hield het er niet vol.
Ik hoop dat het bruidspaar meer hebben genoten op hun feest dan ik dat heb. Ze straalden, dus daar heb ik al het vertrouwen in. En vooral hoop ik dat ze in de rest van hun leven geluk vinden. En onderwijl overdenk ik mijn rare ervaring.
P.S. Mijn lief verzekert me dat het een prachtig feest was. De muziek helemaal niet zo hard stond en de kerk brandschoon was. ☺En er was geen paspop aanwezig.
Niets was echter minder waar. Toen ik binnen kwam viel de energie me zwaar. De locatie was een voormalige kerk. De inrichting was trendy, met respect voor de ouderdom, maar in mijn gevoel klopte er iets niet. Boven het prachtig gepoetste gedeelte hing in de hoge gewelfen stofslierten. De muziek was me te hard en de gasten te oppervlakkig.
Mijn lief heeft me met verbazing gade geslagen. Binnen een kwartier was mijn opgetogen stemming geabsorbeerd door het feestgewoel, weer een kwartier later had ik moeite om fatsoenlijk te blijven kijken en na nog een kwartier wilde ik enkel nog maar naar huis. Buiten vroeg hij me of ik iets verkeerds op had, of er iets gebeurd was of hij iets voor me kon doen. Maar ik wilde enkel weg daar.
In mijn gevoel groeiden de stofslieren uit tot grijpende armen, waar men vrolijk onderdoor danste, zich niet bewust van wat er zich vlak boven hen afspeelde. De muziek werd steeds grotesker en de gasten leken wel etalagepoppen.
Ik weet niet wat me bezield heeft. De bruid is een heel mooi mens, die me dierbaar is, maar ik hield het er niet vol.
Ik hoop dat het bruidspaar meer hebben genoten op hun feest dan ik dat heb. Ze straalden, dus daar heb ik al het vertrouwen in. En vooral hoop ik dat ze in de rest van hun leven geluk vinden. En onderwijl overdenk ik mijn rare ervaring.
P.S. Mijn lief verzekert me dat het een prachtig feest was. De muziek helemaal niet zo hard stond en de kerk brandschoon was. ☺En er was geen paspop aanwezig.
donderdag 8 oktober 2009
Trouwerij III
Toen ik M. leerde kennen had ze al snel een relatie met W. Ze waren min of meer gelukkig. Op een dag bleek hij minder trouw dan gedacht en toen werden de haarscheurtjes in hun relatie kloven. Haarscheurtjes over dat hij haar in de praktijk weinig respect gaf. Haarscheurtjes over dat hij haar het liefste zag als verlengstuk van zichzelf en zijn carrière. En de druppel was zijn ontrouw.
M. kwam gebroken uit deze relatie. Haar vertrouwen ernstig geschaad. Zo ernstig dat mijn schoonvader vreesde dat ze na 'die waardeloze kerel' geen enkele man meer in haar hart zou laten. Mijn schoonvader had een zwak voor haar. Altijd al gehad. Ze was een pittig meisje, leuk om te zien en een lief karakter. Hij zei weleens gekscherend dat als hij in het oosten zou wonen, waar men een heel harem kon hebben... Of als hij vijftig jaar jonger was...
M. fleurde een beetje op van deze woorden, maar over het algemeen was ze triest. In deze trieste tijd kwamen wij nader tot elkaar. Ze kwam ieder weekend. We aten vaak samen, dronken duizend kopjes thee. We liepen met de hond, we luierde op ons dakterras. We lachten en huilden, soms zelfs tegelijkertijd.
Deze tijd is me zeer dierbaar en terwijl ik dagelijks voor haar bad dat ze weer geluk zou vinden, was het geluk bitterzoet toen het kwam.
Haar geluk kwam op een motor, in de vorm van een attente, iets verlegen collega. Al jaren vrijgezel en tot over zijn oren verlieft op M. Samen vormden ze ultiem geluk. De blik in haar ogen was nooit eerder zo zacht geweest als wanneer ze naar hem keek. En soms bekroop mij het gevoel dat hij al zijn hele leven juist op haar had gewacht. Het was mooi om ze samen te zien, maar tevens was er het besef dat onze tijd als voorheen voorbij was.
Nu is M. trouw. Heel trouw aan haar vrienden en ookal emigreerde ze naar de andere zijde van het land, ze blijft investeren in onze mooie vriendschap. Er is minder tijd, maar meer geluk en dat maakt alles goed. Geluk in haar leven en geluk in haar ogen.
Op een mooie dag in mei gaven deze twee bijzondere mensen elkaar het ja-woord. Bijzonder was ook de vriendenkring van hem die haar, maar tijdens de vrijgezellendag en de trouwerij ook ons, vol warmte in hun midden opnam.
Bij een idyllische watermolen met een fantastische band werd het huwelijk bezegeld met een spetterend feest.
Als ik nu aan ze denk zie ik ze staan. Armen om elkaar heen, iets naar elkaar gebogen, staan ze voor een groot bouwbord met een lang gedicht van haar collega's, 'haar jongens'. Ze lachen om de grappen, maar er ontsnapt ook een traantje van ontroering en zo staan ze op mijn netvlies gegrift.
M. kwam gebroken uit deze relatie. Haar vertrouwen ernstig geschaad. Zo ernstig dat mijn schoonvader vreesde dat ze na 'die waardeloze kerel' geen enkele man meer in haar hart zou laten. Mijn schoonvader had een zwak voor haar. Altijd al gehad. Ze was een pittig meisje, leuk om te zien en een lief karakter. Hij zei weleens gekscherend dat als hij in het oosten zou wonen, waar men een heel harem kon hebben... Of als hij vijftig jaar jonger was...
M. fleurde een beetje op van deze woorden, maar over het algemeen was ze triest. In deze trieste tijd kwamen wij nader tot elkaar. Ze kwam ieder weekend. We aten vaak samen, dronken duizend kopjes thee. We liepen met de hond, we luierde op ons dakterras. We lachten en huilden, soms zelfs tegelijkertijd.
Deze tijd is me zeer dierbaar en terwijl ik dagelijks voor haar bad dat ze weer geluk zou vinden, was het geluk bitterzoet toen het kwam.
Haar geluk kwam op een motor, in de vorm van een attente, iets verlegen collega. Al jaren vrijgezel en tot over zijn oren verlieft op M. Samen vormden ze ultiem geluk. De blik in haar ogen was nooit eerder zo zacht geweest als wanneer ze naar hem keek. En soms bekroop mij het gevoel dat hij al zijn hele leven juist op haar had gewacht. Het was mooi om ze samen te zien, maar tevens was er het besef dat onze tijd als voorheen voorbij was.
Nu is M. trouw. Heel trouw aan haar vrienden en ookal emigreerde ze naar de andere zijde van het land, ze blijft investeren in onze mooie vriendschap. Er is minder tijd, maar meer geluk en dat maakt alles goed. Geluk in haar leven en geluk in haar ogen.
Op een mooie dag in mei gaven deze twee bijzondere mensen elkaar het ja-woord. Bijzonder was ook de vriendenkring van hem die haar, maar tijdens de vrijgezellendag en de trouwerij ook ons, vol warmte in hun midden opnam.
Bij een idyllische watermolen met een fantastische band werd het huwelijk bezegeld met een spetterend feest.
Als ik nu aan ze denk zie ik ze staan. Armen om elkaar heen, iets naar elkaar gebogen, staan ze voor een groot bouwbord met een lang gedicht van haar collega's, 'haar jongens'. Ze lachen om de grappen, maar er ontsnapt ook een traantje van ontroering en zo staan ze op mijn netvlies gegrift.
woensdag 2 september 2009
Trouwerij II
Mijn moeder zou speechen op de bruiloft. Echter geveld door een zware griep moest ze het af laten weten. De speech was al klaar en toen werd ik gevraagd om deze voor te lezen. En zo belandde ik na de ambtenaar van de burgelijke stand in een romantische tuinhuis voor het kersverse bruidspaar.
Ze waren iets ouder dan wij; Hun zielen iets geschonden door het leven. Maar ik heb nog nooit zo'n bijzonder paar gezien. Hun geluk was zo sterk aanwezig dat het soms wel tastbaar leek. De bruid was mooi en ze werd nog mooier door de liefdevolle blik van haar man. Aan heb begin van de plechtigheid was ze weggegeven door haar zoon. Het was ontroerend om te zien hoe een jongen van zeventien zijn moeder naar het altaar begeleidde. In de plechtigheid leek het soms wel of ze met zijn drieën trouwden, zo mooi was de rol van de zoon verweven in het geheel.
Ik sprak de woorden van mijn moeder. Ergens klopte de lijntjes, want de boodschap kwam aan. Ze waren geroerd, moesten lachen en huilen en ik voelde me dankbaar dat ik dit bij kon dragen aan deze gelukkige dag.
Na de plechtigheid kwam het feest. Het eerste dansfeest samen met mijn dochters. We dansten tot er blaren op onze voeten zaten en steeds als er iemand dacht dat hij niet meer kon, kwam er net nog een heel mooi nummer en gingen we weer. Het was magisch om dit met mijn meisjes te kunnen delen. Mick en ik keken elkaar over de dansvloer aan en ook wij voelden ultiem geluk.
Het was een mooie avond met een gouden randje.
Ze waren iets ouder dan wij; Hun zielen iets geschonden door het leven. Maar ik heb nog nooit zo'n bijzonder paar gezien. Hun geluk was zo sterk aanwezig dat het soms wel tastbaar leek. De bruid was mooi en ze werd nog mooier door de liefdevolle blik van haar man. Aan heb begin van de plechtigheid was ze weggegeven door haar zoon. Het was ontroerend om te zien hoe een jongen van zeventien zijn moeder naar het altaar begeleidde. In de plechtigheid leek het soms wel of ze met zijn drieën trouwden, zo mooi was de rol van de zoon verweven in het geheel.
Ik sprak de woorden van mijn moeder. Ergens klopte de lijntjes, want de boodschap kwam aan. Ze waren geroerd, moesten lachen en huilen en ik voelde me dankbaar dat ik dit bij kon dragen aan deze gelukkige dag.
Na de plechtigheid kwam het feest. Het eerste dansfeest samen met mijn dochters. We dansten tot er blaren op onze voeten zaten en steeds als er iemand dacht dat hij niet meer kon, kwam er net nog een heel mooi nummer en gingen we weer. Het was magisch om dit met mijn meisjes te kunnen delen. Mick en ik keken elkaar over de dansvloer aan en ook wij voelden ultiem geluk.
Het was een mooie avond met een gouden randje.
Abonneren op:
Posts (Atom)